Het gezin in de preïndustriële samenlevingmodule 3!

Beoordeling 8.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 872 woorden
  • 12 februari 2004
  • 16 keer beoordeeld
Cijfer 8.2
16 keer beoordeeld

1.1 Plattelandseconomie Vóór het midden van de achttiende eeuw leefden de meeste Engelsen van de landbouw. Ze gebruikten in de dorpen het openveldsysteem^1. In de dorpen werd een deel van de grond samen bewerkt en was een gedeelte ook gemeenschappelijk eigendom. Het hele gezin werkte regelmatig mee op de akker. Al in de zestiende eeuw was er in de dorpen een ontwikkeling op gang gekomen waarbij gemeenschappelijke gronden werden omheind en onder de boeren verdeeld. Deze aanpak stond bekend als de enclosure^2 of omheining. Arme boeren kregen maar weinig grond en hielden te weinig over om van te bestaan. Ze trokken naar de steden. In deze tijd was de ontwikkeling van de nijverheid al aan de gang, vooral in de productie van textiel, maar dit gebeurde thuis in de huisnijverheid^3. Daarbij werkten de gezinsleden samen binnenshuis. Daarnaast waren al wat fabrieken ontstaan. Fabrieksnijverheid betekende dat volwassenen en kinderen buiten het gezin werkten. In de achttiende eeuw was de samenleving een standenmaatschappij^4. De grote verschillen tussen arm en rijk werden beschouwd als normaal. Liefdadigheid was toegestaan, maar de staat had geen duidelijk verplichtingen. Voor ouderen, voor verarmde boeren en voor stedelijke werklozen en zwervers werd niet veel gedaan. Bejaarden, chronisch zieken, gehandicapten en krankzinnigen kregen onderdak in een armenhuis^5. Voor degenen die konden werken, bestond het werkhuis^6. 1 grond is gemeenschappelijk eigendom. 2 gemeenschappelijke gronden worden omheind en onderling verdeeld tussen arme boeren & grootgrondbezitters. 3 arbeiders die thuis producten vervaardigen. 4 iedereen had door zijn geboorte een plaats in de samenleving. 5 tehuis waarin bejaarde en zieke mensen een onderdak krijgen. 6 tehuis waarin arme mensen werken en soms ook wonen. 1.2 Ongezond leven Door de modernisering van de landbouw werd de productie groter, dus van de honger hoefde je in de achttiende eeuw in principe niet meer dood te gaan. Voor de armen echter was er vaak niet veel te eten, maar veel drinken. Het leven van gewone mensen was niet erg gezond. Vele kinderen stierven bij de geboorte of tijdens de eerste levensjaren. Vrouwen stierven aan de kraamvrouwenkoorts7. De gezondheidszorg stond nog op een laag peil. Al je ziek werd, dan moest je naar chirurgijn8. 7 infectieziekte die veel sterfgevallen in het kraambed veroorzaakte. 8 heelmeester die niet aan de universiteit medicijnen heeft gestudeerd.
1.3 Trouwen en houden In de hogere standen ging het bij een huwelijk om bezit. Daarom beslisten de ouders, welke partij het meest geschikt was om mee te trouwen. Ook bij de gewone mensen werd er bij de keuze nagedacht of iemand gezond was en genoeg verdiende. Belangrijk was echter ook de eigen keuze en de vraag of iemand aantrekkelijk was. In die groep trouwde men jong. Het opzetten van een huishouden8 kostte geld. Daarvoor moest gespaard worden. Ouders konden druk uitoefenen door geld te geven voor de bruiloft of te weigeren. Ook konden ze de kinderen onterven. Er werden dus niet heel vroeg kinderen geboren en de gezinnen bleven relatief klein. De man was de absolute baas in het gezin, want - vrouw had weinig rechten, tot 1873 mocht ze geen testament opstellen. - moest schulden van de vrouw betalen. - mocht vrouw, kinderen en dienstbode lijfstraffen geven, maar dat leidde tot regelmatige mishandeling. 9 eenheid van mensen die bij elkaar in een huis wonen. 1.4 Opvoeding en onderwijs In het gezin was de vrouw in proncipe de opvoeder. Kleine kinderen werden vooral bij een familielid of bij een buurvrouw begeleid. Er was een vraag of ouders van hun kinderen hilden. Er zijn drie onhoudbare theorieën: - moederliefde zou volgens sommige geleerden niet een natuurlijk instinct zijn, maar een ontwikkeling die later in de geschiedenis begon. Uit geschreven bronnen in deze tijd en eerder blijkt echter dat ouders wel degelijk van hun kinderen hielden. - dan is er een theorie dat ouders kinderen hadden om ze voor hen te laten werken. Die gedachte is ook niet houdbaar. Jonge kinderen kostten geld voor eten en kleren en dat werd als een last voor het gezin beschouwd. - de jeugd als aparte soort mensen was volgens Ariès pas in de zestiende of de zeventiende eeuw uitgevonden. In bronnen zoals dagboeken, brieven en ook in de wetgeving kunnen we echter zien dat men met kinderen heel anders omging dan met volwassenen. Aan dure scholen zoals de ‘grammar schools’ kon je een opleiding krijgen met Grieks en Latijn; ze werden voornamelijk door de kinderen van rijke mensen bezocht. De verschillende kerken hadden scholen opgericht voor gewone mensen. Veel kinderen echter gingen niet naar school. Dat hadden ze niet nodig als ze op een landbouw werkten. Meisjes hoefden helemaal niet naar school. Ze leerden van hun moeder het huishoudelijke werk. Een meerderheid van de mensen was analfabeet. 1.5 Ontwikkeling van de bevolking Omdat er in Engeland de welvaart ontwikkelde, groeide de bevolking. De gezinnen bleven relatief klein: hoog sterftecijfer. De meeste jongeren wachten een jaar of tien na de puberteit totdat ze een gezin stichten. Eerst voldoende verdienen en wat sparen, dan huishouden opzetten. Veel kinderen stierven jong => minder behoefte aan geboortenbeperking10 zwangerschappen voorkomen: onthouding van seks, langer borstvoeding geven. Mensen hadden geen behoefte aan grote gezinnen. Welgestelde mensen trouwen vroeger strategische verbonden tussen invloedrijke families en om regeling erfenissen: bezegeling van een contract. Ze hadden grotere gezinnen. Levensverwachting: 35 jaar. Wetenschap die zich met levensverwachtingen bezighoud: demografie11. 10 opzettelijk beperken van het aantal kinderen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.