Hoofdstuk 3

Beoordeling 8.7
Foto van Jonna
  • Samenvatting door Jonna
  • 2e klas vwo | 1949 woorden
  • 20 april 2018
  • 27 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.7
  • 27 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Hoofdstuk 3 De republiek in de Gouden  Eeuw



3.1 Amsterdam stapelmarkt van de wereld




  • Grote bevolkingsgroei in Amsterdam door:


    • Vluchtelingen uit Antwerpen dat door Spanje was bezet.

    • Bevolkingstoename door grote welvaart (meer kinderen).

      • Oplossing: stadsuitbreiding

        • Rijken gaan aan nieuw gebouwde grachten wonen in koopmanshuizen (kantoor in huis, opslag op zolder, grote tuin).

        • Ambachtslieden verhuizen naar de Jordaan (werkplaatsen en  woningen voor werklui en knechten).

          • Gevolg: Rijk en arm wonen en werken apart.









  • Andries Bicker (burgemeester van Amsterdam, Lid van de SG en VOClid) machtig man met zoon Gerard die van rijkdom vader profiteert.







  • Verstedelijking: ook in rest van NL. NL economie ging van landbouw en veeteelt naar stedelijke handel en nijverheid. Gevolg: voedseltekort. NL ging graan importeren uit landen rond de Oostzee (bv Polen) en sloeg dat hier op.


    • Verkoop aan molens en bakkerijen in NL.

    • Verkoop tegen hogere prijs bij schaarste in Europa.








  • Stapelmarkt:  



Import en export van goederen uit Europa en (na ontdekking van vaarroute om Afrika naar Azië)  de hele wereld en die goederen werden tijdelijk “opgestapeld” in pakhuizen en zolders.



Amsterdam is in 17e eeuw knooppunt van handelsroutes.






  • Im en export:

  • Schepen voeren vanuit Amsterdam met Franse/Duitse wijn, stoffen uit Vlaanderen en Aziatische specerijen, zijde, thee richting Scandinavië en de Oostzee. Daarvandaan voeren zij terug met graan uit landen rond Oostzee, hout voor scheepsbouw uit Scandinavië en ijzer uit Zweden. Amsterdam is de belangrijkste Europese haven.



Graanhandel (=moedernegotie) is basis van alle (internationale) handel en maakt van Amsterdam stapelmarkt van goederen uit de hele wereld. Graanhandel levert meer op dan de handel met Azië of Amerika.



Waag:                Koopwaar laten wegen



Wisselbank:      Financiële transacties



Beurs:                Handel drijven en aandelenmarkt => nieuws (eerst mondeling daarna nieuwsberichten en daarna kranten) over oorlogen, stormen, kapingen etc. zijn van invloed op prijs en winstverwachting.


 






  • Handelskapitalisme:



Inkoop van materiaal, bewerking van materiaal en verkoop van het eindproduct levert meer op dan alleen handel in materiaal. Voorbeeld = wolhandel, wol uit Engeland naar Antwerpen, in Antwerpen  verwerken tot lakense stoffen en export daarvan.






  • Handel van Antwerpen naar Amsterdam:



Spanje neemt in 1585 Antwerpen in . NL (de Republiek) verovert monding van de Schelde en sluiten Schelde af voor internationaal handelsverkeer. Einde van Antwerpen als grootste handelsstad van Europa. Vluchtelingenstroom want:






    • Geloofsredenen (protestanten en joden)

    • Niets meer te verdienen

      • Zetten handelsnetwerk in Amsterdam voort

      • Investeren kapitaal in Amsterdam







         Ook vluchtelingen uit Duitsland om geloof en op zoek naar werk.



          Huwelijksboeken registeren afkomst, bevolkingsregister was niet betrouwbaar.








  • Specialisatie:



Ambachtslieden in steden gaan ook voor export werken en steden specialiseren zich.



Leiden: lakense stoffen/Haarlem: linnen en katoen/Delft: Delfts-Blauw (tegels en serviezen)/Gouda: Tabakspijpen van klei/Hoorn: schepen.





Boeren specialiseren ook, richten zich op veeteelt want dat brengt meer op. Melk, boter, kaas en vlees voor eigen dorp, de hele Republiek en voor de export.



Krimpenerwaard: hennep voor touwen en zeilen/Groningen-Friesland-Holland: turf voor haardvuren-ovens-smederijen commerciële landbouw.








  • Oorzaak-gevolg:



Diverse soorten oorzaken kunnen diverse soorten gevolgen hebben. Inname Antwerpen door Spanje (politieke of militaire oorzaak) heeft geloofsvlucht (godsdienstig gevolg) en vertrek van de handelaren (economisch gevolg) tot gevolg. Andere indelingen zijn: korte en lange termijn/bedoeld en onbedoeld.


 



3.2 De Oost en de VOC






  • Eerst ontdekkingsreizen door Spanje en Portugal.


    • Spanje: Vanuit Amerika

    • Portugal: Vanuit Azië



  • Import van specerijen, zijde, porselein en thee

  • Handel in Antwerpen

  • Val van Antwerpen 1585=> Amsterdam

  • Amsterdam wordt centrum van wereldhandel

  • NL zoekt eigen route naar Azië

    • via Noord: wegen en Noordkaap. Probleem: ijs dus overwintering op Nova Zembla => niet gelukt.

