Hoofdstuk 1 t/m 6

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • havo | 6057 woorden
  • 5 januari 2015
  • 3 keer beoordeeld
Cijfer 7.2
3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Fix onze energie!

Studeer energie & techniek. Iedereen staat te springen om jou! We hebben namelijk veel technische toppers nodig die de energie van morgen fixen. Met een opleiding in energie & techniek ben je onmisbaar voor de toekomst. Check Power Up The Planet en ontdek welke opleiding het beste bij je past! 

Check Power Up The Planet!

Op de vooravond van de eerste wereld oorlog, juli 1914. Ging graaf Hendri Begouen met zij 3 zonen naar een grottenstelsel op zijn landgoed aan de noordkant de Pyreneeën. Daar vonden ze een enorme grot, de wanden waren bedekt met prehistorische tekeningen, mammoeten, paarden, rendieren, bizons en beren. Ze deden nog een ontdekking, een merkwaardig wezen, geschilderd, half mens, half dier. Het had een baard, het lichaam en gewei van een hert of rendier, de staart van een wolf of vos, de ogen van een uil en de poten van een beer. De grotten zijn vernoemd naar de 3 zonen Les Trios Freres, de merkwaardige tekening staat bekend als de tovenaar.

De beroemste plekken waar prehistorische kunst is gevonden zijn in de grotten: Lascaux van Frankrijk en Altamira in Spanje. De grotschilderingen zij gemaakt tussen 30.000 en 11.000 v.C. We noemde de mensen die dee tekeningen maken Cro-magnonmensen, ze maakt ook meer: sneden beeldjes uit ivoor, kralen maken van rooftanden. Tekeningen maakte ze door het krassen voor vuursteen in de rots of schilderen met houtskool, vingers of kwart van paardenhaar. Kleuren waren rood of zwart.

1.1

De eerste mensen leefde van wat ze vonden in de natuur,jager-verzamelaars. Ze hadden een duidelijke taakverdeling, mannen: visten en jaagde, de vrouwen: zorgde voor de kinderen en verzamelden paddenstoelen, wortels, knollen, noten en bessen. Europa was erg dun bevolkt, dit kwam door de natuur, die kon maar een klein aantal mensen voeden.. de Jagers-verzamelaars leefden in groepen van tientallen mensen, ze hadden geen vaste woonplaats, het waren nomaden (rond zwerde mensen om aan voedsel te komen).

De Europese jagers-verzamelaars leefde in de ijstijd dit duurde tot 10.000 v.C.. De moderne mens verscheen pas rond 45.000 v.C. maar pas in 13.000 v.C. was Noord-Europa permanent bewoond. De meeste Europese jagers-verzamelaars komen uit zuid Europa; Frankrijk, Spanje. Voor 50.000 v.C. al vuur en grove stenen werktuigen maken.  Pas vanaf 50.000 v.C. gingen ze ingewikkelderen werktuigen maken. Ze maakte wapen en werktuigen zoals pijlen en bogen. Ze naaiden kleding en maakte tenten tegen de kou. Van West-Europa tot Siberie zijn er zoghete Venus-beeldjes gevonden; beeldjes van vrouwen met enorme borsten, buiken en heupen. Mogelijk had dit te maken met een vruchtbaarheidsritueel.

De tijd waaruit geen schriftelijke bronnen zijn opgeleverd wordt de prehistorie (voorgeschiedenis) genoemd. Een andere naam hiervan is de tijd van jagers en boeren, dit tijdvak einigde in 30.000 v.C.

1.2

De leefwijze veranderde vanaf 10.000 v.C. door de ontwikkeling van de landbouw, hier wordt van een landbouwrevolutie gesproken. In 10.000 v.C. groeide tarwe, gerst en erwten volop in Zuid-west-Azië. De nomaden ondekten dat ze deze ook makkelijk zelf konden kweken. Op deze manier kwam er een begin van de landbouw, die onstond de vruchtbare halve maan, irak en syrie. Vanaf 8000 v.C. gingen we wilde schapen en geiten temmen, vanaf 4000 v.C. ander voedsel verbouwen zoals druiven of olijven, ook werden er meer dieren getemd vanaf 6000 v.C. runderen en vanaf 4000 v.C. paarden. 6500 v.C. bereikte de landbouw Europa en rond 5300 v.C. Nederland.

De overgang van akkerbouw naar veeteelt heeft vermoedelijke te maken met de klimaatverandering. Tergelijke tijd kwamen er minder gazellen, rendieren en ander groot wild. Doordat door de landbouw meer mensen konden worden gevoed groeide de bevolking. Die kon alleen overleven als de voedselproductie verder uitbreiden. Landbouw ging steeds meer opleveren, boeren veredelden wilde graansoorten tot tamme varianten die voedzamer waren en fokte vee wat steeds eer vlees opleverden. Ook gingen ze de dieren melken > brood en melk.

Door de landbouw onstond een nieuw soort samenlevingde agrarische of landbouwsamenleving. Deze ontwenteling wordt de agrarische of landbouwrevolutie genoemd. Er ontstond een sedentaire leefwijze (leven op 1 plaats) ze bouwde daarom stevige huizen. In Zuid-Limburg zijn resten van zulke huizen gevonden.

Rond 3000 v.C. zijn de hunebedden gebouw in Drenthe, dat waren grafkamers die werden gemaakt met grote zwerfstenen. Ze werden op hun plaats gezet met houten rollers, touwen hefbomen en de kracht van mensen en runderen.

In 1991 in Otzataler is de oudste mummie gevonden genaamd Otzi. 5300 jaar geleden is hij gestorven. In zijn maag zaten de reste van zijn laatste maaltijd: edelhert, steebok en brood van eenkoorn.

