Romantiek t/m dadaisme

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 2746 woorden
  • 4 oktober 2003
  • 39 keer beoordeeld
Cijfer 4.9
39 keer beoordeeld

Romantiek 1800-1850

In deze stijl verschenen romantisch elementen.
Het gevoel of de emotie ging in de kijk op het leven een alles overheersende rol spelen.
Denkers van de Romantiek zijn: Rousseau en Diderot.
Ze verzetten zich tegen het burgerlijke en hadden liefde voor de natuur.

Verschillende stromingen binnen de Romantiek zijn:
1 Droom en Fantasie
De wereld v/d Romanticus, de mystieke wereld v/d droom, de fantasie (zie Fussli: De nachtmerrie). In deze tijd (+- 1782) dachten de mensen dat dromen ontstonden door geesten die rondwaarden in het slaapvertrek.
2 Terug naar de natuur

Mensen waren van nature goed maar bedorven door allerlei maatschappelijke toestanden.
Hierdoor ontstond innig contact met de natuur.
Kunstenaars werden geïnspireerd door schrijvers.
Schilder: Caspar David Fiedrich. Hij zag de mes als nietig wezen dat tegenover der grootsheid van de natuur maar zeer weinig in te brengen had.
3 Vluchten naar vreemde en exotische culturen
Schilders en schrijvers bezochten exotische streken en verwerkten ervaringen in hun werk.
4 Vluchten uit de werkelijkheid naar het verleden.
Hieronder vallen een aantal stromingen:
-de Nazareners (1800-1820) spotnaam voor een groep Duitse schilders die inspiratie zochten bij de Renaissance. Schilders zijn: Durer en Rafael.
-prerafaelieten: zij protesteerden tegen het beschaafde en onwaarachtige v/d academies.

-neogotiek: Gotiek(1150-1400) werd weer populair. Cuypers (architect) was een grote voorganger v/d neostijlen (zie Rijksmuseum en Centraal Station.
-de neorenaissance
-de neobarok: de neobarok is de laatste fase v/d romantiek. Overeenkomst van neobarok en barok is het pompeuze, overdadige en rijk versierde.

Een kooi vanmetaal en paardenhaar
Rond 1820 kwam de taille in de kleding v/d vrouw langzaam weer op de natuurlijke plaats.
Rok werd kegelvormig en de mouwen zeer wijd rond de schouders en bovenarmen.
Men droeg onderrokken (ook van paardenhaar).
Rond 1850 ontstond er een kooiconstructie als rok (crinoline)
In de 2e helft v/d 19e eeuw ontstond de tournure.

Het Realisme 1840-1890)

Het realisme was een reactie op het ongrijpbare v/d romantiek.
Het onderwerp was eigentijds.
Arbeiders werden nu de helden van een schilderij.


De eerste wereldtentoonstelling (1851)
De invloed van een wereldtentoonstelling is vaak het grootst geweest op de bouwkunst.
Voor architecten was dit een geweldige stimulans.
Ook de beeldende kunst kwam hier bij ruim aan bod.

De Engelse of Industriële revolutie
Groot-Brittannië bouwde een wereldimperium op Politieke en economische chaos in de andere landen van West-Europa maakte die landen kansloos als concurrent.
James Watt vindt in 1769 de stoommachine uit.
Achtereenvolgens werden de elektrische stroom, de loopfiets, fotografie, schtijfmachine/phonograaf en de automobiel uitgevonden.
Sociale onrust

Vele van het platteland trokken naar de grote steden.
Dit bracht ook woningnood en ziekte.
Dit liep uit op dronkenschap, diefstal en prostitutie.

Een nieuwe leer
In 1848 verscheen Das Kapital.
In dit boek predikte Karl Marx de leer van de klassenstrijd.
Nieuwe produkten, nieuwe vormen.
De industrialisatie maakte het mogelijk om snel veel produkten te maken.
William Morris keerde zich af van alles wat met machinale produktie te maken had. Hij richtte de beweging ‘Arts and Crafts’ op
Architecten en ingenieurs
Men vond versiering belangrijker dan constructie.
Al spoedig ging de toepassing van gietijzer, staal en glas hand in hand met het idee dat alles eenvoudig en helder moest zijn.

Aan het einde van de 19e eeuw ontstond er een verlangen naar een nieuwe kunst.
Zo ontstond Art Nouveau of Jugendstill.
Bij kleding werd de confectie belangrijk.
Het warenhuis ontstond.

