Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

H4 paragraaf 1, 2 & 3

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas vwo | 2538 woorden
  • 15 februari 2016
  • 17 keer beoordeeld
Cijfer 6.7
17 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
3 redenen waarom je echt never nooit niet in het buitenland moet studeren

Studeren in het buitenland, de ultieme droom van veel mensen, toch? Nou,
vergeet het maar! Waarom zou je jezelf onderdompelen in nieuwe culturen,
talen en ervaringen als je ook gewoon thuis in je onesie op de bank kunt
blijven zitten?

Check het hier

Geschiedeniswerkplaats; VWO 1, hoofdstuk 4 paragraaf 1

 

De mythe van Romulus en Remus

Eeuwen voor de stichting van Rome –> Griekse held Aeneas in Italië

Zoon stichtte de stad Alba Longa –> honderden jaren later een van nakomelingen koning van stad

Hij werd verdreven, god Mars (zie 4.3. voor Goden) verwekt samen met dochter van verdreven koning de tweeling Romulus en Remus –> opa weer op troon te krijgen

Nieuwe koning hoort dit –> opdracht bediende om tweeling te doden, bediende kon dit niet –> in een mandje wegdrijven op de rivier de Tiber (denk aan Mozes)

Gevonden door een Wolvin –> met melk in leven hield

Romulus en Remus doden koning –> stichten een eigen stad waar de wolvin ze gevonden had –> ze krijgen ruzie wie koning mocht worden –> Romulus slaat Remus dood (denk aan Kaïn & Abel) –> Romulus vernoemd Rome naar zichzelf (753 v.C.)

De Romeinse republiek

(500 v.C.) –> Rome is een republiek

Volksvergaderingen –> mannen mochten stemmen –> koos de bestuurders –> geen democratie

Echte macht in handen van de senaat –> 300 leden –> rijkste en voornaamste families konden senator worden –> mag eigenlijk alleen maar advies geven maar in feite beslisten zij gewoon alles

Roem en eer

Het Romeinse leger:

  • Goed georganiseerd
  • Goed bewapend
  • Bestond uit militairen; meestal vrije burgers die hun eigen wapenrusting betaalden. Vaak boeren. Ze vonden het een eer om te sterven voor het vaderland en deelden in de buit.
  • 5000 tot 6000 militairen vormden een legioen.
  • Senatorenfamilies leverden de generaals (aanvoerders van legioenen). Zij hielden veel buit zelf en behaalden roem en eer à profiteerden dus het meeste.
  • Triomftocht: mochten ze houden bij een overwinning.
  • Blazers en trommelaars –> krijgsgevangenen en wagens vol buit –> generaal (reed als Jupiter gekleed (purperen mantel met gouden sterren)) met wagen door de stad –> de soldaten…
  •  

Romeinse Overwinningen

Tussen 350 en 270 v.C. bijna heel Italië veroverd

In 282 v.C. vielen ze Tarente aan (een van de laatst zelfstandigen) –>  inwoners roepen Pyrrhus koning van Epirus, Griekenland op –> 25.000 soldaten over zee –>paar overwinningen, verloor zoveel soldaten dat hij vertrok –> Tarente gaf zich over

Nog altijd noemen we een zege die zoveel moeite kost dat hij tot verzwakking leidt een pyrrhusoverwinning…

Rome verslaat Carthago

Italië verovert –> oorlog Carthago (machtige stad in Noord-Afrika) dat heerste over het westen van de Middellandse Zee (door sterke schepen), inclusief het eiland Sicilië –> Romeinen vallen dus Sicilië in 264 v.C. aan…

Ze hadden dus een vloot nodig (maar hebben geen verstand van scheepsbouw) –> Griekse Kolonies met scheepswerven –> lieten daar schepen bouwen –> half jaar: 120 grote schepen –> oorlog duurde ruim 20 jaar

