Hoofdstuk 2

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1740 woorden
  • 5 augustus 2010
  • 20 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 20 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
<!-- /* Font Definitions */ @font-face {font-family:Wingdings; panose-1:5 0 0 0 0 0 0 0 0 0; mso-font-charset:2; mso-generic-font-family:auto; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:0 268435456 0 0 -2147483648 0;} @font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:0cm; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;} p.MsoHeader, li.MsoHeader, div.MsoHeader {mso-style-noshow:yes; mso-style-link:"Header Char"; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; tab-stops:center 8.0cm right 16.0cm; font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;} p.MsoFooter, li.MsoFooter, div.MsoFooter {mso-style-link:"Footer Char"; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; tab-stops:center 8.0cm right 16.0cm; font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;} p.ListParagraph, li.ListParagraph, div.ListParagraph {mso-style-name:"List Paragraph"; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:36.0pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;} p.ListParagraphCxSpFirst, li.ListParagraphCxSpFirst, div.ListParagraphCxSpFirst {mso-style-name:"List ParagraphCxSpFirst"; mso-style-type:export-only; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:0cm; margin-left:36.0pt; margin-bottom:.0001pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;} p.ListParagraphCxSpMiddle, li.ListParagraphCxSpMiddle, div.ListParagraphCxSpMiddle {mso-style-name:"List ParagraphCxSpMiddle"; mso-style-type:export-only; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:0cm; margin-left:36.0pt; margin-bottom:.0001pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;} p.ListParagraphCxSpLast, li.ListParagraphCxSpLast, div.ListParagraphCxSpLast {mso-style-name:"List ParagraphCxSpLast"; mso-style-type:export-only; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:36.0pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-language:EN-US;} span.HeaderChar {mso-style-name:"Header Char"; mso-style-noshow:yes; mso-style-locked:yes; mso-style-link:Koptekst; mso-ansi-font-size:11.0pt; mso-bidi-font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:EN-US; mso-bidi-language:AR-SA;} span.FooterChar {mso-style-name:"Footer Char"; mso-style-locked:yes; mso-style-link:Voettekst; mso-ansi-font-size:11.0pt; mso-bidi-font-size:11.0pt; font-family:Calibri; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:EN-US; mso-bidi-language:AR-SA;} @page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;} div.Section1 {page:Section1;} /* List Definitions */ @list l0 {mso-list-id:1658728053; mso-list-type:hybrid; mso-list-template-ids:257097044 1049809916 68354051 68354053 68354049 68354051 68354053 68354049 68354051 68354053;} @list l0:level1 {mso-level-start-at:2; mso-level-number-format:bullet; mso-level-text:-; mso-level-tab-stop:none; mso-level-number-position:left; text-indent:-18.0pt; font-family:Calibri; mso-fareast-font-family:"Times New Roman";} ol {margin-bottom:0cm;} ul {margin-bottom:0cm;} -->

2.1 De polis Athene, voorbeeld voor altijd
Pericles:
gekozen leider van Athene. Athene kende een bloeitijd onder zijn leiderschap.
Hield in 431 v.Chr. een toespraak over de oorlog tegen Sparta. Hij betaalde de armere leden van de volksvertegenwoordiging om naar een vergadering te komen. Liet zich altijd met een helm afbeelden. Zijn bijnaam was komkommerkop (door zijn grote hoofd).


Phidias: beeldhouwer, bouwde voor Pericles een 15 meter hoog beeld van de godin Athene.


2.1.1 Hoe ontstond de democratie?
Polis:
een stadstaat met een eigen bestuur. Mensen uit de omgeving gingen daar naar toe als er gevaar was. Een polis had een marktplein en minstens één tempel.


Hoplieten: zwaarbewapende soldaten die de polis verdedigde.


De Grieken leefde in een polis van akkerbouw en veeteelt. Toen de poleis overbevolkt raakte, begonnen ze met handelen met gebieden aan de Middellandse Zee.


Sparta: veroverde rond 725 v. Chr. Messinië. Was de tegenhanger van de Atheense democratie.
Verschil tussen Athene en Sparta: Athene leefde aan de kustgebieden. Sparta in het binnenland.


Tiran: alleenheerser van een polis. Ze losten de sociale onrust op, stichtten nieuwe kolonies, bouwden tempels en organiseerden feesten.