Dit wil je ook lezen:

1.3

Mesopotamië betekend in het grieks land tussen de rivieren, in dit gebied ligt de Eufraat en de Tigris. Hier onstond de eerste stedelijke beschaving en kwam hiermee een eind aan de prehistorie. Hen geloofde in veel goden (polytheïsme) vanaf 5400 v.C. gingen er veel mensen langs de Eufraat en de Tigris wonen, alleen het smeltwater uit de bergen veroorzaakte ieder voorjaar overstromingen. Daarom bouwden ze dijken. De beloning was groot de oevers waren zee vruchtbaar. Om daar gebruik van te maken moesten ze het land in droge hete zomers bevloeien. Daarvoor bouwden ze dammen en kanalen. Hierdoor groeide in 3500 v.C. tientallen dorpen uit tot steden.  Zo onstond langs de Eufraat en de Tigris de eerste landbouwstedelijke samenleving. De bewoners noemde hun land Soemerië.

De Soemerische steden hadden; stadsmuren, tempels, bestuursgebouwen en pakhuizen. In sommige woonden tienduizenden mensen. Er liefde niet meer alleen boeren of jagers-verzamelaard maar ook; ambtenaren, priesters, militairen, kooplieden en embachtslieden zoals smeden, metselaars en timmerlieden. De rijkste en machtigste man was de koning. Soemerië was niet een rijk maar bestond uit zelfstandelijke steden met eigen koningen. Handel was belangijk, kooplieden ruilde ondermeer aardwerk en textiel voor hout en metaal uit Syrie en Turkije.

Dat Soemerië een bestuur had, had een belangrijk gevolg. Rond 3300 v.C. ontstond hier en spijkerschrift, zoals vanwege de vorm van de letters wordt genoemd. Vanaf 3000 v.C. ontstonden ook andere landbouwstedelijke beschavingen zoals Egyptische en de Chinese.

2

Marcus Ulpius Trajanus wordt wel de beste keizer genoemd die Rome ooit had, er heerste welvaart en vrede. Iedere keizer werd na hem werd ingehuldigd met de woorden ‘moge hij gelukkiger zijn dan Augustus en beter dan Trajanus. De regeer periode van Trajanus was 98 tot 117, in deze tijd bereikte het Romeinse rijk zijn grootste omvang.

2.1

Griekenland bestond in de oudheid uit onafhankelijke stadstaten. Daarin ontwikkeldem filosofen vanaf de 6e eeuw v.C. een wetenschappelijke manier van denken. Athene werd de eerste democratie. Vroeger voor de grieken de tijd van Homerus ong. 750 v.C. dachtn ze dat bijvoorbeeld aardbevingen werk was van de god Poseidon en dat goede oogsten kwam door godin Demeter, zulke ideeën passen bij een mythologisc wereldbeeld. Vanag 600 v.C. gingn de filosofen rationeel nadenken. Ze onderzochten de feiten, stelden systematisch vragen en probeerde rationeel antwoorden te vinden. Uit filosofie onstonden aparte takken van wetenschap; wiskunde, natuurkunde, de medische wetenschap en de geschiedwetenschap. De belangrijkste filosofen uit de klassieke oudheid waren; Socrates, Plato en Aristoteles.

De samenvatting gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

Griekenland bestond uit tientallen onafhankelijke poleis, oftewel stadstaten. Aan de middellandse en zwart zee hadden ze stadstaten gesticht als Neapolis (Napels in Zuid-Italie). Massalia (Marseille in Zuid-Frankrijk) en Buzantion (istanbul  in Turkije). Poleis had een eigen bestuur, leger, wetten, munten enz. Athene had ver uit de meeste inwoners een kwart miljoen. Je hebt 3 soorten regeringsvormen; monarchie, aristocratie of oligarschie. In 507 v.C. werd Athene de eerste met democratie. In volksvergaderingen werd er besloten over wetten, koos de bestuurders en controleerde hem. Voor een geldig besluit hierbij moesten er wel 6000 mannen aanwezig zijn.

Niet alle grieken vonden dit het beste systeem. Socrates, Plato en Aristoteles hadden er weinig waardering voor. Het machtige Sparta verzetten zich hiertegen. Sparta was een aristocratie, strak geleid door een raad van oude mannen. In 431 v.C. brak de oorlog tussen Athene en Sparta uit om de macht in Griekenland. Pas na 30 jaar was de oorlog voorbij. Democratie hield stand. Er kwam hier pas een einde aan in 338 v.C. toen het werd veroverd door de vader van Alexander de Grote.

2.2

Wanneer Rome precies ontstond is iet bekend, maar in 1000 v.C. leefde er mensen. Rond 500 v.C. was het al een echte stad. Rome veranderde van een monarchie in een replubliek. De macht kwam in handen van een senaat. In 264 v.C. begon de expansie (uitbreiding) buiten Italie. De succesvolste generaal was Caesar, die in de jaren 58-50 v.C. Gallië (Frankrijk,  Belgie en Zuid-Nederland) onderwierp. Hij werd is 48 v.C. alleenheerser, liet zich benoemen tot dictator maar werd in 44 v.C. vermoord door senatoren die de replubliek wilden redden.

Binnen het Romeinse rijk heerste er lange tijd rust en vrede: de pax Romana.

De Romeinen waren onder de indruk van de cultuur van de grieken. Ze namen veel van hen over. De Griekse-Romeinse cultuur raakte door heel het rijk verspreid. De Romeinen bouwden overal; aquaducten, amfitheaters, bruggen en triomfbogen. In het oosten bleef de voertaal Grieks. Zij hadden geleefd in een landbouwsamenleving zonder schrift of echte steden. De Romeinen noemden hen Kelten

.