Jugendstill/Art Nouveau (1890-1910)

Vormen die sierlijk gebogen lijnen lieten zien, ontleend aan de planten en dieren wereld moest in alle kunsten toepasbaar zijn.
Voor Frankrijk, Duitsland, Nederland, België en Engeland kwamen onder invloed.
Kenmerkend zijn:
-plant en bloemmotieven
-de beweeglijke groeiende vormen en draak, slang en vlechtwerkmotieven.
Handgemaakte produkten kwamen weer sterk in de belangstelling.

Deze stijl vooral de ‘rijkeren’ kostbare materialen als goud en edelstenen werden gebruikt naast hoorn, halfedelstenen en vooral email.

Antoni Gaudi
Deze architect ontwierp de meest fantastische en bizarre bouwwerken.
Ze zijn uniek.
Zie Casa Battlo. Deze veranderde hij drastisch in een exotisch paleis.

Om ruimten te overkoepelen kreeg het dak de drukte te verwerken van zijn eigen gewicht.
Dit moest gelijkmatig verdeeld worden.

Impressionisme (1870-1910)

Na de reformatie verstrekte de kerk steeds minder opdrachten aan kunstenaars.
Aan het eind van de 19e eeuw werd de kunstenaar duidelijk autonoom.
De wereld kon op 2 manieren weergegeven worden:
-de objectieve realiteit

-de subjectieve kijk op de samenleving

Monet is de 1e kunstenaar die een schilderij beschouwt als een zelfstandig object als een eigen werkelijkheid.
Hiermee opent hij de weg naar het impressionisme.
De stijl van impressionisten wordt bepaald door de volgende aspecten:
zie blz 51

Enkele kenmerken:
-het impressionisme is een stroming die vooral in de schilderkunst tot uiting kwam.
- het was een reactie op de toen heersende academisme.
- onder invloed van de fotografie probeerde men een moment in beeld te brengen.
- licht maakte vormen en kleuren zichtbaar
- het schilderij kreeg iets zelfstandigs.
Het schilderij was niet noodzakelijk in opdracht ontstaan.

Pointillisme

Dit vormde binnen het impressionisme een aparte groep.

Vaak onvermengde kleuren werden in stippen naast elkaar gezet.
Door zo’n schilderij op voldoende afstand te bekijken wekken de kleuren de indruk zich te mengen.
Hierdoor kreeg men meer aandacht voor de vorm.
Kenmerken van het pointillisme zijn:
-stippel-techniek
-strenger voortbouwen op het kleurgebruik vand eimressionisten op grond van wetenschappelijke kleurtheorieën
-geen toepassing meer van zwart
-meer aandacht voor de vorm

Enkele schilders van het Impressionisme zijn:

Aguste Rodin (1840-1917)
Rodin sympathiseerde meer de ideeën van de impressionisten maar wenste zich niet bezig te houden met de wetenschappelijke theorie over de waarneming met betrekking tot de gevolgen van het licht.
Bij hem staat het model niet doodstil in een pose maar loopt of danst door het atelier. Zo kan hij het model van alle kanten observeren.

Hij had oog voor het gedrag van het materiaal.

Vincent van Gogh (1853-1890)
Van Gogh wordt afgeschilderd als een zonderling.
Hij schilderde de dingen ook niet zoals de impressionist ze zag maar met een persoonlijke betrokkenheid.
Hierdoor wordt zijn werk beschouwd als vernieuwend.
Zijn gevoelens en gedachten kregen vorm d.m.v verf.

Paul Cézanne
Cézanne wilde iets wat voor zijn tijd voor volstrekt onmogelijk werd gehouden: een schilderswijze zodanig dat de kijker het gevoel kreeg ook achter de ‘berg’ te kunnen komen.
Het net-echte interesseerde hem niet zo, wel het ruimtelijk effect dat kleur kon veroorzaken.
Voorgrond, achtergrond en onderwerp moesten 1 zijn.

Paul Gaugin

Als beambte van een bank leidde hij lange tijd een tamelijk regelmatig leven.
Hij besloot naar Tahiti te reizen. Om zijn achtergelaten vrouw te kunnen betalen moest hij zijn kunstverzameling verkopen. Hij gebruikt exotische en symbolische kleuren.

