De weg naar de hemelse vrede: Cina als totalitaire staat

Beoordeling 7.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 2546 woorden
  • 6 maart 2004
  • 49 keer beoordeeld
Cijfer 7.9
49 keer beoordeeld

Hoofdstuk 6: De weg naar de Hemelse Vrede. China als totalitaire staat §1 De erfenis van het verleden §1.1 Kenmerken van de traditionele samenleving Confucius (551 – 479 v.chr.) Confucius pleitte voor een samenleving met een centraal gezag en waar iedereen zijn plaats kende. “Vijf menselijke relaties” 1. Heerser – onderdaan
2. Vader – zoon

3. Oudere broer – jongere broer
4. Man – vrouw
5. Vriend – vriend
Hemels mandaat: de keizer, de zoon des hemels, had het hemels mandaat, een volmacht om op aarde te regeren. Als er wanorde ontstond in een land bleek daaruit dat er slecht geregeerd werd en mocht het volk in opstand komen. Om ambtenaar te kunnen worden moest men kennis hebben van het juiste gedrag en het juiste bestuur, dit is te lezen in de klassieken. Om toe te kunnen treden in de rang van de Mandarijnen, de bestuursambtenaren, moest men voor de staatsexamens slagen. Het was heel moeilijk om voor zo’n staatsexamen te slagen, in praktijk kon iedereen er aan meedoen maar het kostte veel tijd en geld, iets wat niet iedereen had. Wanneer men eenmaal ambtenaar was, had deze kennis bijna geen waarde meer. Als ambtenaar moest men er voor zorgen dat alles in een land soepel verliep. De maatschappelijke ladder in het oude China: 1. Keizer
2. Ambtenaren/geleerden, besturen het land
3. Boeren
4. Ambachtslieden
5. Kooplieden, profiteurs §1.2 De invloed van het Westen Sinocentrisme: de visie waarin China het middelpunt van beschaving vormde met daarom heen staten die, naarmate ze verder van China aflagen, steeds onbeschaafder werden bevonden. 1839-1842: twee opiumoorlogen door Engelsen, dwongen de openstelling van China af. Verdragshavens: Chinese kuststeden waarin de Engelsen (en later ook andere landen) vrijhandel mochten drijven en die onder Engels gezag en wetgeving vielen. De Engelsen hadden deze verdragen afgedwongen. De Manchu dynastie verzwakte door: 1. binnenlandse opstanden
2. buitenlandse druk

3. grote hongersnoden
4. bureaucratisch en corrupt regeringsstelsel. 1912 Guomindang olv. Sun Yatsen
Drie volksbeginselen: 1. Nationalisme
2. democratie
3. welzijn voor het volk
Het lukt Sun Yatsen niet deze drie volksbeginselen in te voeren en de WARLORDS nemen de macht over. §1.3 De Guomindang en de Communistische partij ‘Vier mei beweging’, 1919: keert zich tegen het westers imperialisme maar liet zich tegelijkertijd inspireren door westerse ideeën als nationalisme en gelijkheid: 1. tegen het dwingende familiesysteem
2. positie vrouwen verbeteren door het voetbinden af te schaffen en vrouwen recht op onderwijs te geven. 3. Chinese taal werd vereenvoudigd, volk moest enige vorm van onderwijs krijgen om te moderniseren en industrialiseren. 1921: oprichting Communistische Partij China (CPC). 1934 steunden de boeren, Mao Zedong leider. 1925 Sun Yatsen † opgevolgd door Chiang Kaishek. 1923-1945 CPC + GMD hebben drie keer geprobeerd samen te werken tegen Japan. Chiang maakte een einde aan de samenwerking en zette zijn leger in tegen de communisten. Nationalistische periode leidde tot: 1. modern, goed getraind leger

