Duitsland examenkatern

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 1708 woorden
  • 12 april 2015
  • 18 keer beoordeeld
Cijfer 6.5
18 keer beoordeeld

Duitsland 1871-1945

Het Duitse keizerrijk 1871-1919

Het ontstaan van het keizerrijk

Op het Congres van Wenen (1814/1815) kreeg Pruisen er grote gebieden in West-Duitsland bij. Terwijl de Franse bevolking in de 19e eeuw langzaam groeide, groeide de Pruisische bevolking snel. Daarnaast ging ook de industrialisatie in Pruisen vanaf 1850 razendsnel. Rond 1865 produceerde Pruisen al veel meer kolen en staal dan Frankrijk, waardoor het een sterk leger en een sterke wapenindustrie kon opbouwen. 

De Pruisische kanselier Otto von Bismarck maakte van het heersende nationalisme gebruik en begon een oorlog met Frankrijk. Frankrijk werd verpletterend verslagen en terwijl het Duitse leer Parijs omsingeld hield, liet Bismarck de Duitse vorsten naar Versailles komen. Hier riepen ze op 18 januari 1871 het Duitse keizerrijk uit en kroonden de koning van Pruisen tot keizer Wilhelm I.

Duitsland onder Bismarck

Bismarck was tevreden met de bestaande grenzen en was zich ervan bewust dat de andere mogendheden (Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije & Rusland) samen sterker waren dan Duitsland. Daarom voerde hij een voorzichtig buitenlands beleid, gericht op behoud van het bestaande machtsevenwicht. Met Oostenrijk-Hongarije en Rusland sloot Bismark allianties, waarbij ze beloofden elkaar in een oorlog te helpen of ten minste neutraal te blijven. 

Op de Conferentie van Berlijn werden stukken van Afrika verdeeld. Bismarck had zelf geen belangstelling boor kolonies, maar Duitse nationalisten wel. Bismarck ging daarom in 1884 akkoord met de stichting van kolonies in Afrika.  

Duitsland onder Wilhelm II

Anders dan  zijn grootvader wilde Wilhelm II in de politiek de leiding hebben. Bovendien was hij niet tevreden met het machtsevenwicht en droomde van een Duitsland met meer macht en aanzien.  Hij voerde een Weltpolitiek, die in eerste instantie was gericht op de vestiging van een wereldimperium met overzeese kolonies. 

Om kolonies te verwerven en overal ter wereld zijn belangen te kunnen verdedigen wilde Duitsland een sterke oorlogsvloot hebben. In 1898 nam de Rijksdag de eerste Vlootwet aan. De vloot werd uitgebreid met moderne, grote en zwaarbewapende slagschepen. 
        Groot-Brittannië voelde zich bedreigd en ging nog grotere slagschepen bouwen. De
         Britten wonnen deze wapenwedloop. 

Extreme nationalisten vonden dat Duitsland zich naar het oosten moest uitbreiden. Want het snelgroeiende Duitse volk had meer voedsel, grondstoffen en ‘lebensraum’ nodig. De sfeer in Duitsland werd ook steeds militaristischer. 
-    Alle jongens moesten na hun achttiende verjaardag twee jaar in kazernes leven, waar ze door onderofficieren werden gedrild. 

De Eerste Wereldoorlog 

In 1914 leidde de rivaliteit tussen de grote mogendheden tot de Eerste Wereldoorlog. De inmiddels overleden generaal Von Schlieffen had een oorlogsplan klaarliggen. Vanuit België zou het voltallige leger over de Franse noordgrens trekken, om na zes weken Parijs te veroveren. Daarna zou het zegevierende leger met de trein naar het oosten reizen, om ook Rusland te verslaan. 

De eerste grote veldslag van de Eerste Wereldoorlog is de Slag bij Marne. Moderne, industrieel geproduceerde wapens maakten aantallen slachtoffers die het voorstellingsvermogen te boven gingen. De Duitsers groeven zich vervolgens in, waarmee een loopgravenoorlog begon. 

Het plan van Von Schlieffen was mislukt, omdat Rusland zich sneller mobiliseerde dan verwacht. Hierdoor moesten er meer Duitsers naar het  oosten, waardoor een tweefrontenoorlog ontstond. 