2.3

De Griekse kunst was aanvankelijk sterk beinvloed door de Egyptische kunst.  Hun beelden waren stijf en plat en hadden emotieloze gezichten. Maar zo bleef het niet de Grieken probeerde nieuwe dingen uit. In de klassieke periode ( 5e en 4e eeuw v.C. ) gaven ze hun beelden natuurijke houdingen en levendige gezichten. De Grieken wilden met een vormentaal perfecte schoonheid uitdrukken.

2.4

De Romeinen noemden de volkeren ten oosten van de Rijn Germanen. Ze wilden hun rijk uitbreiden tot diep in Duitsland, maar werden daar in 9 n.C. verslagen.

De Germanen kwamen oorspronkelijk uit het gebied rond de Oostzee. Vanaf 600 v.C. verspreidden ze zich over Noordwest-Europa. Er zijn verschillende germaanse volken; Teutonen, Alemannen, Friezen en de Goten. Hun talen waren verwant maar konden elkaar niet lang altijd verstaan. De germanen noemde zich zel niet Germanen, ze kregen deze naar van de Romeinen. De Romeinen bedoelden er alle volkeren ten noorden en oosten van de Rijn mee.

In het grensgebied hielden Romeinen en Germanen contact. De Romeinen vonden de Germanen barbaren, maar hadden ontzag voor hun moed. Romeinen maakte de Germaanse stammen tot bondgenoot, ze mochten in het grensgebied wonen. Ook namen de Romeinen de Germanen in het leger op. Ook dreven ze handel, de Germanen leverden onder meer huiden en slaven, en importeerden glas, aardwerk en andere luxeartikelen. Germaanse stammen namen ook het Romeinse schrift over.

In de 3e eeuw n.C. raakte het Romeinse rijk in verval, onder meer door invallen van Germaanse stammen. In de 4e eeuw n.C. kwam er een nieuwe volksverhuizing op gang. In 395 werd het rijk gesplitst in een oost en een west-Romeins rijk met allebei een eigen keizer.

2.5

Van alle inwoners van het Romeinse rijk werd verwacht dat ze de Romeinse keizer als een god vereerden. Maar de joden en de christenen deden daar niet aan mee. In hun geloof was er maar een God.  Volgens het Jodendom is er maar een god: Jahwed.  Het geloof werd vastgelegd in een heilig boek; Tenach. Daarin stonden de Joodse wetten en leefregels, zoals de 10 geboden.

In 313 maakte keizer Constantijn een einde aan de vervolgingen, hij werd zelf christen. Eind 4e eeuw werd het een staatgods, andere godsdiensten werden verboden. De Bijbel, zij vormden daarin het nieuwe testament. Het andere deel kwam over met de tenach, die door de christenen het Oude Testament werd genoemd.

3

In West-Europa was na 500 jaar weer een landbouwsamenleving. In Arabië onstond de islam, die zich verbreidde over grote delen van Azië. Het grootst deel van Europa werd christelijk. In 719 trokken islamtische Arabieren en Berbers vanuit Spanje over de Pyreneeën en namen Zuidoost-Frankrijk in.  In 732 kregen ze ook Zuidwest-Frankrijk in handen.

3.1

600 jaar na het christendom onstond in Arabië de Islam. Honderd jaar later strekte de Islam zich uit van Spanje tot India. Over het ontstaan van de Islam is wetenschappelijk weinig bekend. Aangenomen wordt dat de godsdienst werd gesticht door de Arabische koopman Mohammed. Volgens Islamitische geschriften kreeg Mohammed in 610 van Allah opdracht om zijn profeet te worden. Tot aan zijn dood in 632 zou engel Gabriël aan hem verschenen zijn , die hem verzen van Allah doorgaf. Na de dood van Mohammed kozen zijn belangrijkste volgelingen een nieuwe leider, die de titel kalief (opvolger) kreeg. Rond 650 viel de expansie van de Arabieren stil. Ze voerden onderling oorlog.  Na de moord op de laatst gekozen Kalief (neef van Mohammed, Ali) kwamen de Omayyaden aan de macht, een familie uit Mekka. In de hoofdstad Damascus stichtten zij een dynastie waarbij de kalief overging van vader op zoon. De sjieten (letterlijk opvolgelingen van Ali) kwamen in opstand. De soennieten steunden de Omayyaden. Vanuit Marokko staken ze in 711 over naar Europa, maar in 732 werden ze in Frankrijk terug geslagen door de Franken. Vanaf de 11e eeuw veroverden Turkse moslims geleidelijk de resten van het Byzantijnse rijk. Nadat in 1453 ze de hoofdstak Constaninopel hadden ingenomen, onderwierpen ze ook grote delen van Zuidoost-Europa.

3.2

Na de ondergang van het Romeinse rijk bleven in West-Europa van veel steden slecht ruïnes over. De West-Europese samenleving was in de jaren 500-1000 vrijwel volledig agrarisch. De plattelandsgemeenschappen waren grotendeels autarkisch; ze leefden van de opbrengst van het eigen landen er was weinig contact met de buitenwereld. De boerengemeenschap maakten zelf wat ze nodig hadden. Ze gebruikte hout om te stoken, huizen te bouwen en werktuigen te maken. Van wol van schapen maakten ze kleding. Handel was vaak ruil handel, geld was er bijna niet meer. De boeren waren arm, bovendien werden ze overheerst , onderdrukt en zelf geterroriseerd  door de adelijke heren van wie ze afhankelijk waren.

