Hoofdstuk 3 de tijd van monniken en ridders
3.1 de opkomst van de islam
De profeet
- Arabië grensde aan twee hoog ontwikkelende wereldrijken; het Perzische rijk en het Byzantijnse rijk.
- Mekka werd gebouwd in een oase, tussen de Middellandse Zee, Oost-Afrika en India.
- In de 7e eeuw was Mekka een welvarend handelscentrum, de stad stond vooral bekend om de Ka’ba.
- In 610 kreeg Mohammed een visioen op de berg Hira, volgens de koran omklemde een engel hem en beval hem Allahs (Gods) woord door te geven. Dit weigerde hij drie keer.
- Mohammed dacht dat hij waanzinnig werd en wilde zichzelf doden, totdat de engel Gabriël hem tegenhield.
- Vanaf die dag kreeg Mohammed visioenen van god, die hij door vertelde aan de volgelingen en werden op geschreven in de koran. Zo ontstond de islam.
Moslims, joden en christenen
- Christendom, Jodendom en de Islam hadden veel overeenkomsten;
• ze geloofden allemaal in één almachtige god, die kon worden gekend via een in een heilig boek vastgelegde openbaring.
• ze geloofden in een individueel leven na de dood
•de geloven gaven normen van goed en kwaad
•de geloofden moesten niet alleen in god geloven, maar hem ook eren door goed te leven
- Volgens de koran hadden de Arabieren de joden dezelfde stamvader;
• de joden waren nakomelingen van Abrahams zoon Izak
• de Arabieren waren nakomelingen van Abrahams zoon Ismaïl
- Op een nacht zou een magisch paard Mohammed naar Jeruzalem (tempelberg) hebben gevlogen, daar werd hij begroet door Abraham, Mozes en Jezus. Daarna zou hij langs een ladder naar de hemel zijn geklommen waar God hem vertelde dat moslims 5 keer per dag tot hem moesten bidden.
Islamitische veroveringen
- De islam was een universele godsdienst, een godsdienst die zich richtte tot de hele mensheid.
- Moslims waren verplicht tot de jihad, de inspanning om de islam te verbreiden.
- Het begin van de islamitische jaartelling begon in 622, toen Mohammed naar Medina kwam.
- In Medina kreeg hij de politieke macht, zodat dit de eerste islamitische staat werd.
- In 630 veroverde Mohammed Mekka.
- Na zijn dood, in 632, breidde zijn opvolgers de islam nog meer uit. De islam werd de heersende godsdienst.
- In 650 viel de expansie stil, maar in 660 begon hij opnieuw. Ze veroverde Centraal-Azië, Noord-Afrika en Constantinopel (hoofdstad van het Byzantijnse rijk).
- Van het Byzantijnse rijk bleef alleen nog maar Klein-Azie en Griekenland over.
- In 711 staken de moslims over naar Spanje, ze drongen door tot het hart van het Frankische rijk.
- In 732 werden ze teruggeslagen bij Poitiers en vluchtte ze naar de Pyreneeën.
- In 732 stopte de expansie.
Culturele bloei
- De Arabische veroveringen waren mogelijk vanwege meerdere redenen;
• militair superieur door de snelheid, hardheid en taaiheid.
•ze waren verbonden door het geloof, keerden ze zich met een heilige opdracht tegen de ongelovigen.
• wie in de jihad sneuvelde, ging rechtstreeks naar het paradijs.
• ze vernietigde de cultuur niet, maar ze namen het over. Ze voegden bijvoorbeeld bestaande bouwkundige tradities samen in een nieuwe architectuur.
• het Perzische en Byzantijnse rijk waren verzwakt door de dood van Mohammed.
- Christenen en Joden werden tegen betaling van een speciale belasting met rust gelaten zolang ze de profeet Mohammed niet beledigden en zich niet tegen de islamitische overheid verzetten.
3.2 hofstelsel en horigheid
Verval
- In het Romeinse rijk woonden veel mensen op het platteland. De meeste steden hadden 10 000 inwoners, grote provincie hoofdsteden hadden er 50 000 en Rome stak er bovenuit met 1 miljoen.
- De steden waren de centra van waaruit het rijk werd georganiseerd, waaruit handel en nijverheid werden bedreven en waar de cultuur bloeide.
- Na de splitsing van het Romeinse rijk in 395 bleef in het Oost-Romeinse rijk de landbouwstedelijke samenleving bestaan.
- In West-Europa gingen ze ten onder van chaos en geweld, gewapende bendes hadden vrij spel, Germaanse stammen trokken binnen en Germaanse krijgsheren leverden voortdurend de strijd met elkaar.
- Er kwamen epidemieën en van de steden bleven alleen nog maar restanten over.
Een karig bestaan
- De West-Europese economie was in de jaren 500-1000 vrijwel volledig agrarisch, omdat de opbrengst van het land zo laag was moest het overgrote deel van de bevolking in de landbouw werken.
- De landbouwsamenleving was grotendeels autarkisch.
- De boeren werden overheerst, onderdrukt of zelfs geterroriseerd door de adellijke heren van wie ze afhankelijk waren.
Halvrije boeren en heren
- In West-Europa bleven in de vroege middeleeuwen vrije boeren en slaven bestaan, maar de meeste mensen gingen op in de nieuwe klasse van horigen.
- Horigen waren niet helemaal rechtloos en hadden vaak land, maar mochten hun grond niet zonder toestemming van hun heer verlaten.
- Het hofstelsel ontstond toen de boeren bescherming wilde en daarvoor allerlei verplichtingen aangingen.
- Bij het hofstelsel deelde de grootgrondbezitter van het land zijn domein in tweeën. De ene kant, het vroonland, was voor de heer zelf en de andere kant, het hoevenland, was voor de boeren.
- De boeren moesten voor dit land vaak klusjes doen voor de heer, bijvoorbeeld op zijn land werken.
3.3 het feodale stelsel
Vazallentrouw
- De Romeinse staat zorgde in europa met zijn enorme leger en zijn ambtenarenapparaat drie eeuwen lang voor vrede, orde en veiligheid. Maar rond 500 was er nog weinig over.
- Koningen werden afhankelijk van lagere heren en de lagere heren waren afhankelijk van de koningen, zo ontstond het feodalisme. (het feodale stelsel)
- Het feodale stelsel kwam erop neer dat een heer een stuk grond of een ambt in leen gaf aan een lagere heer en daarvoor terug kreeg de heer zijn hele leven lang trouw met raad en daad.
Karolingers
- Het feodale stelsel kwam veer het eerst voor in het Frankische rijk van Karel de Grote, de eerste keizer voor West-Europa in 324.
- Karel de Grote (768-814) is de kleinzoon van Karel Martel. Karel werd de machtigste Europese vorst van de vroege middeleeuwen.
- Toen Karel de Grote koning werd bestond het rijk uit Frankrijk, België, Nederland en een stukje Duitsland. Na een reeks oorlogen en verslagen breidde hij dit uit met Duitsland, stukken Slavisch gebied, het Pyreneeën- en Alpengebied, Noord-Italië en delen van de Balkan.
- Door technische verbeteringen ontstonden de ridders, de ruiters kregen betere lansen en zwaarden, een maliënkolder en een stijgbeugel.
- Karel verdeelde zijn land in een paar honderd districten, die elk een graaf of hertog aan het hoofd kregen.
Versnippering
- Karel betaalde zijn vazallen, waardoor ze erg onafhankelijk werden. Maar Karel was er van verzekerd dat hij ongeëvenaard gezag had.
- Na de dood van Karel de Grote ging het niet meer goed met het feodale stelsel. In principe werd het grond geleend totdat de heer dood ging. Maar de vazallen gingen hun zien als erfelijk bezit en probeerden het aan hun kinderen door te geven.
- Graven en hertogen gingen zich steeds meer als zelfstandige heersers gedragen, in de 9e eeuw gingen zij zelf ook land in leen geven.
- Rond het jaar 1000 waren in grote delen van Europa de feitelijke macht in handen van kleinere kasteelheren.
3.4 Christendom in Europa
In het gedrang