In 1918 gingen steeds meer arbeiders, burgers en soldaten in uniform de straat op om vrede en revolutie te eisen. Op 9 november riepen de sociaaldemocraten vanaf het balkom van de Rijksdag de republiek uit. 11 november werd de wapenstilstand gesloten.

De Republiek van Weimar (1919-1933)

Wankele democratie

Na de Eerste Wereldoorlog werd Duitsland een parlementaire democratie. De Rijksdag kwam bijeen in Weimar, waar zij de grondwet vaststelden. Daarom wordt het Duitsland van 1919-1933 de Republiek van Weimar genoemd. De republiek had veel tegenstanders, zoals de conservatieve elite en communistische en extreemrechtse groepen.

Straatgeweld

Op 4 januari 1919 brak in Berlijn de Spartakus-opstand uit, vernoemd naar de slaaf die met een opstand het Romeinse rijk aan het wankelen had gebracht. Arbeiders eisten dat het kapitalisme werd afgeschaft en de macht in handen kwam van raden van arbeiders en soldaten. De regering voelde zich bedreigd en vroeg het leger om hulp. 

Het Verdrag van Versailles

Duitsland werd als schuldige van de Eerste Wereldoorlog aangewezen in het Verdrag van Versailles. Duitsland verloor al zijn kolonies en tien procent van zijn grondgebied, mocht alleen nog maar een zwak leger hebben en kreeg hoge herstelbetalingen. Bijna alle Duitsers vonden het een schande, maar de regering tekende het vredesverdrag toch omdat Duitsland anders zou worden bezet. 

Crisis en herstel

De herstelbetalingen leidden in 1923 tot een politieke en economische crisis. Omdat Duitsland niet snel genoeg betaalde, trokken Franse en Belgische troepen in januari het Roergebied binnen om kolen, ijzer en machines weg te halen. Duitsland besloot geld bij te drukken, waardoor de inflatie uit de hand liep. De economie viel stil en de werkloosheid steeg naar recordhoogte. Om een einde aan de chaos te maken, staakte de regering in september haar verzet tegen de geallieerden. 

De NSDAP van Hitler bestormde op 8 november met zijn partijleger een grote bierkelder in München en schreeuwde dat hij een mars naar Berlijn zou beginnen om daar de macht te grijpen (Bierkellerputsch). 

De opkomst van Hitler

Na de beurskrach in de VS trokken de Amerikanen hun leningen terug, waardoor de Duitse economie instortte. De partijen werden het niet eens over een beleid dat Duitsland uit de crisis kon halen. De conservatieve president Hindenburg maakte gebruik van zijn recht om minderheidskabinetten te benoemen die zonder goedkeuring van de Rijksdag besluiten konden doordrukken. 

Hitler maakte met vurige toespraken het publiek wild enthousiast en werd gesteund door een uitgebreide propaganda met moderne campagnetechnieken. De NSDAP imponeerde met paramilitair machtsvertoon, de SA domineerde het straatbeeld en vocht voortdurend met de communisten. 

De conservatieve elite gebruikte Hitler om definitief van de democratie af te komen. Hinderburg benoemde hem op 30 januari 1933 tot rijkskanselier. Vrijwel direct begon Hitler met de vestiging van een totalitair regime waarin zijn macht door niets beperkt was.

De Rijksdagbrand

Zes dagen voor de verkiezingen op 5 maart 1933 stak de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe het Rijksdaggebouw in brand. Van der Lubbe handelde op eigen houtje, maar Hitler geloofde dat de brand het sein was voor een communistische revolutie. Om het gevaar te bestrijden liet hij Hindenburg een noodverordening afkondigen. Daarmee werden de grondrechten opgeschort. Communisten en sociaaldemocraten werden opgepakt en hun kranten werden verboden. Hitler schafte hierna de Weimar-grondwet af via de machtigingswet, die hem het recht gaf geheel buiten het parlement te regeren. 

Nazi-Duitsland (1933-1945)

Terreur

Na Hitlers machtsovername begonnen de nazi’s met de opbouw van een totalitaire staat waarin iedereen doordrongen was van hun ideeën. Bij deze nazificatie gebruikten ze terreur, censuur en propaganda. 

