Het gezin en de industriële revolutie in Engeland

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 1265 woorden
  • 19 februari 2002
  • 193 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 193 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Gezin en samenleving.
Het gezin en de industriële revolutie en Engeland


Industriële revolutie:
-stoommachine -fabrieken/machines -armoede -grote verandering -arbeid -Engeland
-snelle ontwikkeling -spoorwegen -vooruitgang -veel stank

1: Het gezin in de preïndustriële samenleving

Hoe was het gezinsleven in de periode voorafgaand aan de industriële revolutie?

Plattelandseconomie: Meesten leefden van de landbouw.
Enclosure-movement: Gemeenschappelijk gronden werden omheind en onderling verdeeld. => arme boeren kregen maar weinig grond, of konden hun rechten niet bewijzen. Ze hielden dan te weinig over om van te bestaan, en trokken naar de stad. Alle leden van het gezin werkte mee.


Ongezond leven: In gin is veel ellende verdronken. Mensen dronken te veel alcohol en daar zijn veel slachtoffers bij gevallen. De huizen waren klein en smerig. Op het platteland => meestal hutten. Brandstof: koemest. Geen verlichting. Veel zeiktes: Pokken,tyfus,dysenterie en vroedvrouwenkoorts eisten veel slachtoffers. De armen aten vooral meelspijzen, zoals brood en puddig en ook soep en hachee. Maar toch aten ze te weinig. Hoge kindersterfte.

Trouwen:
Rijken: -De ouders beslisten welke partij het meest geschikt was om mee te trouwen.
- Een meisje kreeg een bruidschat mee.
- Het moest iemand uit dezelfde stand zijn.
Arbeidersklasse: -Uiterlijk + welgesteldheid voorop, hart achteraan.
- Trouwden tussen 25-30 jaar.
- Ouders konden wel druk uitoefenen door: Geld te geven, of juist te weigeren, bijdragen aan de inrichting van het huis of zelfs de kinderen te onterven.
Alleenstaande moeder: Schande.
Man was de baas in het gezin: mocht lijfstraffen uitoefenen.

Onderwijs:
Grote verschillen tussen arm en rijk.

Redenen waarom veel arme kinderen niet naar school gingen:
-geen geld genoeg
-bleven thuis om een vak te leren
-ze konden dan niet werken, en dan liep het gezin inkomsten mis.
Dat mensen alleen kinderen kregen, om geld te verdienen is niet waar:
Want kinderen kosten geld en er was een grote kans om te overlijden, en als een zoon later als leerling werd uitbesteed, ging hij uit huis en bracht geen geld in. Kinderen misschien wel als middel voor de oude dag: niet echt betrouwbaar.

Door de welvaart steeg, groeide de bevolking. Hoog sterftecijfer. Jongeren moesten eerst sparen, voordat ze een huishouden konden opzetten: Tijd waarin een vrouw vruchtbaar was, werd korter => minder kinderen geboren. Geen behoefte aan geboortebeperking. Welgestelde mensen trouwden vroeger: Konden zich een groot huishouden beter veroorloven.

2 Naar de grote stad

Welke invloed had de industriële revolutie omstreeks 1850 op de ontwikkeling van het gezin in Engeland?

Begin ind. Revo. omstreeks 1730. Ontwikkeling industrie vind nog steeds plaats. Nieuwe machines konder niet meer in woonhuis of boerderij staan: Men bouwde meer fabrieken => arbeiders buitenshuis werken: Gezin verloor functie als productie-eenheid=> Verschuiving van gezinseconomie naar gezinslooneconomie. Arbeiders migreerden naar fabrieken en hadden voorzieningen nodig. Door industrialisatie=> urbanisatie. Kleine, goedkope arbeidershuizen: geen waterleiding en geen goede afvoer, kleine ramen en vochtig. Heersende opvatting: Klassieke economie/economisch liberalisme.

Hoge bevolkingsdichtheid in buurt van fabrieken: gevaar volksgezondheid.Kans op besmetting groot: bijv tubercolose verspreid door hoesten, insecten die op de vuilnis op straat afkomen en het water. Ontlasting van zieke mensen trok in de grond en besmette weer het grondwater,dus het drinkwater. Grote steden haalden water uit vervuilde rivierwater. Medische kennis beperkt. Ziekenhuizen deden meer hun best voor reinheid en ontsmetting.Vanaf 1853 verplichte inenting voor pasgeborenen. Modernisering landbouw: betere oogsten:goedkoper voedsel. Spoorwegen: distributie voedingsmiddelen makkelijker.

In de stad invloed familie veel minder geworden: In vrijheid huwelijkspartner kiezen. Ruimte voor romantische liefde. Victoriaanse tijd. In industrie: weinig scholing nodig: veel jongeren niet meer in leer. Na kinderarbeid vanzelf in volwassen baan terecht => meer verdienen.De periode van sparen na de puberteit was niet meer nodig: men trouwde gem. op jongere leeftijd.Vrouw kreeg geen betere positie in het gezin nu ze buitenshuis werkte en een eigen inkomen had. Het loon was lager en het werd gezien als een aanvulling op het gezinsinkomen en de man kreeg het geld uitbetaald. Alcoholisme een van de meest oplopende problemen. Scheiden was moeilijk en ongebruikelijk en duur. Tot 1857: Toestemming van de kerk.

