Examenkatern Hoofdstuk 3: Duitsland

Beoordeling 9.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 6118 woorden
  • 31 januari 2016
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 9.2
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Begrippen:



Rijkskanselier: leider van de regering/ minister-president



Rijkspresident: rechtstreeks door de bevolking gekozen staatshoofd in Republiek Weimar.



Rijksdag: parlement




  • Keizerrijk(1871-1919)à gekozen door algemeen kiesrecht mannen >25. Budgetrecht, wetsvoorstellen voor en afkeuren.

  • Republiek Weimar ( 1919-1933) à gekozen door algemeen kiesrecht m/v. Wetgevende macht, rijksregering ontslaan.

  • Nazi-Duitsland (1933-1945). Rijksdag na aannemen Machtigingswet geen betekenis.



Bondsraad: afgevaardigden van de deelstaten



Alliantiepolitiek: bondgenootschap politiek



Autocratisch: regeringsvorm waarbij macht wordt uitgeoefend door 1 persoon



SA: Sturmabteilung



Neurenberger wetten: Joden verboden te trouwen met iemand van Duits bloed & de rechten van Duitse staatsburger werd ontnomen.



Desertie: het illegaal verlaten van het leger



Zelfbeschikkingsrecht: het recht van een volk om een eigen staat te stichten.



Blitzkrieg: snelle veroveringsoorlog.



Geallieerden: Engeland, de VS & SU



Bolsjewisme: Communisme



Weltpolitiek: Politiek die in eerste instantie was gericht op overzees imperialisme, waarbij Duitsland GB als koloniale grootmacht tegenover zich vond.



Verdrag van Versailles: Na WOI sloten de Geallieerden met Duitsland vrede. Gevolgen voor Duitsland: afstand gebieden Frankrijk, België en Polen, afstand van Duitse koloniën, ontwapening en hoge herstelbetalingen.



Vlootwet 1998: begin van de systematische opbouw van de Duitse oorlogsvloot.



Vrede van Brest-Litovsk: communisten sloten na hun machtsovername in Rusland (oktober 1917) met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije vrede.




  1. Het Duitse Keizerrijk



De Duitse eenheid komt tot stand:



Duitsland bestond eeuwenlang uit een groot aantal staten.



Tijdens de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) wist Otto van Bismarck (rijkskanselier van Pruisen) deze staten bijeen te brengen.



18 januari 1871 (Frankrijk was nagenoeg verslagen) à Duitse vorsten riepen het Duitse keizerrijk uit. – plechtigheid werd in Versailles gehouden om geen Duitse staat te bevoordelen.



Pruisische koning werd keizer: Wilhelm I & Bismarck werd rijkskanselier.  



Staatsinrichting met grote macht van de keizer:



Duitsland – verdeeld in kiesdistricten, elk kiesdistrict algemeen mannen kiesrecht – kozen afgevaardigde voor de Rijksdag.



De keizer had grote macht:




  • Rijkskanselier benoemen en ontslaan

  • Militair opperbevelhebber



Rijkskanselier:




  • Benoemde ministers



De Rijksdag had beperkte macht:




  • Begroting, belastingmaatregelen en wetten goed of afkeuren

  • Niet de Rijkskanselier en zijn ministers ter verantwoording roepen of tot aftreden dwingen



Bondsraad:




  • Invloed op het bestuur van het rijk

  • Recht de begroting, wetten en verdragen met andere landen goed of af te keuren.



De Rijksdag kon door de Rijkskanselier en de Bondsraad ontbonden worden.



Het Duitse rijk:




  • 25 deelstaten: regeringen hadden veel bevoegdheden voor zichzelf behouden; bijvoorbeeld onderwijs. Hadden ook invloed op het bestuur van het rijk d.m.v. de Bondsraad die in Berlijn samen kwam.



Politieke Stromingen



De belangrijkste stromingen:




  • De conservatieven en nationaal-liberalen, aanhang: hogere lagen van de bevolking

  • De Centrumpartij (centrum), aanhang: katholieke bevolking. Tot 1912 1 vd grootste partijen in de Rijksdag.

  • De socialisten, aanhang: industriearbeiders. In 1917: vielen uiteen in socialisten en communisten.



Gelaagdheid van de bevolking




  • Adel (Junkers), officieren en hoge ambtenaren: zij beheerste de openbare mening.

  • Grote fabrikanten en bankiers: welvaart door de groei van de industrie.

  • Werknemers in de dienstsector, lagere ambtenaren, kleine ondernemers: niet veel aanzien, voelde zich beklemt door de lage boven en onder haar.

  • Boeren, arbeiders (landbouw en industrie), lagere ambtenaren: onderaan de samenleving, merkte weinig van toenemende welvaart.



Duitsland gaat een rol spelen in de wereldpolitiek



Alliantiepolitiek van Bismarck



Het nieuwe Duitse keizerrijk :




  • Politieke en militaire grootmacht

  • Economische grootmacht : door snelle industrialisatie in voorgaande decennia.



Bismarck wilde door het sluiten van allianties (alliantiepolitiek) Duitslands positie in de wereld versterken en de vrede handhaven.



1884; Conferentie van Berlijn : het machtsevenwicht in Afrika te verzekeren à werden afspraken gemaakt over de verdeling van Afrika met 15 Europese Staten en de VS.



Weltpolitik van Wilhelm II



1888 : keizer Wilhelm II kwam aan de macht & versterkte de positie van de keizer. à de regering kreeg steeds meer autocratische trekken en Bismarck werd ontslagen (1890).



Duitsland niet langer tevreden met de situatie à wilde meer macht op wereld niveau.



De Weltpolitik:




  • In eerste instantie gericht op overzees imperialisme (kolonies) GB grootste concurrent.



Na de Duitse Vlootwet 1898 werd er een oorlogsvloot gebouwd à vocht tegen GB.



GB en Frankrijk bleken toch te sterk.




