Hoofdstuk 3

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 3471 woorden
  • 27 maart 2002
  • 17 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 17 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Paragraaf 1 Van autocratie naar dictatuur;

Een ongelijke samenleving:
In de 19e eeuw werd Rusland bewoon door een mozaïek van volkeren. Het Tsaristische Rusland kende weinig vrijheid. Met name de boeren bevolking leefde een geknecht bestaan. Degene die kritiek leverde op de tsaar werd verbannen.
De opbouw v/d samenleving is te zien in een piramide.
Tsaar (alleen heersende Keizer)
Adel en Geestelijken

De Burgers en de vrije boeren
De rechteloze lijfeigenen
De lijfeigenen werden als producten verhandeld, en hadden helemaal niks in te brengen over hen eigen bestaan. De weerstand tegen de slavernij groeit, Rusland was het enige land in europa waar dat nog bestond. In 1861 schafte tsaar Alexander de II het lijfeigenschap af. En in 1864 kwam er een voorzichtige vorm van lokaal zelfbestuur.

De laatste Tsaren:
Alexander de II is de geschiedenis ingegaan als de bevrijder. Maar de hervorming ging velen niet ver genoeg. De boeren moesten hun eigen vrijheid afkopen, en de landheren hadden nog steeds heel veel macht. En het zelfbestuur bleef ook geheel ondergeschikt aan de tsaristische overheid. En het verzet groeide in die tijd.
Politieke ideeën uit het westen kregen invloed in rusland, Liberalisme vooral onder de burgers, en Marxisme onder de studenten. De democratische invloed uit het westen baarde de Tsaren veel zorgen.
In 1879 werd de radicale organisatie “Volkswil”opgericht. Deze groep wilde de Tsaar ten val brengen. En onder het motto:”De geschiedenis is langzaam, we moeten haar soms een duwtje geven.” Werd een aanslag op Alexander II voorbereid. En in 1881 werd de tsaar vermoord in Sint-Petersburg.

Maar de volkswil bereikte niks. Alexander III executeerde de radicale aanhang, of men werd verbannen. En de geheime politie moest verdachte mensen in de gaten houden. En in 1894 volgde Nicolaas II hem op, hij was de laatste Tsaar.

De opstand van 1905:
In het begin v/d 19e eeuw was rusland in oorlog met Japan. Een oorlog die veel doden en honger zou brengen. En de liberale burgers vroegen in een resolutie inspraak in de landsbesturing. Op 9 januari 1905 leidde priester Gapon een demonstratie naar het paleis van Nicolaas II. In paniek opende de paleiswacht het vuur, wat veel doden heeft veroorzaakt.
Het bloedbad had als gevolg dat er veel verzet tegen de tsaar kwam. Boeren staken huizen van landheren in brand, matrozen sloegen aan de muiterij, en er kwamen sovjets (zelfstandige comités die het recht opeisten om in vrijheid te vergaderen en te spreken over hun behoeften en afgevaardigden te kiezen.
Dat leidde op 30 oktober 1905 tot het Oktobermanifest; waarin Nicolaas II vrijheid van meningsuiting, vergadering en vakvereniging garandeerde. En hij richtte de Doema (parlement) op.

De februari-revolutie van 1917:
In de 1e wereldoorlog leed het Russische leger zware verliezen en er heerste zware armoede en hongersnood achter het front.En dat zorgde er voor dat het laatste beetje vertrouwen in de tsaar verdween. En in februari 1917 begon in de straten van Sint-Petersburg een nieuwe opstand, het leger en de politie kozen ook de kant van het volk. En op 2 maart deed tsaar Nicolaas II afstand van de troon, en de Doema kreeg de macht.
Maar de oorlog woedde voort, en het volk had meer vertrouwen in de sovjets dan in de voorlopige regering. Er woedde op het platteland opstanden die het karakter kregen van een ware oorlog. In april 1917 kwam de communistische leider Lenin terug in rusland. Lenin had de ideeën van het Marxisme aangepast, hij geloofde niet dat de boeren en arbeiders spontaan in opstand zouden komen, maar een duwtje nodig hadden. En daar zorgde hij voor met zijn aanhang, de bolsjewisten. Omdat het volk meer vertrouwen had in de sovjets dan in de voorlopige regering, koos Lenin ook de kant van de sovjets. En hij ontvouwde de aprilstellingen waarin stond: “Alle macht aan de sovjets, alle grond aan de boeren en vrede met Duitsland.” In grotere steden dan Moskou en Petrograd had Lenin al gauw de meerderheid. Maar de boeren voelden niet zo veel voor een bolsjewistische éénpartij bewind, maar wel voor een opstand in naam van de sovjets. In het najaar van 1917 was de chaos zo groot dat lenin het tijd vond voor een revolutie. En op 25 oktober (7 november voor ons) vond de greep naar macht plaats zonder al te veel bloedvergieten. ’s Ochtends sloeg de voorlopige regering al op de vlucht. En de volgende dag kwamen afgevaardigden van alle sovjets bijeen. De radicalen hadden de meerderheid en kozen een geheel communistische regering.

