Hoofdstuk 6, De opkomst van de -ismen

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 1301 woorden
  • 12 juni 2003
  • 215 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 215 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Geschiedenis H6 => De opkomst van de –ismen
§1. het socialisme

Wat is socialisme?
Socialisme= politieke stroming waarbij de productiemiddelen in handen zijn van de gemeenschap.
Met productiemiddelen wordt bedoeld: alles wat nodig was om te kunnen produceren. (fabrieken, machines, grondstoffen, enz).
Volgens het socialisme moesten alle mensen samen eigenaar zijn van de productiemiddelen. Zo zouden de arbeiders het veel beter krijgen.(het geld werd n.l. verdeeld)
Het Marxisme werd de belangrijkste van alles soorten socialisme. Marx vond het onrechtvaardig zoals het ging in de industrie e.d. Hij had speciale namen voor alle bevolkingsgroepen:

Heersende klasse(bourgeoisie):zij bezaten de productiemiddelen en liet de rest van de bevolking voor zich werken.
Onderdrukte klasse(arbeiders)(proletariaat): de klasse die voor de heersende klasse moest werken.
Vaak ontstonden er ‘klassenstrijden’ tussen deze twee klassen.
Marx deed een voorspelling. Hij meende dat er een klassenstrijd zou komen en dat het proletariaat zou winnen. Het proletariaat zou dan een revolutie uitvoeren, de productiemiddelen kwamen in handen van de gemeenschap en er zou een nieuwe samenleving ontstaan; de communistische samenleving.
De voorspelling van Marx kwam niet uit.
De Marxisten vallen uiteen in socialisten en communisten
Veel ideeën van Marx kwamen niet uit. Tegen het eind van de 19de eeuw kwamen de meeste leiders van de Marxistische partijen tot de conclusie dat het zinloos was te blijven wachten op de ineenstorting van het kapitalisme. Er moest iets gedaan worden. De marxisten vonden twee mogelijkheden:
1. een democratie maken=> als de arbeider kiesrecht zouden krijgen, konden de marxistische partijen de meerderheid halen in het parlement. Dan zou een marxistische regering aan de macht komen die dan het kapitalisme zou afschaffen en het socialisme zou invoeren. Deze verandering in de leer van Marx wordt revisionisme(herziening) genoemd. De marxistische partijen gingen zichzelf sociaal-democratisch noemen. Ze in Nederland heette hun partij Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Nu heet die partij de PvdA. Veel mensen waren vóór deze optie.
2. een revolutie organiseren=> als zich een goede gelegenheid voordeed, zouden de marxisten de regering afzetten en het socialisme invoeren. De kapitalisten zouden worden uitgeroeid of worden gedwongen mee te doen.

In Rusland werd Lenin de leider van de weinigen die vóór plan 2 waren. Hij organiseerde een revolutie in 1917. Hun partij werd de communistische partij genoemd en hun leer het marxisme-leninisme. Veel andere landen namen in 1918 dit idee over en noemden zich ook communist. In Nederland ontstond toen de Communistische Partij van Holland (CPH)
De invloed van het Marxisme
Hoewel de voorspellingen van Marx niet uitkwamen, heeft zijn leer toch grote invloed gehad:
Ø alles nu bestaande communistische partijen hebben ideeën van hem overgenomen
Ø in 1917 werd Rusland een communistische staat. Ook in China, Noord-Korea, Cambodja, Vietnam, Cuba en een paar Afrikaanse landen namen communisten de macht in handen
Ø in veel Europese landen kregen socialistische partijen en vakbonden grote invloed. Het werd niet langer gewoon gevonden dat de één arm was en de ander rijk. Er werden dan ook veel hervormingen ingevoerd om de samenleving te verbeteren.