  • Toen GB en Frankrijk te sterk bleken à Duitsland ging zich richten op Europese continenten.



Groeiende internationale ambities van Duitsland gingen samen met sterke economische groei en toenemende militarisme; zowel Duitsland als de andere grootmachten zochten bondgenootschappen.




  1. De Eerste Wereldoorlog



Dieper liggende oorzaken



Militarisme



Toenemend militarisme vergrootte de kans op oorlog; na de Frans Duitse oorlog vonden de landen het noodzakelijk om sterke legers te hebben om zichzelf te verdedigen.



Imperialisme



Toenemend imperialisme leidde tot conflicten tussen Engeland, Frankrijk & Duitsland. Engeland had overwicht en er ontstond een wedloop om zoveel mogelijk koloniaal grondgebied in Afrika te werven. Duitsland steunde landen waar Engeland en Frankrijk op gespannen voet stonden.



Ook versterkte Duitsland zijn marine.



1904 – Engeland en Frankrijk vrede, met Duitsland sloot niemand vrede.



Nationalisme



Sommige bevolkingsgroepen wilden zich losmaken van de staat waarin ze leefde en gingen samenwerken met aan hen verwante staten.



Bewapeningswedloop



Regeringen gingen steeds meer geld uitgeven aan de versterking van het leger, omdat als men een sterk leger had, men ook sterk stond bij een vreedzame regeling van conflicten.



Bondgenootschappen vergroten de kans op conflicten



Door de bovengenoemde dingen nam de angst onder de Europese staten voor elkaar toe à regeringen gingen opzoek naar bondgenoten à kans op conflict neemt toe;



Omdat regeringen bondgenootschappen hadden waren zij onvoorzichtiger & een conflict tussen 2 landen kon uitgroeien tot een groot conflict omdat de landen allebei bondgenoten hadden.



1882 : bondgenootschap Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië (Triple Alliantie),



1907 : bondgenootschap Rusland, Engeland en Frankrijk (Triple Entente). Rusland voelde zich tevens beschermer van de Slavische volken op de Balkan, maar er was geen bondgenootschap.



Aanleiding (directe oorzaak) van de Eerste Wereldoorlog



Moordaanslag in Sarajevo op Oostenrijkse troonopvolger



28 juni 1914 : aartshertog Frans Ferdinand, troonopvolger, op bezoek in Sarajevo (Bosnië).




  • O-H had in 1878 de Turken uit Bosnië verdreven en had het gebied ingelijfd als provincie (hier waren de Serviërs in Bosnië het niet mee eens). De Serviërs werden door de staat Servië gesteund om te streven naar onafhankelijkheid van de Slavische bevolkingsgroepen die onder O-H bestuur leefde. Een student uit een nationalistische groep, ‘De Zwarte Hand’, schiet Frans Ferdinand en zijn vrouw dood.



De moord leidt tot een wereldoorlog



O-H wilde dat Servië zich niet meer bemoeide met de Slavische nationaliteiten; maar de kans was groot dat Rusland Servië te hulp zou schieten. O-H zocht dus hulp bij Duitsland. Duitsland gaf de steun onvoorwaardelijk en O-H stuurde Servië een ultimatum met harde eisen.



Servië rekende op de steun van Rusland en verwierp het ultimatum.



28 juli 1914 : O-H verklaarde de oorlog aan Servië à kettingreactie van mobilisaties en oorlogsverklaringen.



De centralen kwamen tegenover de Geallieerden te staan.



Verloop van de Eerste Wereldoorlog



Alle betrokkenen gaan enthousiast de oorlog in.



Iedereen was enthousiast om de oorlog te beginnen! Verklaring:




  • Nationalisme en militarisme hadden het vaderlandsliefde en de strijdlust aangewakkerd.

  • Men was overtuigd van eigen gelijk en waren bereid ervoor te vechten.

  • Men was overtuigd van eigen superioriteit; elk land dacht in een korte tijd te kunnen winnen.



Het Von Schlieffenplan mislukt.



In het westen: Duitse opperbevelhebber generaal Von Moltke stelde het Von Schlieffenplan in werking à was in 1905 bedacht; de bedoeling was de sterke Franse verdediging aan de Frans-Duitse grens te omzeilen. Duitse leger moest daarom door België naar Noord-Frankrijk trekken.



Von Schlieffenplan mislukt door de volgende factoren:




  • Sterke tegenstand van de Belgen (wreed onderdrukt) ; doordat de Belgen veel tegenstand gaven, waren de Duitsers niet snel in Noord-Frankrijk. Als strafmaatregelen besloot de Duitse opperbevelhebber tot brandstichting, deportatie en doodschieten van burgers.

  • Deel van Duitse troepen moeten naar het Oostfront; doordat de Belgen veel tegenstand gaven ging het plan niet zo snel als verwacht, hierdoor moest een deel van het leger naar het Oostfront.

  • Definitieve mislukking Von Schlieffenplan na Slag bij de Marne; Brits-Frans leger ging tot tegenaanval over bij de Marne. Werd gat van 40 km geslagen tussen het 1e en 2e Duitse leger. à opperbevelhebber besloot tot het terug trekken van de Duitse troepen.  à door de Duitse nederlaag kwam er een einde aan de bewegingsoorlog en begon de loopgravenoorlog.



Na slag bij de Marne volgt jarenlange loopgravenoorlog



Over een breedte van 500 km groeven de soldaten zich in België en Noord-Frankrijk tegenover elkaar in.



Kenmerken loopgravenoorlog waren:




  • Vijandelijke legers stonden tegenover elkaar met ‘niemandsland’ ertussen.

  • Regelmatig werden aanvallen ondernomen die doorgaans weinig of geen terreinwinst opleverden.

  • Het aantal doden en gewonden was vooral onder de aanvallende partij buitengewoon groot.



Verdun en de Somme, uitputtingsslagen als techniek.



