Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Hoofdstuk 10, Collectieve Sector

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo/vwo | 1109 woorden
  • 10 januari 2010
  • 17 keer beoordeeld
Cijfer 5.3
17 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Nieuw seizoen Studententijd de podcast!

Studenten Joes, Tess en Annemoon zijn terug en bespreken alles wat jij wilt weten over het studentenleven. Ze hebben het onder andere over lentekriebels, studeren, backpacken, porno kijken, datediners, overthinken, break-ups en nog veel meer. Vanaf nu te luisteren via Spotify en andere podcast-apps! 

Luister nu
§1 De collectieve sector

* Collectieve sector: De collectieve sector in Nederland wordt gevormd door de overheid en de sociale verzekeringsinstellingen.

De overheid:
Het is de taak van de overheid de samenleving op allerlei gebieden d.m.v. wetten te besturen en er op toe te zien dat de regels worden nageleefd. Door te stemmen kun je je politieke voorkeur duidelijk maken.

Het rijk:
De rijksoverheid neemt maatregelen die voor heel Nederland gelden. Bijvoorbeeld beslissingen over onderwijs, defensie en milieu. De wetsvoorstellen worden gedaan door de regering.

De provincie:

Provinciale Staten beslist over zaken die gelden voor de inwoners van de eigen provincie. Bijvoorbeeld het aanleggen van wegen en monumentenzorg. Ze mogen niet in strijd handelen met het Rijk.

De gemeente:
In de gemeenteraad worden beslissingen genomen die alleen gelden voor de eigen gemeente. Bijvoorbeeld om de gemeentepolitie, plantsoendiensten, riolering, woonvergunningen en stadvervoer.

De sociale verzekeringsinstellingen:
Deze ontvangen de premies van de werknemersverzekeringen en van de volksverzekeringen.

§2 Collectieve en particuliere sector

* Collectieve sector: Omvat de overheid plus de sociale verzekeringsinstellingen, is uit op algemeen belang.
* Particuliere sector: Omdat de gezinnen en de particuliere ondernemingen, is uit op eigen belang
* Ambtenaren: Degenen die bij de overheid werkzaam zijn
* Werkgevers en werknemers: Degenen die binnen de particuliere sector leven

De collectieve sector heeft veel werkzaamheden van de particuliere sector overgenomen. Dit heet
* collectivisatie: Het overnemen van taken v.d. part. sect. Door de collect. sect.

Redenen collectivisatie:

- Sommige goederen kunnen niet worden geleverd door de part. sect. i.v.m. gevaar
- Veel activiteiten zijn te duur voor de part. sect. Bijv. een particuliere bibliotheek
- De collect. sect. moet ontwrichting van de samenleving zien te voorkomen
- De samenleving wordt steeds omvangrijker en ingewikkelder.

De collectieve sector komt steeds weer geld te kort om de goederen en diensten te leveren. Daarom zijn de laatste jaren veel overheidstaken geprivatiseerd.
* privatisering: Het overhevelen van taken van de collect. sect. naar de part. sect.
Bijvoorbeeld PTT en in diverse gemeenten is de huisvuilophaaldienst geprivatiseerd.
De kosten (en de opbrengsten) komen niet langer voor rekening van de collectieve sector.

De overheid kan d.m.v. wetten en voorschriften invloed uitoefenen op de omvang van de productie in de particuliere sector. Door subsidies te verstrekken kan de overheid de productie stimuleren. Door belastingverhogingen en andere overheidsregels kan de overheid de productie belemmeren.
* Regulering: De bemoeienis van de overheid met de part. sect. neemt toe door geboden en verboden
* Deregulering: De overheidsregels worden versoepeld


§3 Economische politiek

De overheid heeft de taak het welvaartsstreven in goede banen te leiden. De overheid voert daarom economische politiek. Hierin zijn zes doelstellingen te onderscheiden:
1) Het scheppen of handhaven van volledige werkgelegenheid
2) Het redelijk handhaven van de waarde (koopkracht) van het geld: bestrijding van inflatie
3) Het streven naar een evenwichtige betalingsbalans
4) Het bevorderen van evenwichtige economische groei
5) Het streven naar een aanvaardbare verdeling van de welvaart
6) Zorg voor het milieu

§4 Prinsjesdag

Op de derde dag van september haalt de minister van financiën de miljoenennota tevoorschijn.
* miljoenennota: Hierin staat hoe de regering aan al het geld denkt te komen, dat uitgegeven zou moeten worden om de plannen van de regering uit te voeren
* Rijksbegroting: Het overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid

De regering bestaat uit verschillende politieke partijen onder leiding van de minister-president. De regering maakt plannen en deze worden beoordeeld door het parlement.
* Parlement: Bestaat uit de gekozen leden van politieke partijen


§5 De rijksbegroting

In de rijksbegroting staan twee zaken centraal: de geraamde rijksuitgaven en de geschatte rijksinkomsten in het komende jaar.

