Aristoteles:

Wijsgerige antropologie

  • De mens is een dier dat kan denken (animal rationale) à veel gemeen met dieren, maar wel mogelijkheid tot ontwikkeling, beweging en gevoel
  • Het vermogen van planten om te leven (het vegetatieve), het vermogen van mensen om te voelen (het sensitieve) en het vermogen van dieren om te denken (het intellectuele) à de mens is dus een dier dat kan denken
  • Hij gaat er van uit dat lichaam en geest niet gescheiden zijn à monisme
  • Emoties zijn ‘passies’à passieve deel van de ziel
    Tegenover het actieve, redelijke deel van de ziel
    evenwicht tussen deze twee is ideaal

Emoties kunnen ons helpen bepalen wat we waardevol vinden nuttige informatie

Ethiek

  • Het gaat bij Aristoteles om steeds het vinden van ‘de gulden middenweg’.
  • Een goed mens is iemand die optimaal functioneert, die letterlijk deugt
  • Het goede leven valt samen met het gelukkige leven, maar geluk is niet hetzelfde als genot
  • Audaimonia à het volmaakte leven, waarin de mens zijn mogelijkheden zoveel mogelijk verwerkelijkt
  • Ethiek van Aristoteles à Deugdethiek
    Deugden zijn houdingen die je aanzetten om het goede te doen
  • Mens is een ‘politiek dier’ à kan zich alleen ontwikkelen met mensen om zich heen
    Doel is het bereiken van de Eudamonia à goede, vervolmaakte leven waarin de mens zijn talenten en mogelijkheden verwerkelijkt.

Teleologische visie:

  • Alles in de natuur heeft een doel en streeft ernaar om volmaakt te worden. à Geluk is ‘gelukt zijn’.
  • Onderscheid tussen theoretische verstand (Sophia) en praktische verstand (Phronèsis).

Sociale/politieke filosofie

  • Ideale staatsvorm:
    • Democratie instabiel: elke paar jaar andere vertegenwoordiger geen garantie op deskundigheid, er kan een idioot aan macht komen
    • Monarchie (meest stabiel maar afhankelijk van goedheid persoon) , aristocratie en democratie belangrijkste staatsvormen. Risico vermijden à gemengde constitutie, middenweg aristocratie en democratie
      Democratie is een instabiele staatsvorm à deskundigheid, geen stabiliteit

Kennistheorie

  • Kennis
    • Kennis begint bij zintuiglijke waarneming, in tegenstelling tot het idealisme van Plato
      Bijzonder aan de mens volgens Aristoteles à uit waarnemingen eigenschappen abstraheren (inductie) à relevante en niet-relevante eigenschappen onderscheiden
      Deductie à zie ‘realisme’
    • A priori en a posteriori
      niet alleen zintuiglijke kennis is ware kennis, ook empirische kennis à Realisme
    • Streven naar kennis
      Mensen streven van nature naar kennis, gezonde kinderen zijn leer- en nieuwsgierig.
      Menselijke drang naar kennis à wil om grip te hebben op de wereld, ervaringen te begrijpen, toekomst voorspellen.
  • Essentie
    De essentie zit in het ding vervat, als functie of doel van het ding àteleologische visie
  • Substantie

Een substantie bestaat uit vorm en materie. Vier oorzaken aan de hand van marmeren beeld:

  • Stofoorzaak (marmer)
  • Vormoorzaak (vorm van het beeld)
  • Werkoorzaak (het beeldhouwen)
  • Doeloorzaak (schoonheid verhogen)

Doel zit in de substantie vervat Voordat het een beeld werd, zat de ideale vorm er al in.

  • Realisme

Werkelijkheid buiten ons die wij kunnen waarnemen, door zintuiglijke waarneming maar ook door verbanden te leggen tussen zintuiglijke indrukken. à Logica nodig (deductie) à
Syllogistiek:
redeneringen die in een vorm zijn gegoten met 2 premissen en één conclusie. Als premissen waar zijn, is de conclusie ook waar.

Wetenschapsfilosofie

  • Kennis begint bij zintuiglijke waarneming (zie kennistheorie Aristoteles).
  • Wereldbeeld

Aarde middelpunt van de schepping.

  • Teleologische visie
    Alles in de natuur streeft naar een bepaald doel (telos)

Esthetica

  • Catharsis
    Kunst heeft een louterende werking. Bijvoorbeeld tragedies, ze laten je zien wat het is om een mens te zijn. Het reinigt dus je ziel.
    Kunst heeft ook een opvoedende werking. Je leert ervan en het verbreedt je blik à completer mens

Friedrich Nietzsche

Wijsgerige antropologie

  • Mens is een radicaal wezen à rede is zelfs ziekmakend
  • Mens heeft ‘Wil tot macht’ à gericht op heersen en overleven
  • Mens is een nog niet vastgesteld dier à slecht uitgerust dier, moet het met het denken doen
    Hierdoor geinspireerd, door Duitse wijsgerige antropologie een wezen met een gebrek genoemd à Mangelwesen
  • Hij verklaarde God dood, mens ‘Meester en vormgever van zichzelf’ à eigen leven vormgeven, in tegenstelling tot dieren