Vijand zou eerder opgeven bij gebrek aan voldoende mankracht.



Februari 1916 : Duitse generaals probeerde de beslissing te forceren door al hun aanvalskracht op een punt te concentreren. Verdun was het doelwit; doel; zoveel mogelijk fransen te doden.



De zwarte artillerie moest de Franse forten en loopgraven beschieten. De Fransen zouden gedwongen zijn versterking naar Verdun te halen & zo zouden de Duitsers zoveel mogelijk Fransen om het leven kunnen brengen.



Dit plan lukte niet; 100.000 Duitse doden en 162.000 Franse doden.




  • Verdun gaat de geschiedenis in als de verschrikkelijkste slag van de Eerste Wereldoorlog.



De Engelsen waren de Fransen niet te hulp gekomen; zij waren zelf bezig bij Ieper.



1 juli 1916 à De Engelsen en de Fransen werkte samen aan de aanval aan de Somme, de aanval had weinig succes.



Meer verwoestingen, thuisfront meer bij de oorlog betrokken en vooral in Duitsland grote schaarste.



Vergeleken met eerde oorlogen waren de verwoestingen in België en Noord-Frankrijk ongekend.



Doordat de mannen moesten vechten, namen de vrouwen het werk over van de mannen.



De bevolking werd opgeroepen om de regering te steunen in de oorlog d.m.v. :




  • Geld te lenen

  • Zuinig te zijn

  • Zich aan te melden als soldaat

  • Zich op te geven voor andere diensten



De bevolking van Duitsland werd zwaar getroffen door de Geallieerden zeeblokkade; schaarste werd aan het einde vd oorlog zo graat dat er voedselrellen ontstonden.



Het keizerrijk komt ten val, het einde van de oorlog



Eind 1917: situatie van Duitsland verbeterde aan het Oostfront.



Rusland bleek na de Oktoberrevolutie bereid tot het sluiten van de Vrede van Best-Lotivsk (vrede was nadelig voor Rusland) à nu kon Duitsland met meer troepen naar het westen.



Zomer 1918: De Geallieerden kregen versterking aan het Westfront van de VS. à Duitse bevelhebbers kregen door dat de oorlog niet meer te winnen was, ook Keizer Wilhelm II zag in september 1918 dat doorvechten zinloos was.



In vier stappen kwam het keizerrijk ten val:




  • Wilhelm II benoemde een nieuwe regering, die de steun had van de Rijksdag om vredesonderhandelingen te beginnen ( 3 oktober 1918)

  • Er braken opstanden uit in Duitsland, Duitse soldaten en arbeiders wilden direct vrede.

  • De Duitse regering trad op 9 november af en droeg de macht over aan een socialistische regering met als Rijkskanselier de socialistische fractieleider Friedrich Ebert; want alleen een socialistische regering zou de opstandige soldaten en arbeiders nog in toom kunnen houden.

  • De Duitse regering waarin de socialisten de meerderheid hadden, riep de republiek uit en tekende twee dagen later, op 11 november 1918, de wapenstilstand. Keizer Wilhelm II trad af en vluchtte voor de wapenstilstand naar Nederland.



Tijdens de val van het Duitse keizerrijk ontstond een machtsstrijd tussen de socialisten en de communisten.




  • SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) : wilde parlementaire democratie waarin plaats was voor meerdere partijen.

  • KPD (Kommunistische Partei Deutschlands): wilde het parlement en de politieke partijen afschaffen en vervangen door ‘raden’ bestaande uit vertegenwoordigers van arbeiders en soldaten.



Anders dan in Rusland wonnen de socialisten.



Januari 1919 : nieuw parlement gekozen: afgevaardigden kwamen niet in Berlijn bijeen (in Berlijn waren opstanden van communisten tegen de regering), maar in Weimar à Republiek van Weimar.




  1. Zwakke plekken van de Republiek Weimar



De vrede van Versailles (juni 1919)



De Vrede van Versailles maakte het moeilijk om door vreedzame politiek weer aanzien te krijgen in Europa en de steun te winnen van de meerderheid van de bevolking in Duitsland.



Duitsland had als verliezer niet mee mogen onderhandelen, en kreeg zeer nadelige gevolgen opgelegd:




  • Duitsland kreeg de schuld van de oorlog en kreeg enorme herstelbetalingen door de Geallieerd opgelegd.

  • Daarnaast moet Duitsland ook grond gebied afstaan:




  • Klein gebied aan België en groot gebied aan Polen.

  • Frankrijk kreeg Elzas-Lotharingen terug, dat in 1871 door Duitsland was geannexeerd.

  • De Duitse kolonies werden verdeeld onder de Geallieerden.




  • Duitsland moest ontwapenen: alleen kleine oorlogsschepen en klein beroepsleger



Een groot deel van de bevolking was de Republiek van Weimar en de democratie vijandig gezind.



Voor het goed functioneren van een parlementaire democratie moet een merendeel erin geloven; in de Weimar Republiek was dit niet het geval:




  • De communisten (KPD) ; propagandeerde alleen hun eigen idealen en wilde een communistische regering.

  • Nationalisten en conservatieven: wilde het keizerrijk terug met minder macht voor de politieke partijen en meer voor hen zelf. Ze verlangde naar een autoritaire staat. Ze hadden bovendien een grote afkeer en angst voor het communisme.

  • Veel teleurgestelde ex-soldaten sloten zich aan bij communistische, conservatieve of fascistische groepen; vele ex-soldaten vonden geen baan bij terug keer van de oorlog.



Regeringen met een parlementaire meerderheid moeilijk te vormen



In een parlementaire democratie wordt de regering samengevoegd uit vertegenwoordigers van partijen die samen een meerderheid in het parlement hebben. Zo kwam de coalitie van Weimar tot stand: SPD, DDP(partij van de vooruitstrevende liberalen) en de Centrumpartij.



