Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Le moyen age - Literatuur

Beoordeling 7.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 5538 woorden
  • 20 juni 2016
  • 11 keer beoordeeld
Cijfer 7.9
11 keer beoordeeld

Samenvatting Frans Literatuur

 

Le Moyen Age

  • Système féodal: le serf (slaaf) – le vassal (leenman) – le seigneur (leenheer) – Dieu (God)
  • Les guerres (oorlogen à kruistochten: in naam van God)
  • Chansons de geste: ridderverhalen waarin het gaat over strijd in naam van de koning en God
    • Ook wel ‘Karelromans’ of ‘voorhoofse literatuur’ genoemd
    • Kenmerken:
      • ‘la célébration des vertus de la chevalerie, de l’honneur féodal et de la foi’: Heldendaden en deugden (moedig en trouw) van  ridders, het feodale systeem en het geloof worden bezongen
      • ‘le glissement de l’histoire à la légende’: het echte verhaal is ‘ wegggeleden’  en is een legende geworden à we weten niet meer wat er echt gebeurd is
  • Meest bekende chanson de geste: La Chanson de Roland (Roelandslied)
    • Onbekende auteur, doordat het mondeling werd overgedragen
    • Eind 11e eeuw
    • Strijd tegen de Moren die ridder Roland en veel van zijn volgelingen fataal wordt à Keizer Karel (Charlemagne) wil wraak
  • In de late ME werden vrouwen belangrijker
    • Mannen namen deel aan de oorlogen en dus moesten vrouwen het land besturen
    • Mannen ontdekten de islamitische cultuur waarin het normaal was om meerdere vrouwen te hebben
  • Romans courtois: ‘hoofsromans’ (= van het hof) waarin ‘l’amour courtois’ centraal stond. Naast de strijd speelt in deze verhalen dus ook de liefde (en daarmee de rol van de vrouw) een belangrijke rol. De vrouw is ‘inaccessible’ (onbereikbaar) en vervangt haast de heer/God uit de ridderromans.
    • Bekendste verhaal: ‘Les histoires sur les chevaliers du roi Arthur’ (Ridders van de ronde tafel)

 

Le Mort de Roland (à Ridderroman)

Ridder Roland is in een hinderlaag gelopen (verraden door zijn oom) en nu bijna verslagen in de strijd. Hij schuilt onder een boom en gaat met zijn gezicht naar ‘la gent païenne’ (het heidense volk à de Moren à Spanje) liggen. Dit geeft aan dat hij een dappere soldaat is; hij wil nog steeds verder met de strijd. Terwijl hij daar ligt, komen allerlei herinneringen weer boven: over zijn geliefde Frankrijk, de mensen die onder zijn hoede waren in de strijd (leger) , Keizer Karel de Grote. Hij vraagt vergiffenis aan God en slaat een kruis op zijn borst. Dit geeft aan hoe belangrijk het vaderland, God en de koning voor hem waren. Dan neem Saint Gabriel (engel) hem bij zijn hand en neemt hem mee naar het paradijs.

 

Tristan et Iseut (à Hoofsroman)

Tristan bevrijdt het land van Morholt, een monster dat ieder jaar een menselijke buit kwam opeisen. Bij deze strijd raakt hij echter gewond en alleen de koningin van Ierland kan hem genezen. Daarom vertrekt hij naar Ierland. Hij keert terug met Iseut la Blonde zodat zij met koning Marc, door wie hij is opgevoed, kan trouwen. De moeder van Iseut geeft haar dochter stiekem een liefdesdrankje mee, maar op het schip terug drinken Iseut en Tristan dit per ongeluk op. Tristan wordt dan door Marc beschuldigd van overspel en samen met Iseut vlucht hij de bossen in. Omdat hij haar dit niet wil aan doen, trouwt zij toch met Marc en gaat Tristan naar Bretagne. Hier trouwt hij met ‘Iseut aux blanches mains’, de zus van zijn vriend Kaherdin. Maar eigenlijk blijft hij altijd van Iseut la Blonde houden. Dan wordt Tristan ernstig ziek; zijn laatste wens is om Iseut la Blonde nog een keer te zien. Hij vraagt Kaherdin om haar te gaan zoeken. Tristan spreekt met zijn zwager Kaherdin af dat hij een zwart zeil zal hijsen als het niet gelukt is om Iseut la Blonde aan boord te krijgen en een wit zeil als het wel gelukt is. Dit plan moet geheim blijven, maar zijn vrouw komt er toch achter. Zij is jaloers en zegt daarom dat de boot terugkeerde met een zwart zeil. Bij het horen van dit nieuws sterft Tristan. Iseut komt dan aan in de stad en hoort de rouwklokken en de jammerkreten in de straten. Als zij hoort dat Tristan dood is, lijdt zij zo erg dat ze door de straten rent naar het paleis. Ze verwijt zichzelf dat ze niet op tijd was gearriveerd en dat ze hem niet heeft kunnen genezen van zijn ziekte. Ze drukt hem in haar armen en kust hem. Dan sterft ze zelf van verdriet.