Veel kinderarbeid. Fabrikant hadden het liefst ongeschoolde krachten: Goedkoper. Vooral in textielindustrie: vrouwen en kinderen. Onaangename en ongezonde omstandigheden. Kregen de kinderen door ind. Revo. nou een veel slechter leven?In landbouw: in guur weer werken op akker, heel lang lopen naar markt.Maar het werk vond plaats in het gezin en de ouders konden de kinderen 'beschermen' tegen ergste nadelen. Veel jongeren volgden nog steeds niet het onderwijs.

Betere voedselvoorziening=> mensen algemeen minder kwetsbaar voor ziekten. Vooral op het platteland. Maar nog steeds geen hoge leeftijden. De bevolking groeide, maar het aantal geboorten bleef +/- gelijk : het aantal sterfgevallen zakte. Na verloop van tijd: meer jonge mensen beschikbaar die kinderen konden krijgen.En hoe langer zij weer leefden, hoe meer kinderen zij weer kregen.Liberaal denkende klassieke economen: wilden liever dat arme mensen minder kinderen kregen dan dat de welvaart anders en eerlijker verdeeld zou worden.

3 Op weg naar de 'welfare state'

Hoe paste de samenleving zich omstreeks 1900 aan aan de industriële revolutie?

Na 1850: Engelse economie nog grotere bloei, vooral voor bedrijven die al machtig waren. Landbouw door efficiënte organisatie gouden tijden. Nieuwe werktuigen. Ook ind. revo. groeide: dankzij nieuwe uitvindingen en uitbreiding Brits imperium=> koloniën: grondstoffen leveren en dienen als afzetgebied. Tijd van vrijhandel: ontbreken invoerrechten. Engeland kon dan goedkoop exporteren en liep voorop met goedkope, moderne productie. Arbeiders: Hoger loon en koopkracht steeg. Werkdagen werden korter,het werk minder vermoeiend en aandacht besteed aan werkomstandigheden en veiligheid. 1850-1920 begin Britse verzorgingsstaat. 1908 wet op ouderdomspensioen. 1911: een soort ziekenfonds voor arbeiders en een werkloosheidsverzekering.

Rijken bereid iets meer bij te dragen aan openbaar bestuur om ziektes zoals cholera te kunnen voorkomen door waterleidingen en rioleringen in grote steden.Na 1870 leven in steden duidelijk verbeterd. Ook leven arbeiders minder ongezond door betere watervoorzieningen en goedkope zeep en steenkool. Dankzij medische wetenschap: tal van nieuwe medicijnen ontwikkeld. Sommige arbeiders konden beter huis kopen/huren, maar toch nog veel mensen in kleine, smerige, gehorige en vochtige 'huisjes'. 1921:1 op 8 huizen elektriciteit.

Verbetering lonen, huizen, gezondheid, materiële omstandigheden en kinderdaling: gezinsleven meer aandacht. Meer gezelligheid: traditionele arbeidersgezin. Uitjes nu ook voor hele gewone mensen betaalbaar. Huis ingericht met veel spulletjes. 'Mooie kamer' met heel veel fraaie spulletjes => symbool van de nieuwe welvaart. Man werkte, vrouw zorgde voor de kinderen en het huishouden, soms verdiende ze wel iets bij. Vrouw had ook invloed op beslissingen. Vrouwenbeweging: kreeg gedaan (1869) dat vrouwen mochten stemmen voor gemeenteraadsverkiezingen. Na WO1 ook voor het parlement.

Onderwijs ook beter verdeeld. Education Act 1870 gaf ieder kind recht op onderwijs. Plaatselijke overheden richtten overal schoolraden op: Deze richtten scholen op als er te weinig particuliere scholen in de gem. waren=> maatregen had effect. 1860 25%, in 1880 80% naar school. Opvoedingstaak: van huisgezin naar school. 1880 kinderen 5-10 jaar leerplichtig. 10 jaar later: gratis onderwijs voor kinderen wiens ouders het niet konden betalen. Er werd toch wel verzuimd: vooral op het platteland in de oogsttijd. Minder meisjes als jongens leerden door na de leerplichtige leeftijd.

Aantal sterfgevallen nam af: Verbeterde gezondheidszorg en voeding. Malthusiaanse bond waarschuwde voor het gevaar van overbevolking en de nadelen van grote gezinnen en propageerden geboortebeperking. Vanaf 1870 anticonceptiemiddelen. Na 1875: Aantal geboorten in Engeland en Wals dalen van 35 per 1000(1875) tot 24 per 1000(1911). Het aantal sterfgevallen ook: 22 per 1000(1871) tot 14 per 1000(1911). Mensen leefden langer en de bevolking groeide: Mensen streefden naar een grotere welvaart voor het gezin door het kinderaantal te berperken en het aantal geboorten daalden door de introductie van methodes van geboortebeperking. daling sterftecijfer: Hoger inkomen, beter voedsel, beter behuizing, meer persoonlijke hygiëne en vooral de aanwezigheid van riolering en een goede drinkwatervoorziening. Goedverdienende arbeiders: lagere kindersterfte dan bij ongeschoolde arbeiders. Gezinnen werden kleiner. Demografische transitie.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

heb jij deelvragen gemaakt

20 jaar geleden

M.

M.

we hebben heel erg veel gehad aan een paar dingen in jouw werkstuk!!!
bedankt
groetjes!!
eglaas en marith

20 jaar geleden

R.

R.

Ik heb er niet veel aangehad

19 jaar geleden

L.

L.

yo bedankt voor je samenvatting van scholieren, ask dit goed leer voor mijn herkansing gaak over!!! thnx

Leon

19 jaar geleden

K.

K.

Maar wat waren de gevolgen van de industriële revolutie voor onderwijs

10 jaar geleden