Postimpressionisme

Van Gogh, Cezanne en Gaugin waren voorlopers van het impressionisme.
Daarom rekenen we die tot het postimpressionisme.
Enkele kenmerken zijn:
-aandacht voor de kleur en de invloed daarvan op de vorm
-aandacht voor de structuur, gesteund door de kleur
-aandacht voor het weergeven van het persoonlijk doorvoelde
-aandacht voor het weergeven van gevoelens en gedachten d.m.v o.a allegorische voorstellingen, onverwachte associaties en primitieve weergaven

Expressionisme, begin 20e eeuw

Het expressionisme was een in het begin opgekomen kunststroming waarbij de kunstenaar niet zozeer de werkelijkheid wilde weergeven maar vooral zijn innerlijke gevoelens, ideeën en spanningen ten aanzien van die werkelijkheid wilde uitdrukken.

Die Brucke en der Blaue Reiter


Er waren twee gorepen te onderscheiden;
-die Brucke
In 1905 wordt in Dresden door Ernst Kirchner een groep schilders bijeen gebracht die vanuit een inspiratie door de natuur willen werken.
De leden hebben geen programma en houden zich bezig met grafische technieken.
Naast de natuur vinden zij inspiratie in de buiten-europese kunst, de volkskunst en de muziek.
De golvende lijnen van de Jugendstill maken plaats voor hoekige, zigzaggende lijnen en vormen.
Ook de compositie krijgt meer aandacht.
-Der Blaue Reiter
De op klassieken geënte westerse wereld ontmoet de mystiek religieuze, sterk op de volkskunst steunende Oosteuropese wereld.
Dit zal leiden tot die abstracte kunst.
De vormentaal van Der Blaue Reiter is van Die Brucke, kleuren worden losgemaakt van het uiterlijk zichtbare en gekoppeld aan gevoelens betekenissen.


Beeldhouwkunst
Men kreeg aandacht voor het gedrag van het materiaal: de werkwijze paste men hierbij aan. De beeldhouwer ‘luisterde’ naar het materiaal.

Bouwkunst
Er is niet echt een specifiek expressionistische bouwkunst aangetroffen. Men gaat veelal uit van de massa die op plastische, bijna geknede wijze vorm krijgt.

Hoofdstuk 9 Bouwkunst en Vormgeving

De stand van zaken tot eind 19e eeuw
De classicistische stijl van eind 18e, begin 19e eeuw werd niet opgevolgd door 1 nieuwe duidelijke bouwstijl.
Door vele 19e-eeuwse architecten werden allerlei imitaties toegepast.
Er groeide een scheiding tussen architect en ingenieur.
De rijke burger hield van geweldige bouwwerken met veel stijl(en).
Het werd de eeuw van de neostijlen.
Kerken werden neogotisch, gebouwen en stadshuizen werden neorenaissance.

Compositieorde: allerlei neostijlen door elkaar gebruikt.

Berlage (1856-1934)

Dit was een zeer belangrijke architect voor de 20e eeuw.
Hij bouwde o.a: de Beurs te Amsterdam. Hij probeerde zich los te maken v/d 19e-eeuwse stijlimitaties.

Nieuwe geluiden.
Het idee van een werkelijk moderne stijl begon vorm te krijgen rond 1880 in Amerika.
Louis Sullivan maakte een van de eerste aanzetten v/d wolkenkrabber: het symbool van de nieuwe bouwkunst.

De Stijl (1917-1924)

Enkele kenmerken:
-vereenvoudiging van kleuren
-strenge wiskundige ordening
-toepassing van primaire kleuren (zwart en wit)
-pure kleuren en evenwicht door architecten en schilders


De belangrijkste mensen die tot De Stijl behoorden waren:
-Mondriaan
-Theo van Doesburg
-Bart van der Leck
-Gerrit Rietveld
-J.P Oud
-George van Tongerloo

Het Bauhaus (1919-1933)

Enkele Kenmerken:
-gebruik van skeletbouw, staal, beton en veel glas
-functionele vormgeving
-toepassing van wiskundige vormgeving
-totaalkunst (vooral gebruiksvoorwerpen)
-gebruik van nieuwe materialen

Pas in 1929 kwam er een zelfstandige architectuurafdeling.
Het 1e halfjaar v/d totale opleiding bestond uit een ‘Vorkurs’. Dit ging over de grondbeginselen van licht, kleur, ruimte en vorm.
Na de Vorkurs werd er gekozen voor verschillende werkplaatsen. Zo waren er wevers, pottenbakkers, toneel enz.

Na de machtsovername door Hitler in 1933 moest het Bauhaus officieel sluiten. Later trok men naar Amerika waar de ideeën behouden werden.

