Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Hoofdstuk 1: De nadagen van het Ottomaanse Rijk

Beoordeling 8.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2201 woorden
  • 14 december 2014
  • 13 keer beoordeeld
Cijfer 8.3
13 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie

Vanaf de 16e eeuw was het Midden-Oosten onderdeel van het uitgestrekte Ottomaanse/Osmaanse Rijk. Dit gebied was onder gezag van de Turkse sultan. Deze regeerde vanuit de hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanbul.


In 1863 scheelde het een haartje of de sultan had Wenen ingenomen. Maar in de 18e eeuw brokkelde de Ottomaanse macht snel af. De teloorgang van het Ottomaanse Rijk had verschillende oorzaken:

  • Een technologische achterstand op het Westen, op het gebied van scheepsbouw en bewapening. Invloedrijke conservatieve islamitische geestelijken verzetten zich tegen elke vorm van modernisering.
  • De opkomst van Rusland. Begin 18e eeuw drongen de troepen van Tsaar (Peter de Grote) door tot de Zwarte Zee, de noordrand van het Ottomaanse Rijk. Russische schepen mochten vrij door de Bosporus en de Dardanellen varen.
  • Toen er een wereldeconomie ontstond, raakte het Ottomaanse Rijk economisch op achterstand. De handel in Oost-Aziatische specerijen ging vanaf de 17e eeuw aan het Midden-Oosten voorbij.
  • De meeste sultans misten leiderscapaciteiten. Ze hielden zich vooral bezig met hun hof en harem. Er was een overvloed aan slavinnen, omringd door een legertje harembeambten. Eunuchen, gecastreerde harembewakers, oefende invloed uit op de sultan, die het overzicht op het Rijk daardoor kwijtraakte.
  • In de 19e eeuw ontwaakte er onder de niet-Turkse onderdanen een vurig nationalisme. Zo slaagden de Grieken er in 1860 in een eigen staat te vormen. Daarna riepen onder meer Roemenië, Bulgarije en Servië de onafhankelijkheid uit. In 1912-1913 bestond Europees Turkije slechts uit Constantinopel en omgeving.
  • Noord-Afrika ging verloren. De oorzaak daarvan lag in het modern imperialisme. Men wilde hun overzeese bezittingen uitbreiden, want ze zochten naar grondstofgebieden en afzetmarkten voor hun industrie.

§1.2 De rol van de Britten

In 1869 vond de opening van het Suezkanaal plaats. Door het Suezkanaal nam het strategisch belang van het Midden-Oosten enorm toe.

 

De Egyptische heerser Ismail wilde zijn land moderniseren (spoorwegen en telegraafverbindingen). Uit geldnood zag hij zich in 1875 gedwongen om zijn aandelenpakket in de Suezkanaalmaatschappij te verkopen.

 

De Britse premier kocht de aandelen. De vitale zeeroute tussen Londen en Bombay, de ‘navelstreng van het Britse wereldrijk’, was 8000 kilometer korter geworden, door het Suezkanaal. Groot-Brittannië was de koploper in de imperialistische race tussen Europese landen om het bezit van koloniën, invloedssferen en steunpunten.

Frankrijk speelde ook een rol en bezette gebieden in het westen van Noord-Afrika en wierp zich als verdediger van de christelijke minderheden in Syrië en Libanon op. In 1911 maakte Italië van het huidige Libië een Italiaanse kolonie.

In 1882 braken er in Egypte antiwesterse rellen uit. Britse troepen ging aan land; zo begon de Britse bezetting van Egypte, die zou duren tot 1956. Egypte werd een Brits protectoraat, een gebied onder beschermheerschap. De Britten investeerden in de verbetering van de economie en infrastructuur van Egypte, maar veel Egyptenaren ergerden zich aan de arrogante houding van de Britten.

 

Olie

Spoedig kwam er een belangrijke factor bij: olie. Na de uitving van de benzinemotor kwam in 1880 de auto-industrie op gang. Begin 20e eeuw werd in het huidige Iran en Irak, de 1e aardolie aangeboord; ‘het zwarte goud’. In 1909 werd de Anglo-Persian Oil Company opgericht, die laten bekend werd onder de naam BP, waarvan de Britse regering 51% van de aandelen bezat.

