Hoofdstuk 4

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 3382 woorden
  • 6 januari 2010
  • 49 keer beoordeeld
Cijfer 7.3
49 keer beoordeeld

Hoofdstuk 4 Veranderingen in de Nieuwe tijd (EU ±1500 - ±1800)

§ 1 Het wereldbeeld verandert, Europese expansie overzee begint

In de middeleeuwen dachten de mensen dat de aarde plat was, alleen de EU en het Middellandse zeegebied bestonden. In het midden lag het HEILIGE LAND.
Werd doorbroken door Willem van Rubroek en Marco Polo, door reizen naar Azië.

In 15de en 16de eeuw gingen Portugezen en Spanjaarden opzoek naar Azië, ze twijfelden of de aarde wel zo plat en klein was. Veel contact met moslims in Noord-Afrika, hoorden over Azië, haalden daar specerijen vandaan. Gingen de kust van Afrika verkennen. Hoopten een zeeweg te vinden naar Azië.

In 1488 bereikten Portugezen Kaap de Goede Hoop.
In 1489 3 Portugese schepen India, o.l.v. Vasco da Gama.
In 1519-1521 voeren ze om de zuidpunt van Amerika naar het westen.

Factorij: handelspost: haven, pakhuisen, woningen: werd handel gedreven met de bevolking, schepen die langs kwamen konen voedsel en water aan boord nemen.

Spanjaarden en Portugezen vestigen een koloniaal rijk in Amerika.
Spaanse koning en koningin Columbus opdracht in 1492 naar Azie varen. Dachten dat ze Indië bereikt hadden. Dit was fout, was een nieuw werelddeel.

Spanje en Portugal vestigden een groot koloniaal rijk.
Spanjaarden veroverden Caribië, Mexico, Peru, Bolivia, Chili. Portugezen veroverden Brazilië.
Ze wilden een nieuw bestaan opbouwen, stichtten geen factorijen, dreven geen handel, maar exploiteerden het land, door het aanleggen van zilvermijnen en plantages.


Veel indianen en Afrikanen slachtoffer van Europese expansie overzee.
Veel Indianen werden verdreven, gedood, of gedwongen om voor Europeanen te werken. Velen kwamen om door ziekten. Waren niet gesteld op komst van vreemdelingen. Maar Eu schepen sterker en sneller. Ook konden ze niet op tegen de vuurwapens.
De expansie werd nog lang voortgezet, door EU landen . in 17de eeuw Hollanders invloed in Azië, 18de en 19de eeuw Fransen en Engelsen het machtigst.

Ook het heelal wordt beter in kaart gebracht.
Door ontdekkingsreizen werd een groot deel buiten de EU bekend.
Heelal beter bekend. Aarde middelpunt van heelal, zon, planeten, en sterren draaiden om de aarde.
Oost-Pruisische atronoom bracht daar verandering in, in 1543 schreef hij een boek. Met berekeningen van Ptolemaus en Copernicus. Door onderzoek kreeg hij de volgende overtuigingen.
- De zon is een vaste ster, die ronddoom haar wentelen. Waar zij het middelpunt van is.
- Naast hoofdplaneten ook secundaire planeten, die draaien om de hoofdplaneten. Samen draaien ze rond de zon.

- De aarde is een hoofdplaneet.
- De ogenschijnlijke bewegingen van de sterren is niet waar, komt door beweging aarde en schommelingen van haar as.
Dit ging tegen het gezond verstand in, het was tegen de schepping, aantasting van de mens: aarde niet meer het middelpunt. In 1616 is zijn boek verboden, maar 1835 opgeheven.



§2 de christelijke kerk valt uiteen.
Groeiend kritiek op de kerk rond 1500
In de late middeleeuwen nam het mensen dat kon lezen en schrijven toe. Vooral onder edelen en welgestelde burgers. Eind 15de eeuw boekdrukkunst.
Sommige kwamen tot de conclusie dat de Kerk de Bijbel anders uitlegde, en andere gebruiken door de Kerk. Zo scheidden mensen zich af van de kerk. Stichters kerken waren Luther, Calvijn: hervormers. En hun beweging de HERVORMING of REFORMATIE. De nieuwe kerken werden protestant genoemd.