De hoogste Carthaagse commandant liet zijn zoon Hannibal in 218 v.C. wraak nemen –> met 100.000 soldaten en gevechtsolifanten over de Alpen –> Romeinen worden erg verrast –> grote delen van Italië verwoest en legers verplettert –> Rome was bijna verslagen maar overwon uiteindelijk toch…

In 201 v.C. werd Carthago verslagen –> klein gebied over –> in de 3e oorlog met Carthago (149 v.C.) werden ze helemaal verwoest en als Romeinse stad herbouwd –> alle westelijke kusten van de middellandse zee hoorden nu bij het imperium Romanum (Romeinse rijk)

Het Romeinse wereldrijk

Rond 200 v.C. ook uitbreiding naar het Oosten.

146 v.C. Griekenland veroverd. Daarna Klein-Azië (Turkije) en Syrië. In 30 v.C. Egypte. Ze hadden toen alle gebieden rond de Middellandse Zee. Mare Nostrum (onze Zee).

In Europa breidden ze tussen 58 en 52 v.C. Veroverde Julius Caesar met zijn legioenen heel Gallië (Frankrijk, België en Nederland tot aan de grote rivieren).

Gebieden buiten het Romeinse Rijk werden Romeinse Provincies –> deze werden bestuurd door Romeinse Gouverneurs –> Romeinse overheid buitte de provincies uit.

Veroveringen waren vaak gruwelijk. Hele steden werden uitgemoord en de bewoners tot slaaf gemaakt (Korinthe bijvoorbeeld)

 

Julius Caesar

Romeinse leger veranderde doordat de veroveringen steeds verder weg waren, konden de militairen niet meer een boerenbedrijf erbij doen.

De succesvolle legeraanvoerders werden steeds machtiger en trokken zich niets meer aan van de senaat. De generaals gingen onderling uitvechten wie het belangrijkste was. Er ontstond een burgeroorlog.

In 46 v.C. won Julius Caesar  en hij dwong de senaat om hem voor het leven tot dictator (alleenheerser) te benoemen. Maar twee jaar later werd hij door een groep senatoren met 23 messteken om het leven gebracht. Ze hoopten dat de senaat nu weer het machtigste zou worden.

Vrede onder keizer Augustus

Caesar had voor zijn dood zijn achterneef Octavianus als zoon geadopteerd. Deze 18 jarige versloeg in een nieuwe burgeroorlog al zijn tegenstanders.

In 27 v.C. maakte hij een eind aan de republiek en stichtte een keizerrijk. Hij gebruikte de naam van zijn ”vaderCaesar (hier komt het woord keizer vandaan) als titel.

Octavianus kreeg de eretitel Augustus, de Verhevene omdat hij als een god werd vereerd.

Hij regeerde meer dan 40 jaar en zorgde voor rust, orde en welvaart.

Na Augustus werd het rijk nog wat verder uitgebreid. De Donau en de Rijn werden in Europa de noordgrens. Een groot gedeelte van Brittanië werd veroverd en begrenst met een grote. In Afrika was de Sahara de grens en in Azië de rivier de Eufraat.

Langs de grens waren legioenen die de grenzen bewaakten. Via kaarsrechte wegen konden ze snel naar plaatsen toe waar gevaar dreigde.

De samenvatting gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen
Gids Eindexamens

Alles wat je moet weten over de eindexamens

Twee eeuwen lang heerste er rust en vrede Pax Romana (Romeinse vrede).

 

Geschiedeniswerkplaats; VWO 1, hoofdstuk 4 paragraaf 2

 

Rijk     –>   Zeer kleine bovenlaag van de bevolking

Woonden in villa’s en paleizen met versierde eetzalen, zwembaden en tuinen vol beelden.

Lieten zich op stoelen door de stad dragen omringd door lijfwachten en mensen die van hen afhankelijk waren.