Le corbusier (1887-1965)

Verhoudingen van het menselijk lichaam waren vaak het uitgangspunt bij het ontwerpen van gebouwen.
Modulor diende daarvoor. De functie van het gebouw en het interieur moesten de mens dienen.
Hij wilde de helft van Parijs afbreken voor een enorme autobaan met flatblokken.
Zijn ideeën waren:
-de heldere en streng klassieke Dorische bouwkunst
-het ritmische van geconstrueerde moderne machines
Pilotis: vrijstaande poten of zuilen van gewapend beton waarop het gebouw rustte.

Industriële Vormgeving

Dit is het ontwerpen van gebruiksvoorwerpen met het oog op massaproductie.
Aantal aspecten bij het ontwerpen:
a- is er behoeft aan een nieuw product
b- aan welke eisen moet het voldoen
c- welk materiaal

d- de eerste ontwerpen op papier wat betreft constructie en mogelijke vormen van het nieuwe product
e- een 1e prijsbepaling
f- een 1e proefmodel
g- kan het produkt met de bstaande en in e fabriek aanwezige machines en gereedschappen worden gemaakt of moeten er nieuwe machines ontwikkeld worden
h- het prototype wordt in de fabriek gemaakt en uitgeprobeerd
i- definitieve prijsbepaling
j- de beslissende fase: starten of niet

Vormgeving in de Mode

De jurk of het wandeltoilet maakte plaats voor o.a het mantelpak.
In 1925 was de vrouw heel vrij in haar bewegingen.
Ook benen mochten gezien worden.
Modetrend zorgden voor veel veranderende modellen en kleurencombinaties.
Haute-couture en confectie zijn naast elkaar blijven ontstaan.
(iets uitgebreider)

Hoofdstuk 10

Inleiding
In de schilderkunst maakte men gebruik van bepaald licht om een sfeer op te roepen binnen het schilderij.

De tamelijk harde tegenstelling tussen licht en donker die in barok ontwikkeld werd noemen we clair-obscur.

Clair-obscur (licht/donker)
Caravaggio was de 1e schilder die clair-obscur toepaste. Dit is een aan het oog van de toeschouwer onttrokken lichtbron die het afgebeelde verlicht.
Dit kan het driedimensionale karakter van een voorstelling accentueren of de aandacht op bepaalde figuren of elementen vestigen. Het clair-obscur wordt voornamelijk ingezet om een sterkere dramatiek in het beeld te brengen.
Rembrandt was de grootste meester hierin. Hij behoorde geografisch gezien niet tot de barok. Hij schilderde veelal uit de bijbel.
George de la Tour stierf rond 1650. Pas in deze tijd is zijn werk ontdekt.

Licht en Fotografie
Joseph Niepce wordt beschouwd als de uitvinder van de fotografie. De eerste opnamen noemde hij heliografieen.
Talbot deed verdere ontwikkelingen in 1841. Later werd de mens het meest gefotografeerde onderwerp. Dit betekende concurrentie voor de portretschilderkunst.
De invloed en de noodzaak van licht in de fotografie heeft een eigen plaats in de beeldende kunst weten in te nemen.

De registratie van licht documenteert zichzelf.

Impressionisme (1870-1910)

Ook hier speelde licht en atmosfeer een belangrijke rol.
Men schilderde ook in de openlucht (plain air) voor de buitenlucht.
Een belangrijke impressionist was Renoir.

Letterlijk licht:lichtkunst of light art (1950-1970)

Letterlijk licht in de kunst vond pas plaats na de uitvinding van de gloeilamp in 1879. Dit waren Edison en Swan.
De gloeilamp werd vele malen verbeterd. Het eerste gebruik van licht vond plaats in objecten die qua vorm en omvang dichter bij het schilderij stonden.
Het licht had een dienende functie.
Een van de pioniers was Laszlo Moholy Nagy die zich daarmee bezighield.

Later met de gekleurde lamp en de TL-buis werd licht letterlijk als vorm gebruikt.
De toeschouwer is nu meer deelnemer dan kijker. Dit maakt de ervaring extremer: gevoelens van vervreemding kunnen het gevolg zijn.

Hoofdstuk 11 Kunst met een accent: kleur

Inleiding
Zonder kleur is er nauwelijks schilderkunst mogelijk.
In de traditionele beeldhouwkunst volstond men met de eigen kleur v/h materiaal.
In de primitieve beeldhouwkunst viel kleur evenmin weg te denken.