§2. Het liberalisme

Conservatieven en liberalen
Nadat Napoleon was verslagen, kwamen de vorsten uit de overwinnende landen bijeen om een vergadering te houden over de toekomst. Deze bijeenkomst wordt het Congres van Wenen genoemd. De vorsten wilden dat de macht weer in handen zou zijn van één vorst, net als vóór de Franse Revolutie. Maar deze vorsten moesten zich houden aan de constitutie(grondwet) en waren dus constitutionele vorsten. Ook veel mensen vonden het verkeerd dat het volk de macht in handen had. Deze mensen werden de conservatieven genoemd. (conserveren=bewaren). Zij wilden de oude toestand van vóór de Franse Revolutie bewaren en vonden veel ideeën van de verlichters verkeerd. Vooral onder strenggodsdienstige mensen waren veel conservatieven.
De mensen die de ideeen van de verlichters wél goed vonden, zijn de liberalen. Zij waren het dus niet eens met de besluiten van het Congres van Wenen. Ze wilden meer vrijheid voor ieder mens. (liber=vrij). Vooral de rijken waren liberalen, want zij hadden het meest last van onvrijheid.
Wat is liberalisme?
Liberalisme=het streven naar vrijheid voor ieder mens. Het streven naar vrijheid hield het volgende in:
Ø Politiek gebied: de burgers moesten vrijheid hebben om zelf een eigen constitutie(grondwet) op te stellen. Dus ook eigen regeringsvorm bepalen. De liberalen wilden de macht in handen van een gekozen parlement
Ø Economisch gebied: de liberalen wilden vrijheid van handel, productie en arbeid. ``Als iedereen volkomen vrij is, komt er welvaart voor allen die willen werken, zowel voor fabrikanten als voor arbeiders.´´ zeiden de liberalen.
Ø Godsdienstig gebied: liberalen waren voor volledige vrijheid van godsdienst. De staat mocht zich daar niet mee bemoeien. Dit is de scheiding van Kerk en staat.
Ø Andere gebieden: vrijheid van onderwijs, vrijheid van meningsuiting. De liberalen waren tegen censuur. Ook waren de liberalen voor afschaffing van slavernij.
Liberalisme en democratie
De democraten vonden dat iedereen kiesrecht mocht hebben. De liberalen in eerste instantie ook, maar ze vonden wel dat dat eigenlijk niet kon in de praktijk. Iemand moest wel verstand hebben van politiek om te kunnen stemmen, vonden zij. Ze besloten dat het stemrecht afhankelijk was van de opleiding van een persoon. Algemeen kiesrecht kwam er pas in de 20e eeuw.
De invloed van het liberalisme
Het liberalisme groeide in de loop van de 19de eeuw. In de grondwetten van de tegenwoordige democratische landen kun je veel liberale ideeen terugvinden, zoals vrijheid van godsdienst, van onderwijs, van meningsuiting en het recht op persoonlijke vrijheid.

§3. Het Nationalisme

Wat is nationalisme?
Nationalisme=het gevoel van saamhorigheid van een volk dat een staat vormt of wil vormen.
Nationalisme leidt tot de vorming van nationale staten
In het begin van de 19de eeuw groeide het nationalisme sterk door Napoleon. Men besefte steeds meer dat men tot een bepaald volk behoorde. Het Congres van Wenen hield hier juist geen rekening mee en deelde de staten in zoals de vorsten het wilden en niet zoals de volken het wilden. De gevolgen hiervan waren:
Ø In sommige staten leefden verschillende volken
Ø Sommige volken leefden verspreid over verschillende staten.
Bij elk volk dat geen eigen staat had, ontstond een sterk nationalisme. Ze wilden allemaal een eigen staat. Door opstanden en oorlogen slaagden veel volken daar in.
Het nationalisme leidde vaak ook tot liefde voor het eigen volk, dat noemen we chauvinisme. Uit chauvinisme kwam vaak haat tegen andere volken of etnische groepen voort met als gevolg oorlogen en moordpartijen.