Schepten op over hun rijkdom tijden weldadige diners (liggend op kussens en matrassen, bediend door slaven, met dansers en danseressen)

Arm     –>   Overgrote deel van de bevolking –> Een kwart van de 1 miljoen bewoners van Rome kon niet in eigen levensonderhoud voorzien (geen werk, woonden in krotten of hutjes)

Mensen die het iets beter hadden leefden in bakstenen flatgebouwen van drie of vier verdiepingen. Geen keuken, één of twee kamertjes voor hele gezinnen. Ze kochten eten in een soort snackbar of grote gaarkeuken want ze hadden zelf geen keuken. Ze hadden ook geen water of riolering. In de hal stonden kruiken met daarin hun uitwerpselen en urine (enorme stank)

Op straat was het onveilig. Bendes vochten met elkaar. Je kon niet naar buiten ’s avonds zonder lijfwacht.

Brood en Spelen

Machthebber gaven aan hun volk Brood en Spelen om het volk rustig te blijven en om zelf populair te worden. (denk aan chips/cola en tv)

In de keizertijd kregen in Rome 200.000 mensen gratis graan en soms ook geld van de autoriteiten.

Ook organiseerden ze vermaak (spelen):

  • Paardenrennen
  • Gevechten met leeuwen, tijgers, olifanten, neushoorns en andere wilde dieren in Collosseum (stadion met 50 000 zitplaatsen)
  • Ook werden er “zeeslagen” gehouden, de arena werd dan met water gevuld
  • Populairst waren de gladiatorengevechten (zwaardvechters, meestal krijgsgevangenen die ervoor waren opgeleid)
  • Als de keizer aanwezig was groetten de gladiatoren hem met de woorden “Ave caesar, morituri te salutant” (vaarwel keizer, zij die gaan sterven, groeten u)
  • Als een verliezer nog leefde, mocht het publiek kiezen of hij alsnog dood moest (duim omhoog = leven, duim omlaag = sterven)

Winnaars kregen geld en een lauwerkrans, sommigen werden rijk en beroemd.

Handel

Romeinse Rijk:

  • Landbouwstedelijke samenleving met 1000 steden en stadjes.

Rond de steden en de delen van het Rijk was levendige handel. Dat kon omdat er Pax Romana was (vrede)

Er kwamen goede wegen en het Romeinse muntgeld (denarius en sestertius, zijn Romeinse munten die in het hele Rijk geaccepteerd werden) maakte handelen makkelijker.

Handelaren konden rijk worden.

De rijken die veel landbouwgrond hadden, vonden handel minderwaardig.

De meeste mensen woonden op het platteland. De steden waren afhankelijk van de omliggende landbouwgronden en ver daarbuiten voor hun spullen.

  • Graan voor Rome uit Egypte en Sicilië
  • Kruiden en parfum uit Arabië
  • Parels uit de Rode Zee
  • Hout uit Noord-Europa.

Rome kreeg veel aangevoerd over de zee. Via de haven Ostia (van de Stad Rome) werd het op rivierboten geladen en over de Tiber naar de stad gebracht.

Boeren

In de begintijd van de Republiek waren de meeste Romeinse boeren zelfstandig.

Vanaf de derde eeuw voor Christus veel boeren geruïneerd omdat:

  • De mannen lang van huis waren om te vechten in de oorlogen.
  • De veroveringstochten van Hannibal
  • Burgeroorlogen.

Verarmde boeren trokken massaal naar de stad om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Velen zakten af tot het proletariaat (die hadden niets, alleen kinderen: proles)

Grond bleef de belangrijkste reden van rijkdom. Rijke families lieten hun landbouwgronden bewerken door pachtboeren (huurden de grond (die een gedeelte van de opbrengst aan de grondbezitters moeten geven)). Daarnaast stichtten ze Latifundia (grote landbouwbedrijven waarop slaven werkten).

Slaven

Enorme hoeveelheden slaven in 2e en 1e eeuw v.C. –> Kwam door de grote oorlogen die Rome voerden. Krijgsgevangen werden als slaaf verkocht.

