Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Hoofdstuk 2 en 3

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 1592 woorden
  • 5 augustus 2008
  • 11 keer beoordeeld
Cijfer 7.1
11 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Nieuw seizoen Studententijd de podcast!

Studenten Joes, Tess en Annemoon zijn terug en bespreken alles wat jij wilt weten over het studentenleven. Ze hebben het onder andere over lentekriebels, studeren, backpacken, porno kijken, datediners, overthinken, break-ups en nog veel meer. Vanaf nu te luisteren via Spotify en andere podcast-apps! 

Luister nu
CKV periode 2:

Hoofdstuk 2:


Conques:

Pelgrimages De kerk roept zijn gelovigen op om een pelgimtocht te gaan. In de 11de en 12de eeuw was het alleen erg gevaarlijk om buiten de stadsmuren te treden. De tochten namen vaak ook maanden in beslag. Er waren vaste pelgimtochten, Conques lag ook op de route.
Conques ligt op de route naar Santiago de Compostela.
Santiago de Compostela Men gelooft dat het graf van Jacobus de Oudste daar ligt.
Timpaan Boven de entree is er altijd een afbeelding van de meest afschuwelijke martelingen. Het is een afbeelding van het Laatste Oordeel met Christus. Hij scheidt goed en kwaad, hemel en hel.


Angst:

Apocalyptus Het laatste bijbelboek. Daarin wordt de verschrikkelijke vernietiging van de mens beschreven. In de vroegmiddeleeuwse cultuur heeft de kerk angst vaak gebruikt om mensen naar de kerk te blijven gaan en donaties te doen. Angst voor de Almachtige God. Denk hierbij aan natuurrampen. Men was ook bang voor het leven buiten de burcht. Adelen boden bescherming. De feodele heren hadden daarvoor eigen legers.

Ora et labora:

Schenkingen Schenkingen aan kerken en kloosters zijn een goede manier om je fouten voor de dood goed te maken.
Ora et labora Bid en werk.
Dormitorium Slaapzaal in een klooster. Daar besteden de monniken hun overige tijd.
Scriptorium De werkplek voor veel monniken. Hier kopieerde ze oude tekst en schreven ze die teksten met veel geduld en precisie over.
Miniaturen Illustraties die in de handschriften van de monniken worden toegepast.

Gregoriaans:

Getijden De vaste tijden van de gebedsdiensten.
Regula Benedicti Daarin worden de regels van de getijden genoemd.
Psalmen Kerkelijke gezangen die in het latijns worden gezongen.
Gregoriaans Deze psalmen worden gregoriaans genoemd omdat men gedacht heeft dat Paus Gregorius de Grote ordening had aangebracht. Eerst waren er andere melodiën per regio.
Gregoriaans wordt gekenmerkt door: eenstemmig, een niet maatgebonden ritme en a capella.

Er is een overtuiging dat de zuivere klank van het gregoriaanse gezang een echo is van een goddelijke harmonie.
Liturgie Een dienst ten bate van de gemeenschap.

Muzieknotatie:

Guido van Arezzo Leefde van circa 990 tot 1050. Hij perfectioneerde ook het systeem om gregoriaanse muziek op te schrijven door twee lijnen aan te geven. De gele lijn was de toon c en de rode lijn de toon f. Bij gregoriaans gezang werden er vierkante noten gebruikt.
Later kwamen er vier balkjes.
Van Arezzo gaf muziekles en was verbonden met de bisschoppelijke kathedraal van Arezzo.
Solmisatie Een manier om muziek te schrijven. Elke regel moet een toon hoger worden gezongen. Dit kwam uit het Johanneshymne. Van de Johannesrhyme komt ook do-re-mi-fa-sol-la-ti-do.

De orde van Cluny:

Cluniacezers Monniken van de Abbij te Cluny in Midden- Frankrijk. Zij vergaarden enorme rijkdommen door schenkingen. Ze bouwden ook veel kerken en kloosters van dit geld.
De Sainte Madeleine Werd vanaf 1150 gebouwd en geeft nog een goed beeld van Cluny- kerk. De Sainte Madeleine was onderdeel van het Vézelay- klooster. De kerk is sober maar vroeger lagen al het gouden en zilverwerk in de kerk.
Nartex Ontvangstruimte. In de nartex is een afbeelding van Jezus met 4 evangelisten.