2. een huwelijkswet die de positie van vrouwen verbeterde. De GMD ontwikkelde zich tot een partij van de rijken die door corruptie en de wreedheid van haar soldaten de band met de bevolking verloor. Chiang zelf, beïnvloed door fascistische ideeën over leiderschap, werd een dictator. 1937: Chiang Kaishek werd gedwongen onder druk van zijn eigen troepen Japan de oorlog te verklaren aan Japan, hij bleef de communisten als een grotere vijand beschouwen. GMD: corruptie, verwaarlozing, chaos, hamsteren, belastingen, zwarte handel en zaken doen met de Japanners. Communisten: verlaging van de belastingen, de pachtsommen, verhoging van de productie en de levensomstandigheden, en zij brengen de theorie in praktijk. Guerrillatactiek: tactiek waarbij de vijand wordt aangevallen door kleine groepen wanneer en waar deze zwak is en wordt ontweken wanneer en waar deze sterk is. Japanners tot overgave gedwongen door middel van atoombommen VS. Burgeroorlog GMD + communisten. GMD beter leger maar verloren toch door: 1. tussen de verschillende GMD gebieden en steden bestonden te lange communicatielijnen. 2. de communisten bezaten het platteland, waar zij met landhervormingen veel aanhang onder de boeren kregen. De GMD raakte gedemoraliseerd, ze liepen over naar de communisten en verloor aanhang door wreedheid, corruptie en wanbeheer. Een miljoen GMD soldaten sneuvelde in de vierenhalve maand voor de overwinning van de communisten. Chiang Kaishek vluchtte naar Taiwan en op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek China uit. §2 Geloof in een nieuw China 1949-1957 §2.1 De economische ontwikkeling Communisme=gelijkheid voor iedereen. Communisme in vier fases: 1. uitbuiting van arbeiders (boeren). Veel particulier bezit. Rijken worden rijker, armen worden armer
2. Revolutie van arbeiders
3. De maatschappij wordt omgevormd tot een communistische maatschappij. Dit kan met geweld gebeuren. De staat nationaliseert de productiemiddelen. 4. De communistische heilstaat. Iedereen is gelijk en krijgt over een gelijk deel van. Iedereen werkt enthousiast mee en is gelukkig. 1949: Communistische Partij aan de macht door geloof dat zij de enige waren die een einde aan de economische onderontwikkeling en sociale ongelijkheid. Geen uitbuiting, onderdrukking maar gelijkheid, menselijke waardigheid en welvaart voor iedereen. Veel moeilijkheden overwonnen worden om communisme te bereiken, zoals: 1. viervijfde van de bevolking was analfabeet