§4. Het imperialisme

Wat is imperialisme?
Een imperium is een groot rijk dat is ontstaan door andere volken te onderwerpen. Met imperialisme wordt bedoeld: het streven van een staat om een groot rijk op te bouwen door gebieden van andere volken te veroveren. In plaats van het woord imperialisme wordt ook het woord kolonialisme gebruikt.
Waarom stichten de Europeanen koloniën?
In korte tijd werden grote delen van Azië en bijna heel Afrika tot koloniën van Europese staten gemaakt. Daar waren allerlei redenen voor:
1. het zoeken naar grondstoffen=> voor de industrie waren grondstoffen nodig. Sommige grondstoffen waren niet te vinden in Europa.
2. het zoeken naar afzetgebieden=> de fabrieken produceerden meer goederen dan in Europa verkocht konden worden. Men ging dus op zoek naar gebieden buiten Europa om daar de producten te verkopen. Zo’n gebied werd afzetgebied genoemd.
3. het verkrijgen van macht=> het bezit van de koloniën werd beschouwd als kenmerk van macht. Men vond dat een land met veel koloniën een grote rol kon spelen in de wereldpolitiek.
4. vooruitgang brengen in de wereld=> veel Europeanen vonden dat ze voor vooruitgang moesten zorgen in de wereld. Dat kon volgens hen het best door een kolonie te veroveren. Ze brachten er het Christendom, onderwijs en gezondheidszorg.
5. toevallige omstandigheden=> als een paar zendelingen zich vestigde in een gebied en conflicten kreeg met het volk, vroeg het volk om bescherming. Dan stuurde de regering soldaten en was het gebied na verloop van tijd een nieuwe kolonie.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

eej egt chill dat je deze samenvatting dr op hebt gezet:D kvind gs egt een rotvak:P dus thnx!

18 jaar geleden

K.

K.

Thx voor je samenvatting, bespaart me weer een uurtje :)

16 jaar geleden

D.

D.

thanks voor deze samenvatting, ik had me boek in me kluisje laten liggen vrijdags...maandag proefwerk echt thanx alot:D

15 jaar geleden

J.

J.

echt geweldig dit ! nu haal ik in ieder geval (hopelijk) een voldoende ;D

11 jaar geleden

J.

J.

goeie samenvatting ik gebruik het voor mn werkstuk

11 jaar geleden

J.

J.

goeie samenvatting maar ik heb er zelf al een xd

11 jaar geleden

S.

S.

chill pww en ik had geen zin om te leren ds heb ik hier wat aan om effe door te lezen

9 jaar geleden

W.

W.

Geschiedenis H6 => De opkomst van de –ismen

§1. het socialisme

Wat is socialisme?
Socialisme= politieke stroming waarbij de productiemiddelen in handen zijn van de gemeenschap.
Met productiemiddelen wordt bedoeld: alles wat nodig was om te kunnen produceren. (fabrieken, machines, grondstoffen, enz).
Volgens het socialisme moesten alle mensen samen eigenaar zijn van de productiemiddelen. Zo zouden de arbeiders het veel beter krijgen.(het geld werd n.l. verdeeld)
Het Marxisme werd de belangrijkste van alles soorten socialisme. Marx vond het onrechtvaardig zoals het ging in de industrie e.d. Hij had speciale namen voor alle bevolkingsgroepen:
Heersende klasse(bourgeoisie):zij bezaten de productiemiddelen en liet de rest van de bevolking voor zich werken.
Onderdrukte klasse(arbeiders)(proletariaat): de klasse die voor de heersende klasse moest werken.
Vaak ontstonden er ‘klassenstrijden’ tussen deze twee klassen.
Marx deed een voorspelling. Hij meende dat er een klassenstrijd zou komen en dat het proletariaat zou winnen. Het proletariaat zou dan een revolutie uitvoeren, de productiemiddelen kwamen in handen van de gemeenschap en er zou een nieuwe samenleving ontstaan; de communistische samenleving.
De voorspelling van Marx kwam niet uit.