 

Naast de Britten en de Fransen speelden vanaf de jaren 20 in de 20e eeuw vooral de Amerikanen een actieve rol in het verwerven van olieconcessies. Het gegeven dat én het strategisch Suezkanaal én de al even strategische oliereserves in het Midden-Oosten, maakte van de regio in de 20e eeuw, een van de voornaamste conflicthaarden in de wereldpolitiek.

 

§1.3 De Jong-Turken

Omstreeks 1900 werd het Ottomaanse Rijk ‘de zieke man van Europa’ genoemd. Het was politiek en economisch in de greep van Europese mogendheden. Tevergeefs probeerde sultan Abdoel Hamid II zijn gezag te versterken. Hij dreigde zelfs met de jihad, de heilige oorlog van de moslims, om zo het westers imperialisme het hoofd te bieden.

 

Na het verlies van de Balkan en Noord-Afrika was er van het Ottomaanse Rijk een staatsverband overgebleven, waarin voornamelijk Turken en Arabieren samenleefden. In Istanbul en op het schiereiland Anatolië groeide het nationalisme onder de Turkssprekende bevolking. Voor fanatieke Turkse nationalisten was er geen plaats voor andere nationaliteiten met een eigen taal en cultuur. Het sterkst leefde dit eng-Turkse nationalisme onder officieren van het Ottomaanse leger, die zich ergerden aan het verval van het Rijk. Zij stichtten een genootschap: ‘Comité van Eenheid en Vooruitgang’. Zij werden de Jong-Turken genoemd. Zij streefden naar modernisering van de straat en afschaffing van de voorrechten voor buitenlandse ondernemers. Enerzijds bewonderden zij de westerse techniek en vooruitgang. Anderzijds koesterden ze haat tegen de Europese overheersing.

 

Jong-Turken aan de macht

In 1908 pleegden de Jong-Turken een staatsgreep. Sultan Hamid II werd in 1909 vervangen en een militair driemanschap van ‘Comité van Eenheid en Vooruitgang’ maakte nu de dienst uit.

 

Ze volgden een harde politiek van Turkificatie. De Arabieren werden er het slachtoffer van. Zij vormden de grootste niet-Turkse bevolkingsgroep. Als reactie daarop ontwikkelden de Arabieren een zelfbewustzijn, dat later Arabisme is genoemd. De Arabische taal werd nieuw leven ingeblazen en Nationalistische Arabische genootschappen verspreidden geschriften en kranten. Veel van die geschriften en kranten werden in het buitenland gedrukt. De Westerse mogendheden zagen dit als een middel om het Ottomaanse Rijk van binnenuit te verzwakken.

 

§1.4 De Armeense genocide

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) betekende voor het Midden Oosten een echt breukvlak. In 1914 besloot het jong-Turkse driemanschap de kant van Duitsland en Oostenrijk -Hongarije te kiezen. Zo kwam men in oorlog met Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hoewel de verwachtingen hoog gespannen waren liep de oorlog toch anders en leed men zware verliezen.

 

Het driemanschap nam wraak op de christelijke Armeniërs. In april 1915 besloot men om de hele bevolkingsgroep te deporteren naar de Syrische woestijn. Deze evacuatie eindigde in een ware dodenmars en gaf het sein voor een reeks massaslachtingen die met recht genocide, volkerenmoord, genoemd kan worden.

Tussen de zeshonderdduizend en een miljoen Armeniërs vonden in 1915 de dood, en in latere jaren nog eens ettelijke honderdduizenden. Deze massaslachtingen waren niet het werk van het Turkse leger als zodanig, maar van speciale milities, gevormd uit vrijgelaten criminelen of leden van Koerdische bendes. De regering wakkerde wel de haat aan tegen de christelijk Armeniërs. De organisatie van de Armeense genocide stond onder direct gezag van de regeringspartij. Ook werd de plaatselijke bevolking medeplichtig gemaakt: zij werd aangemoedigd de huizen van de Armeniërs te plunderen.