De oktober-revolutie van 1917:
De regering schreef vrije verkiezingen uit, zoals dat beloofd was. De communisten kregen niet de meerderheid, maar lenin verklaarde de verkiezingen nietig. En eigende zichzelf de macht toe. In 1921 kwamen matrozen in opstand tegen lenin, deze opstand werd met geweld neer geslagen.

Burger oorlog:
Onmiddellijk na de revolutie, verklaarden de communisten alle productiemiddelen staatseigendom. Wie zich nog aan prive bezitten vasthield kreeg te maken met terreur van de staat. En de geheime politie (de Tsjeka) zag het licht.
Alle tegenstanders verenigden zich om de communisten af te zetten. Zij waren de witten en de communisten waren de roden. En drie jaar lang werd een burgeroorlog uitgevochten, die uiteindelijk door de roden werd gewonnen. Maar de oorlog kostte het leven van 5 miljoen mensen, waaronder de voormalige tsaar en zijn familie. Zij waren in juli 1918 om het leven gebracht.
Lenin stierf in 1924.

Paragraaf 2 Rusland onder de rode Tsaar;

Kameraad Kaartsysteem:
Toen lenin stierf werd er al gestreden om zijn plek als regeringsleider. Uit eindelijk Kwam Josef Stalin (Josef Djoegasjwili) als winnaar uit de strijd. Hij was een brute, introverte, zwijgzame man, met arme ouders. Tot zijn dood in 1953 zou hij de baas zijn in de Sovjet-Unie.
Tijdens de oktoberrevolutie van 1917 had Stalin een ondergeschikte rol gespeeld. Hij steeg pas in aanzien en positie toen Lenin hem in 1922 benoemde als secretaris-generaal van de communistische partij. En in deze functie kon hij zijn macht uitbreiden door politieke vrienden aan te stellen of te promoveren. En tegenstanders te laten “verdwijnen”. Lenin had voor zijn dood nog geen nieuwe leider aangesteld, en toen hij dood was. Schakelde Stalin de ene na de andere tegenstander uit. Tot hij in 1929 de grote leider was.

Socialisme in één land:
In 1925 sprak Stalin over de toekomst van het communisme: Jullie moeten je niet zo druk maken om een internationale revolutie. “Zelfs als ze nooit zou uitbreken, kunnen we in dit land een klassenloze maatschappij opbouwen.” Stalins woorden veroorzaakten een storm van opwinding in de Sovjet-Unie. Elke rechtgeaarde communist geloofde in een wereldrevolutie. Ondanks alle opwinding, maakte Stalin zich populair onder de nieuwe partijleden.
Hoe dacht Stalin gestalte te geven aan het socialisme in 1 land? Allereerst moesten de economische experimenten van Lenin en Boucharin stop worden gezet. Na de revolutie was de partij begonnen met het onteigenen van productie middelen. Het verzet hiertegen was zo groot dat Lenin tijdens de burgeroorlog boeren en kleine zelfstandigen de vrijheid terug te geven om voor de vrije markt te produceren. Deze maatregel uit 1921 stond bekend als de Nieuwe Economische Politiek. In 1929 schaftte Stalin de NEP weer af. Een staats commissie kreeg de opdracht op van de Sovjet-Unie een industriële natie te maken. En het vijf-jarenplan zag het licht. Het Russische landschap kreeg een ander aanzicht, overal verschenen steenkoolmijnen en staalfabrieken. Er was nu alleen nog het probleem dat de USSR werd bewoond door 25 miljoen boeren die voor de vrije markt produceerden. Ook de boerderijen moesten worden gecollectiviseerd. De grote (gezamenlijke) boerderijen werden kolchozen genoemd, en ze moesten 7/8ste van de opbrengst afstaan aan de staat. Maar de boeren verzetten zich hevig tegen de collectivisatie. Als antwoord lanceerde Stalin een terreurcampagne. Onwillige boeren werden uitgemaakt voor koelakken Velen van hen slachtten liever hun eigen vee, en lieten akkers oningezaaid, dan dat ze zich lieten opsluiten in de kolchozen. Dat had ernstige gevolgen voor de Russische veestapel, die met meer als de helft slonk. In Oekraïne was het verzet zo groot dat Stalin het gebied hermetisch liet afsluiten. Wat leidde tot een hevige hongersnood, miljoenen doden, en kannibalisme.