Thema: l’amour tragique à Ze worden door die toverdrank aan elkaar verbonden, maar kunnen niet samen zijn.

 

La Renaissance

  • De Renaissance begint met de verovering van Constantinopel in 1453. Alle christenen, onder wie veel kunstenaars en wetenschappers, vertrekken naar Italië. De koning van Frankrijk ‘François I’ (de eerste) laat veel van hen naar Frankrijk komen om te werken op zijn hof.
  • Twee belangrijke veranderingen:
    • Ontdekking van Amerika à de wereld wordt letterlijk groter en men komt in aanraking met andere kunst- en denkvormen
    • Uitvinding van de boekdrukkunst à meer mensen kunnen nu de Bijbel lezen en er kritiek op uiten
  • Door deze veranderingen verandert het mensbeeld: de mens wordt niet meer gezien als ‘onderdanig aan een heer/God’, maar als een individu dat meer moet genieten van het aardse leven.
  • Memento mori à Carpe Diem!
  • Renaissance = wedergeboorte van de Klassieke Oudheid. Hierdoor komt een nieuw genre op, dat veel werd gebruikt in de Oudheid: de sonnets
    • 14 versregels, bestaande uit twee quatrains en twee tercetten
    • Quatrain (kwatrijn) = vier versregels (ABBA), tercet (terzet)= drie versregels (ABA)
    • Son = klank à het gaat bij een sonnet om de uiteindelijke ‘klank’ van het gedicht, die bepaald wordt door de vorm.
    • Chute = plotselinge wending
    • Rime = ABBA / ABA
    • Alexandrin = twaalf keer klemtoon in het gedicht
  • La Pléiade is een groep van zeven dichters waaronder Pierre de Ronsard en Joachim du Bellay. Zij wilden de poëzie van de Oudheid een nieuw leven in blazen (in het Frans vertalen) en verbeteren. De vier hoofdthema’s in hun poëzie zijn: l’amour, la fuite de temps, la mort et la nature

 

Mignonne, allons voir si la rose (à Sonnet)

Eerste alinea: Dichter vergelijkt zijn geliefde met een roos. De blos van de roos blinkt als het gezicht van zijn geliefde. Beide in de bloei van het leven.

Tweede alinea: Dichter windt zich op over het feit dat de bloem zo snel verwelkt is. De schoonheid van de bloem is dus heel tijdelijk.

Derde alinea: Dichter maakt nog een vergelijking tussen roos en geliefde à ook de schoonheid van zijn geliefde zal verwelken: beide schoonheden zijn vergankelijk. Daarom is zijn boodschap aan haar (link met de Renaissance!): ‘Pluk uw schoonheid, nu het nog kan!’

 

Le Classicisme

  • 17e eeuw gekenmerkt door Louis XIV (Lodewijk de 14e)
    • Zonnekoning: middelpunt van alles (le Roi Soleil)
    • Goddelijk recht: hij kon zich alles permitteren (absolutisme)
    • Paleis van Versailles
  • Volk moest hoge belastingen betalen, terwijl de adel rijk werd door de handel en industrie. Burgers konden echter een adellijke titel kopen, dus corruptie was overal.
  • Het theater kwam sterk in de aandacht tijdens deze eeuw. De mensen aan het hof (les courtisans) hadden weinig te doen, verveelden zich, dus werden er theaters gebouwd waar zij vermaakt werden met des tragédies et des comédies . De tragedies moesten lijken op die uit de Oudheid en dus wordt deze literaire periode ‘het Classicisme’ genoemd.
    • Bekendste tragedieschrijvers: Pierre Corneille en Jean Racine. Een ‘héros cornélien’ kiest altijd voor de eer, een ‘héros racinien’ kan niet kiezen en daarmee loopt het slecht af.
    • Bekendste comedieschrijver: Molière. Hij bespot de gewoontes van zijn tijd.

 

L’école des femmes (à Comédie)

Huwelijkspreek van Arnolphe tegen Agnès: hij wil met haar trouwen en wil duidelijk maken dat het huwelijk geen flauwekul is. De vrouw heeft plichten en is afhankelijk van de man. Zij moet volgzaam zijn. De man heeft almacht. Aan het einde van de preek werpt Arnolphe haar een serieuze blik; het is haar plicht haar ogen neer te slaan. Alleen wanneer zij hem een zachte, lieve blik toont, wil hij haar genade schenken. ‘Dit is wat vrouwen vandaag de dag verkeerd begrijpen.’ ???