    • via Zuid: route van Portugezen (Kaap de Goede Hoop) naar Indonesië => wel gelukt. Kapitein: Cornelis de Houtman.



  • Ontstaan van Voorcompagniën: handelssamenwerkingen=> veel onderlinge concurrentie

  • Problemen:

    • Angst voor onderlinge strijd (o.a. tussen gevluchte Antwerpse handelaren en NL handelaren)

    • Door grote concurrentie zakten de prijzen

      • Er was veel geld nodig voor de strijd tegen Spanje!





  • Oplossing: Oprichting van de VOC door raadspensionaris Van Oldenbarnevelt.

    • Kamers in zes Hollandse en Zeeuwse steden

    • Per Kamer een eigen scheepswerf, pakhuis en kantoor

    • Per vaart inhuring van zeelui en soldaten

    • Bestuur: Afgevaardigden van de Kamers=> Heren Zeventien

    • Staten Generaal geeft VOC handelsmonopolie

      • Alleenrecht om op Azië te varen

      • Verboden eigen handel te beginnen

      • Strenge controle hierop op schepen



    • VOC krijgt bevoegdheden

      • Voeren van oorlogen ( soldaten mee aan boord voor zeerovers en oorlogen) tegen concurrenten in Azië (Arabische koopvaarders, Spanjaarden en Engelsen.

      • Sluiten van verdragen met Aziatische vorsten (vrijwillig of met geweld).



    • Aankopen in Azië met betaling in vuurwapens, goud en zilver

    • VOC  dreef handel met Indonesië (bestuurscentrum in Batavia door JP Coen opgericht=> JP Coen eerste Gouverneur –Generaal van VOC in Azië), China en India. Ook onderling dreven die handel met elkaar. Meedoen met die handel betekent langer verblijf in Azië.

    • Handelsfactorijen:

      • Handelssteunpunten

      • Centrale plek voor bestuur

      • Zelf stichten of veroveren op Spanje en Portugal

      • In India, Indonesië, Maleisië, China en Japan



    • Inter-Aziatische handel levert het meest op: Handel binnen Azië

    • Handelsmonopolie ook door VOC opgelegd aan inheemse bevolking. Banda-eilanders negeerden monopolie en bloedige vergelding. Perkeniers nemen Banda-eilanden over en starten nootmuskaatplantages, De VOC voert daarvoor slaven aan.

    • VOC maakt geen koloniën behalve

      • Handelsfactorijen

      • Batavia en gebied rondom Batavia

      • Banda-eilanden



    • Financiering VOC door middel van aandelen. Geld aan VOC en in ruil:

      • Aandeel in VOC

      • Aandeel in winst: dividend

        • Koop en verkoop van aandelen op Amsterdamse Beurs

        • Iedereen kon/mocht aandelen VOC kopen





    • Oprichting VOC ook gericht tegen Spanje en Portugal

      • Onderdeel van strijd tegen Spanje: de Opstand

      • Afpakken van zeeroutes en handelsgebieden

        • Zeeroute via Duinkerken (Spaanse Nederlanden):

          • Duinkerkers kregen kapersbrieven van Spanje om NL vloot te veroveren.

          • Republiek gaf kapersbrieven aan schepen.










 






    1. De WIC en Suriname



  • 1621 Oprichting WIC (West-Indische Compagnie).

    • Reizen naar West-Afrika en Amerika

    • Monopolie op handel op deze routes en gebieden

    • Samengaan van handel en oorlog

      • Met kaperbrieven van de SG veroveren van Spaanse en Portugese handelsschepen=> Zilvervloot verovert door Piet Hein in 1628 bij Cuba





  • 1630 verovering van Brazilië op Portugezen. In Brazilië veel verschillende bevolkingsgroepen (Nederlanders, Portugezen, Indianen, slaven uit Afrika) .

  • Belangstelling voor natuur, cultuur en tolerant voor geloof van Indianen mede vanwege hulp aan NL in strijd tegen Portugezen=> Grote belangstelling in 17e eeuw voor vreemde culturen.

  • 1630 ook verovering van slavenfort El Mina aan de westkust van Afrika. Doel van het fort:

    • Bescherming van de goudmijn

    • Bewaarplaats van slaven

      • Slaven kwamen in de handel als de Afrikaanse koningen geld nodig hadden voor het voeren van oorlogen.

      • Bewaard tot vertrek van het volgende slavenschip naar Brazilië.

      • In Brazilië werken op de suikerplantages.





  • Antillen (Curacao) werden doorvoerstations.

  • 1650 kolonie Brazilië opgegeven=> Hollanders hadden geen zin in kolonistenbestaan.






  • WIC bleef wel actief in trans-Atlantische slavenhandel want zeer winstgevend!


    • Republiek=>WestAfrika:         vuurwapens, alcohol, katoen, goud, zilver

    • West-Afrika=>Amerika:           slaven

    • Amerika=>Republiek:              Amerikaans katoen, rietsuiker, rum, tabak, koffie

      • Driehoekshandel!