De grote terreur:
Tussen 1918 en 1922 had rusland geen wetboek van strafrecht. Die kwam er pas in juni 1922. In 1934 werd de vooraanstaand partijleider Sergei Kirov vermoord. Vele russen hadden er op gehoopt dat hij een beetje macht van Stalin af kon nemen. Stalin was weer een geduchte concurrent kwijt, en er werd dan ook al snel; gedacht dat hij achter de moord zat. Stalin beval de arrestatie van 100den mannen die iets met de moord te maken zouden hebben. En er ontstonden massale executies en deportaties. Het grote net van strafkampen in de Sovjet-Unie noemde men de Goelag Archipel. De tijd na de moord op Kirov noemt men de grote terreur, en het kostte 10/20 miljoen mensen het leven. Het doel is volgens de makkelijkste theorie dat Stalin geen enkel verzet duldde. Alleen hij bepaalde hoe de russen dachten en handelden. Stalin regeerde door middel van angst, met behulp van een groot verklikkerapparaat. Zelfs de leden van de communistische partij waren niet veilig. Belangrijke communisten (die op den duur gevaar konden betekenen voor Stalin) legden in showprocessen de meest onwaarschijnlijke bekentenissen af.
In de totalitaire staat diende de hele samenleving door de comm. partij gecontroleerd te worden. Westerse abstracte kunst werd verboden, en kunstenaars moesten sociaal-realistisch te werk gaan. Niet alleen kunst, ook het onderwijs werd streng gecontroleerd. Het geschiedenisonderwijs vooral, op Stalins bevel werden de boekjes herschreven. Allemaal zo dat Stalin in een goed daglicht kwam te staan.

De laatste jaren:
In 1941 begon Hitler aan de operatie Barbarossa, de aanval op de USSR. Ondanks de snelle opmars lukte het de Duitsers niet voor de winter de grote steden als Moskou, Stalingrad, en Sint-Petersburg te bezetten. Stalin slaagde er in de massa voor zich te winnen, door te zeggen dat niet alleen het communisme, maar heel rusland gevaar liep. En het nationalisme in de burgers kwam boven. En de 2e wereldoorlog werd omgedoopt in de grote vaderlandse oorlog. Vanaf de slag bij Stalingrad (1943) was de oorlog in handen van het rode leger. Dat leidde tot een reeks overwinningen, tot de Duitse overgave in 1945. Maar de verwoesting was levens groot, 25 miljoen mensen waren dakloos, en 20 miljoen russen waren gestorven. Ook tijdens de oorlog hield de terreur aan. Hele sovjet volkeren zoals de Krim-Tataren en de Tsjetsjenen werden verbannen naar Siberië. Omdat zij ervan verdacht werden, te hebben samengewerkt met de Duitsers. Russische krijgsgevangenen werden naar Siberië de gedeporteerd omdat ze zich gevangen hadden laten nemen.
Stalins vreemdelingenangst ging zo ver dat hij zelfs huwelijken tussen russen en westerse mensen onwettig liet verklaren. En alleen Russische prestaties mochten worden genoemd. En het was op den duur zelfs zo dat de meeste uitvindingen Russisch waren.
Begin maart 1953 stierf Stalin na een hersenbloeding.