 

Le Siècle des Lumières ou des Philosophes

  • 18e eeuw gekenmerkt door kritiek tegen de macht van de koning en het ontstaan van ideeën over een grondwet en democratisch systeem
  • Rationalisme: de mens ging zijn intelligentie gebruiken om zelf na te denken en baseerde zijn mening niet meer op geloof (God) of autoriteit (Roi absolu). De wetenschap werd hierdoor belangrijker.
  • Ook de gewone burgerij stuurde hun kinderen naar school en leerden hen dat werken goed voor hen was.
  • Door deze nieuwe ideeën begon aan het eind van de 18e eeuw ‘La Révolution Française’
  • Verlichte denkers:
    • Diderot
      • Idealen: vrijheden, godsdienst, meningsuiting
      • Beschikbaar stellen kennis à Encyclopédie
    • Montesquieu: staatsman, voor vrijheid, tegen slavernij, trias politica
    • Voltaire:
      • Deïsme, populaire schrijver, racist en antisemitist, alle kennis moet gebaseerd zijn op natuurwetenschappelijke kennis en ervaring.
      • Belangrijk werk: Candide ou l’Optimisme

 

Jean -Jacques Rousseau

  • Schrijver en (verlichtings)filosoof, opgevoed door zijn oom. Zijn opleiding was vooral nuttig door zijn vele reizen en ontmoetingen. Zijn weldoenster en minnares Mme de Warens (Rousseau zag haar echter als een moeder) had een grote invloed op zijn oeuvre, hielp hem met het perfectioneren van zijn opleiding en dwong hem om zich te bekeren tot het katholicisme. Daarna wordt Rousseau leraar van de kinderen van Mme de Mably.
  • Hij sluit vriendschap met Diderot en woont samen met Thérèse Levasseur, een bescheiden bediende met wie hij vijf kinderen heeft. Omdat hij echter niet goed voor hen kan zorgen, geeft hij ze te vondeling.
  • Bekend opvoedkundig werk: ‘L’Emile, ou l’Education’. Hierin steunt hij het idee dat het leerproces gedaan moet worden door ervaring en niet door analyse. Hij stelt hierin dus de ideale opvoedmethodes voor.

 

 

 

Le Romantisme

  • Met de Franse Revolutie in 1789 kwam er een eind aan ‘la royauté absolue’ (de absolute monarchie). Dit was het begin van de democratie en grondwet. Frankrijk werd echter bedreigd door het buitenland en dus greep Napoléon de kans om de macht te grijpen: hij riep zichzelf uit tot keizer. Hij veroverde grote delen van Europa, maar verloor de strijd in Rusland. Frankrijk werd daarna daarom opnieuw een monarchie, met Lodewijk de 18e als koning.
  • Met de komst van de stoommachine begon de industrialisatie. Steeds meer mensen trokken naar de steden en haar omliggende fabrieken. Er ontstond een nieuwe klasse: de arbeidersklasse. Zij werkten onder slechte omstandigheden en waren dus ontevreden. Dit is daarom een pessimistische periode, waarin vooral gedroomd werd over een beter leven, meer dan wetenschappelijke vooruitgangen werden geboekt.
  • Dit gevoel van ontevredenheid is ook kenmerkend voor de literatuur. Men wilde vluchten uit de eeuw: ze wilden de stad verlaten voor de natuur en de tijd terugbrengen naar het verleden of naar de toekomst. Romantiek = vluchten uit de tijd en van de plek.
  • Romans historiques: ‘Les trois Mousquetaires’ – Alexander Dumas + ‘Le Tour du monde en quatre-vingt jours’ – Jules Verne
  • De vorm van poëzie werd vrijer, want vrijheid was ook in de samenleving een belangrijke waarde geworden.

 

Victor Hugo

  • Belangrijkste schrijver uit de Romantiek
  • Bewogen jeugd en puberteit: reizen op wil van zijn vader, de scheiding van zijn ouders en een afwijzing voor een studie.
  • Werd leider van een groep ‘le Cénacle’, die als ideaal ‘liberté’ had en wilde breken met de klassieke ideeën hierover.
  • 1843: persoonlijk drama à Dochter en schoonzoon komen om bij een boottochtje. Dit heeft een omslag in Victor Hugo’s werk tot gevolg. Hij was op dat moment bezig met de gedichtenbundel ‘Les Contemplations’ (De overpeinzingen). In dit oeuvre zijn nu twee delen te onderscheiden:
    • Autrefois: vóór de dood van zijn dochter à vrolijke gedichten
    • Aujourd’hui: de dichter uit zijn pijn en zijn vragen over de dood en het lot
  • Ook toont Hugo zich een man van gelijkheid, die vecht tegen ongelijkheden. Hij was al bezig met zijn roman gewijd aan ‘lageren’ (arbeiders), ‘Les Misérables’, toen de Revolutie van 1848 begon.
  • De poëzie is in de Romantiek een belangrijk genre, omdat het hét genre is om je gevoelens te uiten. Hugo schreef ook veel poëzie, waarin hij dan én zijn trieste en emoties toonde én zijn kritische en rebelse ideeën uitte.