2. spoorwegen, wegen en irrigatiewerken waren verwoest
3. buitenlandse banken en handelaren verdwenen
4. de steden werden geteisterd door hongersnood en enorme inflatie. 1949-1956 Opbouw van het communisme: - grootgrondbezit afschaffen en grond herverdelen - daarna invoering van collectivisatie(= het land wordt in productieteams bewerkt) olv. CPC - 5-jaren plannen voor industrie naar model Sovjet-Unie - Heropvoeding van het volk door middel van massacampagnes. Landhervorming: herverdeling van het grondbezit onder de boeren, in China uitgevoerd na 1949. Boeren werden opgevoed tot socialistische boeren die met inzet en enthousiasme collectieve arbeid gingen verrichten door: 1. propaganda
2. politieke bewustwording
3. pressie §2.2 De politieke ontwikkeling 1949-1957 Klassenvijanden: mensen waarvan in China de Communistische Partij bepaalde dat zij niet wilden meewerken aan de opbouw van de communistische staat. Parallelle machtsstructuur: politiek-bestuurlijk stelsel waarin de staats- en partijorganisaties formeel gescheiden zijn, maar in iedere bestuurslaag er veel personele overlapping bestaat. Massaorganisaties: een organisatie die als vakbond, vrouwen- of jeugdorganisatie met zeer veel leden, waarvan men in het communistische China lid behoorde te zijn en die werden gecontroleerd door de CPC. Massacampagne: in communistische China de periode van grote activiteit waarbij de gehele bevolking werd ingeschakeld om een bepaald doel te bereiken. De massacampagne werd omgeven door veel propaganda. Het verloop van een massacampagne: - de groep die op dat moment binnen de Communistische Partij de meeste macht heeft, stelt bepaalde richtlijnen vast, - de partij besluit dat deze richtlijn door de bevolking op nationale schaal tot uitvoer moet worden gebracht, - vervolgens worden e kaderleden van de partij, regering en leger op de hoogte gebracht, - de kaderleden van de massaorganisaties moeten de richtlijn tot uitvoer brengen. Zij moeten de mensen indoctrineren, in beweging brengen en controleren tijdens de campagne, - door alle massamedia in te zetten wordt de richtlijn onder de bevolking bekend gemaakt, meestal in de vorm van een krachtige slogan, - de bevolking wordt gevraagd de richtlijn te bediscussiëren en kritiek te geven. Op deze manier zou de regering de mening van de massa horen. In de praktijk is het echter de bedoeling dat de bevolking uitsluitend instemt met de nieuwe richtlijn, - als de mensen op de hoogte zijn van de nieuwe richtlijn begint de eigenlijke campagne met ‘enthousiaste en spontane inzet van iedereen’. 1956: Mao riep de campagne ‘Laat honderd bloemen bloeien, laat honderd scholen wedijveren’. Stroom van kritiek, halverwege 1957 grijpt de partijtop in, intellectuelen maar ook de nieuwe partijfunctionarissen werden het doelwit van de Anti-rechtsen Campagne. 300.000 tot 700.000 kregen het etiket Rechtsen, zij moesten ‘gedachtehervorming door arbeid’ ondergaan. Gedachtehervorming door arbeid: politiek in communistisch China waarbij mensen door zware lichamelijke arbeid moesten leren inzien dat zij de verkeerde gedachten hadden over de Communistische Partij en de koers die deze partij volgde. §2.3 De sociale ontwikkeling 1949-1957 1949-1953: witte broodsweken, enthousiasme en vertrouwen in de Communistische Partij typeerden de stemming. 1950: huwelijkswet afgeschaft, mannen en vrouwen waren gelijk, mochten zelf weten met wie ze trouwden. Klassenstatus: een indeling in klasse op basis van bezit, in China na 1949 door de communisten na ingevoerd als instrument om het bezit opnieuw te verdelen. Deze klassenindeling bleef na de herverdeling van bezit bestaan. Landheer, grote boeren, middenboeren, arme boeren en landarbeiders.
§3 ‘Hoe Yoekong de bergen verzette’ §3.1 Economische ontwikkeling 1957-1976 Aan het einde van het Eerste Vijfjarenplan moesten drie problemen worden opgelost: 1. de groeiende werkloosheid vooral in de steden
2. de landbouw kon, mede door bevolkingstoename, de kosten van verdere groei van de industrie niet opbrengen, terwijl de industrie nog niet in staat was haar eigen groei te financieren
3. Mao was bang dat net als in de Sovjet-Unie ook in China een nieuwe bevoorrechte klasse van technisch geschoolden zou ontstaan
Revisionisme: herziening van de Marxistisch(-Lenistische) leer. De Chinese leider Mao beschuldigde de president van de Sovjet-Unie Chroetsjov ervan dat hij na 1956 afweek van deze oorspronkelijke leer. 1958: Grote Sprong Voorwaarts werd door de top van de CPC afgekondigd. Oplossingen werden gezocht in: 1. het gelijktijdig ontwikkelen van alle sectoren van de economie
2. maximaal voordeel halen uit productie op grote schaal, volkscommunes

