2.1 Europa voor de Grote Oorlog

1.2 Het vaderland roept

Modern imperialisme = landen wilden hun land zoveel mogelijk uitbreiden en zoveel mogelijk koloniën in hun bezit hebben.

Europa had veel koloniën. Het bezit van koloniën gaf een land aanzien, dat kwam door de grote invloed van het Nationalisme:

  • Trots zijn op je eigen land en volk.
  • Andere volken worden als een bedreiging gezien, en die moet je ten gronde richten (afkeer).

Frankrijk en Duitsland hadden oorlog (1870-1871), de Duitsers wonnen dik. Na die overwinning was Duitsland niet meer een verzameling van losse staatjes, maar een eenheidsstaat (Duitse Keizerrijk), die de machtigste staat van Europa werd.

De Fransen moesten een deel van hun land afstaan aan de Duitsers en wilden daarom wraak.

De Turken hadden de macht over de Balkan / het Ottomaanse Rijk (Zuidoost-Europa) en de militaire macht van Turkije was heel erg verzwakt en daardoor viel het Ottomaanse Rijk in de 19e eeuw uiteen. Toen kwamen de Balkanvolken in opstand en werd het verdeelt in zelfstandige staten.

De Donaumonarchie(Oostenrijk & Holgarije) betrok een deel van de Balkan bij hun eigen land/pikte dat in. In de Donaumonarchie woonden veel verschillende nationaliteiten, waaronder volken de net als de Russen Slavisch waren, zij voelden zich dus verwant met Rusland (bv. door taal en godsdienst), ze wilden onafhankelijkheid of aansluiting bij een Slavische staat.

Rusland wilden hiervan profiteren, en steunde de Balkanvolken tegen de Turken en de Oostenrijkers, zodat het Ottomaanse Rijk bij Rusland ging horen en niet bij de Donaumonarchie of bij Turkije.

1.3 De oorlog begint

Rond 1900 werd er door veel Europese landen veel geld gestoken in bewapening en dienstplichtigen moesten jarenlang het leger in, omdat ze dachten dat er vroeg of laat een oorlog uit zou breken.

De Duitse keizer had veel imperialistische plannen (hij wilde aanvallen en veel landen veroveren), met een sterke oorlogsvloot en een groot leger hoopte hij dit te bereiken. Zijn agressieve taalgebruik wekte argwaan/angst bij andere landen.

Londen vond de Duitse plannen niet leuk, omdat die een bedreiging vormden voor de Engelse macht op zee en voor het Britse imperium.

Frankrijk wilde het stuk land, dat nu niet meer bij Frankrijk hoorde maar nu bij Duitsland, terug. Frankrijk wilde daarvoor dus oorlog voeren met Duitsland, maar Frankrijk wist dat ze zonder bondgenoten machteloos zouden zijn.

 

Russen en de Donaumonarchie-mensen (o+h) vonden nog steeds dat de Balkan/Ottomaanse Rijk bij hun land hoorden. Het ging daarbij niet alleen om de Slavische verwantschap tussen Russen en Balkanvolken, maar ook om

militair-strategische belangen. De regering van de Donaumonarchie was bang dat het Slavische nationalisme tot ondergang van hun rijk zou leiden.

Daardoor stonden de Oostrijkers en de Russen lijnrecht tegenover elkaar.

Om zich sterker te voelen sloot de Donaumonarchie een verbond met Duitland en Italië(Centralen).

Frankrijk, Rusland en Engeland sloten ook een verbond (Triple Entente)

 

Serven schoten een Oostrijkse hertog dood. Daarom viel de Donaumonarchie Servië aan. De bondgenoten hielpen elkaar en zo ontstond uiteindelijk de Eerste Wereldoorlog. Deze oorlog begon echt toen op 4 augustus 1914 het Duitse rijk aanviel.

2.2 Van oorlog naar revolutie in Rusland

Lenin (de leider van de Bolsjewieken) zag de oorlog als het begin van een grote crisis in het kapitalisme (geldcrisis, tekort aan geld), die een socialistische wereldrevolutie (positief) zou veroorzaken.

Dus hij wilde oorlog voeren, want hij dacht dat er zo een betere socialistische samenleving zou ontstaan.

2.1 Kanonnenvoer

Duitsland wilde oorlog voeren tegen Rusland en Frankrijk, om hun land uit te breiden. Ze gingen eerst met Frankrijk vechten, omdat ze dachten dat de Russische troepen nog lang niet paraat waren, vanwege de industriële achterstanden.

Het oorlogsplan van de Duitsers was om via België Noord-Frakrijk binnen te vallen, maar dat mislukte. Daardoor moest Duitsland nu én met Frankrijk én met Rusland vechten.

De Duitse soldaten waren erg enthousiast en verwachtten dat de oorlog niet lang zou duren. Dat hadden ze fout, het was erg vermoeiend, er gingen veel mensen dood, er raakten veel mensen gewond, en het kostten veel materialen en geld.