  • Slaven werkten in de landbouw, mijnen en steengroeven.
  • Sommigen werkten in huizen van rijken.
  • Hoogopgeleide Griekse slaven werkten als leraar of boekhouder.

 

  • Slaven waren rechteloos, sommigen werden wel goed behandeld.
  • Een deel kon zichzelf vrijkopen, doordat ze geld verdienden.
  • Voor de meesten was het leven uitzichtloos
  • Latifundia; slaven werden als vee behandeld.
  • ’s nachts in hokken aan de ketting
  • Slavenopstanden hadden meestal geen succes omdat de vrije Romeinse bevolking geen steun aan hen gaf.

 

Geschiedeniswerkplaats; VWO 1, hoofdstuk 4 paragraaf 3

 

Veel culturen door elkaar

Dat is een multiculturele samenleving.

In Rome waren allerlei pleinen met tempels en winkeltjes en grote hallen (basilica) waarin van alles te koop was. Er waren mensen van alle delen van het Rijk en daarbuiten (slaven, handelaren, gelukszoekers).

Overal in het Rijk kwamen volkeren met elkaar in contact. (Brittanië waren soldaten uit Afrika, die soldaten bouwden daar tempels voor hun goden bijvoorbeeld Isis de Egyptische God).

 

 

 

 

Allemaal Romeinen

Westen van het Rijk

Oosten van het Rijk

Elite (rijke bevolking) sprak Latijn

 

 

In Gallië en Brittanië waren alle steden gesticht door de Romeinen.

Elite sprak Grieks

Keken neer op de Galliërs en Britten, ze vonden ze primitief en barbaars.

 

Er waren veel eeuwenoude steden.

 

Tijdens het keizerrijk gingen mensen zich steeds meer Romein voelen, dat kwam ook doordat de uitbuiting van de provincies verdween. Voorbeeld: keizer Trajanus (98 n.C.) kwam uit Spanje, en was de 1e keizer in het buitenland.

Tijdens het keizerrijk gingen mensen zich steeds meer Romein voelen, dat kwam ook doordat de uitbuiting van de provincies verdween. Voorbeeld: keizer Trajanus (98 n.C.) kwam uit Spanje, en was de 1e keizer in het buitenland.

Regels en wetten

450 v.C. op het Forum Romanum (belangrijkste plein in Rome) werden 12 bronzen platen opgehangen met de regels en afspraken die de Romeinse overheid maakte: De twaalf tafelen (bronzen platen met Romeinse wetten)

  • Iedereen moest zich aan deze regels houden. Ze werden later ook opgeschreven in de veroverde gebieden. Als machthebbers hun macht misbruikten, konden ze door de rechtbank gestraft worden.

Burgerrecht

  • Een deel van de bevolking bezat het Romeinse burgerrecht. (denk aan Paulus)
  • Burgers werden door de wet beschermd: geen veroordeling zonder proces en bewijs.
  • Alle burgers hadden gelijke rechten, hoe arm ze ook waren.
  • Als er een conflict is, kun je naar de rechter gaan. Die moest dan in overeenstemming met het recht een beslissing nemen. (NU OOK)
  • Als burgers werden aangeklaagd voor een misdaad, moesten ze ook naar de rechtbank. De rechter liet dan onderzoek doen en wees een jury (groep mensen) aan die moest beslissen of de verdachte schuldig was. De verdachte kon zich laten verdedigen door een advocaat. (NU OOK)
  • De rechter bepaalde uiteindelijk de straf.

Rechtspraak is één van de belangrijkste erfenissen van het Romeinse Rijk. Op het Romeinse recht werd later de rechtspraak in Amerika en de moderne landen in Europa gebaseerd.

De staatsgoden

Er waren honderden goden. De belangrijkste waren de staatsgoden:

  • Jupiter (oppergod)
  • Juno (zijn vrouw)
  • Mars (haar zoon, god van de oorlog) nieuwjaar op 1 maart, de maand die naar Mars is genoemd.