 

Vieille chanson du jeune temps

Gedicht uit 1e periode van Hugo. De dichter beschrijft een herinnering van een wandeling in het bos met Rose. Hij beschrijft de schoonheid van Rose, die hij echter op dat moment niet doorhad. Hij lette niet op en zag niet hoe mooi ze was. Door haar laatste zin (‘Het hoeft al niet meer’), wordt hij ‘wakker’ en ontdekt hij haar schoonheid. Rose, laat haar verleidingskunsten los op de ik-persoon: ze trekt haar schoenen uit om in het water te gaan, ze steekt haar arm uit om een braam te plukken en ze zucht en glimlacht. De natuur helpt haar een beetje: nachtegalen zingen voor haar, mooie groene blaadjes vormen een soort parasol, het beekje stroomt en die braam hangt daar. De zin ‘La nature amoureuse dormait dans les grands bois sourds’ geeft een staat van verandering aan. De natuur die meegaat in de liefde is een personificatie van Rose. Met de dove bossen wordt de ik-persoon bedoeld, die de schoonheid van Rose niet opmerkt.

 

Prosper Mérimée

  • Schrijver die houdt van het geheimzinnige en ongewone. Net als andere mensen van de Romantiek bezit hij de passie van het reizen (eigen omgeving ontvluchten) en houdt hij van geschiedenis. De meeste verhalen die hij heeft geschreven zitten vol met mysteries en spelen zich af in het buitenland. Hierdoor paste hij in zijn tijd. Uit zijn naar waarheid gedetailleerde informatie blijkt echter dat men al iets meer waarde begon te hechten aan de realiteit.

 

L’histoire de Carmen

Het verhaal wordt door de ik-persoon, don José (een bekende misdadiger), aan de schrijver verteld. Thema: ongrijpbare liefde. ‘Carmen’ speelt zich af in Spanje à koppelen aan de Romantiek: vluchten. 

Don José was legerofficier toen hij verliefd werd op een zigeunerin (une bohémienne), Carmen. Zijn luitenant vindt Carmen echter ook wel leuk en is jaloers. Om Carmen te laten ontsnappen, schiet don José zijn luitenant neer. Don José sluit zich aan bij de bende dieven van Carmen en, nadat hij haar echtgenoot Garcia heeft gedood, trouwt met haar. Carmen gaat er echter weer met een andere man vandoor. Don José stelt dan voor om samen naar Amerika te vluchten, maar Carmen weigert. ‘Je vraagt me het onmogelijke: jij houdt nog wel van mij, maar omdat je me niet kan krijgen, wil je me doden!’ à meutre passionnel (moord uit liefde). Ze wil zich niet binden aan iemand, maar wil vrij zijn. Don José richt zich op een gegeven moment nog tot de schrijver: ‘Tout, monsieur, tout! Je lui offris tout, pourvu (als) qu’elle voulût m’aimer encore!’. Maar Carmen blijft weigeren. Als don José een mes trekt, is Carmen niet bang. Als hij het nog één keer vraagt, zegt ze drie keer ‘Nee!’, ze stampt met haar voeten en ze gooit haar ring weg. Dit is echt het toppunt, de druppel. Don José steekt haar dan twee keer met het mes van Carmens vorige man.

 

Habanera (uit Opera ‘Carmen’ van Bizet)

Carmen vergelijkt de liefde met (1) een wilde vogel (un oiseau rebelle) en (2) een zigeunerkind (un enfant de Bohème). Ze denkt dus dat liefde vluchtig is en komt en gaat wanneer je dat niet verwacht. Je hebt er weinig invloed op.