In het westen én het Oosten was een loopgravenoorlog, maar aan het Oostfront ontstond later een bewegingsoorlog.

Rusland had veel tekorten (wapens, kleding, voedsel, medische verzorging, goede legeraanvoerders), maar er waren wel genoeg mannen die oorlog wilden voern. Na een jaar strijd waren er veel Russen dood gegaan, en die werden gebruikt als kanonnenvoer, omdat ze (eerst) te kort hadden aan kanonnenvoer.

1917/1918:

  • Na de revoluties in Rusland, stapte Rusland uit de oorlog, en sloot later vrede met het Duitsland (vrede van Brest-Litowsk). Dit was nadelig voor de Duitsers.
  • Engeland blokkeerde de  Duitse havens, waardoor er in Duitsland een tekort ontstond aan voedsel en grondstoffen, veel Duitse schepen zonken ook.
  • De VS sloot zich aan bij Triple Entente.
  • Conslusie: Duitsland raakte een vijand kwijt, maar kreeg er ook weer een bij.

Uiteindelijk moesten de Duitsers en hun bondgenoten een wapenstilstand houden (dat moest van hun vijand/tegenstander). De Eerste Wereldoorlog was voorbij.

2.2 Het revolutiejaar 1917: grootste veranderingen in de Russische geschiedenis (de Russische revolutie)

De Bolsjewieken namen de macht van de Tsaar over, oorzaken

  • Chaos en leed door de Eerste Wereldoorlog (niet-diepliggende oorzaak).
  • De oprichter van de Tsaar (Nicolaas II) had geen oog voor de slechte leef- en werkomstandigheden van de boeren en arbeiders.
  • De tsaar (=Russische keizer) bleef vasthouden aan zijn alleenheerschappij en gaf de Doema weinig zeggenschap.

Doordat de Tsaar slecht bestuurde:

  • Waren er vaak stakingen van arbeiders en boeren.
  • Zaten tegenstanders van de Tsaar (bv. de Bolsjewieken) in het buitenland, om te ontkomen aan gevangenisstraf, en daar konden ze werken aan hun plannen.

Door de stakingen en demonstraties brak ik de februarirevolutie (die in maart plaatsvond) uit, gevolgen van deze revolutie:

  • De Doema (waarin liberalen en mensjewieken zaten) koos een voorlopige regering. Deze regering beloofde verkiezingen en een nieuwe grondwet.
  • Daardoor leek Rusland een democratischer land te worden, maar eerst moest de oorlog tegen de Centralen gewonnen worden.

Een heel ander geluid was te horen bij de sovjets = een plaatselijke raad van soldaten, arbeiders en boeren. Lenin slaagde er met Duitse steun in om terug te keren naar Rusland. Daar maakte de bolsjewieken zijn ‘aprilstellingen’ bekend:

  • Vredesonderhandelingen.
  • Herverdeling van de grond.

Later groeide de aanhang van de Bolsjewieken door:

  • Stakingen.
  • Veel soldaten verlieten het leger.
  • Pogingen tot staatsgreep.

Door deze oktoberrevolutie (in november), kregen de bolsjewieken alle macht in handen.

Februarirevolutie: Er werd een voorlopige regering gekozen.

Oktoberrevolutie: De bolsjewieken kregen alle macht in handen.

2.5 Een totale oorlog

De Eerste wereldoorlog was niet te vergelijken met andere conflicten, omdat:

  • Er waren industriële vooruitgangen en er was technische kennis.
  • De oorlog had invloed op de hele samenleving.
  • Er was een massale inzet van de hele bevolking.
  • Op economisch gebeid werd bijna alles door de overheid geregeld, het was een totale oorlog.

Technologisch:

  • Er kwamen betere wapens.
  • Er werden nieuwe wapens gebruikt.
  • Die wapens werden belangrijker.
  • Nieuwe uitvindingen voor strijd op de grond, in de lucht en op zee.
  • De strijd in de loopgraven bleef maar doorgaan.

Politiek:

  • Het Nationalisme had een grotere inbreng.
  • Die werd nog groter door een goed doordachte golf van propaganda:

Economisch:

  • Alle mannen tussen de 18 en 50 jaar moesten in het leger.
  • Economische vrijheid bestond niet: 4 jaar lang golden de wetten van de oorlogseconomie: in fabrieken werden vooral wapens geproduceerd.
  • De gigantische uitgaven konden niet alleen betaald worden door hoge belastingen, daarom werd na een overwinning de rekening bij de vijand gelegd.
  • Distributie werd ingevoerd om voedsel en andere goederen te verdelen.
  • Vrouwen moesten het werd van hun mannen overnemen, omdat de mannen moesten vechten. Hierdoor kregen vrouwen een betere plaats in de maatschappij/samenleving.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.