De aflatenhandel als voorbeeld van verwording.
Om naleving van de normen zoals doden en overspel plegen zei de Kerk dat de mens hiernamaals gestraft zou worden.

De kerk maakte het mogelijk om de zonden af te kopen met geld en zo te betalen voor Gods vergeving. Veel mensen waren arm en kochten aflaten.
Luther verweet de kerk gewetenloosheid te stimuleren.

Luther protesteert.
Luther was eerst monnik en daarna professor in Wittenberg. Hij vond dat de geestelijken de bijbel meer en beter moesten lezen. Christenen moesten geen goede werken doen om in de hemel te komen, maar ze moesten in God geloven.
Luther wilde het pausschap, het celibaat(priesters mochten niet trouwen), veel sacramenten, en heiligenverering en de kloosterorden afschaffen: stond allemaal niet in de bijbel.
Ieder mens moest persoonlijk contact hebben met God. Hij vertaalde de bijbel voor de mensen in het Duits. Hij ijverde voor meer onderwijs, en de geestelijken waren te belangrijk. God moest vereerd worden en niet de paus en de geestelijken. Een geestelijke is maar een gewoon mens.

Hervorming: protestanten scheiden zich van de Katholieke kerk af.
De paus voelde hier niks voor, hij deed Luther in de ban. Luther kreeg steun van Duitse vorsten.

Verbraken betrekkingen met K.K. vorsten maakten zich hoofd van de kerk. In Scandinavië deden ze het ook. Lutheranisme aantrekkelijk voor vorsten:
- Werden hoofd van de kerk.
- Konden kloosters sluiten
- Bezittingen van kloosters overnemen.
- Onderdanen altijd gehoorzamen.
Luther kon het beter met de vorsten vinden dan met de bevolking: 1524-1525: boerenopstand, wilden meer vrijheid, stond volgens hen in de bijbel, Luther koos de kant van de vorsten. Hij schreef dat de opstandige boeren als dolle honden moesten worden neer geschoten.

Calvijn stichtten een eigen kerk, leer: calvinisme. In ons land het belangrijkste. Eerst GK, NHK.

Belangrijke verschillen tussen het calvinisme en lutheranisme:
- Bij lutheranen vorst het hoofd van de Kerk.
Bij calvinisten bestuurde iedere gemeente zichzelf door een raad van ouderlingen.
- Calvinisten mogen tegen hun vorst in verzet komen, als deze handelt tegen Gods gebod.

Engeland kreeg op een aparte manier een protestante kerk. Hendrik VIII kreeg ruzie met de paus omdat hij niet van zijn vrouw mocht scheiden. Richtte de Anglicaanse kerk op, zelf het hoofd. Veel vormen het zelfde als de KK:
- Kleurige kerkgewaden,Altaar met kaarsen,Bisschoppelijke hiërarchie .
In 1563 werden het celibaat, de mis, en het Latijn als kerktaal afgeschaft. Klooster op geheven.
Koning van Engeland benoemde als hoofd van de kerk de aartsbisschop en andere bisschoppen.
Hij kreeg daarbij steun van de adel, omdat deze dan veel grond van de kerk kregen.

De reactie van de katholieke kerk: de Contra-Reformatie.
Door het succes van de hervorming, nam de katholieke Kerk maatregelen en het werd tot bezinning gebracht. Door het overlijden van 2 pausen, uitbreken van de pest: vergaderden paus, kardinalen, en bisschoppen tussen 1545 en 1563 in Trente (Noord-Italië).


Heiligenverering, kwijtschelden van zonden door aflaten en goede werken, de sacramenten en de absolute macht van de paus werden gehandhaafd. Alle hervormingsbewegingen werden aan de officiële lijst van ketters toegevoegd. Maatregelen werden gemaakt op kerkelijk gebied:
- Een lijst met verboden boeken (index)
- Priesters werd verboden andere inkomsten.
- Verbood verhandelen van kerkelijke ambten en aflaten (alleen nog door gebeden en goede werken)
- Aanvaardde een Latijnse vertaling, waaruit de fouten waren gehaald.
- De leer op schrift in leerboek en catechismus.
- Voor priesters opleiding en celibaat verplicht.
- Verplichte priester tot vaste woonplaats.