In de 3e en 4e eeuw daalde de agrarische productie zo sterk dat de bevoorrading van de Romeinse legers en de steden in gevaar kwamen. O m te verkomen dat de productie nog minder daalde, verboden de keizers boeren hun grond te verlaten. De overheid raakte verzwakt en bood geen bescherming meer, bendes hadden vrij spel. Boeren vroegen daarom bescherming bij heren die legertjes op de been konden brengen. In ruil daarvoor gingen ze allerlei verplichtingen aan. Zo ontstond in de nadagen van het Romeinse rijk de horigheid. Vrije boeren en slaven gingen op in een nieuwe klassen halfvrije horigen.

In grote delen van Europa bestond in de tijd van monniken en ridders het hofstelsel. Daarbij woonden horige boeren op ee domein van een heer of klooster. Het domein was in tweeën verdeeld. Het ene deel vroonland; was van de heer of het klooster (vroon betekent heer). Het andere domein was van de boeren. Ze hadden een hoeve, mochten omliggende bossen en woeste gronden gebruiken om vee te laten lopen, hout te sprokken enz. Daar stonden herendiensten tegenover.

3.3

Karel de Grote heerste rond 800 over een groot deel van Europa. Hij werd gezien als de opvolgers van de Romeinse keizers. In plaats van de verdwenen Romeinse overheid kwam een totaal ander bestuursysteem; het feodale stelsel.

Karel en andere koningen waren afhankelijk van lagere heren die met hen meevochten, soldaten leverden en gebieden bestuurden. De koningen beloonden deze edelen met grond en buit. Ook probeerden ze de adel aan zich te binden door een eed van wederzijde trouw. Zo ontstond een nieuw bestuursysyteem; leenstelsel of feodalisme geheten. Dat was niet gebasseerd op wetten, maar op persoonlijke banden. De koning gaf een gebied of een ambt in leen aan een vazal of leenman en belofde hem te beschermen. In ruil zwoer de vazal dat hij zijn leenheer zijn leven lang trouw zou dienen. Karel de Grote verdeelde zijn rijk in; graafschappen en hertogdommen, onder leiding van graven en hertogen. Deze vazallen moesten namens hem rechtspreken, militairen oproepen enz. In ruil kregen ze hun ambt in leen, incl bijbehorende burcht, domeinen en rechten om belasting te heffen.

3.4

Het christendom ontstond in het Romeinse rijk. De rom-katholieke kerk wordt geleid vanuit Rome. In grote steden kregen bisschoppen de leiding over de kerk. De hoogste geestelijke was de bisschop van Rome; de paus. In het Oost-Romeinse rijk ontstond de Byzantijnse of Griekse-orthodoxe kerk, die vanuit Constaninopel werd geleid door de keizer.

In de 3e eeuw waren er al geestelijke die zich van de wereld afzonderden; monniken en nonnen, de meesten woonden in een klooster. Ze moesten strikt gehoorzamen aan het hoofd van het klooster; de abt.

Aan het einde van de oudheid raakte het christendom in West-Europa in het gedrang door de invasies van Germaanse stammen. In Brittannië verdween het christendom door invallen van de Angelen en Saksen helemaal.

4

Na het jaar 1000 ontstond in West-Europa weer een landbouwstedelijke samenleving. Vorsten maakte een begin met de vorming van de staten. De invloed van het christelijke geloof was groot en leidde onder meer tot kruistochten naar Palestina.

4.2

Middeleeuwse steden hadden grote vrijheden. De burgers bestuurde zichzelf volgens eigen wetten. Door hun rijkdomen vrijheid hadden steden een grote aantrekkingskracht op de bewoners van het plattenland. Het leven op het plattenland was niet bepaald gezond. De mensen wonden dicht op elkaar en de hygiëne was slecht. Daardoor gingen er meer mensen in steden dood dan er werden geboren. Mensen verhuisde naar het plattenland.

De graaf, hertog of koning had hun stadsrechten gegeven, zoals hun eigen bestuur, wetten, het recht om tol te heffen en het recht om stadswallen en stadsmuren te bouwen. In ruil voor die privileges betaalden ze stedelijke belasting. Vaak hield de adelijke heer einge invloed via de baljuw. Op het plattenland kregen de boeren meer vrijheid. De horigheid verdween. Herendiensten werden omgezet in geldbetalingen.

Niet alle stadsbewoners konden volledig profiteren van de vrijheden van de stad. Alleen de burgers hadden alle burgersrechten. Wie een jaar en een dag in de stad woonde konden het burgerrecht kopen. Arbeiders en allerlei los volg waren geen burgers. Ook geestelijke waren geen burgers; zij vielen onder het kerkelijk recht. Die wel burgers waren konden lid worden van de gewapende schutterij die zorgde voor veiligheid in de stad. Ook was het burgerrecht nodig om lig te worden van de gilde, die waren erg belangrijk. Een gilde regelde de beroepsopleiding, lette erop dat de producten van goede kwaliteit waren en steld prijzen vast. Gilden zorgden ook voor leden die bejaard, werklos, ziek, invalide en ondersteunde weduwen. Kooplieden waren de machtigste burgers, zij maakte in bijna alle steden de dienst uit.

4.3

In de tijd van steden en staten vergrootten de Franse Engels koning hun macht en begonnen met de vorming van een centraal bestuurde staat. De Duitse keizer slaagde daar niet in. In de Nederlanden brachtend e eerste bourgondiërs voor het eerst een zekerheid. Uit het Frankische rijk van Karel de Grote ontstonden op den duur twee rijken: Duitsland en Frankrijk. Vanaf 1337 voerde de Franse koning oorlog tegen de Engelse koning, die grote gebieden in Frankrijk had. Dit noemde ze de Honderdjarige oorlog. De Engelse koning verloor zijn bezitten in Frankrijk. De koning van Frankrijk regeerde vanuit een hoofdstad; Parijs. Er was ee proces van centralisatie en staatsvorming op gang gekomen.

