hoofdstuk 9

Beoordeling 7.4
Foto van Wietske
  • Samenvatting door Wietske
  • 4e klas vwo | 630 woorden
  • 7 maart 2016
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

§9.1 Belastingen en subsidies



Indirecte belastingen/kostprijsverhogende belastingen belasting op bijna alle producten



Consumentenprijs prijs die de consument voor een product betaald



Producentenprijs prijs die de aanbieder voor een product ontvangt





Twee soorten indirecte belasting




  • Belastingen als vast bedrag = accijns

  • Belastingen als percentage = btw



→ aanbodcurve verschuift hierdoor naar links



→ er ontstaat een nieuw evenwicht





Effect van accijns




  • Negatief voor consument (betaald meer) en voor producent (ontvangt minder)

  • Prijs gaat minder omhoog dan de af te dragen accijns

  • Accijnsopbrengst = verkochte hoeveelheid x accijnsheffing

  • Consumentensurplus en producentensurplus wordt kleiner



→ minder welvaart



→maar ook ergens meer welvaart doordat de overheid iets met het belastinggeld gaat doen waardoor anderen wel welvarender worden




  • Harberger driehoekje het uiteindelijke welvaartsverlies in het diagram





Redenen om belastingen te heffen




  • Overheid heeft geld nodig voor o.a. collectieve goederen (wegen etc.)

  • Politici willen grote inkomensverschillen voorkomen





Afwenteling de mate waarin een belasting ten koste gaat van het consumentensurplus dan wel van het producentensurplus



Wig verschil loonkosten en nettoloon



Kostprijsverlagende subsidies overheid betaald een deel van de kosten



→ aanbodcurve naar recht




  • Stimuleert consumptie

  • Wordt betaald met belastingen





§9.2 Prijsrestricties



Prijsregulering/prijsrestricties minimale- of maximale prijs voorschrijven





Minimumprijzen




  • Heffing (invoerrecht) op producten die worden geïmporteerd

  • Exportsubsidie (= verschil wereldmarktprijs en eigen prijs)





Gevolgen minimumprijs















 
 








                                                Minimumprijs







         A            B                                   (AB = overschot)



Kosten minimumprijs betaald door burger:




  • Ze betalen de minimumprijs, die hoger is dan de evenwichtsprijs

  • Opkomen van de overschoten wordt gedaan door de overheid met het belastinggeld dat de burgers uiteindelijk zelf betaald hebben





Gevolgen maximumprijs















 
 












                                                           Maximumprijs







         A            B                                   (AB = tekort)





Door een maximumprijs ontstaat er een zwarte markt (markt met onwettige economische transacties)





§9.3 Handelsliberalisme en immigratie



Invoerrecht product wordt op de grens belast zodat de prijs voor consumenten in het importerende land hoger wordt



Quotum stelt een maximum aan de ingevoerde hoeveelheid



Protectie bescherming



Vrijhandel vrij verkeer van goederen en diensten met het buitenland



Autarkie binnenlandse vraag wordt geheel voorzien door binnenlandse productie





Handelsliberalisme het proces waarbij beschermende maatregelen, zoals invoerrechten en quota, worden verminderd





Waarom is protectie niet verkeerd?




  • Antidumpingsargument dumping veroorzaakt alleen maar veel onrust, daarom moet je de markt beschermen

  • Opvoedingsargument nieuwe bedrijven in ontwikkelingslanden maken weinig kans en daarom is tijdelijke protectie goed

  • Zelfvoorzieningsargument besluiten om weinig producten te importeren


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Wietske