De inquisitie ging tuchtelozen binnen de kerk opsporen en ketters vervolgen en veroordelen.

Pas vanaf de Franse Revolutie komt er godsdienstvrijheid in West-Europa.
Tot in de 18de eeuw vonden de koningen dat er 1 geloof moest zijn, anders kwam er ruzie.
Er bestaat nu nog steeds een scheiding tussen kerk en staat. Ze hebben hun eigen taak. Iedereen is vrij om te geloven wat hij wil. Mensen mogen niet op hun geloof worden gediscrimineerd.


Als gevolg van de Franse Revolutie werden er in veel EU landen grondwetten ingevoerd. Daarin werd de scheiding tussen kerk en staat vast gelegd.
Mensen mochten niet om hun geloof worden gevolgd, maar tot de 20ste eeuw gebeurde dat nog steeds, zoals: ze kregen een bepaalde functie niet, niet aan universiteit studeren, geen lid worden van parlement.

§3 Westerse wortels in de Grieks-Romeinse wereld.

Italianen nemen een voorbeeld aan onderzoekers/mensen uit de Grieks-Romeinse wereld.
Deze verandering in het denken noem je RENAISSANCE dit betekent letterlijk ‘’wedergeboorte’’.

Veranderend mensbeeld.
In de ME werd de mens als nietig schepsel gezien. In de RE ging men de mens zien als nieuwe scheppers. Zij vonden:

- De mens hoeft zich niet op de achtergrond te plaatsen.
- Iedere mens is belangrijk en leeft voor zich zelf.
- Het leven is geen voorbereiding op de dood, CARPE DIEM(PLUK DE DAG)
- Talenten mochten niet door het gezag worden beperkt.

De nieuwe ideale mens werd de ‘’uomo universale’’ genoemd. De mens moet zich ontplooien.

De Grieks-Romeinse invloed blijft maar in verschillende vormen.

Van Renaissance naar Barok
In de ME was de godsdienst heel belangrijk, alles was kunst met godsdienst.
In de RE was godsdienst nog steeds belangrijk, maar de huizen werden niet godsdienstig versierd. Kunstenaars gingen aandacht besteden aan perspectief en natuur.
De Barok, de macht en de grootheid van de kerk beter tot uitdrukking laten komen. Vaak aangenomen door absolute vorsten.
Het Classicisme
Vanaf de 2de helft van de 18de eeuw. Werd gestimuleerd door opgravingen in Herculaneum en Pompeji. Hier vonden ze veel Romeinse details.
Kunstenaars wilde rationeler aan het werk gaan. De juiste verhoudingen waren belangrijk. Wetten en regels. Tot ideale verhoudingen.

§ 4 Wetenschappelijke Revolutie

Veranderingen in wetenschappen sinds de Renaissance.
Geleerden waren geestelijken, deden onderzoek op godsdienstig gebied.

Vanaf de Renaissance gingen ook andere mensen onderzoek doen op andere gebieden. Ze wilden zich niet onderwerpen aan de kerk bij hun onderzoek.
Belangrijke kenmerken van de Wetenschappelijke Revolutie zijn:
- Een nieuwe manier van onderzoeken: observeren, redeneren.
- Uitvindingen zorgden voor vooruitgang op medisch gebied en spierkracht, wind, water,gas, magnetisme, stoom, elelectriciteit.
- Verzet van de kerk en de overheid.
De RE onderzoekers wilden onderzoeken doen op: waarneming, ervaring, experimenteren: dit is empirische methode. Ook dit was al in de oudheid.

Onderzoekers vinden veel tegenstand in de 16de eeuw.
Tegenstand van de kerk. Onderzoeken werden gemeden. Twee bekende slachtoffers zijn:
Bruno:

Galilei:
Newton:
Leeuwenhoek:
Door deze uitvindingen kregen de Europeanen een voorsprong op de rest van de Wereld.

§ 5 het Ancien Régime gaat in Europa een rol spelen.

Is het oude bewind. Absolute macht van de Franse Koning, en pracht en praal aan het hof. Mensen in EU leerden ook Frans spreken en lezen, mode en kookkunst. Parijs is nog steeds bekend om mode.