Het grootste deel van de Nederlanden hoorde bij het Duitse rijk.Graaf Willem II van Holland werd in 1247 zelfs tot Duitse koning gekozen, maar werd onderweg naar Rome gedood door opstandige boeren. Rond 1430 kwamen de meesten Nederlanden voor het eerst onder een vorst: Filips van Bourgondië, ook wel bekend als Filips de Goede. Brussel werd zijn hoofdstad, hij bouwde er een groot paleis.

Staatsvorming en centralisatie waren mogelijk door de toenemende geldeconomie. Koningen hieven belasting en betaalden met het geld ambtenaren, huursoldaten en wapens. In Engeland werd later het parlement gevormd, dat bestond uit vertegenwoordigers van drie standen; adel, geestelijkheid en burgerij. Frankrijk kreeg zo’n vergadering: de Staten-Generaal. Deze vergaderingen waren belangrijk voor de staatsvorming.

4.4

Pausen ruzieden al honderden jaren met koningen en keizers over de vraag wie van hen het hoogste gezag, het primaat had. Volgens de aloude tweezwaardenleer waren er 2 machten; de geestelijke en wereldrijke. In 1075 stelde paus Gregorius IV dat de paus als vertegenwoordiger van Christus boven de koning en keizers stond. Hen moesten hem gehoorzamen.

Gregorius vond ook de leken zich niet met de kerk moesten bemoeien. Wereldrijke heersers hadden flink wat invloed op de geestelijke. Zij gaven de bisschopen in hun gebied een teken van waardering. Dankzij investituur bepaalden ze wie er bisschop werd.

Ook tussen de paus en de Franse koning onstond strijd over de benoeming van bisschoppen. De koning had daar eerst weinig over te zeggen maar later steeds meer. Daarnaast streden ze over geld.

De paus bleef wel de hoogste geestelijke machthebber. Dat betekende onder meer dat hij bepaalde wat het juiste geloof was. Wie daarvan afweek was een ketter. Om de ketterije uit te roeien richtte de paus in de 12e eeuw een speciale rechtbank op; inquisitie. Om een bekentenis af te dwingen maakten ze gebruik van martelingen, wie berouw toonde kreeg een lichte straf. Wie zich niet onderwierp, kon worden veroordeeld tot de brandstapel. Later gingen ze ook heksen vervolgen.

4.5

In 1099 leidde de eerste christelijke kruistocht tot verovering van Jeruzalem. In 1095 deed paus Urbanus II een dramatische oproep aan de christen. Hij vroeg hen niet meer te vechten tegen elkaar maar tegen de Islamitsche Turken. De ‘heiligste stad van de wereld’ moest verovererd worden.

In 1096 trokken meer dan 100.000 kruisvaarders naar Palestina. De kruistocht werd een militair succes. Ze veroverde verscheidene steden, het werd een bloedbad; groot deel joden en moslims werden vermoord.

De kruistochten waren een voorbeeld van christekijke expansie.

5

5.1

In de 15e eeuw begon de renaissance. De rijke italiaanse stedelingen hielden de blik niet meer zo strak gericht op God en het leven na dood. Hun levensmotto veranderde van memento mori (gedenk te strve) in carpe diem (pluk de dag). Ze kregen belangstelling voor het klassie erfgoed. De herleving van de waarden en schoonheidsidealen van de oudheid kreeg de naam renaissance, naar het Franse woord voor ‘wederbezetting’. In de 15e eeuw begon dit in Italië en verspreidde zich van 1500 over de rest van Europa. Daarmee begon de vroegmoderne tijd.

Bij de herontdekking van de klassieke oudheid speelde het hummanisme een belangrijke rol. Hummanistische geleerde lazen en vertaalde klassieke teksten. De Turkse verovering van Constantinopel in 1453 gaf het humanisme een extra impuls. Geleerde uit Constantinopel vluchten naar Italië en namen veel oorspronkelijke Griekse oudheid mee. Aanvankelijk was het humanisme vooral een beweging voor geleerden.

Een belangrijke humanist buiten Italië was Erasmus van Rotterdam.  De leergierigheid en kritische instelling in deze tijd van ontdekkers en hervormers stimuleerden ook het natuurwetenschappelijk denken. Copernicus hij ontdekde in de 16e eeuw een wiskundig model van het zonnestelsel waarin niet de aarde, maar de zon het stilstaand middelpunt was. Het was een aanloop naar de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw, die het wereldbeeld verder zou veranderen.

 Beeldende kunstenaars wilden de werkelijkheid zo echt mogelijke weergeven. Ze onderzochten de natuur en de menselijke anatomie om personages levensecht te kunnen schilderen en beeldhouwen. Ze maakte niet meer alleen Bijbelse voorstellingen, maar ook portretten landschappen en mythologische figuren. De kerk bleef wel een rijke en belangrijke opdrachtgever en de Bijbel bleef een grote inspiratiebron.