De Marxisten vallen uiteen in socialisten en communisten
Veel ideeën van Marx kwamen niet uit. Tegen het eind van de 19de eeuw kwamen de meeste leiders van de Marxistische partijen tot de conclusie dat het zinloos was te blijven wachten op de ineenstorting van het kapitalisme. Er moest iets gedaan worden. De marxisten vonden twee mogelijkheden:
1. een democratie maken=> als de arbeider kiesrecht zouden krijgen, konden de marxistische partijen de meerderheid halen in het parlement. Dan zou een marxistische regering aan de macht komen die dan het kapitalisme zou afschaffen en het socialisme zou invoeren. Deze verandering in de leer van Marx wordt revisionisme(herziening) genoemd. De marxistische partijen gingen zichzelf sociaal-democratisch noemen. Ze in Nederland heette hun partij Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Nu heet die partij de PvdA. Veel mensen waren vóór deze optie.
2. een revolutie organiseren=> als zich een goede gelegenheid voordeed, zouden de marxisten de regering afzetten en het socialisme invoeren. De kapitalisten zouden worden uitgeroeid of worden gedwongen mee te doen.
In Rusland werd Lenin de leider van de weinigen die vóór plan 2 waren. Hij organiseerde een revolutie in 1917. Hun partij werd de communistische partij genoemd en hun leer het marxisme-leninisme. Veel andere landen namen in 1918 dit idee over en noemden zich ook communist. In Nederland ontstond toen de Communistische Partij van Holland (CPH)

De invloed van het Marxisme
Hoewel de voorspellingen van Marx niet uitkwamen, heeft zijn leer toch grote invloed gehad:
Ø alles nu bestaande communistische partijen hebben ideeën van hem overgenomen
Ø in 1917 werd Rusland een communistische staat. Ook in China, Noord-Korea, Cambodja, Vietnam, Cuba en een paar Afrikaanse landen namen communisten de macht in handen
Ø in veel Europese landen kregen socialistische partijen en vakbonden grote invloed. Het werd niet langer gewoon gevonden dat de één arm was en de ander rijk. Er werden dan ook veel hervormingen ingevoerd om de samenleving te verbeteren.

§2. Het liberalisme

Conservatieven en liberalen
Nadat Napoleon was verslagen, kwamen de vorsten uit de overwinnende landen bijeen om een vergadering te houden over de toekomst. Deze bijeenkomst wordt het Congres van Wenen genoemd. De vorsten wilden dat de macht weer in handen zou zijn van één vorst, net als vóór de Franse Revolutie. Maar deze vorsten moesten zich houden aan de constitutie(grondwet) en waren dus constitutionele vorsten. Ook veel mensen vonden het verkeerd dat het volk de macht in handen had. Deze mensen werden de conservatieven genoemd. (conserveren=bewaren). Zij wilden de oude toestand van vóór de Franse Revolutie bewaren en vonden veel ideeën van de verlichters verkeerd. Vooral onder strenggodsdienstige mensen waren veel conservatieven.
De mensen die de ideeen van de verlichters wél goed vonden, zijn de liberalen. Zij waren het dus niet eens met de besluiten van het Congres van Wenen. Ze wilden meer vrijheid voor ieder mens. (liber=vrij). Vooral de rijken waren liberalen, want zij hadden het meest last van onvrijheid.

Wat is liberalisme?
Liberalisme=het streven naar vrijheid voor ieder mens. Het streven naar vrijheid hield het volgende in:
Ø Politiek gebied: de burgers moesten vrijheid hebben om zelf een eigen constitutie(grondwet) op te stellen. Dus ook eigen regeringsvorm bepalen. De liberalen wilden de macht in handen van een gekozen parlement
Ø Economisch gebied: de liberalen wilden vrijheid van handel, productie en arbeid. ``Als iedereen volkomen vrij is, komt er welvaart voor allen die willen werken, zowel voor fabrikanten als voor arbeiders.´´ zeiden de liberalen.
Ø Godsdienstig gebied: liberalen waren voor volledige vrijheid van godsdienst. De staat mocht zich daar niet mee bemoeien. Dit is de scheiding van Kerk en staat.
Ø Andere gebieden: vrijheid van onderwijs, vrijheid van meningsuiting. De liberalen waren tegen censuur. Ook waren de liberalen voor afschaffing van slavernij.