Thomas Hobbes (1588-1679)

Sociale/politieke filosofie

  • Pessimistisch mensbeeld:                
    mens gericht op zelfbehoud, egoistisch.
  • In natuurtoestand:
    • Algemene schaarste, iedereen gelijk en vrij
      oorlog van allen tegen allen à kort, ellendig leven
    • Meer baat bij maatschappelijk contract à jezelf verplichten tot
      onderwerpen aan staat.
    • Opstand nooit wettig, door contract

John Locke (1632-1704)

Wijsgerige antropologie

  • Tabula rasa
    • Je wordt geboren als onbeschreven blad. Hoe je bent wordt bepaald door wat je meemaakt en is niet aangeboren.
    • Het ‘zelf’ komt voort uit ervaringen.  De herinnering rijgt alle gebeurtenissen aan elkaar, die je je hele leven bij je houdt. Daardoor blijf je wie je was.

Sociale/politieke filosofie

  • Natuurtoestand:
    • Morele toestand, vrijheid en gelijkheid
    • Alle mensen hebben natuurrechten: leven, gezondheid, vrijheid en bezit.
    • Morele verplichting: Anderen hierin niet schaden à Staat moet hiervoor garant staan à straf geven
    • Opstand soms gerechtvaardigd, als staat natuurrechten niet beschermd à sociaal contract verbroken
  • Aarde is van iedereen, alleen lichaam privébezit à met je lichaam kun je bezit uitbreiden
    • met geld kun je oppotten à dit mag zolang er genoeg overblijft voor anderen.
  • Nachtwakersstaat
    • ‘Als er geen wet is, is er geen vrijheid’ à zonder orde hebben burgers weinig positieve vrijheid.
    • Overheid moet zich niet bemoeien met individuele beslissingen, maar moet ‘leven, goed en have’.

 

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)

Sociale/politieke filosofie

  • Natuurtoestand:

paradijs waarin mens totaal vrij is. Op je gevoel vertrouwen, niet hoeven nadenken à dat is goed:

‘peinzend mens is een ontaard dier’

  • Mens leeft eerst als sterke eenling à einde natuurtoestand zodra er iemand iets toeëigent en
    anderen geloven dat à goede eigenliefde (amour de soi) naar slechte eigenliefde (amour propre) àegoïsme ontstaat
    • Verschillen ontstaan à concurrentiestrijd
    • Cultuur is slecht, legt mensen aan banden.
    • Rechtspraak ‘ketent armen en geeft rijken nieuwe macht).
    • Rede en wetenschap verzwakken natuurlijke gevoel goed en kwaad.
  • Om natuurlijke vrijheid te herstellen à maatschappelijk verdrag à individuen zichzelf besturen
    • door Algemene wil (Volonté Generale) à wet alleen geldig als hieraan voldoet
    • Ideale staat is een kleine democratie à algemene wil beter bepalen
  • Wijst vertegenwoordigende democratie af à burgers stemmen over alle zaken

John Rawls (1921-2002

Sociale/politieke filosofie

Voorstanders smalle moraal (↑). Mensen hebben vrijheid, keuzemogelijkheid en welvaart nodig om leven in te richten. Samenleving moet zorgen dat iedereen evenveel kansen krijgt.

Sluier van onwetendheid:          denkexperiment waarin je de oorspronkelijke positie bent waardoor je een rechtvaardige samenleving onpartijdig in kan richten.

John Stuart Mill (1806-1873)

Sociale/politieke filosofie

  • Utilitarisme:    
    • Grootst mogelijke geluk voor zoveel mogelijk mensen realiseren. Iedereen gelijk behalve misdadigers à ‘eigen vrijheid houdt op waar die van een ander begint’.

 

  • Belangrijke grondlegger liberalisme: overheid zich zo weinig mogelijk bemoeien met individuele beslissingen à wel voorwaarden scheppen zodat ieder zijn idee van goed leven kan vormgeven.

Charles Taylor ( ong. 1931)

Sociale/politieke filosofie

  • Kritiek op liberalisme:
    • mensen kunnen niet losgezien worden van hun omgeving à mensen, sociale wezens, kunnen alleen gemeenschappelijk bepalen hoe ze willen leven à
    • communitarisme à gaat ervan uit dat de gemeenschap beschermd moet worden, anders is individu niet mogelijk
    • Niet alleen vrijheid belangrijk, ook gelijkheid, vrede en solidariteit

Machiavalli (1469-1527)

Sociale/politieke filosofie

  • Nam bij voorbaat aan dat leider immoreel à beter een autoritaire heerser, schijt aan morele waarden à puur touwtjes in handen houden à geweld en bedrog geoorloofd.
  • Anarchisme:    
    • Geen leiding, zelfbestuur van het volk en door het volk.
    • elke vorm van gezag gezien als onderdrukking
    • kleine zelfbesturende gemeenschappen met gelijkheid en vrijhei

Karl Marx (1818-1883)