De vorst en zijn steden breken de macht van de adel.
De adel kreeg nieuwe functies, een deel bleef de militaire tradities trau en trad als bevelhebber in dienst bij de koning,

Een ander deel kreeg taken in het bestuur van de vorst. Als gouverneur, of provinciaal machthebber. De oude adel werd aangevuld met burgers, die als financier of bestuurder in de adelstand werden verheven.

De vorst verwerft in veel Europese staten absolute macht.
In Frankrijk en veel landen kreeg de koning, die absolute macht. Dit noem je een autocratie. De vost heeft de overtuiging dat God hem heeft aangesteld om te regeren over zijn onderdanen. Hij is aan niemand verantwoording schuldig.

De vorst bouwt zijn macht op 2 monopolies.
- Het belasting monopolie:
- Het geweldsmonopolie: zeggenschap over politie en leger.

Engeland en de Republiek als uitzondering.
Wetten kregen hier pas macht als het parlement zijn goedkeuring had gegeven. Ook waren er grondrechten. Zodat je jezelf kon verdedigen voor de rechtbank.
§ 6 de verlichting

De 18de eeuw word de VERLICHTING of de Eeuw van de Redelijkheid genoemd. De onderzoekers worden verlichters genoemd. Zij vonden dat de samenleving net als de natuur met het verstand moest worden onderzocht. Hierdoor zou de kennis van de mensen toenemen. En de problemen opgelost kunnen worden.

Opkomen voor een menswaardig bestaan.
In de Middeleeuwen was het leven een voorbereiding op het leven na de dood. Het leven op aarde is minder belangrijk. De verlichters vonden dat de mensen in hun leven op aarde gelukkig moesten zijn.

Vrijheid is belangrijk: meningsuiting, drukpers, geloven wat je wilt, handel drijven met wie je wilt.
Verlichters streden tegen marteling gevangen, godsdienstvervolging, oorlog, heksenverbranding en slavernij.

De verlichters en de godsdienst.
God is de schepper van de wereld, maar God greep niet in de wereld in. Werd beheerst door natuurkrachten die met verstand verklaard en aangetoond konden worden.
Agnosten (niet-wetenden): wisten niet of ze wel of niet in een God moesten geloven.
Andere meenden dat alle godsdiensten van de wereld uit de natuur voortkomen. En dat het dwaas was dat godsdiensten met elkaar in strijd waren.

De verlichters en de economie.
Volgens Adam Smith moest iedereen de vrijheid hebben om eigen belang na te streven. Werden geleid door een onzichtbare hand. Je kreeg het niet door welwillendheid maar door eigenbelang.

De verlichters en de politiek
Waren voor volkssoevereiniteit. Degenen die de macht hebben ontlenen hun macht aan het volk en zijn verantwoordelijk voor het volk.

- John Locke
o Regeringen moeten hun beleid op wetten baseren die voor iedereen gelijk zijn.
o Belastingen mogen alleen met toestemming volk of vertegenwoordigers worden geheven.
o De staat mag geen dwang uitoefenen op de burgers bij keuze godsdienst.
o De staat moet alle godsdiensten gelijk behandelen.
- Jean-Jacques Roussau
Er moest een verdrag gesloten waarin iedereen beloofde te gehoorzamen aan de gemeenschappelijke wil. Als dit niet werd gehoorzaamt zal gedwongen worden,
- Montesquieu
Door wetgevende macht moet er wetten voor een bepaalde tijd gemaakt worden.
Door rechtsprekende macht moet straft zij de misdaden en oordeelt over ruzies.
Als dit samen door 1 persoon gaat is er geen vrijheid.

Vereren van de natuur.
Mensen moesten een voorbeeld nemen aan de natuur. De mens is van nature goed. Het kwaad was een gevolg van slecht bestuur en onverdraagzaamheid en onwetendheid.


Andere culturen respecteren
De Europeanen dachten dat ze alles het beste wisten. De mensen moesten een voorbeeld nemen aan de Grieken en Romeinen. Door dat ze er achter kwamen dat er veel verschillende culturen waren, gingen ze twijfelen of zij wel de goede hadden. Of konden ze wat van andere leren?

§7 De verlichte despoten.

Enige vorsten waren bereid om de verlichte ideeën uit te voeren. (despoten) Ze hielden wel zelf de macht in hand. Ze hadden dit nodig om de staat goed te besturen. Hielden rekening met bevolking. De vorst moest bedenken dat hij ook maar een mens is.