Evangelisten Een schrijver van de evangelie. Het woord evangelie komt uit het Grieks en betekent "goede boodschap". Van vier evangelisten die het evangelie via het schrift verspreidden is het levensverhaal van Jezus in het Nieuwe Testament van de Bijbel opgenomen.

Vézelay:

Vézalay Een pelgrimskerk. Men zegt dat daar het gebeente van Maria Magdalena ligt. Men geloofde in de middeleeuwen dat de kracht van de heilige overging naar de kerk waar hij/ zij begraven was. In 1120 stort het plafond in en ongeveer duizend mensen worden bedolven. Deze herbouw bepaalt het huidige uiterlijk van de Sainte Madeleine.
Bedevaartskerk Vézelay is dus een bedevaartsoord maar is ook op de weg naar Santiago de Compostela om Jacobus de Oudste zijn graf te bezoeken.
Middenschip Het middenstuk en grootste deel van de kerk. De afbeeldingen op de kapitelen waarschuwen de bezoekers voor de duivelse verleidingen te weerstaan.
Apsis De apsis of absis dan wel abside, is een halfronde, of veelhoekige, nisvormige ruimte aan een kerk of kathedraal. Deze ruimte gold in eerste instantie als zetel van de bisschop en priesters.

Pelgrimsroute:

Kloosters Waren goede plekken om te rusten en te overnachten voor pelgrims. Daardoor werd er langs de pelgrimsroute veel kloosters gebouwd.
Domingo de Silos Een klooster dat net een beetje van de route afligt maar wel vaak werd gebruikt.
Nu is het klooster bekend omdat de monniken nog steeds traditionele gregoriaans zingen.

Bernadus van Clairvaux:

Bernadus van Clairvaux Deze man riep alle gelovigen in deze kerk op om op bedevaartstocht naar Jeruzalem te gaan om het graf van Jezus Christus te bezoeken.
Cisterciënzers De orde van Clairvaux. Veel soberder dan de Cluny- kerken. Hij wees overdadige beeldhouwkunst af.

Schiermonnikoog De monniken in Nederland die Cisterciënzers waren, werden schiermonniken genoemd. Schiermonnikoog heeft zijn naam gekregen door een klooster dat daar gesticht werd. Schier betekent grijs.

Fontenay:

Fontenay Een klooster dat een goed beeld geeft van de stijl van Clairvaux. Vanaf 1133 gebouwd.
Centraal in dit klooster ligt een tuin, ordelik en netjes. Dat weerspiegelt de goddelijke orde volgens de monniken. Het gebouw is kaal en zonder beeldhouwwerk.
Doordat er geen beeldhouwwerk of schilderingen in de kerken mochten, werd er veel aandacht besteed aan de architectuur en de lichtval. Ze liepen vooruit op de architectuur van de gotiek.

Hoofdstuk 3:


De middeleeuwse stad:

Handelswegen Op de handelswegen worden steeds meer steden gesticht. Men kwam erachter dat er met handel veel geld kon worden verdiend.
Kloosters Kloosters zorgden, tegen betaling, voor onderwijs, ziekenzorg en prediking.
De kerk stond centraal in de stad. In de kerk werd er niet alleen de mis gehouden maar ook markten, feesten en processies werden daar gehouden.
Kathedralen In Reims en andere grote steden met een bisschopszetel werden grote kathedralen gebouwd. Dit ging alleen om prestige.
In het midden van de stad stond een plein, op dit plein stond de kathedraal. Er waren veel gebrandschilderde ramen.

In de kathedraal is een centrale plek, het koor.