§6 Financieringstekort en staatsschuld

Het rijk geeft al jaren meer geld uit dan er binnenkomt. Het rijk komt dus geld tekort: het begrotingstekort.
* Begrotingstekort: Als het rijk meer geld wil uitgeven dan het denkt te ontvangen

De minister van financiën moet dan geld lenen. Dit betekent dat het Rijk een steeds grotere staatsschuld krijgt. Lenen kost geld: er moet rente over worden betaald. Bovendien moet de schuld in de komende jaren worden terugbetaald (afgelost). Deze aflossingen leiden weer tot afname van de staatsschuld. De staatsschuld neemt jaarlijks toe met het bedrag van het financieringstekort.
* Financieringstekort: Is ong. even gelijk aan het begrotingstekort min de aflossingen op de staatsschuld. Het financieringstekort geeft dus aan met welk bedrag de staatsschuld toeneemt

Het financieringstekort kan afnemen als de overheid bezuinigt op de uitgaven. Ook het toename van inkomsten (bijv. belastingverhoging) kan hier tot leiden.

§7 Ontwikkeling stelsel sociale zekerheid

Na 1900 is een systeem van sociale verzekeringswetten opgebouwd. Deze wetten garanderen alle inwoners in Nederland een sociaal aanvaardbaar minimum inkomen. In ruil voor deze rechten op sociale zekerheid moeten degenen een gedeelten van hun inkomen (premies plus belastingen) afstaan. Zij moeten als het ware voor degenen met een onvoldoende inkomen zorgen. Ze moeten solidair zijn. Dit beginsel wordt dan ook het solidariteitsbeginsel genoemd.
De sociale zekerheidswetten zijn onderverdeeld in volksverzekeringen, werknemersverzekeringen en sociale voorzieningen. Naast de sociale zekerheidswetten zijn steeds meer particuliere bedrijven werkzaam op het gebied van sociale zekerheid!


De volksverzekeringen
Volksverzekeringen gelden voor de gehele bevolking van ons land. De premies voor de volksverzekeringen worden door de belastingdienst geïnd. Alle werknemers betalen premie. Samen met de loon- of inkomstenbelasting worden ze op het inkomen ingehouden.
De kinderbijslag wordt betaald uit de belastingopbrengst van het Rijk, er wordt geen premiepercentage berekend.

De werknemersverzekeringen
Werknemersverzekeringen gelden voor degenen die arbeid verrichten. Werknemers en werkgevers betalen ieder een deel van de premies. Uit de premie-ontvangsten worden de uitkeringen betaald.

De sociale voorzieningen
Er zijn in Nederland mensen die niet in staat zijn om –volledig0 in hun primaire levensbehoefte te voorzien. Als ze geen recht hebben op een voldoende uitkering volgens één van de sociale verzekerings-
wetten en hun inkomen is lager dan een door de overheid vastgesteld minimum, dan kan men aan-
spraak maken op de sociale voorzieningen.

* Sociale voorzieningen: Uitkeringen die uit de algemene middelen, zoals belastingopbrengsten, worden gefinancierd. Er hoeven dus geen premies voor betaald worden.

Particuliere sociale verzekeringen
Omdat de laatste jaren veel werd bezuinigd op de wettelijke sociale verzekeringen, verkopen steeds meer particuliere verzekeringsmaatschappijen verzekeringen op het gebied van de sociale zekerheid.

§8 Inkomstenbelasting en sociale premies volksverzekeringen

De juiste hoogte van het te betalen bedrag (inkomstenbelasting) wordt in een aantal stappen berekend. Je hebt drie verschillende soorten inkomens:

Box 1: inkomen uit arbeid en eigen woning
Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang (als je 5% of meer van de aandelen hebt van een bedrijf)
Box 3: inkomen uit besparingen en beleggingen

Bereken te betalen belasting en premies:

Stap 1: Bepaal bij welke box het inkomen hoort (Box 1,2 of3)
Stap 2: Voor box 1: Bepaal het belastbaar inkomen in box 1:
arbeidsinkomsten + eigen woning forfait – aftrekposten

Stap 3: Schijvenstelsel (Bron 10.15, blz. 243)
Stap 4: Voor box 2: Te betalen belasting= 25% van de winst uit aanmerkelijk belang
Stap 5: Voor box 3: Te betalen belasting= 30% van 4% van (vermogen – basisvrijstelling)
vermogen = bezittingen – schulden
Basisvrijstelling = €17000
Stap 6: Tel de te betalen belasting van box 1 t/m 3 op
Stap 7: Belasting – Heffingskorting

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.