 

Réalisme et Naturalisme

La guerre franco-allemande de 1870-1871

  • Niet heel bekende oorlog
    • Verdrongen door de twee wereldoorlogen: recenter en dodelijker
    • Vanwege de verpletterende nederlaag van de Fransen (la cuisante défaite) wordt de oorlog geprobeerd te vergeten
  • Korte oorlog tussen Fransen en Pruisen die zich vooral op Frans grondgebied afspeelt.
  • Twee periodes van de oorlog:
    1. La Guerre Impéraile (anderhalve maand)
    2. Speelt zich af in de Elzas: belangrijke slag en bezetting bij het stadje Metz
    3. Slag bij Sedan leidt tot de val van de macht (la chute de l’empirie) à Napoleon geeft zich over. Het volk is daarom woedend op hem en roept de Republiek uit (en vormt nieuw leger).
    4. La Guerre Républicaine ofwel la Défense Nationale (vijf maanden)
    5. Speelt zich af in Parijs. De Franse legertroepen raken onbevoorraad en moeten zowel de belegering van als het bombardement op Parijs doorstaan.
    6. De oorlog eindigt met de overgave van Parijs. Gevolgen:
      • Duits-Pruisische leger wordt als voorbeeld gezien: goede mobilisatie (treinen) en algemene dienstplicht blijken noodzakelijk om een oorlog te winnen
      • Elzas wordt Duits gebied

 

Opkomst van ‘des bourgeois riches’

  • Helft 19e eeuw: de bourgeois neemt de macht van de adel (les nobles) over. Er komen steeds meer ‘gegoede’ burgers, omdat zij zich richten op handel en investeren in nieuwe projecten zoals de spoorwegen (les chemins de fer). Dit betekent het begin van het kapitalisme. De rijke burgers gaan in mooie herenhuizen wonen en je ziet schitterend grote gebouwen verschijnen.
  • ‘Les nouveaux riches’ konden lezen en schrijven. Gevolg: de krant (les journaux) wordt steeds populairder.
  • Literatuur: men wil zich losmaken van het chaotische aspect van het romantisme à ontstaan nieuwe literaire stroming: naturalisme

 

Naturalisme

  • Literaire stroming die het realisme verlengt en waarbij alles is gebaseerd op wetenschappelijke theorieën. Onderscheid romantisme: niet meer vluchten uit realiteit, maar proberen de realiteit te begrijpen en misschien zelfs te verbeteren. Om realiteit te begrijpen wordt een beroep gedaan op de wetenschap.
    • ‘Bedenkers’ van deze stroming zijn de broer Jules en Edmond Goncourt.
  • Begin ‘naturalistisch onderwijs’ door een academie van 10 schrijvers, waarvan Flaubert en Emile Zola de belangrijkste waren.
    • Bekendste werk Zola: ‘Les soirées de Médan’ à Naturalisten beschreven de wereld zoals ‘de lagere klassen’ het zouden beleven: realistisch. De Onderkant van de samenleving (arbeidsklasse) wordt benadrukt
  • Determinisme het belangrijkste kenmerk: jouw leven wordt bepaald door factoren waar je geen invloed op hebt: l’hérédit(afkomst)/ race, l’environnement/milieu et moment.
    • Filosoof en historicus Taine is belangrijkste woordvoerder van dit determinisme

 

Verschil realisme/naturalisme

Realisme: gaat om werkelijkheid en die te verbeteren (beschrijven zoals het is).

Naturalisme: alles wetenschappelijk en objectief beschrijven (de werkelijkheid tot in detail beschrijven met de nadruk op de laagste klasse). Naturalisme kan gezien worden als een ‘zijstroming’ van het realisme.

 

Les jeunes bourgeois willen maatschappelijke situatie verbeteren

  • Eind 19e eeuw: maatschappij is opgedeeld in sociale lagen en er komt onder de hoogste burgerlijke klasse een steeds grotere angst voor de arbeidsklasse. Deze klasse sluit zich daarom af van de lagere klassen en hecht zich sterk aan de eigen normen en waarden.
    • Vrouwen moesten gehoorzaam (obéissantes) en goedgelovig (bonnes chrétiennes) zijn. Veel mannen daarentegen, kenden een dubbelleven en onderhielden relaties met maîtresses. 
    • Maatschappij is dus erg hypocriet

Gevolg: ‘les jeunes bourgeois’ willen deze situatie verbeteren. Door middel van kunst probeerden zij een diepere betekenis aan het leven te geven. In de literatuur werd deze generatie aangetrokken door de poëzie.