§8 de oorzaken van de Franse Revolutie.

De Franse samenleving werd verdeeld in 3 lagen:
- De 1ste stand: geestelijken.
- De 2de stand: edelen.
- De 3de stand: gegoede burgers
- De arme bevolking in stad en platteland werd niet meegeteld.

De geestelijkheid en de adel hebben het veel beter.
De kerk bezat 10% van al het land in Frankrijk. Maar 1% van de bevolking was geestelijke. De kerk hoefde zelf geen belasting te betalen.
De adel bezat 20% van al het land in Frankrijk. Dit was maar 1,5% van de bevolking was van adel. Hoefde bijna geen belasting te betalen. De hoge edelen kregen de belangrijkste functies in de Kerk, leger en bestuur van het land.


Ontevredenheid onder andere bevolkingsgroepen.
80% van de bevolking bestond uit boeren. Wilden meer grond en eerlijkere belasting.
2% werkte in de nijverheid. De werklieden vonden dat ze te lang en te hard moesten werken, onder ongezonde en onveilige omstandigheden het loon was laag en niet genoeg.
Een klein deel van de burgers was zeer rijk. Ze waren het er niet mee eens dat de edelen alle belangrijke functies kregen. Ook vonden ze het niet eerlijk dat zij wel belasting moesten betalen. En edelen en geestelijken niet, ook wilden ze vrijheid van meningsuiting en drukpersvrijheid.

Het land wordt slecht bestuurd.
De regering had grote schulden dat kwam door de oorlogen, hoge functies konden gekocht bij de koning. De rechtspraak was oneerlijk, mensen konden zomaar in de gevangenis worden gezet. De mensen in de 3de stand werden zwaarder gestraft dan de andere standen.

§9 het verloop van de Franse Revolutie.

De koning wilde de edelen meer belasting laten betalen, de edelen wilde dit niet. De Staten-Generaal moest om toestemming worden gevraagd. Dat is een vergadering van de 3 standen onder leiding van de koning. Er werd per stand gestemd en niet per persoon. Daarom dacht de adel met de steun van de geestelijkheid te winnen. Er gebeurde wat anders: de 3de stand riep zich uit tot de Nationale Vergadering, en ging apart vergaderen, zij besloten dat Frankrijk een nieuwe grondwet moest krijgen, daarin moest staan dat de koning minder macht moest hebben. Ook moesten er rechten en plichten van de inwoners wonden opgenomen, ze kregen steun door de lage geestelijken, en enkele edelen.


De koning geeft toe aan de Nationale Vergadering.
De koning verbood het samenkomen, zij trokken zich er niets van aan. De koning trok het verbod en stuurde tropen naar de rand van Parijs. De bevolking was bang en bestormde de Bastille voor wapens, de koning stuurde de soldaten weg, maar het was te laat. Doordat op het platteland werd verteld dat edelen soldaten aan het verzamelen waren raakte de boeren in paniek, en ze gingen de landgoederen van de edelen plunderen.
In andere steden kozen de burgers voor de NV. Ze gingen naar Versailles om de koning en de NV. Naar Parijs te brengen. Uit angst keurde de koning het goed:
- Afschaffing voorrechten van edelen en geestelijken.
- Openstelling van alle ambten in kerk,regering, leger.
- Toestemming om rijke burgers en boeren land te kopen wat van de kerk is.
- Sterke beperking macht koning.
- Invoering scheiding wetgevende, uitvoerende, rechtsprekende (montesquieu)
- Invoering beperkt kiesrecht dat de macht in handen van de gegoede burgers.
In 1789 verklaring van NV van ideeën over verlichting, dit werd de inleiding van de grondwet.

Radicalen verslaan hun vijanden.
Lodewijk XVI probeerde met zijn gezin naar het buitenland te vluchten, hij hat daar Franse troepen verzameld en rekende op buitenlandse steun. Lukte niet en werd onderweg gevangen genomen.

