Beeldende begrippen

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 501 woorden
  • 3 februari 2002
  • 377 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 377 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Licht
Natuurlijk licht: licht via de zon
Indirekt licht: licht dat via spiegeling invalt
Tegenlicht: als je tegen het licht inkijkt
Meelicht: licht wat van achteren komt.
Zijlicht: licht van opzij
Plastisch volume: licht dat binnen in een voorwerp valt
Silhouet: door fel tegenlicht verdwijnt plasticiteit, alleen nog schaduwbeeld met duidelijke contour te zien.


Kleur
Primaire kleuren: geel, rood en blauw.
Secundaire kleuren: groen, oranje en paars.

Tertiare kleuren: bruin, donkergroen, grijs, chocoladebruin, mengsel van de 3 primaire kleuren.
Materiaalkleur: ieder materiaal heeft zijn eigen kleur, kenmerk waardoor het materiaal zich van elkaar onderscheidt.
Kleurfamilie: de verschillende soorten tinten van een bepaalde kleur, zoals rood.
Complementaire kleuren: de kleurencirkel, (tegenstellingen versterken ze elkaars werking)
Licht donker contrast: het gaat om het contrast in helderheid, ze steken elkaar af.
Koud warm contrast: koude warme kleuren zijn persoonlijk.
Monochroom: gebruik van 1 kleur, in plaats van allerlei verschillende kleuren.

Ruimte
Driedimensionaal: ruimtelijk
Tweedimensionaal: vlak
Ruimtelijk:alles wat echt ruimte inneemt
Beeldvlak: is de vlakke ruimte binnen een schilderij
Plasticiteit: is een vorm van ruimtelijkheid die vooral van belang is bij een realistische weergave.
Volume:

Verkleining:
Afsnijding: word het gedeelte v/d voorstelling afgesneden dat buiten het kader v/h beeldvlak valt.
Overlapping: de dingen overlappen elkaar, daardoor zie je sommige dingen van een voorwerp niet.
Stapeling:word diepte gesuggereerd door delen v/d voorstelling die verder weg liggen in lagen boven elkaar af te beelden.
Repoussoir: toeschouwer word bij de voorstelling betrokken.
Lijnperspectief met 2 verdwijnpunten:
Atmosferisch perspectief:kunstenaar probeert met kleuren grote diepte op te roepen
Kleurperspectief: vervaging van kleurdingen naar voren laten komen.
Licht/ schaduwwerking waardoor plasticiteit ontstaat: plasticiteit in voorstelling word vergroot.
Vogelvluchtperspectief: horizon extreem hoog, waarneming word gedaan vanuit standpunt van een vogel.
Kikvorsperspectief: horizon extreem laag, waarneming word gedaan vanuit standpunt van een kikker.

Vorm
Enkelvoudig/ samengesteld: samengestelde vorm is opgebouwd uit verschillende delen, die verschillende onderdelen van een samengestelde vorm is een enkelvoudige vorm.
Stereometrisch/ organisch: stereometrisch= ruimtelijke geometrische vormen, organisch= geconstrueerd.
Geometrisch/ organisch: geometrische figuren kunnen makkelijk met lineaal worden getekend, zoals vierkantjes, rechthoeken, organische vormen zijn afgeleid van plantaardige, dierlijke of menselijke vormen.
Open/ gesloten: bij gesloten vorm is van de binnenzijde niets te zien, bij open vorm is binnenruimte wel te zien.
Hoekig/ rond:
Positief/ negatief: positieve vorm is de eigenlijke vorm die ontstaan is bij het vormgeven, de omsluitende vorm is de negatieve vorm.
Vorm/ restvorm: restvorm is de negatieve vorm die de eigenlijke vorm omsluit, vorm kan omschreven worden als men let op structuur en contour.
Lineair/ vlak: vlakke afbeeldingen zijn 2dimensionaal en hebben 2 dimensies, lineaire vormgeving kan zowel vlak als ruimtelijk zijn, meestal opgebouwd uit lijnachtige structuren.
Statisch/ dynamisch: dynamisch is beweeglijk en statisch is rust en stabiel.
Symmetrisch/ asymmetrisch: bij symmetrische compositie zijn elementen spiegelbeeldig op beeldvlak geordend, asymmetrisch zijn elementen niet spiegelbeeldig geordend.
Massief: massieve vorm is binnenin helemaal gevuld en is daarom zo zwaar.
Stroomlijn: bedoeld om luchtweerstand bij voertuigen te verminderen, glad en vl;oeiend van vorm.
Aerodynamisch:
Stilering: gestileerde vormen ontstaan door vereenvoudiging.

Claire obscur: harde tegenstelling licht/ donker.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

goed samengesteld

11 jaar geleden

J.

J.

goed zo, ga zo door! enkel wordt ik platgegooid met reclame. dat is irritant

10 jaar geleden