  • Gezondheid van slaven zeer belangrijk want kostbare handelswaar.

    • Slaven-scheepsbemanning: over en weer besmetting met vreemde ziektes dus hoge sterfte aan boord.

    • Plantagehouders inspecteerden en brandmerkten slaven als eigendomsbewijs want slaaf was duur.

    • Dokters mee op slavenschepen en op plantages.

    • Hoge sterfte van slaven op plantages want

      • Wrede behandeling

      • Bevattelijk voor Europese én Amerikaanse ziekten

        • Constant nieuwe aanvoer nodig!








 




  • Wereldeconomie:


    • Moedernegotie

    • VOC

    • WIC

      • Verbinden van economieën van Europa, Azië, Afrika en Amerika





  • 1651 Actie van Navigatie

    • Engeland was jaloers op NL handelssucces.

    • Wet dat alleen Engelse schepen of schepen uit land van herkomst goederen mochten vervoeren.

      • Gevolg: Zee-oorlogen met Engeland

        • 1652 1e zee-oorlog

        • 1665 2e zee-oorlog



      • Internationale concurrentie werd steeds groter.





  • 1674 Vrede van Westminster

    • Engeland krijgt Amerikaanse kolonie Nieuw Nederland van NL (incl. Nieuw Amsterdam= New York).

    • NL krijgt Suriname.








  • Suriname = grootste plantagekolonie van NL=> suikerriet en koffie.


    • Slaven:


      • Wél: uit West Afrika

      • Niet: inheemse Indianen

        • helpen NL

          • in strijd tegen marrons (=bosnegers)=> gevluchte slaven.

          • Jacht en visserij.





      • Rode slaven: krijgsgevangen Indianen uit onderlinge indianenoorlogen










  • Afschaffing slavernij: Overwegingen:


    • In strijd met christendom.

    • Mensen of dieren? Dieren hebben geen ziel en dan is slavernij akkoord.

      • Afschaffing slavernij op 1 juli 1863=> Keti-Kotifeest.






 






    1. Geloof, tolerantie en onderzoek



  • Geloof en tolerantie:



Hervormde Kerk = bevoorrechte kerk






    • Calvinistische dominees werden betaald door de overheid.

    • Alleen calvinisten mochten besturen of burgemeester worden.





Andere geloven wel toegestaan maar niet openlijk=> Schuilkerken.



Republiek zeer tolerant, elders vaak strenge vervolging voor andersgelovigen.



Baruch de Spinoza (jood) : rationalisme






    • Bijbel door mensen bedacht

    • God zit in elke stuk natuur

    • Onderzoek natuur met verstand in plaats van met Bijbel/Thora

      • Voorman van Wetenschappelijk Revolutie





  • Handel en Tolerantie:



Om politieke en economische belangen. Voorbeelden:






    • Indianen                                                     Bondgenoten tegen Portugezen

    • Katholieke plantagehouders               Geen NL kolonisten

    • Joden uit Antwerpen                              Rijkdom en handelskennis



  • Wetenschap en tolerantie:



Grote interesse in nieuwe culturen, natuur en uitvindingen door






    • Vrijheid van denken

    • Stiekem aanhouden van eigen geloof





Antoni van Leeuwenhoek       => microscoop              =>bacteriën



Christaan Huygens                    =>telescoop en slingeruurwerk          



wiskunde is basis van natuurkunde en daarmee van alles.


 






    1. Laat zien dat je het goed hebt





Groei van economie=>tekort aan werklieden=>hogere lonen. Problemen:






    • Prijzen ook hoog

    • Winterloon (kortere dagen) te weinig om rond te komen

      • Bedeling: Gratis eten, klompen, turf.

        • Door rijken geregeld als christenplicht.







  • Nooit graantekort vanwege Oostzeehandel=> geen hongeroproeren.

  • Pronken:

    • Gewone mensen                       Netheid en schilderijtjes

    • Rijken                                            Buitenhuizen en dure schilderijen

    • Steden en instellingen             Gebouwen

      • Classicisme: Gebouwen bouwen in de stijl van de Klassieke Oudheid.





  • 1672 Rampjaar



1648 Vrede van Munster (1648) problemen tussen stadhouder Willem II en regenten.



1650 stadhouder dood=> geen nieuwe stadhouder=>raadspensionaris Johan de Witt.



1672 Republiek werd aangevallen door






    • Engeland

    • Frankrijk

    • Bisschop van Munster

    • Bisschop van Keulen

      • Op zee bood Republiek goed tegenstand

      • Op land een drama=> landleger stelde niets voor

        • Bevolking roept om Oranje als standhouder=> Willem III als stadhouder aangesteld.







  • Willem III redde de republiek maar jarenlange strijd tegen Frankrijk kostte veel geld:

    • Soldaten

    • In stand houden van vestingsteden




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

jan

jan

Bedankt! Deze samenvatting heeft me erg geholpen voor het proefwerk van morgen in de PWW.

Een 10!

2 jaar geleden

amish

amish

top samenvatting! wat mij betreft een 9,5!

5 maanden geleden

Ook geschreven door Jonna