Alleen de DDP verloor in de jaren ’20 zoveel zetels, dat er nog maar 2 steunpilaren voor de Republiek overbleven : De socialisten en de Katholieken à vertrouwen tussen deze partijen was niet groot.



Achterstand in herstelbetalingen leidt tot bezetting Ruhrgebied en grote economische problemen.



Door achterstand in het betalen van de herstelbetalingen bezette Franse en Belgische troepen in 1923 het Ruhrgebied à de arbeiders gingen in staking, maar de Duitse regering betaalde de lonen door. Om dit te doen liet de Duitse regering veel bankbiljetten bijdrukken à Inflatie.



Door deze inflatie ontstond er in 1923 een grote economische crisis.



Dawes plan draagt bij tot voorzichtig economische herstel



Een Geallieerde commissie voor de herstelbetalingen, geleid door Charles Daws, kwam met een herziening van het beleid (1924), het Dawes plan:




  • Het jaarlijkse aandeel in aflossing van de herstelbetalingen werd gekoppeld aan de economische draagkracht van Duitsland

  • De VS gingen vanaf 1925 leningen aan Duitsland verstrekken om de Duitse economie weer op de been te helpen.



Het plan leidde tot het vertrek van de bezette gebieden en tot een tijdelijk herstel van de economie.




  1. De economische crisis van 1929



Crisis van het wereldkapitalisme



Oktober 1929 – de waarde van aandelen op de beurs van New York (Wall Street) daalde enorm à de Amerikaanse Beurskrach. Gevolg : economische crisis.




  • Talloze faillissementen van banken en bedrijven

  • Sterke daling van de productie en van de handel

  • Werkeloosheid



Deze crisis sloeg over naar de Europese en andere landen die in verbinding stonden met de VS.



De crisis is gunstig voor de nazi’s




  • In Europa wordt vooral Duitsland door de crisis getroffen: de VS ging het geld wat ze geleend hadden terug vragen aan de Europese landen. Vooral in Duitsland hadden bedrijven geld geleend van de VS, alleen dit geld hadden zij nog steeds nodig. Doordat er een einde kwam aan deze leningen gingen veel bedrijven failliet à werkeloosheid

  • De economische crisis wordt ook een politieke crisis: de partijen die de Weimar Republiek altijd hadden gesteund vonden geen oplossingen voor de economische problemen à de coalitie van 1930 viel uiteen door meningsverschillen over de werkeloosheidsuitkeringen. Toen bleek dat de rijksdag maar beperkte macht had: de Rijksdag kon door de Rijkspresident  worden ontbonden en de Rijkskanselier en de Rijkspresident konden de Rijksdag uitschakelen door met noodverordeningen te gaan regeren. Centrumleider Brüning werd Rijkskanselier; toen hij er niet in slaagde om een meerderheid voor een nieuwe regering te vinden in de Rijksdag, nam hij zijn toevlucht tot artikel 48 van de grondwet. Hierin stond dat de Rijkskanselier en de Rijkspresident samen moesten regeren; van deze 2 was uiteindelijk de Rijkspresident het machtigst.

  • Vooral de NSDAP profiteert van de crisis: deze partij bood een duidelijk en voor een groeiend aantal Duitsers aanvaardbaar alternatief voor de parlementaire democratie, waarin de heersende partijen het niet eens werden over de bestrijding van de economische crisis.



De NSDAP (1920) was eerst een kleine partij. November 1923: Hitler en partij werden bekent door een staatsgreep; de Bierkellerputsch  in München. De staatsgreep mislukte en Hitler kreeg een gevangenisstraf. In 1925 begon Hitler opnieuw.




  1. Het fascisme van de nazi’s



Fascisme is een totalitaire ideologie. Het fascisme kwam in veel Europese landen voor.



Gemeenschappelijke kenmerken van het fascisme.




  • Het fascisme is negatief: grote aandacht wordt besteed aan zaken waar men tegen is.

  • Het belang van de eigen groep wordt vooropgesteld

  • Het fascisme is ultranationalistisch : eigen staat is de beste van de wereld en vinden dat ze het recht hebben om andere volken te overheersen.

  • Het fascisme wil een corporatieve staat: de maatschappij moet worden georganiseerd in beroepsgroepen.

  • De mensen zijn niet gelijk, ‘hogeren’ moeten het volk leiden ; de mensen zijn niet gelijk, de hogeren moeten zich samen voegen in 1 politieke partij en zo regeren.

  • Aan het hoofd staat 1 leider

  • De fascistische partij beheerst alle uitingen van cultuur in de staat: fascisten waren voorstanders van een totalitair bewind. De staat moest alle uitingen van cultuur in de staat beheersen en uitmaken wat goed en wat slecht is. 

  • Verstand als basis voor handelen minder geschikt dan gevoel

  • Het fascisme verheerlijkt de daad: daden waar kracht en geweld wordt gebruikt worden hoog aangeschreven.

  • Vrouwen moeten kinderen voortbrengen en voor hun gezin zorgen



Aanvullende kenmerken van het Duitse fascisme



De rassenleer



De nazi’s gingen uit van de ongelijkheid van de rassen in de wereld.



3 soorten:




  • Één hoogwaardig ras: het Arische ras: de blanken, niet Slavische, volken van Europa; volgens de nazi’s waren alleen de Germaanse volken nog ras zuiver, want in het zuiden van Europa hadden verschillende rassen zich met elkaar vermengt. En onder de Germaanse volken was het Duitse volk het belangrijkste.

  • Minderwaardige rassen:  de slaven in Oost-Europa en de gekleurde bevolking.

  • Verderfelijke rassen: bv Joden en zigeuners.



Antisemitisme: haat tegen joden.



Lebensraum in Oost-Europa



Hitlers eerste doel was om alle Duitsers in 1 staat te verenigen.