  • De jongeren beschouwden zichzelf als ‘des voyants’ (zieners) à zij stonden boven de ‘gemiddelde mens’, omdat ze in contact stonden met een andere realiteit. Tegelijkertijd waren zij hierdoor pessimistisch: zij voelden zich niet thuis in de wereld zoals die is. Met de engelse term ‘spleen’ wordt deze pessimistische levenshouding bedoeld. Spleen staat dus tegenover idéal. Het feit dat ze dichter waren, maakte dat de dichters zichzelf vervloekt voelden. Hoezo?
  • ‘Poètes Maudits’ = de gedoemde dichters. Ze voelden zich niet thuis in de wereld. VB: Charles Baudelaire
  • In deze periode kwam ook voor het eerst het thema ‘homoseksualiteit’ in de aandacht, dat tot dan toe taboe was.
  • ‘Je moet altijd dronken zijn. Draag niet langer de last van de Tijd op je schouders. Bezet jezelf zonder mate. Maar waarmee? Met wijn, poëzie of met deugden; wat u zelf wilt.’ Boodschap: Je moet je niet neerleggen bij hoe het is, maar proberen iets van het leven te maken.

Waarom staat dit opeens hier (blz 44)? Wat heeft het te maken met die dichters enzo?

 

Gustave Flaubert (Realisme)

  • Geeft zijn studie Rechten op om zich tot het schrijven te wijden. Is óf in het buitenland te vinden (houdt van reizen), óf in een Parijse salon óf afgezonderd van alles en iedereen op een familielandgoed, waar hij zijn werken schreef en herschreef.
  • Geïnspireerd door een nieuwsfeitje (fait divers), schreef hij zijn bekendste werk: ‘Madame Bovary’. Niet iedereen vond dit echter een goed werk, omdat de moraal van de burgerij erin duidelijk naar voren komt. Daarom wordt Flaubert aangeklaagd.
  • Madame Bovary:

Verhaal gaat over de vrouw van dokter Charles Bovary: Emma Bovary (voorheen Emma Rouault). Zij is opgevoed in een klooster en verveelde zich op de boerderij van haar vader. Ze is ongelukkig, niet zo rijk, droomt van een hogere status en verlangt naar een bijzonder, inspirerend leven. Daarom trouwt ze et Charles, maar al snel wordt haar leventje weer ‘saai’. Het bal dat gegeven wordt op het kasteel van Vaubyessard is een beslissende etappe van haar leven. Ze denkt vaak terug aan die avond. Ze verveelt zich daarna nog meer en besluit met Charles naar Yonville te verhuizen. Hier gaat ze met allemaal minnaars naar bed en gaat met hen mee naar dure feestjes. Ze raken hierdoor flink in de schulden. Emma pleegt daarom zelfmoord. Charles ontdekt de liefdesbrieven aan minnaars daarna nog en sterft dan uit verdriet, hoewel hij het haar wel heeft vergeven.

 

Le Bal de la Vaubyessard (fragment uit Madame Bovary)

Emma is op het Bal de la Vaubyessard en bekijkt een groepje rijke mensen. De schrijver laat zien dat het om rijke mensen gaat door woorden als: perle, habits, mieux faits, un drap plus souple, richesse, teint blanc etc. Ze zijn verschillend in leeftijd en kleding, maar toch onderscheiden ze zich van de massa. Emma ziet ze als haar ‘helden’. De fascinatie domineert in de hele alinea, door het vele gebruik van de superlativus.

Degenen die ouder begonnen te worden zagen er toch jong uit, terwijl iets rijps zich uitspreidde over de jongeren. Hun goede manieren doorbreken hun bijzondere brutaliteit die overheersing overbrengt. Emma voelt zich ‘kleiner’ dan deze mensen. Ze bevindt zich als in een droom. Aanwijzingen in de tekst: gedimd licht, troebele/vage sfeer en conversaties die niet ‘van haar wereld’ zijn (ze kan er niet aan deelnemen). Ze observeert en lijkt er bijna niet te zijn. In de laatste alinea denkt Emma terug aan Bertaux en de boerderij waar ze is opgegroeid. Dan valt ze flauw (haar realisatie van contrast?), want ze kan het even allemaal niet meer aan. Dit komt overeen met de rode draad van het verhaal: vluchten

 

Guy de Maupassant (Realisme/Naturalisme?)

Was een leerling van Flaubert. Schreef meer dan 300 korte verhalen, waaronder ‘La Parure’. Ook is hij de schrijver van het groene boekje!

Hij wilde objectief zijn: hij wilde niet al het gedrag van zijn personages verklaren, maar hij wilde hen beschrijven door korte voorbeelden, gezichtsuitdrukkingen, sprekende gebaren etc. Hij is depressief en sterft daarom al jong aan zijn krankzinnigheid.

 

La Parure

Mathilde Loisel vindt haar leven maar saai en wil luxe en rijkdom (overeenkomst met Emma Bovary van  Flaubert!). Haar man wordt uitgenodigd voor een bal (nog een overeenkomst) op het ministerie, en dan wil ze mee (dit is een vervulling van haar wens!) op een aantal voorwaarden: ze moet een dure jurk hebben, mooie schoenen, en juwelen. Ze mag een ketting lenen van een vriendin, Jeanne Forestier.