5.2

De Portugezen en Spanjaarden waren de eersten die in de 15e eeuw de kunst van Afrika, Azie en Amerika verkenden. Ze wilde Azie bereiken om er specerijen te halen. Aan het einde van de 16e eeuw gingen ook Nederlanders, Engelsen en Fransen op ontdekkingsreis. In de 15e eeuw was een groot gebied onbekend voor de Europeanen, Australië en Amerika wisten ze bestaan nog niet van. Ze kenden wel delen van Midden-Oosten en van de noordkust van Afrika. Europeanen wilden graag naar China en ‘Indië’, zoals ze het hele gebied achter de indus noemden. Door vele tussenhandelaren was oosterse koopwaar peperduur. Tot 1453 kwam veel oosterse kopwaar Europa binnen via Constaninopel, maar nadat deze stad was ingenomen door de Turken droogde de handel op. De Europeanen wilde omdat er geld mee te verdienen was zelf de specerijen uit Indië halen. Van de Turken en Arabieren mochten ze niet over land reizen. Er zat niks anders op dan en route over ze te vinden.

De Portugezen waren de eersten die ver buiten Europa voeren. Hendrik de Zeevaarder de zoon van de Portugese konin, financierde in de 15e eeuw zeereizen langs de westkust van Afrika. Hij stichtte scholen op voor zeevaarders ze kregen les in; navigatie, astronomie en kaartlezen.  De Portugezen kwamen steeds zuidelijker. Aan de westkust van Afrika stichtte ze handelsposten waar ze textiel en ijzerwaren ruilden tegen slaven en goud. Vanuit India drongen de Portugezen in 1510 door in de Indonesische archipel. Helemaal in het oosten ze ontdekten ze de molukken. Daar groeide zeer gewilde fijne specerijen kruidnagel, nootmuskaat en foelie. De portugezen dreven handel met Chinezen Japanners en andere Aziatische volkeren.

Eerst leek het erop dat de Spanjaarden de eerste weg naar indië hadden ontdekt. In 1492 dacht een Italiaan in Spaanse dienst, Columbus, dat hij een westelijk route naar Indië had gevonden.  Maar Columbus had een nieuw continent had ontdekt, werd duidelijk toen jaren later in dienst van Spanje de Italiaan Amerigo Vespucci de kust uitgebreid ging verkennen. Hij noemde het continent Mundus Noves, Latijn voor Nieuwe Wereld. Om Vespucci te eren gaf een kaartenmaker het continet echter de naam Amerika in jaar 1507, een jaar naar Columbus dood.

De Portugezen en Spanjaarden probeerde concurrenten van ‘hun’ zeeroutes te weren en schuwden daarbij geweld niet. Engelse, Fransen en Nederlanders gingen opzoel naar alternatiev zeeroutes, het leidde in de 16e eeuw tot nieuwe ontdekkingsreizen. Nederlandse en Engelse pogingen om via het noorden naar Azië te varen strandden. In de winter van 1596/1597 overwinterde Willem Barentz met zijn bemanning op Nova Zembla nadat ze waren vastgelopen in het ijs.

5.3

Erasmus leverde kritiek op de kerk en pleitte voor een terugkeer naar het ware geloof. Daarmee was hij een wegbereider van de Reformatie die Luther in 1517 begon. Na Luther kwammen andere kerkhervormers, zoals Calvijn. De christelijke kerk raakte verdeeld in protestanten en rroms-katholieken.

Als humanist bestuurde Erasmus de orginele Griekse tekstn van het Nieuwe Testament, het deel van de Bijbel dat gaat over jezus en zijn volgelingen. Hij vergeleek die met de Latijnse Vulgaat, die al 1000 jaar de meest gebruikte versie van de Bijbel was. Erasmus stelde dat de Vulgaat wemelde van de fouten, hij maakte in 1516 een nieuwe vertaling.  In het boek Lof der Zotheid dreef Erasmus de spot met bisschoppem, kardinalen en pausen die zich slechts om geld en macht bekommerden. Met zijn kritiek op de kerk werd Erasmus een wegbereider van de Reformatie of Hervorming.

In de middeleeuwen ergerden veel mensen zich aan de misstanden van de kerk. Priesters en andere geestelijken hadden vrouwen en lapten zo het celibaat aan hun laars. De Duitse Monnik begon met de hervormingsbeweging, deze Reformatie scheurde het christendom in West-Europa uiteen in twee vijandigen kampen; de protestanten die met de kerk van Rome braken en de rooms-katholieken die trouw bleven aan de paus. In oktober 1517 schreef Luther een brief met 95 stellingen.

Luther wilde een hervorming binnen de kerk op gang brengen, maar de paus beschuldigde hem van ketterij. Dat spoorde Luther aan zijn ideeën verder uit te werken. Dankzij de boekdrukkunst verspreidden die ideeën zich razend snel. In 1521 werd Luther uit de kerk gezet. In het Duitse rijk had hij veel aanhangers en machtige beschermheren. In de kerk dreigde een scheuring tussen voor en tegn standers. Om dit te voorkomen nodigde Karel V Luther uit voor een vergadering daar kreeg hij nog een kans om zijn woorden te herroepen, hij weigerde. Hij werd vogelvrij verklaard, hij verloor al zijn rechten. Wie hem doodde zou niet gestraft worden. Ook werd besloten dat Luther moest worden gestraft als ketter. Hij werd echter gered door de vorst van Saksen. Ze brachten hem naar Wartburg daar vertaalde hij de Bijbel in het Duits zodat iedere gelovige hem zelf kon lezen.

Na Luther kwamen er mer hervormers. Veruit de belangrijkste was de Fransman Jean Cauvin (Johannes Calvijn) hij was een humanistisch geleerde. Hij kon de bijbel lezen in het Hebreeuws en het Grieks. Volgens Calvijn was de bijbel het enige vorm van geloof, hij wees heilgenverering en andere zaken nog strenger af dan Luther. Er was nog een belangrijk verschil tussen Luther en Calvijn.

