Samenvatting hoofdstuk 8

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1391 woorden
  • 25 maart 2015
  • 1 keer beoordeeld
Cijfer 5.5
1 keer beoordeeld

Hoofdstuk 8

8.1

Enkele risico’s voor ondernemers zijn:

  • Economische risico’s : als er te weinig omzet wordt gedraaid, kan het zijn dat de kosten en aflossingen niet meer betaald kunnen worden.
  • Personele risico’s: personeel kan ziek worden of arbeidsongeschikt raken.
  • Schaderisico’s met betrekking tot bezittingen: diefstal, brand, bederf en andere gebeurtenissen kunnen schade toebrengen aan bezittingen van de onderneming.
  • Persoonlijke risico’s: wanneer eigenaar zelf ziek raakt, verdient zij helemaal niks meer.

Tegen veel van deze risico’s kunnen ondernemers zich verzekeren.

De Kamer van Koophandel begeleidt en informeert startende ondernemers. Speciaal voor deze groep heeft de KvK een stappenplan opgezet. De uitwerking van het stappenplan vormt een goede start voor een ondernemingsplan. Startende ondernemers moeten een ondernemingsplan maken. Met dit plan kunnen zij bij de bank een lening aanvragen. Wanneer het plan geloofwaardig is, wil de bank wel geld uitlenen.

Stap 1: Oriëntatie en registratie: de plannen worden gemaakt en er wordt onderzocht hoe het opgericht moet worden.

Stap 2: vergunning, diploma’s: wanneer de juiste vergunningen niet aanwezig zijn mag er geen bedrijf gestart worden.

Stap 3: marktonderzoek en marketing:   marketingplan-> bedrijfsformule-> welke goederen, welke prijzen, waar gevestigd, hoe promoten, concurrentie?

Stap 4: huisvesting: Waar? Huren of kopen?

Stap 5: personeel: personeel of alleen? Wat geregeld als personeel komt te werken?

Stap 6: kiezen van de rechtsvorm: wat voor soort onderneming?

Stap 7: financiën: hoeveel nodig voor onderneming? Is er eigen geld of lenen? Schatting maken verwachte winst.

Stap 8: belasting en administratie: zelf of administratiekantoor/ accountant?

Stap 9: verzekeringen: zonder verzekering einde van onderneming

Stap 10: aan de slag: ondernemer kan beginnen

Winst is de beloning voor het risico dat de ondernemer loopt. Een bedrijf maakt winst wanneer de opbrengst hoger is dan de kosten. Voor bedrijven is de winst heel belangrijk. Hiervoor kunnen een paar redenen zijn:

  • Het is het inkomen van de eigenaar
  • Nodig voor het voortbestaan van de onderneming, anders failliet
  • Een deel kan opzij worden gelegd voor slechtere tijden
  • Nodig om uitbreidingsinvesteringen te kunnen financieren(machines, opslagruimte, enz...)
  • Nodig om geld te lenen(terugbetalingen aan de bank)

8.2

Eenmanszaak:                               één eigenaar, personeel mogelijk

Eigenaar aansprakelijk op privévermogen     

Aandeelhouders ingeschreven in aandeelhoudersregister.

Aandelen staan op naam, alleen te verkopen met toestemming andere aandeelhouders

Aandeelhouders samen hoogste macht

Eigen rechtspersoon-> zelf rechten en plichten

Bedrijf mensen in dienst

Niet aansprakelijk op privévermogen

Over de winst vennootschapsbelasting betalen

Dividend->deel van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders

Aandeelhouders niet ingeschreven in aandeelhoudersregister

Rechtspersoon

Wanneer aandelenkoers stijgt, kun je flinke winst behalen.

Dividend->deel van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders

8.3

Een balans is een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van een organisatie op een bepaald moment.

Balans tinkerbel

Per 1 januari 2011

 

Debet/activa

Credit/passiva

Vaste activa

Eigen vermogen                        41.000

Winkelpand                             200.000

 

Inventaris                                  40.000

Vreemd vermogen lang

 

Hypothecaire lening                 195.000

Vlottende activa

Lening ouders                            20.000

Voorraad                                   30.000

 

Debiteuren                                  5.500

Vreemd vermogen kort             

 

Crediteuren                                15.000

Liquide middelen

Banklening                                 37.000

Kasgeld                                          500

 

Bank                                          32.000

 

                               Totaal:      308.000

                               Totaal:       308.000

 

Aan de debet-/activazijde staat de waarde van alle bezittingen. Aan de credit-/passivazijde staat hoe de bezittingen gefinancierd zijn.

Vaste activa zijn bezittingen die langer dan een jaar meegaan-> winkelpand, inventaris, inrichting. Vlottende activa zijn bezittingen die korter dan een jaar aanwezig zijn. Debiteuren zijn klanten die nog niet hebben betaald. Liquide middelen omvatten het kasgeld en de banktegoeden van de onderneming.

Eigen vermogen is het geld dat de eigenaren zelf in de onderming hebben gestoken plus dat deel van de winst dat ze in het berijf hebben behouden. Vreemd vermogen lang is geleend geld met een looptijd langer dan een jaar. Vreemd vermogen kort  is geleend geld met een looptijd korter dan een jaar. Een voorbeeld hiervan zijn de crediteuren: leveranciers die nog betaald moeten worden. Het vreemd vermogen lang en het vreemd vermogen kort vormen samen het vreemd vermorgen  of de schulden.

De liquiditeit geeft aan in welke mate een onderneming in staat is om de kortlopende schulden terug te betalen.

De solvabiliteit geeft aan in welke mate een onderneming in staat is om de totale schuld terug te betalen.

Liquiditeit= vlottende activa+liquide middelen             = minimaal 2

8.4

Het rendement of de rentabiliteit is een manier om de winstgevendheid van een bedrijf weer te geven.

De winst als percentage van de omzet verschilt per bedrijf en bedrijfstak. Een onderneming met een sterke machtspositie heeft meestal een hogere winstmarge dan bedrijven met een minder sterke marktinvloed. Op markten met een hevige concurrentie zijn de winstmarges meestal laag.

Winst is niet alleen belangrijk als inkomstenbron van een onderneming. De winstgevendheid in het bedrijfsleven heeft ook invloed op de investeringen en de werkgelegenheid in een land.

De winstquote geeft aan hoeveel procent van het totaal in Nederland verdiende binnenlandse inkomen bestaat uit winstinkomen.

Winstquote = totale winst in de bedrijven   x 100%

Binnenlands inkomen

Je kunt een verband zein tussen de winstquote en de bedrijfsinvesteringen in de vaste activa. In jaren van lagere winstgevendheid is de groei van de investeringen over het algemeen ook lager.

8.5

Steeds meer bedrijven zien de noodzaak van zuinig omgaan met mensen en milieu. Zij nemen maatregelen om negatieve externe effecten zo veel mogelijk te verminderen. Daardoor raakt maatschappelijk verantwoord ondernemen  steeds meer ingeburgerd in het bedrijfsleven. Dit gaat uit van duurzaam ondernemen. Hierbij wordt de productie van nu gecombineerd met het behoud van productiemogelijkheden in de toekomst. MVO wil zeggen dat bedrijven nog wel naar winst streven(profit), maar met aandacht aan het milieu(planet)  en de mens(people)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.