Levensloop H.2 Jeugd

Beoordeling 5.7
Foto van Marit
  • Samenvatting door Marit
  • 4e klas vwo | 643 woorden
  • 24 januari 2016
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

economie h.2




§2 kinderjaren




De overheidsbijdrage is inkomensafhankelijk: verdienen de ouders een hoog inkomen dan is de bijdrage van de overhead laag en anderom.




§3 je eerste iegen geld




Zakgeld is een voorbeeld van een stroomgrootheid. Als je iets over een bepaalde periode meet, is dat een stroomgrootheid. De uitgaven voremen een uitstroom van geld. Een voorraadgrootheid wordt gemeten op een bepaald moment. Met behulp van stroomgrootheden kun je voorraad op een nieuw moment bepalen.



Over inkomen moet inkomsheffing worden betaald. Deze heffing bestaat uit inkmstenbelastingen en premies van de volksverzekeringen. De heffing is een jaarbedrag. Na afloop van het jaar stelt de belastingdienst vast heoveel je moet betalen over het voorbije jaar.



Wie een looninkomen verdient betaalt maandelijks alvast een voorheffing. Deze heffing wordt afgetrokken van het brutoloon zodat eer netto minder overblijft. De werkgever draagt de loonheffing af aan de belastingdienst. De belastingdienst stelt een maandelijkse loonheffing vast op basis van het verwachte jaarinkomen. De belastingdinest gaat ervan uit dat wie een loon verdient het hele jaar in loondienst blijft.



Ben je slechts enkele maanden in loondienst dan klopt het sommetje niet. Je hebt dan teveel afgedragen en je kunt het teveel betaalde terugvragen door het invullen van een teruggavenbiljet (T-biljet). Het teveel betalen ontstaat doordat de overheid kortingen geeft op de te betalen heffing. Zolang de berekende loonheffing niet boeven de algemene heffingskorting uitkomt, ben je geen heffing verschuldigd.



Sinds een aantal jaren kent de belastingdienst een studenten- en scholierenregeling. Als je , samen met de werkgever, een verklaring invult, krijg je de teruggave tegelijk met je loon.





§de verdeling van de inkomens



Hoe inkomens zijn verdeeld over personen, kun je in beeld brengen met een lorenzkromme of lorenzcurve. De personen worden gerangschikt van laag naar hoog inkomen. In kolom 2 staat hoeveel procent ieder uitmaakt van de totale groep. In kolom 3 worden de percentage van kolom 2 gecumuleerd (optellen). Eerst wordt het procentuele aandeel van het inkomen van elke persooon berekend (kolom 5). Dan worden de inkomenspercentages gecumuleerd van kolum 5 (kolom 6)



In de grafiek van de lorenzkromme zetten we op de horizontale as het cumulatief percentage personen (kolom 3) en op de verticale as het cumulatief percentage van het inkoemen (kolom 6). De lorenzkromme begint in de oorsprong.




§5 de herverdeling van de inkomens




De bijdrage die ieder levert aan de pot kun je vergelijken met een belastingheffing. Wat overblijft van het inkomen kan ieder naar eigen keuze besteden. Dat noemen we het besteedbaar inkomen. De verdeling van de inkomens na aftrek van de bijdrage kan er anders uitzien dan vóór de afdracht. Er vindt een herverdeling van inkomens plaats.



Wanneer de relatieve of procentuele inkomensverschillen als gevolg van de herverdeling kleiner worden dan spreken we van nivellering. Het is gunstiger voor de mensen met lage inkomens. Als de inkomensverschillen groter worden dan spreken we van denivellering.




§6 ruilen over de tijd




Consumeren houdt in dat het geld wordt geruild tegen producten die in een behoefte voorzien. Sparen is dus het niet-besteden van inkomen. In de economie is lenen het tegenovergestelde van sparen. Wordt bij sparen het koopmoment uitgesteld, bij lenen wordt het juist vervroegd.



Het ruilen over de tijd betekent hier: de consumptie van nu ruilen voor consumptie in de toekomst. De consument die geld leent, gebruikt ruimmiddelen die niet van hemzelf zijn en hij later zal moeten teruggeven. Voor deze consument ontstaat een schuld.



Bij de keuzen of je moet sparen of lenen, spelen de opofferinskosten.



Een belangrijke schakel in deze tijdsdimensie is de rente. Wie koopt met geleend geld zal rente moeten betalen. Een vergelijkbare redenering geldt bij sparen. Ook hier speelt de rente een rol. Het geld dat opzij wordt gezet, levert rente op.




§7 werken of doorleren




Het geheel aan kennis en vaardigheden noemen we menselijk kapitaal. Hoe hoger het menselijk kapitaal, des te hoger ook de verdiencapaciteit (het bedrag dat iemand max. kan verdienen).


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Marit