Sociale/politieke filosofie

  • Communisme op Marx gebaseerd, Marx weer gebaseerd op Hegel. Echter bij Marx materiële centraal.
    • Bevrijding van mensen van vlees en bloed essentieel
    • Relatie tussen productiemiddelen en productieverhoudingen bepalen geschiedenis mensheid à arbeid is essentieel
  • Ideale samenleving:    
    • Arbeidssamenleving zonder uitbuiting, onderdrukking, zonder klassen en religie.
    • De productiemiddelen zijn in handen van het volk.
  • Opstand van proletariaat onvermijdelijk (Communistisch Manifest met Friedrich Engels) -à eerst socialisme doorlopen om communisme te bereiken
  • Economie fundament samenleving à manier totstandkoming productie, bepaalt machtspositie

Michel Foucault (1926-1984)

Sociale/politieke filosofie

Macht ten onrechte toegekend aan centrale krachtàtegenwoordig is macht overal
                                                                ↘sociale controle, winkeliers over klanten en andersom etc.

Disciplinaire macht                                         Macht gericht op uitsluiten van alles dat niet normaal isà moderne macht disciplineert en normaliseert

Charles Montesquieu (1689-1755)

Sociale/politieke filosofie

Trias politica:                                    verdeling van drie machten: wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.

Helmuth Plessner (1892-1985)

Wijsgerige antropologie

  • Mens van nature kunstmatig
    Doordat mensen zelf hun leven moeten vormgeven, in tegenstelling tot dieren, hebben mensen tot een zekere hoogte vrijheid, maar die levert niet altijd geluk op
    ↘doordat het in aard van de mens ligt om cultuur te scheppen à mens is ‘van nature kunstmatig’
    ↘Mens is niet alleen een natuurwezen, ook een cultuurwezen à kan afstand nemen van zijn natuurlijke behoeften
    ↘door cultuur proberen ‘zin’ te geven aan het leven
  • Enculturatie
    Mens maakt de cultuur, maar cultuur maakt ook de mens.

Sigmund Freud (1856-1939)

Wijsgerige antropologie

  • Copernicaanse wendingen
    Het mensbeeld en eigendunk van de mens hebben drie zware slagen te verduren gekregen, genaamd Copernicaanse wendingen.
    • Copernicus
      1514 stelde Copernicus dat de zon in het middelpunt stond en dat de planeten daaromheen draaiden, in plaats van dat de aarde het middelpunt van alles was. Mens werd uit het middelpunt van de schepping gehaald.
    • Evolutietheorie
      1859 bracht Charles Darwin The Origin of Species by Means of Natural Selection. Eigendunk van de mens weer een klap, mens was immers net zo toevallig ontstaan als een muis.
    • Psychoanalyse
      Mens werd door Freud gezien als een dier, zelfs een ziek dier, dat therapie nodig heeft. Freud was revolutionair met zijn psychoanalyse (gesprekstherapie). Door deze therapie kunnen verdrongen gedachten, trauma’s, problemen, etc. worden opgelost.
  • Menselijke geest
    • Ich
      De persoonlijkheid, wordt bepaald door de Es.
    • Es
      De (seksuele) driften.
    • Über Ich
      Soort geweten, opgebouwd door opvoeding, dat controleert of er geen verboden of verdrongen gedachten in het bewustzijn sluimeren. Als je slaapt sluimert het über-Ich rond door je gedachten, zodat je gedachten of verlangens als dromen vermomd toch voorkomen. Dromen kunnen volgens Freud veel vertellen over onze onbewuste drijfveren. Dit is dus ook een groot deel van zijn therapie
    •  

David Hume (1711-1776)

Wijsgerige antropologie

  • ‘Zelf’
    Buiten je ervaringen is er geen ‘zelf’, de eigenaar hiervan. Er is geen kern in de mens, maar we zijn enkel een verzameling van ervaringen en herinneringen.

René Descartes (1596-1650)

Wijsgerige antropologie

  • Cartesiaans dualisme
    Lichaam en geest zijn twee gescheiden substanties:
    Lichaam gemaakt van materie en neemt ruimte in (res extensa).
    De geest is onstoffelijk en neemt geen ruimte in (res cogitans).
  • ↘Wisselwerking tussen lichaam en geest groot raadsel, want de geestelijke wereld en stoffelijke wereld zijn compleet verschillend. Na onderzoek ontdekt hij dat de pijnappelklier in het menselijk lichaam deze wisselwerking regelt.
  • Dieren zijn niets meer dan domme machines, ze hebben geen geestelijk deel en dus geen gevoel. Dieren zou je dus makkelijk na kunnen bouwen.

Julien Offray de La Mettrie (1709-1751)

Wijsgerige antropologie

  • Materialisme
    Lichaam en geest zijn niet twee verschillende dingen. De mens is een ingewikkelde machine en denken en voelen zijn toestanden van de hersenen. Er vinden zich allemaal fysische en chemische processen af die scheikundig te verklaren zijn. Er is dus maar één substantie: de materie

Benedictus de Spinoza (1632-1677)

Wijsgerige antropologie

  • Er is maar één substantie die, God, Natuur of Het Ene heet. God is oneindig en daarbuiten kan niets bestaan of begrepen worden. Het denken en het lichamelijke zijn verschijningsvormen van deze substantie, ‘God’

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.