Liberalisme en democratie
De democraten vonden dat iedereen kiesrecht mocht hebben. De liberalen in eerste instantie ook, maar ze vonden wel dat dat eigenlijk niet kon in de praktijk. Iemand moest wel verstand hebben van politiek om te kunnen stemmen, vonden zij. Ze besloten dat het stemrecht afhankelijk was van de opleiding van een persoon. Algemeen kiesrecht kwam er pas in de 20e eeuw.

De invloed van het liberalisme
Het liberalisme groeide in de loop van de 19de eeuw. In de grondwetten van de tegenwoordige democratische landen kun je veel liberale ideeen terugvinden, zoals vrijheid van godsdienst, van onderwijs, van meningsuiting en het recht op persoonlijke vrijheid.

§3. Het Nationalisme

Wat is nationalisme?
Nationalisme=het gevoel van saamhorigheid van een volk dat een staat vormt of wil vormen.

Nationalisme leidt tot de vorming van nationale staten
In het begin van de 19de eeuw groeide het nationalisme sterk door Napoleon. Men besefte steeds meer dat men tot een bepaald volk behoorde. Het Congres van Wenen hield hier juist geen rekening mee en deelde de staten in zoals de vorsten het wilden en niet zoals de volken het wilden. De gevolgen hiervan waren:
Ø In sommige staten leefden verschillende volken
Ø Sommige volken leefden verspreid over verschillende staten.
Bij elk volk dat geen eigen staat had, ontstond een sterk nationalisme. Ze wilden allemaal een eigen staat. Door opstanden en oorlogen slaagden veel volken daar in.
Het nationalisme leidde vaak ook tot liefde voor het eigen volk, dat noemen we chauvinisme. Uit chauvinisme kwam vaak haat tegen andere volken of etnische groepen voort met als gevolg oorlogen en moordpartijen.

§4. Het imperialisme

Wat is imperialisme?
Een imperium is een groot rijk dat is ontstaan door andere volken te onderwerpen. Met imperialisme wordt bedoeld: het streven van een staat om een groot rijk op te bouwen door gebieden van andere volken te veroveren. In plaats van het woord imperialisme wordt ook het woord kolonialisme gebruikt.

Waarom stichten de Europeanen koloniën?
In korte tijd werden grote delen van Azië en bijna heel Afrika tot koloniën van Europese staten gemaakt. Daar waren allerlei redenen voor:
1. het zoeken naar grondstoffen=> voor de industrie waren grondstoffen nodig. Sommige grondstoffen waren niet te vinden in Europa.
2. het zoeken naar afzetgebieden=> de fabrieken produceerden meer goederen dan in Europa verkocht konden worden. Men ging dus op zoek naar gebieden buiten Europa om daar de producten te verkopen. Zo’n gebied werd afzetgebied genoemd.
3. het verkrijgen van macht=> het bezit van de koloniën werd beschouwd als kenmerk van macht. Men vond dat een land met veel koloniën een grote rol kon spelen in de wereldpolitiek.
4. vooruitgang brengen in de wereld=> veel Europeanen vonden dat ze voor vooruitgang moesten zorgen in de wereld. Dat kon volgens hen het best door een kolonie te veroveren. Ze brachten er het Christendom, onderwijs en gezondheidszorg.
5. toevallige omstandigheden=> als een paar zendelingen zich vestigde in een gebied en conflicten kreeg met het volk, vroeg het volk om bescherming. Dan stuurde de regering soldaten en was het gebied na verloop van tijd een nieuwe kolonie.

5 jaar geleden

K.

K.

joe joe kapot goed eindelijk voldoende en geen ALLEMAAL ONVOLDOENDE

5 jaar geleden

A.

A.

Heel veel info? Die 7,5 heb je vedient?

4 jaar geleden

M.

M.

Geweldig!

3 jaar geleden