 

  • De goden beschermden de staat en alle Romeinse burgers. Er waren veel feestdagen en festivals ter ere van de goden.
  • Priester zijn was geen beroep, bestuurders traden op als priesters en gingen voorop bij ere-optochten.
  • In het keizerrijk was de keizer de opperpriester van de staatsgodsdienst.
  • Daarom werden keizers ook als goden vereerd.
  • Goden werden vereerd met rituelen, als die niet goed werden uitgevoerd, kwamen er rampen.
  • Voor de staatsgoden werden dierenoffers gebracht. Bijv. Stieren. De priesters “lazen” dan de ingewanden om er voortekenen uit te halen.
  • In het hele rijk werden tempels met beelden van de staatsgoden gebouwd.
  • Mars was een gespierde, streng kijkende man met een helm. Voor elke veldslag werd op het Marsveld in Rome aan hem geofferd, na een overwinning werd een deel van de buit in zijn tempel geplaatst.

Huis- en beroepsgoden

In de Romeinse religie (geloof) had ieder huis huisgoden en beschermgeesten. Die hadden een altaartje in huis. Iedere ochtend werd aan hen geofferd (bloemen en vruchten) en voor hen gebeden.

Huisaltaar vaak bij de haard. Daar werd Vesta vereerd (godin van huiselijke veiligheid en warmte)

Tijdens feesten vereerden de Romeinen de geesten van voorouders, band in stand houden.

Ieder beroep had een eigen god.

  • Mercurius god van de handel (kooplieden)
  • Neptunus god van de zee (zeelieden)
  • Bacchus god voor het drinken van wijn (vereerd met feesten)

Godsdienst was een vrolijke boel!

 

Godsdienstige verdraagzaamheid

Als je de staatsgoden en de keizer vereerde, mocht je daarnaast aanbidden wie je maar wilde.

De Romeinen namen ook goden van andere volkeren over: Apollo van de Grieken bijv.

De belangrijkste goden van andere landen werden gelijkgesteld met Romeinse goden

  1. Jupiter met Zeus (oppergod)
  2. Neptunus met Poseidon (god van de zee)
  3. Venus met Aphrodite (godin van de liefde)
  4. In de keizertijd werd de Egyptische god Isis (godin van liefde en vruchtbaarheid, de troosteres) vereerd door vooral vrouwen en slaven. (afgebeeld door baby op schoot)
  5. Bij militairen was Mithras populair. Was een Perzische god. ((de verlosser van pijn en ellende) leeuwenkop)

Naar Grieks voorbeeld

De Romeinen waren onder de indruk van de Griekse cultuur. Ze roofden de Griekse beelden en zetten die in hun eigen huizen en villa’s. Griekse kunstenaars, architecten en schrijvers werden naar Rome gehaald om hun werk te doen.

Ontwikkelde Romeinen leerden zelf Grieks en namen Griekse leraren voor hun kinderen in huis.

Griekse wetenschap en filosofie werden door de Romeinen bewonderd en overgenomen. Belangrijke wetenschappers in het Romeinse Rijk waren Grieken.

Medische wetenschapper was Griek (Galenus)

Geografische wetenschapper was Griek (Ptolomeus)

Hun geschriften bleven ook na de oudheid nog eeuwenlang in gebruik.

De Grieks-Romeinse cultuur

Antieke = de oudheid --- cultuur = Klassieke cultuur.

Door de Griekse invloed ontstond een mengcultuur. Romeinen namen bijvoorbeeld Griekse zuilen over, voegden daar zelf dingen aan toe zoals het bouwen van bogen en met beton.

Romanisering is het overnemen van de Grieks-Romeinse cultuur door alle bewoners van het Romeinse Rijk.

Klassiek betekend voortreffelijk/voorbeeldig, de klassieke cultuur werd een voorbeeld voor de moderne Europese en Amerikaanse cultuur.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.