In Genéve kwam in 1536 een calvinistisch stadsbestuur aan de macht. In de stad gingen strenge leefregels gelden. Vanuit Genéve verspreidde het calvinisme zich over Europa. In Nederland werd het krachtig bestreden. Toen calvinisme het in 1566 boven de grond kwam bleek het veel aanhangers te hebben.

Ook in Duitsland, Frankrijk en Engeland haden de Reformatie grote gevolgen. Duitse rijk raakte in 1520 verscheurd door godsdiensten. In 1555 kwam hier pas een einde aan met de Godsdienstvrede van Augsburg. Er werd afgesproken dan elke vorst mocht bepalen welke religie in zijn gebied werd toegestaan. In Frankrijk woedden vanaf 1562 bloedige godsdienstoorlogen tussen katholieken en hugenoten, zoals de Franse Calvinisten heetten.

5.4

Filips II volgde zijn vader Karel V in 1555 op als landheer van de Nederlanden. Tegen Filips brak in 1568 de Nederlandse opstand uit, die in 1588 leidde tot de vorming van de Republiek der Verenigde Nederlanden. In 1515 nam Karel V het bestuur van de Nederlanden op zich. Veel Nederlandse gewesten vielen sinds de 15e eeuw onder één landsheer, maar ze vormden geen eenheid. De landsheer benoemde in veel gewesten een stadhouder die namens hem onder meer overleg voerde met de Staten. Karel zag het als zijn taak het katholieke geloof te beschermen, in 1522 stelde hij daarom een inquisitie in, die protestanen moest opspore. In de decennia daarna stierven honderden Nederlanders vanwege hun geloof op de brandstapel.

Toen in 1559 Filip II naar Spanje vertrok stelde hij zijn halfzus Margaretha van Parma aan als landvoogdes. Bij edelen en burgers groeide afkeer van zijn harde optredens tegen de protestanten. De belangrijkste hoge edelman in de Nederlanden was Willem van Oranje, stadhouder in Holland, Zeeland en Utrecht. Hij pleitte in 1564 voor godsdienstvrijheid, maar Filips gaf juist bevel nog harder op te treden tegen het calvinisme.

Filips stuude hertog van Alva om orde op zaken te stellen. In augustus 1567 arriveerde ‘de ijzeren hertog’ met een groot leger. Hij stelde een speciale rechtbank in die zo’n 1100 doodvonissen velde. Tienduizenden ontvluchtten Nederland, onder wie Willem van Oranje. Hij vormde in Duitsland een leger waarme hij in 1568 de Nederlanden binnenviel. Daarme begon de Nederlandse Opstand.

Filips kwam ondertussen in geldnood. Hij zette niet alleen in de Nederlanden steeds meer soldaten in, maar voerde vanaf 1570 ook oorlog tegen de turken in het Middellandse Zegebied. In 1576 sloegen de Spaanse soldaten, die al maanden geen soldij hadden gekregen, aan het muiten. Ze verlieten Holland en Zeeland en trokken moordend en plunderend door de zuidelijke gewesten.

Juist toen de Opstand verloren leek, kreeg Parma opdracht een aanval voor te bereiden op Engeland. Spanje vormde een enorme oorlogsvloot, maar deze onoverwinnelijke armanda ging in 1588 voor de Engelse kust ten onder. De opstand was gered. De opstandige Nederlandse gewesten besloten verder te gaan zonder landsheer. Zo ontstond in 1588 de Republiek der Verenigde Nederlanden; de Republiek. Onder aanvoering van de zoon van Willem van Oranje, Maurits veroverde de Republiek na 1588 bijna het hele noorden. In 1609 sloten Spanje en de Republieken een bestand (wapenstilstand) van 12 jaar. Vanaf 1648 werd de strijd vooral gevoerd in Brabant, totdat Spanje en de Republiek in 1648 de Vrede van Münster sloten. De in 1568 begonnen strijd werd later de Tachtigjarige Oorlog genoemd.

Juist toen de Opstand verloren leek, kreeg Parma opdracht een aanval voor te bereiden op Engeland. Spanje vormde een enorme oorlogsvloot, maar deze onoverwinnelijke armanda ging in 1588 voor de Engelse kust ten onder. De opstand was gered. De opstandige Nederlandse gewesten besloten verder te gaan zonder landsheer. Zo ontstond in 1588 de Republiek der Verenigde Nederlanden; de Republiek. Onder aanvoering van de zoon van Willem van Oranje, Maurits veroverde de Republiek na 1588 bijna het hele noorden. In 1609 sloten Spanje en de Republieken een bestand (wapenstilstand) van 12 jaar. Vanaf 1648 werd de strijd vooral gevoerd in Brabant, totdat Spanje en de Republiek in 1648 de Vrede van Münster sloten. De in 1568 begonnen strijd werd later de Tachtigjarige Oorlog genoemd.

6

in de 17e eeuw kwam het handelskapitalisme tot bloei en ontstonden wereldwijde handelsnetwerken. De Verenigde Oost-Indische Compagnie, die handeldreef met Azië, was daarin een hoofdrolspeler. De West-Indische Compagnie was actief in gebieden rond de Atlantische Oceaan.