Op het feest is ze helemaal gelukkig (‘… dans une sorte de nuage de bonheur…’) door alle bewonderingen (‘Tous les hommes la regardaient, demandaient son nom, cherchaient à être présentés.’). Ook de rijkere mannen. Door haar blijdschap kan ze nergens anders meer aan denken. Haar man vind het allemaal maar saai en gaat gewoon een beetje slapen. De manier waarop dit wordt gezegd is typisch voor Maupassant, omdat het objectief bedoeld is: het gedrag van de man wordt slechts beschreven, zonder verdere emoties of redenen waarom de man slaapt.

Als het feest voorbij is, blijkt echter dat meneer en mevrouw Loisel van ‘gewone afkomst’ zijn

  • Te eenvoudige kleding à ‘… modestes vêtements de la vie ordinaire, dont la pauvreté jurait (vloekt) avec l’élégance de la toilette de bal.’
  • Te armoedig en simpel koetsje à ‘Enfin, ils … t/m … le jour’. Ze hebben dus niet zelf een koets, maar moeten een armoedig koetsje dat alleen ’s nachts rijdt aanhouden.

Als ze thuis zijn en ze zich uitkleedt, komt ze erachter dat ze de geleende ketting kwijt is. Ze proberen te bedenken waar de ketting kan zijn en de man gaat nog zoeken op straat, maar ze kunnen de ketting nergens meer vinden. Om de ketting na te laten maken, raken ze al hun bezittingen kwijt. Als ze na een heleboel jaren de ketting teruggeeft aan haar vriendin vertelt ze de waarheid toch maar. Dan blijkt dat de eerste ketting helemaal niet van echte diamanten was: het was een namaak. Nu hebben ze dus alles opgegeven voor niks. Dit einde komt overeen met de deterministische visie: je lot is bepaald. Het ging, doordat ze al haar bezittingen verloor, al heel slecht met haar en dus kan het alleen maar nog slechter gaan. Geen happy end dus.

 

Charles Baudelaire (Poètes Maudits à symbolisme)

  • Bekend om zijn zigeunerleven (was geen zigeuner, maar heeft veel rondgetrokken).
  • Heeft slechts 1 oeuvre: Les Fleurs du Mal. Benadrukt hierin de dualiteit tussen goed en slecht, hemel en hel etc. Deze bundel werd veroordeeld (verboden), omdat hij de moraal van het volk teveel zou beïnvloeden.
  • Jeugd: als hij nog jong is, sterft zijn vader. Zijn moeder trouwt opnieuw met een man die Baudelaire helemaal niet mag. Op school is hij een lastig kind, maar toch weet hij uiteindelijk zijn diploma te halen. Hij kiest dan echter voor ‘une vie de bohème’. Zijn familie accepteert deze keuze niet en zet hem aan boord van een schip naar Indië. Op deze reis verbreedt hij zijn horizon en doet veel inspiratie op voor zijn werk. Als hij terugkeert in Parijs geeft hij zonder na te denken veel geld van zijn erfenis uit en dus wordt hij heel arm.
  • Hij is een symbolische dichter. Symbolisme: stroming die een reactie is op het realisme en het naturalisme. Er wordt van veel fantasie uitgegaan, en nostalgie en het ‘ongewone’ komen aan bod. Door middel van symbolen, wil de dichter de hogere werkelijkheid van de echte gevoelens bereiken.

 

L’Albatros

Dit gedicht symboliseert de slechtheid van de mens. De Albatros is de dichter. Mensen maken de dichter belachelijk, zolang hij zich tussen de mensen bevindt. Hij voelt zich dan niet op zijn gemak. In de lucht echter, is hij groots. Zijn vleugels zijn daarom zijn beste vrienden, maar tegelijkertijd ook zijn vijand. Iedere strofe in het gedicht heeft een andere functie:

  1. Mise en situation (situatie schetsen)
  2. L’effets sur albatros
  3. Perte de dignité à zeemannen bespotten en irriteren de vogel; stoppen een pijp in z’n bek
  4. Comparaison (met de dichter)

Synoniemen voor de Albatros:

  1. Vastes oiseaux des mers (enorme zeevogels)
  2. Rois de l’azur (koning van het azuur)
  3. Voyageur ailé (gevleugelde reiziger)
  4. Prince des nuées (prins der wolken)

 

Deuxième partie : La guerre de 1914-1918

Anders dan eerdere oorlogen, door haar omvang en gevolgen. Door de Fransen wordt dit ‘La Grande Guerre’ genoemd, omdat het veel impact had op het dagelijks leven van mensen, zowel tijdens als na de oorlog. Er stierven veel mensen door de slechte omstandigheden in de loopgraven: ongedierte, kou (bevroren lichaamsdelen) en verveling.