Paragraaf 3 Aan de Sovjet-leiband;

Herschikking van landen en mensen:
Tijdens de 2e wereldoorlog ruste de taak om oost en midden europa te bevrijden op de schouders van de Russen, de Geallieerden bekommerden zich meer om zuid en west europa, en de Amerikanen op het verslaan van de japanners. Toen de westerse machthebbers beseften wat voor gevolgen dit kon gaan hebben, was het al te laat. Stalin maakte in het eindstadium van de oorlog al plannen om de dienst uit te kunnen maken in de landen die “hij” bevrijd had.
Hij wou de Oost-Europese landen gebruiken als bufferzone, met daarin gehoorzame (communistische) regeringen. En zo rolden de Oost-Europese landen van een dictatuur (Hitler) in een dictatuur (Stalin).
De Duitstalige bevolkingsgroepen werden in o.a Tsjecho-Slowakije, Polen en Hongarije over de grens naar Duitsland gezet. Estland, Letland en Litouwen hoorden vanaf dat moment bij de Sovjet-Unie. En Polen werd naar het westen opgeschoven, doordat ze grond aan de russen kwijt raakten, en Duitse grond er bij kregen.

Communisten nemen de macht over:
Vlak na de WOII was de haat jegens de Duitsers groot, en werd het rode leger van Stalin als een grote bevrijding gezien. Maar Al snel werd duidelijk wat de veranderingen onder “sovjet toezicht” betekende. Doelbewust gingen de communisten af op alleen heerschappij, en gingen daarbij geweld en harde maatregelen niet uit de weg. Gematigde democratische en nationalistische partijen werden verboden (omdat ze zo gezegd zouden hebben samengewerkt met de Duitsers), zodat alleen de communisten over bleven.
In Tsjecho-Slowakije (een democratisch land, voor de 2e wereldoorlog), werden verkiezingen uitgeroepen. De communisten kregen 38% van de stemmen, maar hun leider Gottwald eiste een belangrijke positie in de regering. Zo kwamen er 12 socialistische, en 12 communistische ministers. In 1947 ging het economisch slecht met tsjecho-slowakije, en omdat ze de Marshallhulp niet mochten aanvaarden van Stalin, ontstond er grote ontevredenheid. En de communisten verwachten een grote nederlaag bij de aankomende verkiezingen. Daarom benoemden ze (tegen de wil van de socialisten) 12 hoge ambtenaren. Uit protest traden de socialistische ministers af, in verwachting van nieuwe verkiezingen. Maar de communisten grepen de kans om de hele regering communistisch te maken.
Ook in andere communistische landen versterkten de communisten hun greep. Met hulp van de Sovjet-Unie, en fraude met de verkiezingsresultaten.

Een nieuwe maatschappij:
In de andere West-Europese landen werd ondertussen hard gewerkt aan een nieuwe maatschappij. Met 5-jarenplannen voor de industrie, en collectivisatie voor de landbouw. Het overnemen van de grond en bedrijven, ging over het algemeen gemakkelijk. Of de eigenaren waren al vermoord, of ze waren al gevlucht voor de sovjet-troepen.
De productie van staal stond volgens het sovjetmodel aan de basis van een moderne maatschappij. Alle mijnen en grote industriële complexen werden genationaliseerd. Ook die overnames gingen gemakkelijk net als bij de landbouw. En de communistische regimes beperkten de persoonlijke vrijheid steeds meer.

