Economie integraal hfd 7

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 681 woorden
  • 21 juni 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Hoofdstuk 7


Paragraaf 1 


De keuze tussen samenwerken en concurreren kan worden geanalyseerd met de speltheorie. Bij de speltheorie gaat het om spelers/partijen die afhankelijk van het gedrag van de tegenspelers/tegenpartijen een optimale strategie voor zichzelf bepalen. Als de strategie van een speler de beste reactie is op de gekozen strategie van de ander, wordt zo’n strategie een dominante strategie genoemd. Bij een simultaan spel kunnen de spelers gelijktijdig hun strategie bepalen zonder de gekozen strategie van de tegenspeler te kennen. Bij een sequentieel spel bepalen de spelers hun strategie na elkaar. Bij een niet-coöperatief spel kunnen de spelers niet met elkaar onderhandelen en geen onderlinge afspraken maken. Bij een coöperatief spel kunnen de spelers tijdens het spel wel afspraken maken en een gezamenlijke strategie uitdokteren. Bij een gevangenendilemma gaat het om een simultaan niet-coöperatief spel waarbij individuele strategieën van de partijen tot een slechter resultaat leiden dan in het geval van samenwerking tussen de partijen. Het individuele belang is strijdig met het collectieve belang. Zelfbinding (als een speler rekening houdt met de belangen van de tegenpartij) en reputatie (geloofwaardigheid) van de spelers, sociale normen en verhoudingen en spel herhaling hebben invloed op de uitkomsten.



Paragraaf 2


Een prijzenoorlog is een felle concurrentiestrijd die wordt gevoerd met steeds nieuwe prijsverlagingen van de concurrenten. Met het gevangenendilemma uit de speltheorie kun je verklaren waarom ondernemingen een prijzenoorlog voeren, terwijl samenwerking tot betere resultaten voor de ondernemingen zou leiden. In de praktijk wordt vaak gekozen voor de Tit-for-tat strategie, in het Nederlands de oog om oog – tand om tand strategie. Als jij de prijzen gelijk houdt, zal ik dat ook doen. Maar op het moment dat jij de prijzen verlaagt, doe ik dat ook. 



Voor consumenten lijkt een prijzenoorlog gunstig. Het consumentensurplus (het verschil tussen hun betalingsbereidheid de werkelijke prijs) neemt toe. Maar het producentensurplus (het verschil tussen de minimaal gewenste verkoopprijs en de werkelijke prijs) neemt af. Om die redenen is het voor de ondernemingen beter om met elkaar samen te werken. Vergaande samenwerkingsafspraken zoals in een prijs-, quotum- of marktverdeling kartel zijn volgens de mededingingswet echter verboden. Kartelafspraken leiden tot productiebeperking en opdrijving van de prijzen. Hierdoor neemt het consumentensurplus op de markt en de welvaart in de samenleving af. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) ziet toe op naleving van de Mededingingswet en kan forse boetes opleggen.



Paragraaf 3


Individuele goederen zijn goederen die kunnen worden gesplitst in individueel leverbare eenheden, waarvoor een prijs kan worden gevraagd omdat ze via de markt geleverd kunnen worden. 


Collectieve goederen zijn goederen die niet kunnen worden gesplitst in individueel leverbare eenheden, omdat ze niet via de markt aan de afzonderlijke individuen kunnen worden verkocht en niemand van het gebruik kan worden uitgesloten. Als de overheid een individueel goed aanbiedt, wordt van quasi-collectieve of semi-collectieve goederen gesproken.


Het marktmechanisme werkt niet bij collectieve goederen. Daarom verzorgt de overheid de productie van collectieve goederen. Dit kan worden verklaard met het gevangenendilemma uit de speltheorie. Als een andere belastingbetaler wel bijdraagt en jij niet ga jij er in inkomen relatief op vooruit, terwijl de inkomensverhoudingen gelijk blijven als je wel bij zou dragen. Als de andere belastingbetaler niet bijdraagt en jij wel ga jij er in inkomen relatief op achteruit, terwijl de inkomensverhoudingen gelijk blijven als je niet bij zou dragen. Daarom zul je niet willen bijdragen in de kosten van collectieve goederen. Je lift dan mee op de bereidheid van anderen om wel te betalen. Maar omgekeerd geldt hetzelfde! Of jij nu wel of niet meebetaalt, ook andere belastingbetalers zullen om dezelfde redenen niet mee willen betalen. Dergelijk meeliftgedrag leidt dan ook tot negatieve externe effecten van dat gedrag: hoewel er wel behoefte aan bestaat worden collectieve goederen niet geproduceerd. Daarom moet iedereen worden gedwongen bij te dragen of samen te werken om het collectieve goed te produceren. Meestal is sprake van collectieve dwang. De overheid zorgt dan voor de productie van het collectieve goed en dwingt betaling via belastingheffing af. Zo hebben verplichte zelfbinding van de belastingbetalers maar ook sociale normen en politieke verhoudingen invloed op de productie van collectieve goederen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.