3. alle mensen samen konden economische wonderen verrichten, scheiding tussen hoofd- en handenarbeid werd afgeschaft, iedereen moest (deels) met zijn handen werken. 4. planning van bovenaf werd afgeschaft
1958-1961 Grote Sprong Voorwaarts
Doelen: - bestrijden van werkloosheid - voedsel tekort oplossen - bestrijden van het ontstaan van een nieuwe groep van intellectuelen - slechte spreiding van industrie over het land - verbeteren van de infrastructuur
Hoe?: - d.m.v. volkscommunes - bundeling van onderwijs, landbouw, wegenbouw, ziekenzorg, industrie - ieder lid was boer, arbeider en soldaat tegelijk
Waarom mislukt?: - verkeerd inschatten van de inzet van het volk - natuurrampen (geen rekening houden met plaats van natuurlijke bronnen) - beleidsfouten (te weinig landbouw en te veel waardeloze industrie opgebouwd) §3.2 De politieke ontwikkeling 1957-1976 Factiestrijd: binnen de Chinese Communistische Partij bestaande groepen van hoge partijfunctionarissen rond bepaalde leiders in de Partij die veelal met elkaar in machtsstrijd zijn. 1961-1965 Economische hervormingen - boeren mochten weer naar dorp en gezin terug - commune boeren => eigen stukje grond - herinvoering stukloon - kleine productie ploegen in plaats van massale aanpak
Mao’s positie verzwakt door mislukken Grote Sprong Voorwaarts. Functies overgenomen door Liu Shaoqi, Deng Xiaoping en Zhou Enlai. Persoonsverheerlijking: propagandacampagne waarin en leider kritiekloos wordt opgehemeld. 1965-1969 Culturele Revolutie

Doelen: - communisme zuiveren van traditionele Chinese normen en waarden (confucianisme) - communisme zuiveren van westerse invloeden (bv. Kapitalisme en bourgeois gedrag) - laten herleven van revolutionair enthousiasme - machtsstrijd Mao Liu Shaoqi + Deng Xiaoping
Hoe?: - sluiten scholen en universiteiten (die verspreiden westerse ideeën en benadrukken ongelijkheid) - acties van de Rode Garde (gardisten) - uniforme kleding/haardracht - verheerlijking van Mao + rode boekeje - volop inzet en steun van het leger §3.3 De sociale ontwikkeling 1957-1976 Stedelijke of plattelandsregistratie: in Communistische China bestaande verblijfsvergunning voor de stad of het platteland waaraan bepaalde rechten zijn verbonden, zoals het recht op werk, woning en voedselbonnen. Verklaring voor het enthousiasme bij elke campagne: Het politieke denken is doordrongen van moralisme: de staat maakt uit wat goed en slecht is. Een eigen mening geven hoort niet in het openbaar. Conformisme: aanpassing aan heersende opvattingen; mensen gedragen zich ten minste uiterlijk naar wat van hen verwacht wordt. §3.4 Informatiebronnen over China Geen persvrijheid in China, buitenlanders werden mondjesmaat toegelaten en werden vooraf onderzocht op hun politieke betrouwbaarheid. 1976: Mao † opgevolgd door Huo Gwofeng §4 ‘To get rich is glorious’ 1976-1989 §4.1 De economische ontwikkeling 1976-1989 1978: Deng Xiaoping kreeg in praktijk de meeste macht (t/m 1989). Voerde de ‘vier moderniseringen’ in. ‘De vier moderniseringen’: het programma van de Chinese leider Deng Xiaoping’s voor modernisering van de landbouw, industrie, wetenschap en technologie en defensie. Verantwoordelijkheidssysteem: de Chinese landbouwhervorming na 1984 waarbij de boeren het land in pacht krijgen en zelf verantwoordelijk worden voor de bewerking en de opbrengst van het land. Kenmerk van de hervormingen: - invoering van het verantwoordelijkheidssysteem