Na de eerste reis va Cornelis de Houtman organiseerden Nederlandse kooplieden de ene na de andere hanselreis naa Java en de Molukken. De reizen waren zeer winstgevend, maar al snel kwam er onderlinge concurentie zo moordend dat de winsten scherp daalden. Op initatief van de Staten-Generaal werd daarom in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. De VOC kreeg het monopolie op de handel in Azië; buiten de VOC mocht geen Nederlander daar handeldrijven. De VOC werd een multinational die typerend was voor het opkomende handelskapitalisme. Daarbij hielden koopman-ondernemers zich met handel en nijverheid bezig en investeerden een deel van de wist in de onderneming. In dit systeem van kapitalisme gaven eigenaren niet altijd leiding aan de onderneming. De VOC had aandelen uitgegeven; de aandeelhouders waren de eigenaren. Het bedrijf werd geleid door de Heren Zeventien; 17 bestuurders uit de Hollandse en Zeeuwse steden waarin de VOC actief was. In Azië was een gouveneur-generaal de hoogste baas.

De VOC deed met toestemming van de Aziatische machthebbers mee aan factorijen. Vanuit deze handelspost deden ze mee aan de bestaande handel tussen de verschillende delen van Azië. Ze kocht ze met zilver uit Japan textiel in India, waarmee vervolgens specerijen uit Java en de Molukken werden betaald. In Europa verdiende de VOC in de 17e eeuw het meest aan specerijen. In de 18e eeuw werd koffie en thee belangrijk. In de 17e eeuw werd de VOC veruit het grootste en rijkste bedrijf ter wereld. In de 18e eeuw werden ze overvleugeld door de Britse East India Company.

De handelrelaties die Europeanen buiten Europa aanknoopte, vormden het begin van de wereldeconomie. In de tijd van regenten en vorsten raakten gebieden over de hele wereld via de handel met elkaar vebonden. Ook Nederlanders werden actief in Afrika en West-Indië, zoals Amerika werd genoemd. In 1621 werd hiervoor naar het voorbeeld van de VOC de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht. De eerste tijd hield ze zich vooral bezig met kaapvaart. De WIC moest Spanje financieel uitputten door de Spaans aanvoer van goud en zilver uit Zuid-Amerika te dwarsbomen. In 1628 boekte Piet Hein een legendarisch succes met de verovering van een complete Spaanse ‘zilvervloot’. De WIC verwief kolonies in onder meer Brazillië. In Noord-Amerika stichtte ze Nieuw-Amsterdam, het latere New York. Uiteindelijke behielden ze alleen 6 Antiliaanse eilanden en Suriname.

6.2

In de 17e eeuw werden de meesten staten bestuurd door vorsten. Door centralisatie kregen ze steeds meer macht in handen.Nederland was een uitzondering. De macht was in handen van de regenten. Zo werden de honderden hoge heren genoemd die in stedelijke, gewestelijke en plattelandsbesturen zaten.  De steden werden geleid door vroedschap, een college van 20 tot 40 regenten. De benoemde alle burgemeesters. Ook stuurde zij vertegenwoordigers naar Staten, het bestuur van de gewesten.

De machtigste man in de Republiek was meestal de stadhouder. Tot 1581 waren stadhouders vertegenwoordigers van de landsheer; daarna kwamen ze in dienst van de Staten. De stadhouder was opperbevelhebber van leger en vloot, hield toezicht op de rechtspraak en mocht zich in veel steden ook bemoeien met de benoeming van de regenten.

De Republiek had één overkoepelend overheidsorgaan; de Staten-Generaal in Den Haag. Er zaten afgevaardigden van alle gewesten in. De Staten-generaal beslisten over de buitenlandse politiek, over in-en uitvoerrechten en over leger en vloot.

De republieken dankte haar welvaart in de eerste plaats aan de handel. Amsterdam was de belangrijkste stapelmarkt van Europa. Er werden goederen uit heel de wereld opgeslagen, verwerkt en doorverkocht.

De Gouden Eeuw was ook een bloeitijd voor de Nederlandse cultuur. Vooral de schilderkunsten was van uitzonderlijk hoog niveau, met Hollandse meesters als Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Frans Hals en Jan Steen,

6.3

In veel Europese landen streed de vorst met zijn onderdanen om de verdeling van de macht. De uitkomst van die strijd verschilde per land. Frankrijk werd een absolute monarchie, terwijl Engeland een consitutionele monarchie werd. In 1648 begon in Frankrijk  een burgeroorlog toen het parlement van Parijs meer invloed eiste op het bestuur. Pas in 1653 kwam hier een einde aan. Koning Lodewijk XIV, hij had in 1643 als kleuter de troon geërfd van zijn vader, de oorlog had dieppe indruk op heb gemaakt. Lodewijk bleef de edelen en steden tot zijn dood in 1715 wantrouwen. Vanaf het moment dat hij zelf regeerde, beperkte hij hun macht. Zo ontstond een versterkt koningschap dat bekendstaat als; het absolutisme. Hij liet zich de zonnekoning noemen; zoals de planeten draaiden om de zon, zo draaide op aarde alles om hem.

Lodewijk gaf de ambtenaren de volgende taken; ze inden belastiging, bemoeiden zich met de rechtspraak, de landbouw, de nijverheid en tal van andere zaken. Ook paste hij de godsdienst aan, hij trok in 1685 het Edict van Nantes in, dat 87 jaar godsdienstvrijheid had gegarandeerd en ging de hugenoten vervolgen.

Frankrijk werd onder leiding van Lodewijk XIV de machtigste staat van Europa.

In de 17e eeuw vond de wetenschappelijke revolutie plaats. Experimenteren en eigen waarneming werden heel belangrijk in de wetenschap. Deze nieuwe onderzoeknde houding leidde tot veel ontdekkingen en uitvindingen. Copernicus was de eerste die op grond wiskundige berekeningen weerde dat de zon niet om de aarde draaide, maar de aarde om de zon. Zijn theorie werd in 1543 na zijn dood gepubliseerd in de revolutionibus.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.