ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Samenvatting H10

10.2
Diffusie: Moleculen in een gas of vloeistof bewegen zich. Ze botsen tegen elkaar en verspreiden zich van een hoge concentratie naar een lagere concentratie. Steeds wanneer 2 stoffen met elkaar in contact komen, treed door diffusie mening op. Het vindt plaats in de lucht(in gassen en vloeistoffen) en in vloeistoffen gaat het langzamer.
Voor transport in vloeistoffen over grote afstanden is diffusie niet bruikbaar, maar bij het transport binnen en tussen cellen is het wel van belang.
De snelheid van diffusie is te beïnvloeden door:
- aard van de stof - Temperatuur
- Grootte van oppervlak - Medium
- Concentratieverschil - Afstand
10.3
Niet alle stoffen kunnen ongehinderd de cel in of uit diffunderen. Het celmembraan is voor veel stoffen ondoorlaatbaar. Voordelen: bescherming tegen ongewenste stoffen, en stoffen die door diffusie gemaakt zijn niet meteen kunnen verdwijnen. Alleen water en een aantal gassen kunnen het celmembraan door diffusie passeren.
Diffusie kost geen energie, passief transport. Actief transport kost wel energie, dat gaat d.m.v. pompen(speciale eiwitten in celmembraan). Het celmembraan is selectief permeabel.(glucose en zouten worden door actief transport opgenomen.
10.4
Bij veel organismen is nog een transportwijze nodig, stroming. Daar is drukverschil voor nodig, dat ontstaat door osmose. Cellen kunnen alleen water opnemen als de concentratie watermoleculen in de cel lager is. Stoffen die niet oplossen kunnen geen osmose veroorzaken! Zuiver water heeft de laagste osmotische waarde.
Osmose treed dus op wanneer twee oplossingen van verschillende osmotische waarden gescheiden worden door een selectief permeabel membraan.
10.5
Dierlijke cel: Is buiten de osmotische waarde lager, stoomt er water de cel in, cel wordt groter. Is buiten de o.w. hoger, stroomt water de cel uit totdat de o.w. gelijk is aan elkaar, cel wordt kleiner.
Plantencel heeft om het celmembraan een celwand die weinig rekbaar is.
Het verlagen van de o.w. stroomt water de cel in, er ontstaat druk tegen de celwand. Hij rekt iets mee, maar wanneer de o.w veel hoger word oefent de celwand een tegendruk uit. Dat de waterstroom naar binnen beperkt.
Turgor= de druk die door de cel op de celwand word uitgeoefend en geeft stevigheid. Als de o.w. buiten de cel hoger is stroomt water de cel uit totdat de o.w. gelijk zijn, cytoplasma en vacuoles worden kleiner terwijl de celwand gelijk blijft.
Plasmolyse = cytoplasma komt los van de celwand, wanneer hij geheel los is gaat de cel dood.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.