Kenmerken van de hervormingen in de industrie: - de beloning van de arbeiders moest meer in overeenstemming zijn met hun prestaties. De ‘ijzeren rijstkom’(=levenslag gegarandeerde rechten op een baan, huisvesting en sociale voorzieningen) werd afgeschaft. - de planning werd gedecentraliseerd en lokale planners moesten meer rekening houden met de wet van vraag en arbeid - de directeur van de fabriek diende verantwoordelijk te worden voor zijn bedrijf en de invloed van de partijkaders in de fabrieken moest verminderen - privé-ondernemingen en samenwerking met buitenlandse bedrijven werd nu aangemoedigd. §4.2 De politieke ontwikkeling 1976-1989 Machtsstrijd
Al voor de dood van Mao machtsstrijd tussen: Groep van de Culturele Revolutie groep Zhou Enlai (o.a vrouw van Mao Jing Qing) (wil modernisering) =>Bende van 4
Ook politieke hervormingen om vertrouwen mensen terug te winnen: - massacampagnes werden afgeschaft - een aantal controlerende functies van de ‘danwei’ verdwenen - niet langer hoefde bij alle instellingen iemand van de Partij vertegenwoordigd te zijn - persoonsverheerlijking werd verboden - enige kritiek op Mao werd mogelijk: hij werd 60% goed en 40% fout verklaard - er werd een klein begin gemaakt met het vastleggen van recht om willekeur, zoals tijdens de Culturele Revolutie onmogelijk te maken - intellectuelen werden als klasse erkend
Vijfde Modernisering: in de ogen van de Chinese dissident Wei Jingsheng ontbrak aan de Vier Moderniseringen de democratisering van het politieke systeem. Hij noemde dat de Vijfde Modernisering. 1978: muurkranten waarin werd gesteld dat er meer persoonlijke vrijheid moest komen en de mensen meer invloed op hun regering moesten krijgen. In 1979 werd de ‘Muur van de Democratie’ verboden en Wei Jingsheng kreeg 15 jaar celstraf.
§4.3 Culturele veranderingen 1976-1989 Er vond massale rehabilitatie plaats van schrijvers, die slachtoffers waren geweest van de Culturele Revolutie en andere uit de hand gelopen massacampagnes. ‘Littekenliteratuur’: Chinese literatuur die na de dood van Mao Zedong opkwam, waarin schrijvers misstanden in het Mao-tijdperk en de trauma’s die deze bij mensen hebben veroorzaakt, in hun verhalen verwerken. Veel van de littekenliteratuur mocht in China zelf niet gepubliceerd worden. §5 Het plein van de Hemelse Vrede Studenten kwamen op het plein van de Hemelse Vrede bij elkaar om te rouwen om de dood van Hu Yaobang. Er volgden demonstraties tegen corruptie en voor meer democratie, onder invloed van vele westerse camera’s werden de studenten feller. Ze bezette het plein totdat Deng en de partijleiding met hen wilde praten en hun eisen wilde inwilligen. Nadat de regering de demonstraties had veroordeeld, toonde de bevolking sympathie door studenten eten, drinken en geld te geven. De studenten gingen in hongerstaking en het plein veranderde in het aanzicht van een tentenkamp. De regering vond dat ‘de opstand’ beëindigd moest worden en besloot met behulp van het leger Peking te omsingelen door twee divisies.Over hoe de ontruiming precies verliep en hoeveel slachtoffers er zijn gevallen bestaat onduidelijkheid. §6 Totalitarisme Eind 19de eeuw en begin 20ste eeuw deden zich in West-Europa ingrijpende veranderingen voor: - industrialisatie - urbanisatie - opkomst van de arbeidersbeweging - invoering van het algemeen kiesrecht - vorming van politieke partijen en vakbonden
Niet alleen democratisering ook antidemocratische bewegingen ontstonden, zoals het facisme en nationaal-socialisme. Algemene kenmerken van totalitaire bewegingen: 1. ze gaan uit van een toekomstdroom

2. de macht komt in handen van één leider of een kleine elite uit één partij, die weet wat goed is voor het volk
3. de toekomstdroom die zij najagen leggen zij anderen op, desnoods met geweld. 4. om de nieuwe orde te bereiken wordt de bevolking ideologisch gemobiliseerd voor de harde en zware taken die haar te wachten staan. 5. een massapartij, een uitgebreid systeem van terreur en scherpe controle op leger en economische bedrijvigheid zorgen ervoor dat de staat invloed en controle op de bevolking krijgt. Onder Gorbatsjov in de Sovjet-Unie en Deng Xiaoping in China nam de allesoverheersende invloed van de staat af zonder dat men deze landen nu direct democratisch kon noemen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.