In 1792 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk, zij kregen steun van de Pruisen, en vielen samen Frankrijk binnen. Dit koste Lodewijk en Marie Antoinette de troon en hun leven.
De radicalen wilde stemrecht voor iedereen, verhoging lonen, verlaging prijzen. Kregen steun van de armen Parijse bevolking.
Jacobijnen: radicale parlementsleden. Girondijnen: gematigde parlementsleden.
De radicalen werden de baas doordat ze Girondijnen gevangen namen en terechtstelden. Ze begonnen o.l.v. Robespierre een Terreur. Wie het niet met hun eens was belandde onder de guillotine, onder alle bevolkingsgroepen vielen slachtoffers. Dit waren ook Lodewijk en zijn vrouw.
De radicalen organiseerden het leger en de staat goed. Er kwamen maatregelen zoals, maximumprijzen voor 1ste levensbehoeften, dienstplicht werd ingevoerd, 1ste land.

Napoleon wordt die nieuwe heerser van Frankrijk.
In 1799 greep Napoleon de macht, hij was een jong officier met veel militaire successen. Daardoor kreeg hij steun van de soldaten. Hij veroverde een groot deel van de EU. En werd bij Waterloo definitief verslagen (1815). Veel maatregelen van hem bleven bestaan zoals de Code Napoléon in veroverde landen. Ook breidde hij de ideeën van de Verlichting uit zoals:
- Iedereen was gelijk voor de wet.

- Niemand mocht gevangen genomen worden zonder dat er een rechtszaak op volgde, deze moest open baar zijn, en je moest je kunnen verdedigen.

§10 overzeese expansie.

Wereldwijde handelscontacten leiden tot begin wereldeconomie.
Overal in de wereld leerde men nieuwe producten, grondstoffen en huisdieren kennen. Omdat niet al deze dingen in 1 land groeiden ontstond er een handel tussen verschillende werelddelen.
In de 17de eeuw was de handel tussen de verschillende werelddelen niet groot, er waren maar weinig schepen, deze waren ook klein, ook was dit omdat alleen de rijken deze spullen gebruikten.
In de 18de eeuw kwam er verandering, mensen in de EU gingen koffie, thee, cacao, tabak en suiker gebruiken. Het kopen van deze producten bleef kostbaar. Door de welvaart konden er meer mensen deze producten kopen.
Dit bracht nieuwe voordelen: producten, banen, rijkdom voor velen uit de bovenlaag van de bevolking. De niet EU volken waren benadeeld, sommige werden gedwongen om producten voor de EU te verbouwen, deden ze het niet dan werd er geweld gebruikt.


Plantage koloniën worden gesticht in Amerika.
Vanuit de EU gingen veel mensen naar MA en ZA, de Indianen werden verdreven, gedood, of gedwongen om voor ze te werken. De EU waren sterker omdat ze paarden en vuurwapens hadden.
De zilvervloot van Spanje werd overvallen door Engelse en Nederlandse kapers. Er was ook veel grond in Amerika. In het binnenland kwam veeteelt, de huiden werden tot leer gemaakt.
In de kustprovincies werden plantages aangelegd met suiker, tabak en koffie.

Ontstaan van handelskapitalisme.
Kapitalisme: een economie waarbij de grond en bedrijven in handen van ondernemers zijn die zo veel mogelijk winst willen maken. Kenmerken:
- Arbeider werkt in opdracht van werkgever. Deze is niet aanwezig, (scheiding kapitaal en arbeid).
- Werkgever is zakenman die kapitaal heeft om grondstoffen, werktuigen, vervoermiddelen en lonen te betalen.
- Meeste bedrijven in handen van particulieren.

- Werkgever probeert zoveel mogelijk winst te maken.
Handelskapitalisme: vorm van kapitalisme waarbij winst d.m.v. handel wordt gemaakt. De werkgevers zijn vooral kooplieden die via huisnijverheid producten lieten maken, dit ontstond in 1400.

REACTIES

M.

M.

Ik vind het wel goede informatie, maar de zinnen zijn heel raar geformuleerd. Ook al is het een samenvatting dan hoef je niet zulke zinnen te maken

13 jaar geleden

A.

A.

Ik heb deze samenvatting gebruikt omdat ik geen andere kon vinden, maar ik vind het geen fijne samenvatting, de informatie is wel goed maar voor sommige zinnen moest ik mijn eigen boek erbij pakken om te kijken wat je bedoelde.. Erg lastig.

12 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.