Drang naar vrijheid:
Na de dood van Stalin in 1953 groeide de hoop op meer vrijheid. De nieuwe Sovjetleider Chroesjtsjov maakte een programma van destalinisatie bekend. Er zou meer vrijheid komen, en meer productie voor de consumptiemarkt. In Oost- Duitsland en Polen leidde het tot stakingen die al snel door het Russische gezag werden neergeslagen. De macht van de Stalinisten bleef, evenals de onvrijheid. In 1956 leidde de slechtte economie in Hongarije tot een grote opstand. De slechte economie was gevolg van het hoge werktempo, de stijgende prijzen en de herstelbetalingen aan Rusland, omdat ze in de 2e wereldoorlog de kant van Duitsland hadden gekozen. De nieuwe regering Nagy deed een aantal toegevingen aan de demonstranten, onder anderen zorgden ze er voor dat de Sovjet troepen verdwenen uit Boedapest.
Toen Hongarije merkte dat ze redelijk veel voor me kaar konden krijgen, kwamen ze met het plan om uit het Warschaupact te stappen ging het te ver. En toen in 1968 de Tsjechische bevolking op gelijkbare wijze vrijheid eiste tijdens de Praagse lente werd de leiband nog weer wat korter afgesteld. De opvolger van Chroesjtsjov, Breznjev kwam, maakte die al gauw duidelijk dat hij helemaal niet meer vrijheid wou toestaan, hij was veel strenger en Stalinistischer. Voor hem was zelfs de kleinste hervorming onacceptabel, en hij gaf het westen de schuld. En in Augustus 1968 keerde met veel moeite het oude gezag terug.
Vanaf 1980 begon de communistische macht af te brokkelen, om te beginnen in Polen. Daar werd de vakvereniging Solidariteit opgericht, geleid door Lech Walesa. Die in 1983 de Nobelprijs voor de vrede kreeg. Ondanks alle tegenwerkingen en het verbod op Solidariteit werd de kans om de opstand te onderdrukken niet gevonden. En in 1989 kwam de 1e niet communistische regering (sinds jaren dan) in Polen.
Dat was het begin van het eind van de Communisten in het Oostblok.

Paragraaf 4 De tweede Russische revolutie;

In de tijd van Gorbatsjov als secretaris-generaal (1985/ 1991) is er in Rusland veel veranderd. Onder anderen kwam er een eind aan het communisme in het Oostblok. De ineen storting van het communisme noemt men de 2e Russische revolutie.

Gorbatsjov treedt aan:
De naam Gorbatsjov is onverbrekelijk verbonden aan de woorden glasnost (openheid) en perestroika (hervorming, of herstructurering). Gorbatsjov wou namelijk het communistische systeem nieuw leven in blazen, en zeker niet afschaffen. Hij wou het volk meer betrekken bij politieke besluiten, en meer vrije markt economie toestaan.
In 1985 begon Gorbatsjov met het afrekenen met de Stalinistische erfenis. De USSR was een verstarde samenleving geworden, met een bestuur van een groep oude partijleden.
Gorbatsjov moest voortdurend op zijn hoede zijn voor behoudende communisten, die het oude systeem wouden vasthouden, en niets moesten hebben van zijn perestroika. Zij hadden veel te verlieszen, o.a banen, macht en privileges.
Rusland stond er in 1985 economisch heel slecht voor. Rusland was als ware bijna failliet. Wat voor een groot gedeelte werd veroorzaakt door de militaire uitgaven. Het rode leger zou als 1e merken dat het te duur was geworden. De troepen werden uit het Oosten weg gehaald. Gorbatsjov sloot ontwapeningsovereenkomsten met de VS, en liet het wapenarsenaal vernietigen.

Het einde van de Planeconomie:
Gorbatsjov maakte het Russische volk duidelijk dat de termen Glasnost en Perestroika niet zonder elkaar konden. En dat was voor het Russische volk heel raar. Ze konden nou in kranten lezen wat ze dachten. En die vrijheid waren ze na ruim 5o jaar onvrijheid niet gewend.
Ook de planeconomie was volkomen vastgelopen. Geen Rus had zin om harder te werken dan nodig was. Want zij profiteerden toch niet van de winst. Alles ging immers naar de staat. In de USSR werd alles geregeld vanuit Moskou. Een leger ambtenaren moest alles in goede banen leiden. Alleen al voor de zware industrie al waren 30 ministers. Soms lagen bedrijven hele dagen stil omdat de ambtenaren waren vergeten een schroefje te bestellen. En dat soort fouten in de economie wou Gorbatsjov voorkomen.
Maar hij bleef een tegenstander van particulier bezit en vrije markt. Het kapitalisme bleek echter niet meer te stoppen toen de perestroika eenmaal op gang was. Ook het verzet van de conservatieve communisten maakte niets meer uit.
De nieuwe vrije markt economie was echter niet allemaal voorspoed. De inflatie sloeg toe. De lonen stegen, maar de prijzen nog veel meer. En ook de winkels raakten leeg. Er kwam een groep nieuwe rijken, die profiteerden van de nieuwe situatie. En tegelijk een grote groep “nieuwe” armen. En onder die armen waren er velen die terug verlangden naar de “goede oude tijd”.