Zijn tweede doel omschreef hij om leefruimte te veroveren voor het Germaanse ras en in het bijzonder het Duitse volk. Hiervoor had Hitler Oost-Europa en de SU op het oog. In Oost-Europa was volgens hem genoeg ruimte voor het Germaanse volk en het daar wonende Slavische volk zou zich in dienst van het Germaanse ras moeten stellen.




  1. Nationaalsocialisten maken zich meester van de macht



Hitler wordt Rijkskanselier in een coalitiekabinet



Rijkspresident Von Hindenburg (ex-generaal uit de eerste wereldoorlog) ontsloeg Brüning als Rijkskanselier en verving hem door de conservatieve Von Papen. Deze liet kort daarop nieuwe verkiezingen houden (juli 1932).



NSDAP; behaalde 37 % van de zetels en werd daarmee de grootste partij van de Rijksdag; Hitler eiste toen het Rijkskanselierschap voor zich op.



Von Papen en Von Hindenburg à vonden dit te ver gaan en besloten (toen weer geen kabinet met parlementaire meerderheid kon worden gevormd) tot nieuwe verkiezingen (november 1932)



De uitslagen veranderde weinig aan de situatie, al liep de NSDAP aanhang wel iets terug.



Von Papen stelde toen een kabinet voor waarbij:




  • Hitler Rijkskanselier zou worden

  • Von Papen vice-Kanselier

  • Maar waarin de conservatieven de meerderheid zouden hebben



30 januari 1933 : Von  Papen benoemde Hitler als Rijkskanselier à kabinet-Hitler leek een gewoon coalitiekabinet, behalve Hitler waren er nog twee andere nationaalsocialisten.



Von Papen verklaarde dat zij Hitler hadden ingehuurd en dat ze hem binnen twee maanden in een hoek hadden gedrukt.



Rijksdaggebouw in brand: communistische partij wordt uitgeschakeld.



1 februari 1933: Hitler ontbond de Rijksdag en schreef met toestemming van Von Hindenburg nieuwe verkiezingen uit à Hitler verwachtte overgrote meerderheid te behalen; hiervoor zorgde vooral het terreur van het partijleger van de NSDAP. (De bruin geüniformeerde Sturm Abteilung)




  • De nazi’s geven de communisten de schuld van de brand in het gebouw van de Rijksdag; 27 februari 1933: Rijksdag brand. Göring had de leiding van het politiekonderzoek; het stond vast dat de KPD en de Komintern (organisatie van alle comm. Partijen in de wereld) het hadden gedaan à ze wilde een communistische revolutie. Hierna volgde vele arrestaties.

  • De nazi’s nemen de communisten hun burgerrecht; 28 februari 1933à het werd door de wet goed gekeurd om acties te voeren tegen de communisten: ‘de noodverordening ter bescherming van volk en staat’ maakte een einde aan alle burgerrechten en gaf de politie de bevoegdheid tot willekeurige arrestaties. De KPD bleef bestaan, maar de vertegenwoordigers mochten hun zetels niet innemen à deze stemmen zouden dan niet naar de socialisten of andere partijen gaan.



De Machtigingswet: de Rijksdag schakelt zichzelf en de grondwet uit. Einde Republiek Weimar.



5 maart 1933: Nieuwe Rijksdag gekozen; NSDAP haalde 44% & DNVP 8% à samen de meerderheid, maar Hitler wilde niet afhankelijk zijn van een andere partij à Hitler besloot zich door de Rijksdag te laten machtigen om alleen verder te regeren.



De Machtigingswet: zette zowel de Rijksdag als de grondwet buitenspel, 5 wetten:



Eerste 2 het belangrijkst: Rijksdag, Rijkspresident en de grondwet uitgeschakeld.




  • Wetten kunnen behalve op de in de grondwet beschreven wijze ook door de regering worden uitgevaardigd.

  • Door de regering uitgevaardigde wetten kunnen van de grondwet afwijken.



Als deze wet zou worden aangenomen zou de democratie ook niet meer op papier bestaan.



Er moest een meerderheid komen:




  •  SPD (Otto Wels) was tegen

  • Doorslaggevend was de Centrumpartij die na veel aarzelen ook akkoord ging omdat de NSDAP dingen beloofde en ze vonden dat omdat de nood waarin Duitsland verkeerde, om daden vroeg.




  • De 2/3 meerderheid werd behaald, mede door de afwezigheid van de communistische partij.



De Nazi’s schakelen andere bronnen van verzet uit




  • De vakbonden: deze hadden zich niet verzet en hadden ook geen stakingen gebruikt, maar werden toch opgeheven en vervangen door een nationaalsocialistische organisatie (Deutscha Arbeitsfront (DAF))

  • De andere politieke partijen: ze wilde slechts 1 politieke partij : NSDAP. Ze oefende druk uit om de andere partijen vrijwillig te laten opheffen.



Juli 1933 à wet tegen oprichting van partijen.




  • Een deel van de SA: Hitler dacht dat de SA een revolutie wilde beginnen; hij greep met geweld in. 30 juni 1934 : ‘de nacht van de lange messen’: hoge SA mannen werden overal in Duitsland vermoord door de SS.

  • President Von Hindenburg: Hij overleed en Hitler nam zijn bevoegdheden over à Führer van het Duitse rijk.

  • Het leger: Het leger moest een eed afleggen ; Trouw afleggen. De meeste van hen waren geen nazi’s, maar het merendeel bleef Hitler trouw tot het einde van de oorlog.

  • De kerken: Hij probeerde de kerken tot bondgenoten te maken.



De nazi’s hadden nu alle macht; noemde Duitsland het Derde Rijk. (1e rijk dateerde uit de Middeleeuwen en 2e rijk was Duitsland van Bismarck en Wilhelm II)



De nazi’s konden bij hun machtsgreep op veel steun van de bevolking rekenen à




  • Aanvallen van de nazi’s op het Verdrag van Versailles.

  • Zorgde voor minder werkeloosheid



Maar bij democratische verkiezingen kregen ze nooit de meerderheid van de stemmen.




