Mensbeelden 2

Beoordeling 10
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 751 woorden
  • 27 oktober 2015
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 10
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Jean-Paul Sartre (1905 – 1980)



Existentialisme

De menselijke existentie (dat iets is)

gaat vooraf aan de essentie. (wat iets is)





Mens zijn = zelfbewustzijn = vrijheid



Je vrijheid ontkennen = jezelf reduceren tot een ding.



De mens is gedoemd tot vrijheid.

Bewustzijn leidt tot zorgen, angst, verveling, besef

van zinloosheid, vertwijfeling en vervreemding.



Geworpenheid

Zonder dat je mocht meebeslissen ben je op een bepaalde plek op aarde ‘geworpen’.



Ont-werpen

Je hebt de vrijheid om je eigen leven vorm te geven en jezelf te ont-werpen.



Mauvaise foi (kwade trouw)

Het ontkennen van je vrijheid om verantwoordelijkheid voor je eigen bestaan te nemen.



Magische bezweringen

‘Het moet’

‘Ik kan niet anders’

 ‘Ik heb geen keus’

‘Het is prima zo’



Huis Clos (J.P. Sartre, 1943)

“De blik van de ander (le regard) objectiveert.

Het maakt ons van een subject (pour soi) tot een object (en soi).”



‘L’enfer, c’est les autres.’







Michel Foucault (1926 – 1984)



Sartre

De mens is autonoom. (maakt zijn eigen wetten)

Foucault

De mens is heteronoom. (krijgt wetten opgelegd)



Machtsstructuren

De staat

Het rechtssyteem

De gezondheidszorg

De psychiatrie

Het schoolsysteem



Structuralisme

Ons leven speelt zich af binnen structuren. Deze structuren bepalen wie wij zijn.

Ons gedrag is niet vrij, maar gedetermineerd.



Normalisering

Instituten, kennis en taal zijn niet neutraal, maar hebben een

normaliserende functie: het elimineren van sociale en psychologische onregelmatigheden.



Het panopticon (gevangenis met toren die alles kan zien)

Een efficiënte methode van controle waarbij gevangenen het gevoel van bekeken worden internaliseren.



Doel van de filosofie

Het ontmaskeren van de zogenaamde neutraliteit en onafhankelijkheid van instituten.







Burrhus F. Skinner (1904 – 1990)



Mentale toestanden

Verlangens

Wensen

Angsten

Intenties



Behaviorisme

De mens wordt alleen beschreven in termen van waarneembaar gedrag.



Conditionering

Stimulus + beloning = respons

Stimulus

Prikkel: het lampje gaat aan

Respons

Reactie: de muis drukt op de knop

Beloning

Het klepje gaat open zodat de muis bij het voedsel kan.



Gamificatie

Het gebruik van spelprincipes en speeltechnieken in een

niet-spelcontext, om de gebruikers te stimuleren hun taken te vervullen.



B.F. Skinner: Walden Two (1948)

Professionele opvoedingsmethoden en een effectieve onderwijstechnologie

leiden tot een perfecte samenleving





Charles Taylor (1931)





Verlichting

Immanuel Kant: ‘Sapere aude!’ (durf te denken!)

Aandacht voor individualiteit, vrijheid en zelfontplooiing.



De malaise van de moderniteit

Authenticiteit en individualisme is ontaard in egocentrisme en relativisme.



Communitarisme

Niet het individu maar het belang van de gemeenschap staat centraal.

De gemeenschap is essentieel voor de ontplooiing van het individu.



Authenticiteitsideaal

‘Jezelf zijn’ kan alleen op basis van waarden die jou door de samenleving worden aangereikt.





E.O. Wilson (1929)



Ethologie

Onderdeel van de biologie waarin het gedrag van dieren centraal staat.



Sociobiologie

Menselijk gedrag is genetisch bepaald en is gebaseerd op natuurlijke selectie.



Kritiek

Maatschappelijke ongelijkheid kan worden gerechtvaardigd

vanuit de biologie. (naturalistische drogreden)



Frans de Waal (1948)



Moraal

Moraal is een biologische eigenschap.

Er zijn andere diersoorten met een morele aanleg.







Rechtvaardigheid



Drie soorten rechtvaardigheid

1. Distributieve rechtvaardigheid

2. Procedurele rechtvaardigheid

3. Rechterlijke rechtvaardigheid



Distributieve rechtvaardigheid

Een eerlijke verdeling van rechten, vrijheden, kansen, inkomen en welvaart.



Procedurele rechtvaardigheid

1. Een procedure voor het verdelen van goederen en diensten.

2. Een criterium van rechtvaardige verdeling.





Rechterlijke rechtvaardigheid

In overeenstemming met het recht en de wetten van een bepaalde samenleving.

(Een rechterlijke uitspraak ‘onrechtvaardig’ noemen is dan een contradictio in terminis.)





De correlatie-these

Het recht van de één brengt plichten met zich mee voor anderen.







Baruch Spinoza (1632 – 1677)



Monisme

Er is maar één substantie; de geest valt op een of andere manier samen met het lichaam.





               Het dualisme van Descartes



Het monisme van Spinoza











Deus sive natura

God, oftewel de natuur



‘Van elke zaak die het vermogen tot handelen van ons

lichaam vergroot of verkleint, ondersteunt of remt,

heeft onze geest een idee, dat zijn denkvermogen

vergroot of verkleint, ondersteunt of remt.’

 –Baruch Spinoza, Ethica, stelling 11.



Sub specie aeternitatis

Vanuit het gezichtspunt van de eeuwigheid.



Wat moeten we doen?

1. Ons niet laten leiden door passieve emoties.

2. Het ontwikkelen van adequate ideeën: sub specie aeternitatis

3. Het ontwikkelen van actieve emoties: de intellectuele liefde voor God.



Opdracht

Lees p. 66-67 en schrijf zoveel mogelijk overeenkomsten op tussen Spinoza en de Stoïcijnen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.