Het einde van de Sovjet-Unie:
Na zijn aantreden al secretaris generaal was Gorbatsjov gelijk begonnen met zijn bestuurlijke reorganisatie. Als eerste zuiverde hij de partij, op de belangrijkste posten benoemde hij volgelingen om zijn machtspositie te versterken. En in 1988 begon hij de macht meer bij de staatsorganen (president en ministers) te leggen, en minder bij de partij. De wetgevende macht kwam bij het congres van volksafgevaardigden te liggen, en de uitvoerende macht bij de president.
Gorbatsjov kwam van 2 zijden onder vuur te liggen. De orthodoxe communisten probeerden de veranderingen tegen te gaan, en alles bij het oude systeem te houden. En de radicalen, die de hervorming niet ver genoeg vonden gaan. Boris Jeltsin hoorde bij de laatste groep, deze hoge partij functionaris wenste verder te gaan als Gorbatsjov met zijn hervorming. En het hele communisme af te schaffen. In 1990 werd Jeltsin president van de USSR, en hij was zeer populair onder de bevolking. Hij ondernam onmiddellijk pogingen om Rusland onafhankelijk te maken van de Sovjet-Unie. Hij keerde zich openlijk van het communisme af, en kwam daardoor steeds meer in conflict met Gorbatsjov. Hij noemde zichzelf een sociaal democraat. In 1990 zetten de radicalen een gewaagde stap, door de Russische grondwet voorrang te geven op die van de Sovjet-Unie. ( Ze verklaarden Rusland soeverein)
De gebeurtenissen volgden elkaar snel op:
 In 1991 werden in Rusland verkiezingen gehouden, waarbij Jeltsin de grote
overwinnaar was.
 Twee maanden later probeerden orthodoxe communisten Gorbatsjov af te zetten. Maar Jeltsin kwam Gorbatsjov te hulp. Hij begaf zich persoonlijk onder de soldaten en overtuigde hen ervan achter het volk te moeten gaan staan. En de mislukte staatsgreep versterkte de machtspositie van Jeltsin.
 Tijdens het debat op 23 augustus 1991 eiste Jeltsin dat de Russische Communistische Partij verboden zou worden.
 Voor het communisme bestond Rusland uit allemaal verschillende volkeren. Tijdens het communisme werden ze allemaal onderdrukt. Maar toen eerst Gorbatsjov en later Jeltsin aan de macht waren wouden alle volkeren meer vrijheid. En in December 1991 viel de Sovjet-Unie definitief uit elkaar.
Door toedoen van Jeltsin werd het GOS (gemenebest van Onafhankelijke staten) opgericht. Elf oude Sovjet republieken sloten zich er bij aan. Om op zoveel mogelijk gebieden samen te werken.

Tussen dictatuur en democratie:
Boris Jeltsin werd president van de Russische federatie, de belangrijkste staat van de voormalige Sovjet-Unie. Aan de economische crisis kwam geen einde. Ondanks de grote investeringen van het IMF (Het internationale Monetaire Fonds) bleef het door alle corruptie en inflatie hetzelfde. Zodat in 1998 het buitenland weigerde om nog verder geld te schenken aan Rusland.
In de politiek kreeg Jeltsin te maken, met concurrentie van verschillende kanten. Van de anti-democraten, de extreem nationalisten (die veel aanhang hadden), en natuurlijk de tsaristen die weer terug wouden naar de oude situatie.
De laatste groep behaalde in 1998 een symbolische overwinning, door toestemming te krijgen, om Nicolaas II en familie (vermoord door de communisten in 1918) te begraven in het familiegraf.
Net als de Tsaristen blijven de orthodoxe communisten altijd nog hopen, op het terug keren naar de “goede oude tijd”.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.