  1. Nazificatie van de samenleving



Met nazificatie van de samenleving wordt het organiseren van de samenleving volgens de leer van de nazi’s bedoeld.



Jeugd wordt genazificeerd op school en in organisaties



De school moest de jeugd opvoeden naar de gedachten van het nationaalsocialisme:




  • Strijdbaar, nationalistisch en rassenbewust.



Onderwijzend personeel werd gezuiverd:




  • Joden, communisten, socialisten en pacifisten kregen ontslag.



Alle jeugdverenigingen werden opgeheven à




  • De Hitlerjugend (HJ) à jeugdbeweging van de nazi’s voor jongens

  • De Bund deutscher Mädel (BdM) à aparte afdeling voor meisjes.



Grote meerderheid werd lid, vanaf 1936 werd het verplicht voor alle jonger van 10 tot 18.



Na de HJ kwam de Rijksarbeidsdienst: Alle 18-jarigen moesten een half jaar arbeidsdienstplicht vervullen à grote werkkampen opgericht (boeren helpen of aanleg van snelwegen).



Kunst en publiciteit komen in de greep van de nazi’s.



Maart 1933 à nieuw ministerie (ministerie voor volksvoorlichting en propaganda) kreeg de leiding over pers, radio en film. Joseph Goebbels (propaganda leider van NSDAP) werd de leider.



Nazi’s gebruikte de media om de bevolking te beïnvloeden.



Niet iedereen had een radio à Goebbels maakte daar verandering in (goedkopere radio’s)



Goebbels stelde in 1933 een Rijkscultuurkamer in: iedereen die actief was op het gebied van publiciteit of kunst moest lid worden.




  • Joden en onbetrouwbare personen mochten geen lid worden, dit betekende in werkelijkheid dat zij een beroepsverbod kregen (veel vluchtte naar het buitenland)



Bedrijfsleven en landbouw ingeschakeld ter voorbereiding van een oorlog



Het partij programma van de NSDAP bevatte enkele socialistische verlangens: nationalisatie van bedrijven, maar Hitler had belangrijkere plannen en had daarbij de steun van de bedrijven nodig.



De industriëlen mochten wel winst blijven maken, maar stonden onder de leiding van de NSDAP.




  • Staat werd de voornaamst opdrachtgeven (vooral voor de oorlogsindustrie)



De boeren stonden het hoogste aangeschreven bij de nazi’s:




  • Op het platteland zou het Arische ras het zuiverst bewaard zijn gebleven.

  • De boeren zouden moeten zorgen voor het eten voor de uitbreiding van het Duitse volk.



Ondanks dit stonden de boeren ook onder de leiding van de nazi’s.



Vrouwen worden als moeder verheerlijkt en in het werk gediscrimineerd.



Het krijgen van kinderen werd aangemoedigd, maar de vrouwen werden op het werk gediscrimineerd.



De getrouwde vrouwen werden vd werkeloosheid lijst afgehaald & de getrouwde vrouwen met een baan bij de overheid kregen ontslag.



In het bedrijfsleven en de vrije beroepen werd het aantal vrouwen beperkt.




  • De nazi’s hadden in de tijd van de oorlog de vrouwen wel nodig om de mannen te vervangen.



Door terreur wordt ieder verzet onderdrukt.



De nazi’s wilden door terreur twee doelstellingen bereiken:




  • Verzet van gevaarlijke tegenstanders direct uitschakelen

  • Weifelaars en toekomstige tegenstanders zodanige schrik aanjagen dat ze niet aan verzet zouden denken.



De SS werd de machtigste terreur organisatie



De SS (Schutz-Staffel ; beschermingsafdeling) was in het begin een afdeling van de SA, maar na de Nacht van de lange messen kwam de SS onder Hitler te staan.



Vier taken:




  • Opgericht in 1925 ter bescherming van de leiders van de NSDAP

  • Jaren erna: bescherming van de nationaalsocialistische staat door het uitschakelen van tegenstanders.

  • Om de eigen macht te vergroten; eigen troepenmacht, Waffen-SS. à werden in de oorlog op belangrijke plaatsen aan het front ingezet. ( uitgerust met de modernste wapens)

  • SS kreeg de taak miljoenen mensen te vermoorden in vernietingskampen.



Leider: Heinrich Himmler.



De eerste concentratiekampen



Oprichting van concentratiekampen was niet gepland, maar toen na de Rijksdagbrand de gevangenissen te klein waren voor alle communisten moesten ze een oplossing verzinnen. De gevangen moesten zelf barakken bouwen, omgeven met prikkeldraad en wachttorens.



Veel kampen stammen al van voor de oorlog, zoals Dachau & Sachsenhausen, maar deze zijn bekend geworden door de functies tijdens de oorlog.



Tijdens de oorlog kwamen er veel nieuwe kampen bij, niet alleen in Duitsland, maar ook in bezette gebieden.



De Joden wordt het vanaf 1933 het leven steeds moeilijker gemaakt.



Voor de oorlog:




  • Rassenpolitiek vooral gericht op de Joden die in Duitsland wonen. Joden werden geïsoleerd en geterroriseerd à Joden tot emigratie te dwingen.



April 1933: De nazi’s begonnen hun antisemitische ideeën in praktijk te brengen:




  • April 1933: boycot van Joodse winkels, werkzame joden bij de overheid, onderwijs of bij de publicatiemedia werden ontslagen.

  • 1935: afkondiging van de Neurenberger wetten waarin Joden werd verboden te trouwen met personen van Duits bloed en de rechten van de Joden van Duits staatsburger werden ontnomen.

  • 1938 : scholen, zwembaden etc. werden ‘verboden voor Joden’ verklaard.



Joden die zich verzette verdwenen naar concentratie kampen & veel Joden werden het slachtoffer van de SA.