Oligarchie: een regering van weinigen.


Cleisthenes: stelde rond 500 v. Chr. in dat alle mannelijke vrije burgers gelijke rechten hadden. Zo ontstond het begin van de democratie: regering van het volk. Ook stelde hij het schervengericht in, het ostracisme. Zo kon het volk ieder jaar kiezen wie er verbannen moest worden voor één jaar. De Atheense democratie was geen volledige democratie: vrouwen, slaven en buitenlanders mochten niet meedoen.


2.1.2 Waarom was Athene het centrum van de klassieke cultuur?
Griekse goden werden als mensen afgebeeld en hadden menselijke trekjes. Ze werden vereerd in tempels met offers, in feesten, optochten, sportwedstrijden en theaterstukken.


De Atheners bezochten toneelstukken die in openluchttheaters werden opgevoerd. In die toneelstukken werden elementaire vragen over het leven van de mens gesteld. Mensen moesten leren van hun fouten en mochten niet god overal de schuld van geven.


Herodotus: schreef het eerste Griekse prozawerk dat intact is terug gevonden: De Historiën. Om die reden wordt hij de eerste geschiedschrijver genoemd.


Filosofen: liefhebbers van wijsheid. Athene werd het centrum voor filosofen. De meest bekende filosofen in die tijd waren Pythagoras (die muziek in wiskunde termen herleide) en Aristoteles (hij vond dat kennis gebaseerd moest zijn op waarneming en onderzoek).



2.2 Rome, van boerendorp tot imperium
Romulus en Remus:
Twee broers van elkaar. Romulus had een muur gebouwd waar Remus makkelijk overheen kon springen. Remus maakte de muur van Romulus belachelijk waardoor Romulus woest werd. Hij stak zijn broer neer en stichtte de stad Rome.


Het verhaal van Romulus en Remus bevat 3 boodschappen: de goden wilden dat Rome de opvolger werd van het machtige Athene, dat het de Griekse cultuur zou verbreiden en dat het via oorlogvoering uit zou groeien tot een wereldrijk.


2.2.1 Hoe groeide Rome uit tot een rijk in Italië?
De Grieken hadden een kolonie gesticht in Zuid-Italië. De Romeinen namen de goden van de Grieken over.


De Romeinen waren praktisch en hielden van orde: ze legden rechte straten aan, bouwden tempels en beschermden de stad met een muur.


De Romeinen hadden eerst een koning. De Patriciërs (vaders van de families) waren de adviseurs van de koning en kwamen bijeen in de raad van ouden, de Senaat. De koning kon geen besluit nemen zonder goedkeuring van de Senaat. Patriciërs waren edelen en priesters. Alle gewone mensen waren plebejers.


In 509 v. Chr. werd Rome een republiek. Er kwamen twee consuls, om dictatuur te voorkomen. Plebejers kozen hun eigen leiders in een volkstribune. Ze konden veto (ik verbied) uitspreken als ze het ergens niet mee eens waren.


In tegenstelling tot de Atheense democratie was afstamming wel belangrijk in het Romeinse Rijk.


Vechten voor Rome was het belangrijkste wat er was. Militaire successen werden uitbundig gevierd. De soldaten werden door de stad betaald. Als pensioen kreeg je een stukje land in een van de veroverde gebieden, om de banden te bevorderen van de nieuwe gebieden met Rome. Zo werd het een Rijk.


Rome stelde andere volken een bondgenootschap voor. In ruil voor gehoorzaamheid en het leveren van soldaten, kregen ze het Romeinse burgerrecht en bescherming. Weigerde je, werd je vermoord.


2.2.2 Hoe werd Rome een wereldrijk?
Rome kwam in conflict Puniërs, de bewoners van de stad Carthago:


-Rome wilde Sicilië op Carthago veroveren voor graan.


-Er volgde drie Punische oorlogen.


-Rome was beter in vechten op land en Carthago beter op zee.


-Rome veroverde Sicilië maar werd voortdurend bestookt over zee door Carthago.


-Rome bouwde een gestrand schip na.


-Ze bouwden enterbruggen waardoor zeeoorlogen landoorlogen werden.


-De Carthaagse veldheer Hannibal trok met soldaten en olifanten naar Italië.