Gentile da Fabriano en Piet Mondriaan
Een nieuwe generatie schilders diende zich in verscheidene Europese landen aan.
Overeenkomsten in hun werk bezorgden de naam internationale gotiek.
De overeenkomst tussen Mondriaan en Fabriano is dat zij mede door hun werk aan de vooravond stonden van een revolutionaire tijd.


Verschillen in betekenis van kleur
Eind 19e, begin 20e eeuw had kleur een traditionele rol: als middel om gevoelens op te roepen.
De invloed van kleuren op elkaar was binnen vele stromingen onderzocht.

Fauvisme

Als er al sprake was van herkenbare vormen dan waren deze sterk gedeformeerd en van naturalistisch kleurgebruik was nauwelijks sprake.
In het fauvisme speelde de kleur een rol die sterk de vorm bepaalde:
-onnatuurlijke, felle kleuren en grote kleurvakken
-vaak zware, donker contouren en een grove penseelstreek

Matisse
Henry Matisse werd beschouwd als leider van deze groep.
Hij maakte gebruik van autonome ruimte op het schilderij

Colourfield Painting en Hard Edge

Toen enkele kunstenaars kleurvakken in banen gingen schilderen werden die kleurvakken duidelijk begrensd.
Er was een scherpe afscheiding. Dit rekenen we tot Hard Edge.

De absolute hoofdzaak was de wisselwerking tussen de kleuren geworden. Kleurvakken moesten zo egaal mogelijk worden aangebracht.
Beeldhouwkunst en Kleur
In de jaren 60 ging kleur ook in de beeldhouwkunst een steeds overheersender rol spelen. Vooral in het belang van materiaal.

Kleur en Architectuur
Door de Stijl en Mondriaan kreeg kleur in de architectuur een meer versierende rol. Het kreeg een vormversterkende functie.
In de jaren 80 is kleur niet meer weg te denken uit onze leefomgeving.
Wanneer je nu een accent op kleur zou willen leggen, kan dat haast alleen door alles in 1 kleur af te beelden of door te wijzen op een gemis aan kleur: bijv. een kleurrijke omgeving met een accent op ‘geen’ kleur.

Hoofdstuk 12 Kunst met een accent: ruimte

Inleiding
Men stelde eisen aan ruimten waar arbeid verricht werd en waar gewoond moest worden: ruimten met een functie tot algemeen nut of vermaak kregen hun specifieke vorm.

Tijdens de Renaissance (met name Italië) kreeg men opnieuw aandacht voor ruimte binnen de steden.
Uiteindelijk vormden architectuur, sculptuur en ruimte een harmonisch geheel.
Enige eeuwen later vond Napoleon III ruimte belangrijk, maar niet als ontwerper.

Ruimte als object
De functie in een kamer krijgt gestalte door er meubilair in te plaatsen en wat plaatwerk tegen de wand te bevestigen om de kamer wat sfeervoller te maken.
De DADA beweging wilde het besef dat de burger van kunst had relativeren.

Dadaïsme (1916-1923)

Dit was een soort anti-kunstbeweging. Het serieuze van kunst werd op alle mogelijke manieren bespot.
De dadaïsten gedroegen zich als anarchisten.
Onzin verkopen was hun stelregel.
Ze maakte vreemde combinaties van alledaagse artikelen en massaproducten.
Readymades: kant en klare kunstwerken.

Het dadaïsme deed de mens nieuwe wegen inslaan.
O.a surrealisme en Pop Art werden beïnvloed door het dadaïsme.

Omgeving als Kunst: Environment
Environment betekent omgeving en heeft betrekking op kunstwerken die een gehele ruimte omvatten.
De beleving die de bezoeker hierdoor ondergaar is indringender dan anders.
De deelname v/d bezoeker is voor de ruimte en de bezoeker zo indringend dat hij geen toeschouwer v/h beeld meer is maar een wezenlijk deel uitmaakt v/h beeld.
De kijker is getuige van een performance waarin hij zelf de hoofdrol speelt.

Land Art
De ruimtelijkheid van het landschap zelf wordt gebruikt als beeldend middel.

De betekenis die ten grondslag ligt aan Land Art blijkt in de meeste gevallen belangrijker dan het uiteindelijke werkstuk.

REACTIES

S.

S.

De grote namen uit de Romantiek zijn absoluut niet Descartes en Rousseau. Zij behoren tot de Verlichting, die precies het tegenovergestelde voorstond dan de Romantici

14 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.