- Volgens de Bijbel had Christus zijn volgelingen opgedragen alle volkeren tot zijn leerlingen te maken en te dopen in zijn naam.
- Het Christendom raakte in West-Europa na de splitsing van het Romeinse rijk in het gedrang.
- In 450 verbreidde de monniken het Christendom naar Ierland.
Ommekeer
- Een keerpunt was de bekering van Clovis. De Frankische krijgsheer had in 496 in een veldslag in nood de God van de christenen aangeroepen. Na de overwinning liet hij zich dopen, met duizenden andere krijgers.
- Clovis en zijn opvolgers bevorderden het Frankenrijk. Zo Koning Childeric gaf iedereen het bevel afgodsbeelden te verwijderen.
- Ierse monniken brachten het geloof rond 600 naar Brittannië. Tegelijk begon de paus de kerstening vanuit Rome te bevorderen.
- De pas gaf Willibrord de leiding bij de bekering van de Friezen en stuurde Bonifatius naar Duitsland.
- De kerstening verliep moeizaam, in het zuiden rukte de islam op, in het noorden verzetten de Saksen zich en Bonifatius werd in 754 door Friezen bij Dokkum vermoord.
- Uiteindelijk stelde Karel de Grote de overwinning van het christendom bij de Friezen en Saksen zeker. Nadat ze in 772 een kerk in Deventer in brand hadden gezet en Karel de Grote aanviel. De definitieve overwinning behaalde hij in 804, toen hij de Saksische leider Widukind versloeg.
Naar het oosten en noorden
- Vikingen teisterden het verdeelde Europa met plundertochten, vanaf de oostelijke steppen drongen de Hongaarse ruiters op maar met behulp van sterke Duitse keizers sloeg het christendom is 10e eeuw weer terug.
- In het oosten gingen de koning van Polen en andere Slavische vorsten tot het christendom over.
- Dit gelde ook voor de Hongaarse Koning, de Deense, Noorse en Zweedse koninginnen en IJsland
- Bulgarije werd vanaf de 9e eeuw tot het christendom gebracht, Rusland vanaf 988.
- Oost en West beschouwden zich nog als een christenheid maar door eeuwen van scheiding uit elkaar gegroeid. Ze spraken niet meer dezelfde taal en de leiders waren verandert.
- In het Westen was de bisschop van Rome geleidelijk uitgegroeid tot leider van de kerk, terwijl in het Oosten de keizer de eerste plaats in nam.
- De definitieve breuk was in 1054 toen de paus eiste dat hij ook in Byzantium werd gehoorzaamd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

Niet alles staat er op

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Top! dankjewel

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

bij mij staat er niks over de islam enzo?

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast