Jongens gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

Arbeidsmarkt lesbrief

Beoordeling 8.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 872 woorden
  • 9 februari 2009
  • 6 keer beoordeeld
Cijfer 8.5
6 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij een maatschappelijke studie?

Misschien is een studie Sociologie of Antropologie dan wel iets voor jou! Bij beide opleidingen ga je aan de slag gaat met maatschappelijke vraagstukken. Wil jij erachter komen welke bachelor bij jou past? Kom in maart proefstuderen aan de VU.

Meer informatie
School examen 2005 economie

Arbeidsmarkt
H1

- aanbod van arbeid = beroepsbevolking
15 en 65 jaar, willen, kunnen, mogen werken
- Beroepsgeschikte bevolking = potentiële beroepsbevolking
alle mensen tussen de 15 en 65 jaar

- Participatiegraad = deelnemerspercentage
Beroepsbevolking
Beroepsgeschikte bevolking * 100%

- Aanzuigeffect: Arbeidsmarkt trek mensen die willen en kunnen werken aan zodat het aanbod groter wordt.
- Ontmoedigingseffect: Arbeidsmarkt staat mensen af door de economische teruggang

- Beïnvloedde factoren voor aanbod werk:
• Wetgeving: leerplicht, pensioenregeling
• Organisatie: kinderopvang
- vraag naar arbeid: Werknemers en zelfstandigen en de openstaande vacatures
- Concrete markt: plek waar vragers en aanbieders van een bepaald product elkaar ontmoeten
- Abstracte markt: vraag en aanbod ontmoeten elkaar niet (niet zichtbaar)
- Werkgelegenheid: werknemers + zelfstandige
- Arbeidsjaar = een volledige baan
- krappe arbeidsmarkt: vraag arbeid groter dan aanbod arbeid (lonen stijgen)
- ruime arbeidsmarkt: vraag is kleiner dan aanbod (lonen dalen)

H2
- Eenmanszaak: klein bedrijf, 1 eigenaar, zelf startvermogen, privé aansprakelijk
- VOF (vennootschap onder firma): meerdere eigenaren, privé aansprakelijk, geld eerder lenen dan bij een eenmanszaak.
- BV (besloten vennootschap): juridisch zelfstandig, aandeelhouders eigenaar, ontvangt dividend, aandeel op naam, 1 of enkele directeuren / aandeelhouders.
- NV (naamloze vennootschap): Juridisch zelfstandig, aandeelhouders eigenaar, ontvangt dividend

- arbeidsovereenkomst = overeenkomst tussen werkgever en werknemer.
- CAO: collectieve arbeids overeenkomst: rechten en plichten van werkgevers en werknemers zwart op wit: vakantie, pensioen, overuren, en data van loonsverhoging.
- werknemers: vakbonden, werknemersbonden, vakverenigen
- werkgevers: werkgeversbonden
- organisatiegraad: vakbond
werknemers *100%
-Primaire arbeidsvoorwaarden: loon, arbeidstijd
-secundaire arbeidsvoorwaarden: vakantie, duur pauze
- Centraal overleg: werknemers en werkgevers praten met elkaar in de stichting van de arbeid.

H3
- arbeidsproductiviteit: gemiddelde product per werknemer per tijdseenheid
- Initiële loonstijging: loonstijging die voortvloeit uit een stijging van de arbeidsproductiviteit
- Incidentele loonstijging: loonstijging door promotie

Prijzen verhogen

Minder uibreiden

Lagelonenlanden


Arbeidsbesparende machines invoeren

H4
- productie = werkgelegenheid * arbeidsproductiviteit
- werkgelegenheid = productie
arbeidsproductiviteit
-arbeidsproductiviteit = productie
werkgelegenheid
- indexcijfer productie: indexcijfer werkgelegenheid * indexcijfer arbeidsproductiviteit
100
- indexcijfer werkgelegenheid: indexcijfer productie
indexcijfer arbeidsproductiviteit *100
- indexcijfer arbeidsactiviteit: indexcijfer productie
indexcijfer werkgelegenheid *100
- investeren: is het kopen van kapitaalgoederen door bedrijven.
- consumeren: Gezin goederen of diensten koopt.
- Substitutie (vervanging) van arbeid door kapitaal.
- Diepte investering: Investeren in nieuwe moderne machines, een arbeidsvervangende investering die tot gevolg heeft dat de arbeidsproductiviteit stijgt.

