ADVERTENTIE
Check de video: Laurien bouwt mee aan een zonneauto!

Presentator Joes gaat langs bij Laurien. Zij is student aan de TU Delft en onderdeel van het Vattenfall Solar Team. Ze hoopt hiermee anderen te inspireren op het gebied van duurzaamheid. Wil je zelf ook iets doen voor een betere wereld? Doe dan mee met de 'Op die fiets' challenge en probeer zo min mogelijk CO2 uit te stoten. 

Doe de challenge!

Samenvatting Module 4 Economie 1:



Hoofdstuk 1:


productiegroei => toeneming van het binnenlands product

reële inkomen per inwoner => nominale nationale inkomen gecorrigeerd voor geldontwaarding en gedeeld door het aantal inwoners

indexcijfers => IC à is verhoudingsgetal, geen eenheid erachter, basisjaar is getal 100, voordeel door overzichtelijkheid en het ontbreken van eenheden

berekening: getal delen door basisgetal x 100



indexcijfers geven de verhouding weer tussen de omvang van een grootheid in een bepaalde periode en de op 100 gestelde omvang





trend of trendmatige groei => gemiddelde groei over een reeks van jaren



conjunctuurbeweging => veranderingen in het groeipercentage van de productie

· vertraging of inkrimping => laagconjunctuur

· groei van productie boven de trend => hoogconjunctuur



recessie => periode wanneer de groei achterblijft bij het trendmatige groeipercentage

depressie => nog langduriger daling van productie

herstel => als productiegroei weer op gang komt

overspanning => versnelde groei, macro-vraag overtreft het macro-aanbod

crisis => omslagpunt na hoogconjunctuur, begint weer een neergang



met conjunctuur hangt ontwikkeling van inkomen samen

conjunctuurindicator => geeft verwachte conjunctuurverloop aan



groei van productie door =>



· niet-economische factoren:

o godsdienstige opvattingen

o cultuur

o manier waarop maatschappij is ingericht

· vraagfactoren

o moet voldoende vraag naar goederen zijn, anders is er geen reden om ander materiaal te kopen en andere producten te maken

· aanbodfactoren => gaat om productiecapaciteit, deze wordt bepaald door hoeveelheid en kwaliteit van productiefactoren

o investeringen

o scholing van mensen

o ontwikkeling van techniek



capaciteitseffect van een investering => door investeren neemt de hoeveelheid kapitaalgoederen toe

breedte-investeringen => gelijk aantal mensen per machine

diepte-investeringen => minder mensen per machine, vergroot arbeidsproductiviteit à hoeveelheid productie per werknemer per tijdseenheid



ongeveer 7% van binnenlands product uitgegeven aan onderwijs



innovatie => ontwikkeling en succesvolle introductie van nieuwe of verbeterde goederen

· basisinnovaties => stoommachine, lopende band, etc.

· verbeteringsinnovaties => stuurbekrachtiging, etc.

· schijninnovaties => in mode, het ontstaan van steeds weer nieuwe uiterlijke vormgeving



arbeidsbesparende technieken => arbeid is relatief duur, daarom op zoek naar goedkopere manier

kapitaalbesparende technieken => niet alleen kosten, maar ook ruimtebesparing

natuur- of milieubesparende technieken => bijv. andere energiebronnen, schoner en goedkoper, zorgen voor minder schade aan het milieu



innovatie zorgt voor groei van geïndustrialiseerde wereld



Hoofdstuk 2:


effectieve vraag = totale macro vraag => gezamenlijke bestedingen van consumenten, investeerders, overheid en buitenland

· consument => besteden van middelen

· producenten => door te investeren

· overheid => overheidsbestedingen

· buitenland => importeren, exporteren

particuliere consumptie => bestedingen van alle gezinnen samen in een economie

investeringen hebben niet alleen capaciteitseffect, maar ook bestedingseffect



volledige werkgelegenheid => situatie waarbij de gegeven productiecapaciteit volledig wordt benut



volgens klassieke theorie zal bij een overschot aan arbeiders het loon dalen, waardoor werkgevers vanzelf extra mensen zullen aannemen, maar volgens Keynes gaan de lonen niet snel omlaag, daardoor minder koopkracht, daardoor onderbesteding verergerd, enz., in zijn visie moet de overheid ingrijpen en bestedingen stimuleren



onderbesteding => als de effectieve vraag kleiner is dan de productiecapaciteit

overbesteding => als de effectieve vraag groter is dan de productiecapaciteit, prijzen van goederen gaan omhoog doordat kopers tegen elkaar opbieden

prijsinflatie => stijgen van het gemiddelde prijsniveau



(eenvoudig) Keynesiaans model

· C = consumptie

· cY = consumptiequote

· I = investering

· Ev = effectieve vraag

· Y = nationaal inkomen

· Aa = arbeidsaanbod

· Av = arbeidsvraag

· APT = arbeidsproductiviteit

· Uc = werkloosheid (conjunctuur)