November 1938: Reichskristallnacht; in Parijs werd een Duitse diplomaat vermoord door een jonge Jood, wiens familie was gevlucht uit Duitsland, hierdoor ontketenden de nazi’s een grote actie tegen alle Joden in Duitsland à veel Joden opgepakt en vermoord.



De Joden wilde vluchten, maar veel landen wilde de Joden niet opvangen omdat ze bang waren dat de werkeloosheid nog erger zou stijgen.



In de oorlog begint de ‘Endlösung’.



Na het uitbreken van de oorlog à rassenpolitiek ook in bezette gebieden.



Wegjagen van de Joden was nu geen optie meer & Hitler moest een andere oplossing verzinnen.



Juni 1941: Duitsland had de SU aangevallen en kwam zo op een oplossing;



De Endlösung à definitieve oplossing ; genocide (uitmoorden Joodse volk)




  • In opdracht van Hitler en Himmler schoten speciale Einsatzgruppen van de SS in de veroverde Russische gebieden zigeuners en Joden dood.

  • Omdat het doodschieten te omslachtig bleek, ging de SS over op een andere methode: vergassen in vernietigingskampen.



Er kwamen verschillende vernietigingskampen:




  • Kampen met als doel: zoveel mogelijk Joden en zigeuners te vermoorden. (Majdanek, Sibibor en Treblinka @ Polen)

  • Kampen die zowel vernietigingskamp als werkkamp waren. (Auschwitz-Birkenau)

  • Kampen als doel hadden: gevangen te laten werken tot ze dood neervallen. (Mauthausen & Natzweiler)

  • Kampen waarin krijgsgevangen werden ondergebracht.



Van de 140.000 Nederlandse Joden à 104.000 omgekomen



Totaal: rond de 5/6 miljoen Joden vermoord



Andere vervolgde groepen.




  • Gehandicapten wegens hun fysieke eigenschappen

  • Homoseksuele

  • Jehova’s en enkele andere vanwege geloofsovertuiging




  1. Verzet in Duitsland



Door het Nationaalsocialisme was er een diepe verdeeldheid in de samenleving: de voor en tegenstanders van het nazi bewind.



Verzet was in Duitsland veel moeilijker dan in bezette gebieden



Redenen:




  • Overal hielden gewone leden van de NSDAP, de SA en de SS de bevolking in de gaten.

  • Groot deel van de bevolking stond achter Hitler

  • In de oorlog zagen de meeste Duitsers die niet of niet meer in het nationaalsocialisme geloofden, verzet tegen Hitler toch als landverraad.



Veelsoortig verzet van kleine groepen



Er ontstonden wel verzetsgroepen in Duitsland, vooral de socialisten en de communisten.



Men zorgde voor opvangplekken voor personen die door de politie werden gezocht, verspreidde anti-Hitlerpamfletten of gaf inlichtingen door aan de tegenstanders van Duitsland à velen hiervan werden opgespoord en berecht.



Houding van de Kerken is verdeeld.



Kerken hadden gezamenlijke ideeën:




  • Anti communisme

  • Belangrijke rol van de vrouw als moeder



Hitler wilde de kerken ook verbieden maar durfde dat niet aan à probeerde ze tot bondgenoten te maken.



In Duitsland overheerste 2 godsdiensten:




  • De evangelisch-lutherse; viel in 2 delen;




  • De Duitse christenen die overtuigde nationaalsocialisten waren

  • De Belijdende kerk die weigerde het nationaalsocialisme te dienen




  • De rooms-katholieke: Hitler sloot een verdrag met de Paus, de katholieke godsdienst kreeg vrije uitoefening & de katholieke kerk erkende het nazi regime (Juli 1933)



Allebei de kerken protesteerde niet veel tegen het nazi regime, tot uitzondering de katholieke bisschop van Munster: graaf Von Galen.



1941: Von Galen preekte in het openbaar tegen het plan van de nazi om alle geesteszieken te doden.



In de meeste gevallen gingen de dominees en de lagere katholieken geestelijken verder in hun protesten dan hun leider. Toch bleek het merendeel vd geestelijken tot aan het eind van de oorlog bereid om te binnen voor het welzijn van de Führer.



Verzet vanuit het leger



De groep die het Hitler regime daadwerkelijk bedreigde: Het leger, legerofficieren waren voornamelijk conservatief & geen nazi’s. Maar doordat ze de eed van vertrouwen hadden afgelegd, voelden ze zich wel sterk verbonden met Hitler. Toch hebben sommige officieren het plan gehad om Hitler ten val te brengen à waren bang dat Hitler het Duitse Rijk naar de ondergang zou brengen.



Na 1942 werd deze angst veel groter à Duitse leger begon nederlagen aan de Oostkant te lijden.



1944: Aantal officieren beraamden om Hitler te vermoorden en vrede te sluiten met de geallieerden.



20 juli 1944: Jonge officier (graaf Von Sauffenberg) plaatste een bom in het hoofdkwartier in Oost-Pruisen à Doodde Hitler niet, wel 4 anderen. Hitler nam wraak: ruim 5000 ‘verraders’ werden gearresteerd en honderden geëxecuteerd.



Andere vorm van verzet:



Desertie (illegaal het leger verlaten/in de steek laten) : op desertie stond de doodstraf à na de oorlog geen recht op pensioen & velen bleef hun zien als verraders.



Vanaf jaren 80: acties voor eerherstel deserteurs, pas in 2002 nam het parlement een wet aan dat vonnissen wegens desertie nietig verklaarde.




  1. Oorzaken van de Tweede Wereldoorlog



Tijdens WOII: Azië was ook belangrijk à




  • Japan ging oorlog voeren tegen China en westerse mogendheden.



Directe oorzaak WOII in Europa à september 1939 viel Duitsland, gedekt door de SU, polen binnen en Engeland en Frankrijk verklaarden daarop Duitsland de oorlog.



Hitler vooral, maar Frankrijk, Engeland en de SU deels ook?