In maar 1933 werd het eerste grote concentratiekamp in gebruik genomen, kamp Dachau. De gevangenen daar waren rechteloos en werden met dwangarbeid uitgeput. De Gestapo, de geheime politie, probeerde alle tegenstanders van het regime op te sporen. In het Derde Rijk was mede daardoor nauwelijks politiek verzet.

Propaganda

In maart 1933 werd er een ministerie van Propaganda. Tot de eerste acties van dit ministerie onder leiding van Goebbels hoorden boekverbrandingen. In september 1933 stelde Goebbels de Rijkscultuurkamer in. Kunstenaars mochten alleen nog werken als ze er lid van waren en ze kregen richtlijnen voor hun werk. Om de propaganda optimaal te verspreiden, werd een goedkope radio ontworpen waarmee geen buitenlandse zenders waren te ontvangen. 

Rassenwetten

Jehova’s, Sinti, homoseksuelen, Roma en joden pasten niet in de Volksgemeinschaft. Tot 1941 probeerde Hitler hen het leven zuur te maken, zodat ze zouden vluchten. In 1935 nam Hitler in Neurenberg de twee belangrijkste anti-joodse wetten aan.
-    De eerste bepaalde dat joden geen Duitse staatsburgers waren.
-    De tweede verbood huwelijken tussen joden en Germanen en stelde seks tussen hen strafbaar. 
-    De Neurenbergerwetten bepaalden ook wie jood was en wie niet. 

Naar een nieuwe oorlog

Hitler wilde van Duitsland een wereldmacht maken met absolute heerschappij op het Europese continent. De  werkloosheid slonk door de herinvoering van de militaire dienstplicht en er ontstond veel werkgelegenheid in de wapenindustrie. 

In zijn buitenlandse politiek richtte Hitler zich eerst op de annexatie van alle Duitstalige gebieden, Anschluss. De Britten deden hier niks aan, zij hoopten oorlog te voorkomen door Hitler tevreden te stellen. Het hoogtepunt van deze appeasementpolitiek werd later in 1938 bereikt op de Conferentie van München. In september vloog de Britse premier Chamberlain twee keer naar Duitsland om in persoonlijke gesprekken met Hitler de vrede te redden. Duitsland mocht uiteindelijk het Sudetenland hebben. 

De Tweede Wereldoorlog

Op 3 september 1939, twee dagen nadat het Duitse leger Polen was binnengevallen, verklaarden Frankrijk en Groot-Brittannië Duitsland de oorlog. Hitler voorkwam een tweefrontenoorlog doordat hij een paar dagen voor de inval in Polen een niet-aanvalsverdrag met Stalin sloot. Daarbij verdeelden de dictators in het geheim Polen. 

In het voorjaar van 1940 volgden Denemarken, Noorwegen, Nederland, België en Frankrijk. Hitler overheerste hierna het Europese continent tot aan de Sovjet-grens, want verder waren er in Europa alleen nog Duitse bondgenoten en neutrale landen. 

Begin 1943 kwam de ommekeer toen Duitsland de slag om Stalingrad verloren. In juni 1944 kwam ook in West-Europa een beslissende doorbraak toen Amerikaanse, Canadese en Britse troepen landden in Normandië. De oorlog eindigde op 8 mei 1945, een paar dagen nadat de Russen Berlijn hadden ingenomen en Hitler zelfmoord had gepleegd. 

Onder Duitse heerschappij

In West-Europa werkten de bezetters samen met plaatselijke autoriteiten. In het oosten van Europa ging het heel anders. De joden daar werden opgesloten in getto’s, overbevolkte stadswijken waar ze massaal stierven door uitputting, honger en ziektes. De SS kreeg opdracht alle joden en communisten te vernietigen. Kort na de inval in de Sovjet-Unie besloot Hitler dat ook in de rest van Europa de joden moest worden uitgeroeid. 

Op 20 januari 1942 kwamen vijftien hoge ambtenaren in een villa aan de Wannsee in Berlijn bijeen om de genocide uit te werken. De mannen berekenden dat er toen in Europa elf miljoen joden leefden. Ze stelden een lijst op met aantallen joden per land en bespraken het tempo waarin de joden naar vernietigingskampen moesten worden getransporteerd en hoe de verschillende instanties daarbij zouden samenwerken. De Wannsee-conferentie. 

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.