 

Het Armeense volk werd de hete woestijn ingedreven; iedereen wist dat de overlevingskansen klein waren. Al wie de Armeniërs hielp onder te duiken, riskeerde de dood door onmiddellijke ophanging.

 

De vergelijking met Auschwitz is niet ver gezocht; het ging namelijk om een poging een heel volk uit te roeien.

 

Tot op de dag van vandaag is er een meningsverschil over het bloedbad. Volgens de officiële Turkse versie van het verhaal is ging het om een betreurenswaardig bijverschijnsel van een onoverzichtelijke oorlogssituatie. Maar volgens de Armeniërs was het een doelgerichte volkerenmoord. Dit standpunt wordt gedeeld door gezaghebbende historici en de EU.

 

§1.5 Midden-Oosten verdeeld

In 1915 legde de Brit Mac-Mahon, hoge commissaris van Egypte, contact met de Arabische vorst Hoessein Ibn Ali. Deze was sjarief (hoeder) van de heilige plaatsen Mekka en Medina. Begin 1916 kwam uit dit contact een Brits-Arabische overeenkomst voort. Hoesseins bedoeïenenlegers zouden in opstand komen tegen de Jong-Turken. In ruil daarvoor ontving Hoessein van McMahon de belofte dat hij van de Britten een onafhankelijk koninkrijk mocht stichten op het Arabisch schiereiland en in Syrië en Irak. Hoessein kwam zijn afspraak na. Ook de Britten kwamen in actie en in 1918, het uur van de triomf, ontvingen de Britse en Arabische troepen massale toejuichingen van de bevolking, als bevrijders van het Turkse juk.

 

De Arabieren juichten te vroeg. De Britten koesterden hun eigen plannen. Het Midden-Oosten was te rijk aan olievoorraden en lag te strategisch, om het zomaar cadeau te doen aan Hoessein. Bovendien verdiende de christelijke minderheden in Syrië bescherming. In de belofte van McMahon was een voorbehoud gemaakt voor het kustgebied van Syrië, vanwege Franse belangen.

 

Achter de rug van de Arabieren om sloten de Britten en de Fransen in 1916 de zogenaamde Sykes-Picotovereenkomst. Ze spraken in het geheim af om samen het Midden-Oosten onder elkaar te verdelen. Frankrijk zou een invloedssfeer krijgen in Syrië en Libanon, en Engeland een landverbinding tussen de Middellandse Zee en de Perzische golf, ongeveer het gebied van Palestina tot en met Irak.

 

Op de Parijse vredesconferentie van 1919 kregen de Arabieren geen poot aan de grond. In het Verdrag van Sèvres (1920) werd beslist dat de Arabieren geen eigen koninkrijk kregen. Hun gebieden werden losgescheurd van het Ottomaanse Rijk en kwamen in Brits-Franse handen. Frankrijk kreeg het beheer over Syrië en Libanon, Groot-Brittannië over Palestina en Irak.

 

De voormalige Arabische delen van het rijk werden mandaatgebieden. een mandaat is een volmacht om een bepaald gebied te beheren. De Volkenbond, die in 1919 was opgericht om de wereldvrede te bewaken, kreeg het toezicht. De mandatenregeling was een typisch staaltje van modern imperialisme.

 

Sjarief Hoessein had het nakijken, maar zijn zoon Feisal kreeg van de Britten de koningskroon van het mandaatgebied Irak aangeboden. In 1932 werd Irak een onafhankelijk koninkrijk, maar de Britten hielden controle over de olievelden.

Feisal’s broer Abdoellah werd door de Britten aangesteld als emir van Trans Jordanië, het gebied ten oosten van de Jordaan, dat in 1921 werd losgemaakt van Palestina. Zo probeerden de Britten nog iets van de belofte van McMahon uit 1916 in te lossen.

 

§1.6 Turkije onder Kemal Atatürk

Turkije bestond na het verdrag van Sèvres alleen nog maar uit het schiereiland Anatolië en een klein stukje Europees gebied rond Istanbul.