 

Lire un roman

Samenvatting roman ‘Un long dimanche de fiançailles’ van Sébastien Japrisot (titelverklaring ?)

1917: Vijf mannen lopen door het deel van het slagveld dat ‘Bingo Crépuscule’ wordt genoemd: het deel tussen de loograven waar je nooit meer levend uit terugkeert. Ze hebben hun armen vastgebonden op de rug en het is koud. Reden dat ze daar lopen: ze vonden de loopgraven zo verschrikkelijk dat ze zichzelf hebben verminkt, met de hoop om dan naar huis te komen. Men is er echter achter gekomen dat het zelfverminking (l’automutilation) was en als straf moeten zij nu proberen gedurende een dag en een nacht hun huid te redden in het niemandsland. Deze straf dient als voorbeeld voor andere soldaten; dat zij dit dus echt niet moeten doen.

Twee jaar later krijgt Mathile, de vrouw van Manech (één van de vijf jongens), het bericht dat haar man eervol gestorven is op het slagveld (‘mort aux champs d’honneur’). Ze wil dit niet geloven; als hij dood zou zijn, zou ze dat wel hebben aangevoeld! Daarom gaat ze op zoek naar haar geliefde en in de loop van de tijd slaagt ze erin om steeds meer dingetjes over het lot van haar man te ontrafelen.

 

Fragment hieruit : Attention au fil

Manech wordt beschreven als ‘un Bleuet’ (bepaald soort soldaat), nog net geen twintig, die bang is voor alles: voor de oorlog en de dood, maar ook voor de wind (als aankondiger van het gifgas), voor schoten, voor zichzelf, voor mijnen, voor alles. Voor de ‘tuerie’ (slachting à oorlog) was hij anders: hij klom in bomen, daagde de oceaan uit, zat bij de reddingsbrigade etc. Zelfs de eerste tijd op het front toonde hij zich dapper.

Zijn trauma is te danken aan een voorval, waarbij een mijn vlakbij hem ontplofte. Zelf wordt hij niet geraakt, maar als hij probeert overeind te komen, merkt hij dat hij volledig onder het bloed en vlees, onherkenbaar, van een kameraad zit. Hij schreeuwt het uit en rukt de kleren van zich af.

Als hij op een nacht op wacht staat, steekt hij een sigaret aan, hoewel hij niet rookt. Hij steekt zijn rechterhand boven de borstwering van de loopgraaf uit, in de hoop dat hij een verwonding oploopt. Hij wacht en wacht, totdat een kerel aan de overkant met een verrekijker eindelijk snapt wat hij wil. Hij wordt meegenomen door een chirurg die zijn hand verzorgt. Maar toen het schot had weerklonken, sliep de sergant niet. De volgende ochtend roept de sergeant iedereen bij zich: hij wordt kwaad. ‘Zwijg! Denk je dat ik je door zoiets laat gaan?!’

Na de zware slag (= het niemandsland ingaan) vindt hij zichzelf gelegen in een veewagen met veertien anderen. Iets is in hem gestorven. Hij denkt terug aan vroeger: aan de winter, aan honing en bekers chocola, aan zijn hond Kiki, aan de duinen etc. Dit stukje (onderaan blz. 64 snapte ik niet echt)

Toen Mathilde zestien was had ze voor het eerst de liefde bedreven met Manech. Ze zouden na de oorlog gaan trouwen. Ze was zeventien toen ze hoorde dat hij dood was. Ze huilde veel, maar niet meer dan nodig was, want doorzettingsvermogen ‘is ook van de vrouw’. De draad tussen hen blijft: hij slingert tussen de loopgraven, door de winters, door de duistere sergeant die de orders gaf om Manech in het donker het veld op te sturen. Mathilde heeft de draad nog steeds vast. Hij helpt haar bij haar zoektocht. Hoe langer het duurt, hoe meer vertrouwen ze krijgt (en hoe steviger de draad wordt), want ze ontdekt telkens weer kleine aanwijzingen. Als de draad haar niet terugvoert naar haar geliefde, dan vindt ze dat niet erg, dan kan ze zichzelf er altijd nog mee ophangen…

 

Rode draad in het verhaal is dus le fil = (letterlijk) draad. Hierbij gaat het om:

De ‘draad’ die haar door het doolhof van alle dingen die ze ontdekt over Manech

De ‘draad’ die Mathile en Manech verbindt.

De letterlijke telefoondraad in de loopgraven die het contact met de buitenwereld mogelijk maakt

De draad die gebruikt kan worden om zichzelf mee op te hangen

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.