· Io = I autonoom

· Y met streepje erboven = evenwichtsinkomen

· Y* = punt waarbij alle mensen aan het werk zijn

· k = multiplier



cY = gewenste consumptie / Y

Ev = C + I

Ev = Y à inkomensevenwicht

Y = C + I à evenwichtsinkomen

APT = waarde totale productie / aantal arbeidskrachten

Av = Y : APT

Uc = Aa – Av

Y* = Aa * APT

∆Y = Y* - Y met streepje er boven

∆Y = k * ∆I



multiplier => 1 / 1-c à



tekenen van de grafiek =>

· effectieve vraag, begint altijd boven nul en stijgt

· evenwichtsvoorwaarde, 45° lijn vanuit nulpunt en stijgt

· dan evenwicht berekenen of aflezen => y met streepje er boven



op verticale as, boven het nulpunt de Ev in miljarden

op verticale as, onder het nulpunt de Aa in miljoenen personen

horizontale as, Y in miljarden

Y* is een punt op de horizontale as

Hoofdstuk 3:

criteria beroepsgeschikte bevolking =>

· tussen 15 en 65

· tenminste 12 uur betaald werk willen verrichten en daarvoor ingeschreven staan bij CWI



beroepsbevolking => de beroepsgeschikte bevolking – arbeidsongeschikten, vervroegde uittreders, etc.

afhankelijke beroepsbevolking => in dienst bij werknemer, ongeveer 6 miljoen, nu iets meer

zelfstandige beroepsbevolking => eigen bedrijf, ongeveer 0,6 miljoen



participatiegraad => aandeel van beroepsbevolking in beroepsgeschikte bevolking



CAO => collectieve arbeidsovereenkomst, voor hele bedrijfstak, zoals metaal

IAO => individuele arbeidsovereenkomst, is voor 1 werknemer



zwart werken => illegaal

· onderbetaald werk

· onverzekerd

· geen rechten, je kunt zo ontslagen worden



ongeschoold werk => vaak zwaar lichamelijk en soms minder prettige omstandigheden

geschoold werk => vaak lichter en betere omstandigheden



aantal manieren om werk te zoeken

internet

kranten

bij werkgever vragen

open sollicitatie

uitzendbureau

CWI



flexwerk => variabel aantal uren per week werken op verschillende momenten

parttime => vast aantal uren per week op vaste momenten



verborgen werkloosheid =>

· komt door mensen die zich niet inschrijven bij het CWI, omdat ze verwachten dat ze met deze economie toch geen baan krijgen => ontmoedigingseffect of discouraged workers

· mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn verklaard, maar die bij minder problematische arbeidsmarkt wel een aangepaste baan zouden kunnen krijgen

· werknemers die in de VUT => vrijwillige vervroegde uittreding gaan



uitstroomkans => kans om binnen 6 maanden het werklozenbestand te verlaten



soorten werkloosheid =>

· conjunctuurwerkloosheid à onderbesteding aan de vraagkant

· structuurwerkloosheid => gevolg van veranderingen aan de aanbodkant, ligt aan productiestructuur, 5 verschillende soorten

1. werkloosheid van minder geschikten

2. frictiewerkloosheid à er gaat tijd verloren tussen het ontstaan van een vacature en het vervullen ervan

3. seizoenwerkloosheid à gevolg van wegvallen van bepaalde producties in bepaalde jaargetijden

4. kwalitatieve structuurwerkloosheid à gevolg van het niet op elkaar aansluiten van de vraag naar en het aanbod van verschillende groepen, landelijk en regionaal

5. kwantitatieve werkloosheid à kan gevolg zijn van:

§ onvoldoende investeringen, waardoor er niet genoeg arbeidsplaatsen komen

§ diepte-investeringen, mensen worden door machines vervangen

§ verdwijnen van bepaalde producten

§ verplaatsen van productie naar het buitenland

§ fusies of integratie van ondernemingen

arbeidsmarktbeleid =>kijken op welke manier je werkloosheid tegen kunt gaan



oplossingen voor verschillende soorten structuurwerkloosheid =>

1. proberen geschiktheid te vergroten door scholing, of zorgen voor werk in sociale werkplaatsen

2. verbetering van arbeidsbemiddeling

3. producten met verschillende seizoenen te combineren en door het seizoen uit te schakelen door middel van klimaatbeheersing

4. door middel van omscholing, herscholing, bijscholing plaatsen op zien te vullen



ATV => arbeidstijdverkorting, verkorten van het aantal te werken uren per week, om nieuwe banen te creëren

Bedrijfstijd => tijd dat een bedrijf open is per dag



jeugdwerkgarantiewet => regeling die erop gericht is jongeren werkervaring te laten op doen in combinatie met scholing

melkert-banen => zijn er op gericht om langdurig werklozen weer op te nemen in het arbeidsproces

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.