 

De Turken reorganiseerden echter hun troepen en vormden in Ankara een nieuwe regering onder leiding van Mustafa Kemal. Onder zijn commando veegden de Turken een kort daarvoor opgerichte Armeense republiek in Oost-Anatolië van de kaart.

 

Bij het Verdrag van Lausanne in 1923 werden de nieuwe grenzen van Turkije internationaal erkend. Met de Koerden in Oost-Turkije, de grootste etnische minderheid binnen Turkije, werd in 1925 na een opstand bloedig afgerekend. De Koerden kregen geen eigen staat. Hun woongebied bleef verspreid over vier staten: Turkije, Syrië, Irak en Iran.

 

Mustafa Kemal was een populaire oorlogsheld. In 1923 zette hij de laatste sultan af, en riep Turkije uit tot republiek. Hijzelf werd president en Ankara werd de nieuwe hoofdstad.

 

Modernisering was zijn devies en Europa diende als voorbeeld. Zo wilde hij het idealisme van de Jong-Turken levend houden. Hij beschouwde de islam als de voornaamste hinderpaal voor de vooruitgang. Hij begon een proces van secularisering, letterlijk verwereldlijking. Op alle terreinen moest de invloed van de godsdienst worden teruggedraaid. Daarom hief hij het kalifaat op. Dat betekende een scheiding tussen godsdienst en staat. Veel moskeeën werden gesloten.

 

Het islamitisch onderwijssysteem en de islamitische gerechtshoven werden opgeheven. De sharia, het traditionele islamitische rechtssysteem werd vervangen door een burgerlijk wetboek uit Zwitserland, en een wetboek van strafrecht uit Italië. Het Latijnse schrift kwam in de plaats van het Arabische schrift en tegelijk werd de Turkse taal van Arabische en Perzische gezuiverd.

 

Er waren ook uiterlijke, symbolische hervormingen zoals het verbod op polygamie en de invoering van het vrouwenkiesrecht. In 1926 werden ook de westerse klok en kalender overgenomen.

Kemal liet ook de geschiedenis herschrijven. de Ottomaanse erfenis moest worden gewist en verzon men nieuwe historische wortels. Het extreme nationalisme, het feit dat Kemal vanaf 1931 met een eenpartijstelsel regeerde, en de persoonsverheerlijking van Kemal gaven aan zijn dictatuur fascistische trekken.

 

Toch ging de droom van Kemal - een volk alfabetiseren en bewegen tot westers denken en handelen - nooit in vervulling. Veel hervormingen raakten alleen de buitenkant. Een groot deel van de bevolking bleef bovendien tegenstander van een westerse koers. De fundamentalistische onderstroom bleef bestaan. Kemal liet zich echter verheerlijken als vader des vaderlands, krijgsheld, leraar en symbool van moderniteit. Hij werd Atatürk genoemd, vader van alle Turken. Hij stierf in 1938, 57 jaar oud.

 

Extra informatie

Na opening van het Suezkanaal in Egypte, in 1869, en de 1e vondst van olie rond 1900, waren de Westerse machten helemaal niet meer weg te slaan uit het Midden-Oosten.

Het Midden-Oosten is geografisch een vaag omlijnd begrip. Hier wordt verstaan onder het Midden-Oosten: het gebied van de huidige staten Turkije, Syrië, Libanon, Israël, Jordanië, Egypte, Irak, Iran en Saudi-Arabië.

Naast Arabieren leven in het Midden-Oosten onder meer Turken in Turkije, Perzen in Iran, Joden in Israël en het volk van de koerden, zonder een eigen staat.

 

Het Midden-Oosten is de bakermat van oude culturen; Mesopotamiërs, Byzantijnen en Egyptenaren & drie monotheïstische wereldgodsdiensten; het jodendom, christendom en de islam.

 

De geschiedenis van het Midden-Oosten is zeer complex. We concentreren ons op de hoofdlijnen:

  • Het optreden van imperialistische mogendheden.
  • De tegenstelling tussen voor- en tegenstanders van modernisering en secularisering.
  • De problematiek rond de stichting van de staat Israël.
  • De complexe situatie rond Irak.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.