Hitler richtte zich vooral op het uitbreiden van het leefgebied voor het Duitse volk. Dit wilde hij creëren in het Oosten, dat volk zou het hier niet mee eens zijn & er zou oorlog komen.



Een oorlog in het Oosten was dus niet te voorkomen, maar waarom is er dan ook oorlog in het Westen gekomen? Dit lag gedeeltelijk aan de politiek van Engeland, Frankrijk en de SU.




  • Door aan bepaalde eisen van Hitler tegemoet te komen dachten de Franse en Engelse leiders dat zij de vrede konden handhaven. Pas toen het te laat was, schrokken ze wakker. Ze hadden veel eerder hard moeten optreden tegen Hitler.

  • Stalin maakte door zijn verdrag met Duitsland de weg vrij voor Hitler om Polen aan te vallen.



Frankrijk en Engeland vooral?



Sommige zeggen dat Hitler niet uit was op oorlog, maar dat Engeland en Frankrijk de schuld moeten krijgen:




  • Het verdrag van Versailles was de belangrijkste oorzaak voor het uitbreken van de oorlog à in dit verdrag hadden Frankrijk en Engeland Duitsland allerlei beperkingen opgelegd. Hitler probeerde terug te winnen wat eigenlijk van Duitsland was.

  • Frankrijk en Engeland lieten Hitler lange tijd zijn gang gaan. Hitler verwachtte daarom niet dat de landen hem de oorlog zouden verklaren als hij Polen zou aanvallen.

  • Frankrijk en Engeland hadden de SU niet zo moeten wantrouwen. Er was dan een verdrag mogelijk geweest tussen Frankrijk, Engeland en de SU. Dan zou Stalin waarschijnlijk geen verdrag met Hitler hebben gesloten.



Hitler en zijn aanhang de oorzaak?



Volgens weer andere onderzoekers moet de oorzaak gezocht worden in Hitler en zijn politieke ideeën en in zijn grote aanhang onder de Duitse bevolking: ze nemen het op voor Eng & FR.




  • Eng & FR hadden terecht een schuldgevoel over het Verdrag van Versailles à lieten toe dat Hitler de onrechtvaardigden van het Verdrag probeerde te herstellen.

  • Op de conferentie van München gaven zij toe aan Hitlers eisen, omdat zij het terecht vonden dat het zelfbeschikkingsrecht ook voor de Duitsers moest gelden.

  • Hard optreden tegen Hitler zou ongetwijfeld tot oorlog hebben geleid.

  • Het wantrouwen van ENG & FR tegen de SU was rechtvaardig.




  1.  Het militair verloop van de Tweede Wereldoorlog



Verovering van Polen en Noordwest-Europa



1 september 1939 : Aanval op Polen à Eng & FR verklaarde oorlog aan Duitsland.



Hitler had hier niet op gerekend à besloot tot Blitzkrieg over te gaan in het westen om ENG & FR te veroveren en daarna de SU te verslaan.



Lente 1940 : ging over tot het offensief à Duitse leger veroverde Denemarken, Noorwegen, Nederland, België, Luxemburg en groot deel van Frankrijk à Frankrijk sloot een wapenstilstand en verbrak het bondgenootschap met Engeland à Maarschalk Pétain werd staatshoofd van het onbezette deel van Frankrijk.



Onder de leiding van generaal De Gaulle werd in Engeland een regering van Vrije Fransen uitgroepen, die de strijd voortzette.



Engeland sloeg een Duits vredesaanbod af en een jaar later stond Engeland bijna alleen in de strijd tegen Duitsland en Italië ( die had zich bij Duitsland gevoegd).



Duitsland verloor de slag om Engeland (juli-oktober 1940)



De VS gaan deelnemen aan de oorlog (december 1941)



December 1941: Pearl Harbor word aangevallen door de Japanners à VS ging deelnemen à Het economische overwicht van de Geallieerden ging daardoor aan de fronten steeds meer mee tellen à Geallieerden hadden meer oorlogsmateriaal en hadden veel grotere legers.



Duitsland, Italië en Japan moesten verovering inleveren.



Oost-Europa: de aanval op de Sovjet-Unie mislukt bij Stalingrad.



Juni 1941: Duitsland brak het niet-aanvalsverdrag à opende aanval op SU, na Griekenland en Joegoslavië te hebben veroverd.



Finland, Hongarije en Roemenië à verklaarden de SU de oorlog.




  • De Duitse oorlog te Polen was uitgegroeid tot een Europese oorlog; Duitse leger behaalde veel overwinningen, maar konden Leningrad, Moskou en Stalingrad niet innemen.



De Duitse bezettingspolitiek in het Oosten verschilde sterk van het westen .




  • Oost: de nazi’s verbonden een radicaal anticommunistisch met hun racistisch wereldbeeld; de Duitse bezetter was er veel harder. à Oost Europa was voor extra leefruimte voor het Duitse volk.   

  • West: de bezetter hoopte de bevolking door nazificatie voor het nazisme te winnen.



Bij Stalingrad vond na maanden strijd de ommekeer aan het Oostfront plaats:



Februari 1943 : Duitse nederlaag bij Stalingrad à Duitse leger steeds verder terug gedrongen.



Ook in Zuid en West-Europa keert het tij voor Duitsland en Italië



Grotendeel van Duitse leger vocht aan het Oostfront à bijna geen troepen in het Westen.



September 1943 à Italië capituleerde na een invasie van de Geallieerden, nadat Mussolini door het leger was afgezet.



6 juni 1944 (D-Day) à Engelsen en Amerikanen ondernamen hun grote invasie in Normandië en bevrijdde in elke maanden Frankrijk, België en Zuid-Nederland.



Voorjaar 1945 à Geallieerden begonnen offensief tegen Duitsland zelf.



20 april 1945 à Russisch leger bereikte Berlijn à Tijdens deze slag pleegden Hitler en Goebbels zelfmoord (30 april) à Enkele dagen later capituleerde het Duitse leger.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.