-De generaal Fabius Cunctator (Fabius de Treuzelaar) liet Hannibal door Italië trekken.


-Hannibal kreeg problemen met de aanvoerlijnen voor wapens en voedsel.


-Hannibal keerde terug naar Noord-Afrika en Carthago werd verslagen.


In 146 v. Chr. werd Carthago definitief verslagen. De stad werd verwoest, de grond omgeploegd en vermengt met zeezout.


In 60 v. Chr. kreeg Julius Caesar het commando over Gallië Narbonensis. Hij was tegen de macht van de Patriciërs en voor de kwijtschelding van de schulden van de arme plebejers. Caesar veroverde in korte tijd heel Gallië en rukte op richting Rome. Een generaal die voorbij de rivier de Rubicon ging werd echter gezien als een bedreiging. Hij aarzelde een paar dagen en veroverde uiteindelijk de stad Rome. Caesar werd dictator voor altijd van Rome. Hij verminderde de schuldenlast van de plebejers en gaf hen een stuk land. Caesar werd in 44 v. Chr. vermoord door een samenzwering van patriciërs onder leiding van zijn vriend Brutus. Augustus volgde in 27 v. Chr. Caesar op en werd de eerste keizer van het Romeinse Rijk.


2.3.1 Hoe ging het verder met het keizerrijk?
Augustus zorgde voor de pax romana, de Romeinse vrede. Hij stelde ambtenaren in voor: de aanleg van wegen, bruggen en watervoorzieningen, het innen van belasting, de verdeling van het graan en voor de bevoorrading en uitrustingen van het leger.


Dankzij de pax romana konden de handelaars vrijuit door het Romeinse Rijk reizen, waardoor het Rijk een economische bloei kreeg. Ook de landbouw bloeide op.


Augustus liet de provincies van het keizerrijk verfraaien met standbeelden, triomfbogen, badhuizen en theaters die een Romeins karakter hadden. Dat werd romanisering genoemd.


Een van de opvolgers van Augustus, keizer Nero, liet in het jaar 64 de christenen vervolgen. Hij beschuldigde de christenen ervan dat ze de stad Rome in brand hadden gestoken. Waarschijnlijk had hij het zelf gedaan, maar gaf hij de christenen de schuld.


Diaspora: verspreiding van de joden over het hele Romeinse Rijk.


De joden geloofden dat God een nieuwe vorst, de Messias of verlosser, zal sturen, die de geschiedenis van het Joodse volk zal veranderen. De christenen geloofden dat Jezus van Nazareth hun verlosser was. Jezus sprak over een geloof van verdraagzaamheid, naastenliefde en vergiffenis en verwelkomde misdadigers en prostituees onder zijn volgelingen. Jezus werd gezien als een bedreiging en werd in 33 gekruisigd. Een van zijn volgelingen schreef dat christenen net als Jezus uit de dood zouden opstaan en een eeuwig leven zouden krijgen. Dat maakte het christendom los van het Jodendom.


2.3.2 Hoe ging het rijk ten onder?
Door de politieke en militaire onrust besloot de keizer het rijk op te splitsen in het West-Romeinse Rijk met als hoofdstad Rome en het Oost-Romeinse Rijk met als hoofdstad Byzantium (Istanbul).


Constantijn veroverde met zijn leger Rome en droeg zijn overwinning op aan God. Zelf was hij geen christenen maar zag het christendom als bindende factor en de christenvervolgingen waren voorbij. Constantijn voerde het christendom in als staatsgodsdienst.


Byzantium werd onder de naam Constantinopel de nieuwe hoofdstad van het rijk. De stad moest Rome overtreffen. Constantinopel werd een christelijke stad.


In 395 v.Chr. viel het Rijk definitief uiteen in een oostelijk en westelijk deel. Oost bleef tot 1453 bestaan. West was het heel anders, het bestuur was corrupt en keizers konden hun autoriteit niet handhaven. Door de Germaanse volksverhuizingen, die werd veroorzaakt door de Hunnen, viel het West-Romeinse rijk uiteen. De laatste West-Romeinse keizer werd in 476 afgezet door de Generaal Odoaker. Dit betekende definitief het einde van het West-Romeinse Rijk.



REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.