- Breedte investering: nieuwe kapitaal van dezelfde kwaliteit, de arbeidsproductiviteit blijft gelijk.
- schaalvoordelen: kosten per product dalen als de omvang stijgt.
Door te hoge loonkosten wordt arbeid vervangen door kapitaal maar ook vestigen bedrijven zich in het buitenland: - Sluiten in NL en in Indonesië openen
- Importeren vanuit het buitenland

- concurrentiepositie: het vermogen om beter en/of goedkoper te kunnen produceren dan concurrenten.

H5

Werkloos zijn mensen van 16 tot 64 jaar, die niet of minder dan 12 uur per week werken, en die werk zoeken voor minstens 12 uur per week, en die staan ingeschreven bij een Centrum voor Werk en Inkomen, en die binnen twee weken aan de slag kunnen als een geschikte baan voor ze is.

- verborgen werkloosheid: werklozen die niet staan ingeschreven bij het CWI
- verborgen werkgelegenheid: werkgelegenheid die niet in officiële cijfers tot uitwerking komt: zwart werk of vrijwilligerswerk.

Verschillende soorten van werkloosheid komen aan bod :

• Frictiewerkloosheid: Tussen periode wanneer men een baan zoekt na je studie bijv. of je oude baan.
• Seizoenwerkloosheid: Bepaalde bedrijven produceren niet of minder.
• Kwalitatieve structuurwerkloosheid: Wel een opleiding maar niet de juiste opleiding voor die openstaande vacature. Kwalitatieve structuurwerkloosheid treedt ook op wanneer er iemand in friesland werkloos is en in limburg de juiste vacature voor hem openstaat.

• Kwantitatieve structuurwerkloosheid: Te weinig kapitaalgoederen ten op zichten van de aangeboden hoeveelheid arbeid. Kwantitatieve structuurwerkloosheid heeft verschillende oorzaken: - Diepte-investeringen
- Reorganisaties
- Verplaatsing naar het buitenland
- Winsten zijn gezakt
- Productie niet meer verkocht (LP’s)
- Producten te duur (schoenen poetsen)
• Conjunctuurwerkloosheid: Wanneer mensen weinig te besteden hebben consumeren ze weinig waardoor er minder geproduceerd hoeft te worden en daarom dus minder arbeiders nodig zijn.( Het wordt veroorzaakt doordat de effectieve vraag kleiner is dan de productiecapaciteit).

- Bezettingsgraad = werkelijke productie
productiecapaciteit *100%
- Effectieve vraag: totale vraag naar alle goederen en diensten die een land produceert bij elkaar opgeteld.

Maatregelen tegen werkloosheid:
• Conjunctuurwerkloosheid: Overheid meer besteden (aanleg van wegen, gebouwen), betalen van hogere ambtenarensalarissen (meer koopkracht).
Verlagen van belastingen of verstrekken van subsidies.
• Kwalitatieve structuurwerkloosheid: Mensen omscholen. Verhuiskostensubsidies en reiskostenvergoeding.

• Kwantitative structuurwerkloosheid: Verlagen van de loonkosten  lagere prijzen  betere concurrentiepositie voor NL.
 winstgevendheid bedrijven en daardoor uitbreiden
 minder aantrekkelijk om mensen te vervangen door machines
• Seizoen wen frictiewerkloosheid: Feyenoord stadion te gebruiken om popconcerten in te geven. Frictie: veen betere arbeidsbemiddeling zodat openstaande vacatures sneller vervuld worden

Verschil tussen nettoloon en loonkosten noemen we de WIG het verschil tussen de loonkosten en het brutoloon bestaat ui de werkgeverslasten, het verschil tussen bruto en netto loon bestaat ui de werknemerslasten.
-Innovatie: ontwikkelen van nieuwe producten zodat NL een betere concurrentiepositie krijgt.

-deeltijdwerker: vast aantal uren per week, maar minder uren dan een werknemer met een volledige baan.
-arbeidstijd: aantal uren dat een werknemer met een volledige baan werkt.
-Arbeidstijdverkorting (ATV) als iedereen in een bedrijf minder gaat werken. Werkgelegenheid stijgt in personen.
-Herbezetting: Geen nieuwe werknemers worden ingezet dus dezelfde werknemers moeten in minder uren het zelfde presteren.
- Volledige herbezetting: Nieuwe mensen worden aangetrokken voor de uren dat het personeel minder gaat werken.
Flexibilisering: Er wordt makkelijker over bepaalde dingen in het contract gedacht. Bijvoorbeeld het aantal uren dat je maakt staat niet vast en het ontslagrecht.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.