§2.1 Waar heb jij behoefte aan?

Primaire of basisbehoeften: de noodzakelijke levensbehoeften zoals voeding, kleding, woonruimte, onderwijs en gezondheidszorg.

Secundaire behoeften: behoeften aan dingen die niet noodzakelijk zijn. Het gaat om luxe producten. (bijv. dvd-speler of vakantie)

De grens tussen primaire en secundaire behoeften is moeilijk te trekken, het hangt ervan af wat je voor levensstandaard gewend bent.

Consumeren: goederen of diensten kopen

Prioriteiten stellen: Kiezen welke van de behoeften je het belangrijkste vindt.

Prioriteitenlijst: een lijst van behoeften op volgorde van belangrijkheid.

Verschillende soorten behoeften: consumeren, vriendschap, gezondheid en veiligheid.’

Zelfvoorziening: als je zelf de producten maakt waarmee je in je behoefte voorziet

Middelen: zaken als geld, bezittingen en tijd

Economie: de wetenschap die zich bezighoudt met de keuzes die mensen maken tussen behoeften en de beschikbare middelen om in deze behoeften te voorzien.

Welvaart: de mate waarin mensen met de beschikbare middelen in hun behoeften kunnen voorzien.

Armoede: als je middelen zo schaars zijn dat je zelfs niet in de primaire behoeften kunt voorzien.

§ 2.2 Wat wil je allemaal kopen?

Bestedingspatroon: waar mensen hun geld in het algemeen aan uitgeven. Het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) doet onderzoek naar het bestedingspatroon van jongeren.

Prijs en kwaliteit zijn niet automatische met elkaar verbonden. Een goedkoop product kan heel goed zijn, maar ook heel slecht. Meestal is het wel zo dat je voor producten met een hoge kwaliteit wel meer geld kwijt bent, dit komt omdat er dan duurdere grondstoffen gebruikt worden.

Sociale beïnvloeding: wanneer vrienden of familie invloed hebben op jouw keuzes.

Commerciële beïnvloeding: als producenten en verkopers invloed proberen te hebben op jouw keuzes.

EKO-keurmerk vindt je op biologische producten die zonder gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen zijn geproduceerd.

§2.3 Wat willen zij dat je koopt?

Reclame: aandacht vestigen op een product of dienst

Doelgroep: consumenten met dezelfde kenmerken

Voor verkopers van kleren zijn scholieren een belangrijke doelgroep.

Een tijdschrift is een goed voorbeeld van een product dat speciaal gemaakt is voor een bepaalde doelgroep.

Informatieve reclame: reclame met veel informatie

Actiereclame: mensen erop wijzen dat er een reclameactie is, bijvoorbeeld een spaaractie van een winkel of een goedkope aanbieding.

Houding van mensen beïnvloeden: (weinig informatie en geen actie aangekondigd) gericht op het laten denken dat een bepaald product een heel goede kwaliteit heeft of onmisbaar is.

Media: de kanalen die reclamemakers gebruiken voor hun boodschap.

Consumentenorganisaties:onafhankelijke organisaties die informatie over producten geven (Consumentenbond).

Vergelijkend warenonderzoek: een onderzoek naar de prijs en de kwaliteit van producten

Garantie: betekent dat de producent je verzekert dat het product goed is. Het geld voor een bepaalde tijd, in die periode kapot: à je geld terug, een gratis reparatie, een nieuw exemplaar, een tegoedbon

VWA: Voedsel – en warenautoriteit: organisatie die controleert of de wetten worden nageleefd. Het kan een boete opleggen, bedrijven verplicht producten terug te halen als ze niet aan de eisen voldoen.

§ 2.4 Spaar je ook nog wat?

Sparen: het niet uitgeven maar bewaren van een deel van je inkomsten

Rente: is een vergoeding van de bank voor jou spaargeld

Spaarmotieven: de reden waarom je spaart; sparen voor een doel, voor rente of uit voorzorg.

Rente over spaargeld wordt berekend in procenten.

Je kunt ook het rentepercentage berekenen

Je krijgt meer rente als: 1. Je hele grote bedragen spaart. 2. Je het geld vastzet voor een bepaalde tijd 3. Je een spaarrekening via internet hebt. Waarom rente: geld wordt gebruikt om weer uit te lenen, wat leenrente oplevert, die opbrengst wordt gebruikt voor kosten van de bank en voor spaarrentes.

Poliskosten: voor het afsluiten van een verzekering

Transactiekosten: inwisselen van vreemd geld, het incasseren van een cheque en het opnemen van geld met je creditkaart.

Lenen: gebruik maken van geld van anderen voor aankopen. Je betaalt hier rente over.

Aflossen: geld terug betalen

Termijnen: maandelijkse betalingen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.