ADVERTENTIE
Eerste hulp bij leerachterstanden!

Het zijn gekke tijden. Loop jij, om wat voor een reden dan ook, achter met de lesstof? Met deze tips van Examenbundel gaat het jou sowieso lukken om je leerachterstand weg te werken. Het allerbelangrijkste is dat je in jezelf blijft geloven. Jij kan dit! #geenexamenstress

De tips van Examenbundel

Hoofdstuk 6

Beeldschouwen: Iets rustig en nauwkeurig bekijken

Kunstbeschouwing:

Vragen zoals: Wat stelt het voor?

Hoe komt iemand op zo’n idee?

Maar ook de verschillende onderdelen waaruit het kunstwerk is opgebouwd, de inhoud etc.

Beeldaspecten: Eén van de onderdelen waaruit een beeld is opgebouwd. Een beeldaspect kan alleen in combinatie met andere beeldaspecten worden gebruikt

-licht

-kleur



-ruimte

-vorm

-ordening

Beeldende middelen: Materiaal, gereedschap en beeldaspecten samen

Licht-donkercontrast: Tegenstelling gevormd door lichte en donkere kleuren. Zwart en wit vormen het grootste licht-donkercontrast

Licht: Licht schept sfeer, licht maakt vormen duidelijker en laat je ruimte zien.



Hoofdstuk 7

Eigenschaduw: Zie je op het voorwerp zelf; het is dat gedeelte van het voorwerp dat niet rechtstreeks wordt belicht

Slagschaduw: Schaduw die een voorwerp op de grond of op een ander voorwerp maakt

Meelicht: Als de kijker in de richting kijkt waarin ook het licht schijnt, er is dan ook weinig schaduw



Tegenlicht: Ontstaat wanneer de lichtbron zich recht voor de kijker bevindt en tegen de kijkrichting in schijnt. De belichte voorwerpen zijn dan als silhouet te zien

Zijlicht: Als het licht van opzij komt

Strijklicht: Als het licht zich bijna achter het belichte voorwerp bevindt

Clair-obscurcontrast: De werking tegenstelling van licht en donker. Wordt toegepast om een dramatisch effect te krijgen

Glimlicht: Weerkaatsing van licht op een voorwerp

Repoussoir: Combinatie van overlapping en afsnijding, diepte creëren

-Het lichte wordt door de donkere achtergrond weggedrukt

-Overlapt de achtergrond en wordt afgesneden door de rand van het kader



Hoofdstuk 8

Primaire kleuren: Geel, blauw, rood

Secundaire kleuren: Mening van de primaire kleuren

Geel+rood=oranje

rood+blauw=paars

blauw+geel=groen

Kleur-tegen-kleurcontrast: Als zuivere, pure kleuren tegen elkaar worden geplaatst

Kleurenfamilies: de verschillende soorten tinten van een bepaalde kleur, zoals rood.

Complementaire kleuren: Kleuren die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel, (tegenstellingen versterken ze elkaars werking)



Hoofdstuk 9

Ruimtesuggestie: Indruk van diepte op een plat vlak

Lijnperspectief: Alle diepte lijnen komen samen in één punt op een horizontale lijn

Vluchtpunt: Het punt waar de lijnen bij elkaar komen

Hoog standpunt: De horizon ligt hoog, kikkerperspectief

Laag standpunt: De horizon ligt laag, vogelperspectief

Atmosferisch perspectief: Kleuren die dichter bij de horizon zitten verder weg vervagen



Hoofdstuk 11

Compositie: De ordening, de manier waarop de belangrijkste, kleurigste en grootste vormen zijn geplaatst

Restvorm: De overgebleven ruimte tussen dingen

Horizon: Een horizontale lijn op ooghoogte


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

thanx

9 jaar geleden

D.

D.

Thankss:d kan nu eindelijk goed leren voor de proefwerkweekk (voor bv)

8 jaar geleden