Troubadours aan het hof:

Troubadours Dit waren hofmuzikanten. In Frankrijk werden ze troubadours of trouvères genoemd. Troubadours waren vaak van adel en hadden een opleiding gekregen in een klooster. In hun muziek worden oosterse motieven (geleerd tijdens kruistochten) en gregoriaans gecombineerd.
Minnesänger De duitse benoeming voor de hofmuzikanten.
Minneliederen In deze liederen wordt de hoofse liefde bezongen.
Hoofse liefde Het aanbidden en bezingen van de vrouw als hoogste. Een onbereikbaar ideaal. De minnaar laat niks blijken maar houdt zich stil.
Motet Een motet is een benaming die in de westerse muziek wordt gebruikt voor bepaalde composities die in het algemeen door zangers worden uitgevoerd.

Varganten:

Straatartiesten In de middeleeuwen kwamen straatartiesten veel voor. Ze staan laag in aanzien en steden proberen ze te mijden door wetten uit te vaardigen.
Ze speelden meerdere instrumenten tegelijk, vaak instrumenten die klanken zonder onderbrekingen laten spelen.
Van Maerlant Hij geloofde dat het artiestenvolk niet deugden.
Vaganten Een combinatie van muziek, theater en circusachtige acts.
De kerk De kerk was tegen deze vorm van vermaak en noemden de vaganten ‘minstrelen van de satan’.

Mirakelspelen:
Mirakelspel Theater met vaak zang dat verhalen verteld waarin het goede altijd overwint. Deze twee spelen werden wel goedgekeurd door de kerk en zelfs gesponsord door podiums op te bouwen.
Passiespel In dit soort theaterspel stat het lijden van Jezus centraal. Soms was er wel een cast van 100 mensen en duurt het dagenlang.

Wagenspelen:

Wagenspelen Een variant op mirakel- en passiespelen. De wagen trok langs het publiek en liet steeds verschillende scènes zien, zonder samenhang.
De wagens werden gemaakt door de gilden en dat was te zien aan het thema.

Kloosters in de stad:

Franciscus Hij stierf in 1226. Zijn levensverhaal is niet helemaal meer duidelijk.
Zijn ouders waren rijk maar hij gaf al het geld op om een sober leven te leiden en Gods woord te prediken. Hij spreekt in makkelijke taal waardoor de gemiddelde persoon het snapte en kreeg daardoor veel navolgelingen.

Christus als voorbeeld:

Fransiscus Hij nam Christus als voorbeeld. Zijn werkterrein was de straat. Hij sprak niet in het Latijn maar in de taal van het volk. Hij zingt vooral over de schoonheid van Gods schepping. Christus wordt vermenselijkt.
Hij begint met het bouwen van de eerste kerststallen. Franciscus volgt Christus in zijn lijden. Hij vast veel en vaak. Hij eet echter 1 broodje per dag omdat hij niet heiliger wil lijken als Christus.


Eerste universiteiten:

Bedelorden Zij leven van de giften van de burgerij, in ruil daarvoor houden de monniken zich bezig met bijvoorbeeld onderwijs.
Vanuit deze nieuwe kloosterorden, ontstaan de eerste universiteiten. Zij concentreerden zich op de beschrijving en verklaring van de schepping als een volmaakt, kloppend systeem. Ook met het interpreteren van de Bijbel houden ze zich bezig.
Thomas van Aquino Verbindt de opvattingen van de Kerk met de opvattingen van Aristoteles.
Al het materiële is God. Bestudering van de materiële wereld leidt naar kennis en bewijs van God.

Giotto:

Giotto Schilder die het leven van de heilige Franciscus heeft geschilderd. Giotto maakte meerdere fresco’s over Franciscus.
Fresco’s De frescotechniek bestaat uit schilderen op een vochtig medium, zoals nog nat pleisterwerk. Vaak zijn deze fresco’s op een plafond geschilderd.
Lijnperspectief De Lijnperspectief is een methode om de diepte zoals die wordt gezien in werkelijkheid weer te geven op het platte vlak.

Piazzo del Campo:

Dit plein ligt in Siena. Het leidt naar het stadshuis, inplaats van de kerk.
Palazzo Pubblico: De plek waar het stadsbestuur zetelde en waar het Piazzo del Campo op uitkijkt.
In Siena waren de 9 heren het stadsbestuur. Zij werden De Nove genoemd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.