thema 4, waarneming en regeling

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 926 woorden
  • 6 april 2016
  • 32 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 32 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

1 reageren op je omgeving



Zintuig : een orgaan dat reageert op een prikkel




  • Prikkel : invloed uit je omgeving, milieu



Voorbeelden van prikkels : licht, geluid, geur, aanraking





Als de zintuigencellen prikkels ontvangen ontstaat er in de zintuigcellen een impuls




  • Impuls zijn elektrische signalen die door zenuwen naar de hersenen gaan.



De hersenen verwerken de impuls





Er zijn acht zintuigen..






















































ligging



prikkel



Gezichtszintuig



ogen



licht



Gehoorzintuig



oren



geluid



Reukzintuig



neus



geur



Smaakzintuig



tong



smaak



Warmtezintuig



Huid



warmte



Koudezintuig



huid



koude



Drukzintuig



huid



druk



Tastzintuig



huid



Lichte aanraking






2 De huid



Er zijn drie lagen in de huid




  • Opperhuid

  • Lederhuid

  • Onderhuids bindweefsel



Opperhuid : Heeft een hoornlaag en een kiemlaag.




  • Hoornlaag :  ( dode celresten ) Beschermd tegen beschadiging, uitdroging en ziekteverwekkers

  • Kiemlaag: Vult de hoornlaag aan met cellen.

  • Eelt : erg dikke hoornlaag

  • Haar en haarzakje : talg  Houd de hoornlaag soepel en de haren.



Lederhuid :  De zintuigen, Zenuwen, pijnpunten, haarspiertjes, bloedvaten en zweetklieren.




  • pijnpunten neemt pijnwaar, liggen overal in je huid

  • zweetklieren produceren zweet, door verdamping koelt het lichaam af.



Onderhuidse bindweefsel



Hierin ligt ver opgeslagen, het vet dient als reservevoedsel en isoleert.



3 De neus



De neusholte is bekleed met neusslijm vlies. In het bovenste deel van het neusslijmvlies liggen de zintuigcellen met de reuk haren. Deze zintuigcellen worden geprikkeld wanneer er een geur voorbij komt. In de zintuigcellen ontstaat een impuls en word vervoerd via de zenuw naar de hersenen.



De tong



|In de zijkanten van de groefjes in de tong liggen smaakknopjes.



-In de smaakknopjes liggen zintuigcellen



- Er zijn aparte knopjes voor de smaken: zoet, zuur,zout en bitter.



- Het proeven van smaken komt ook door de geur van het reuk zintuig.



4 de oren



Delen van je oor




  • oorschelp : Vangt geluiden/trillingen op

  • gehoorgang : Geleidt geluiden naar het trommelvlies.

  • oorsmeerkliertjes : produceren oorsmeer, het oorsmeer houd het trommelvlies soepel

  • Trommelvlies : wordt door geluiden aan het trillen gebracht

  • Trommelholte : Holte achter het trommelvlies, gevuld met lucht.

  • Gehoorbeentjes, liggen in de trommelholte. Geven trillingen van het trommelvlies door aan het slakkenhuis.

  • Slakkenhuis : bevat een vloeistof en zintuigcellen. Ze zintuigcellen worden geprikkeld door trillingen, dan ontstaat er een impuls.

  • Gehoorzenuw : geleid de impuls naar de hersenen.

  • Buis van Eustachius: Verbind de trommelholte met de keelholte, bij slikken gaat de buis open, hierdoor wordt de luchtdruk aan allebei de kanten gelijk.



5 de ogen



Wat je kan zien bij het oog :




  • Wenkbrauwen : zorgen er voor dat zweet de ogen niet kan in lopen.

  • Wimpers : beschermen de ogen tegen tegen vuil en te fel licht.

  • Traanklieren : produceren traanvocht, traanvocht beschermt het oog tegen uitdroging en spoelt prikkenende stoffen weg.

  • Oogleden : verspreid het traanvocht over het oog, en houd vliegjes ec tegen.

  • Traanbuizen : Bij overtollig traanvocht wordt het door de buizen naar de neusholte gebracht.



Delen in het oog




  • Oogspieren: Draaien het oog naar de gewenste richting.

  • Hard oogvlies (wit): Stevig, beschermt het binnenste van het oog.

  • Hoornvlies (doorzichtig ) : de voortzetting van het harde oogvlies.

  • Vaatvlies : Bevat veel bloedvaten, zorgt voor de voeding van het oog.

  • Iris/regenboogvlies : de voorzetting van het vaatvlies aan de voorkant.

  • Pupil : opening iris

  • Lens : achter de iris en pupil, lens zorgt er voor dat je scherp kunt zien.

  • Netvlies: bevat de zintuigcellen. Daar ontstaat de impuls

  • Gele vlek : met de zintuigcellen in de gele vlek kun je het beste zien.

  • Oogzenuw : leidt de impuls naar de hersenen.

  • Blinde vlek is plaat waar het netvlies de oogzenuw verlaat.

  • Glasachtig lichaam: houd het netvlies op de plaats.



Pupilreflex



De functie is dat het regelt de hoeveelheid licht in het netvlies.



De iris bevat kring en straalsgewijs spieren.



6 Alcohol



Alcohol op kort termijn




  • Je komt los, minder verlegen

  • Aangeschoten, zelfvertrouwen, je reactievermogen neemt af.

  • Dronken, je ziet slecht, je kunt je bewegingen niet beheersen. later kan je je weinig herinneren.

  •  Bewusteloos, als je snel veel alcohol drinkt.

  • Kater, je hebt erge dorst en hoofdpijn, je kan gaan overgeven.



Gevolgen alcohol op langer termijn




  • Je moet meer alcohol drinker voor het zelfde effect.

  • Geestelijk afhankelijk ,heb je alcohol nodig om je lekker te voelen.

  • Lichamelijk afhankelijk , als je niets neem krijg je iontwnnings verschijnselen.

  • De lever, hersenen, maag en hart raken beschadigd.

  • Geheugen kan verdwijnen



7 hormonenstelsel



Het hormoonstelsel bestaat uit hormoonklieren die hormonen produceren.




  • Veel hormoonklieren hebben geen afvoerbuis, die hormonen worden afgeven aan het bloed.

  • Hormonen regelen de werking van weefsel en organen die er gevoelig op zijn.

  • Hormonen zijn o.a. van invloed op de stofwisseling, voortplanting, groei en ontwikkeling.



Ligging van de belangrijkste hormoonklieren




  • Hypofyse : onder tegen de hersenen, in het midden van de hersenen.

  • Schildklier: in de hals, Voor het strottenhoofd.

  • Eilandjes van Langerhans : in de alvleesklier

  • Bijnieren : als kapjes op de nieren.

  • Eierstokken : in de buikholte

  • Teelballen : in de balzak



De eilandjes van Langerhans produceren insuline en glucagon.




  • Insuline en glucagon regelen het glucosehalte van het bloed. Het glucosehalte wordt min of meer gelijk gehouden.

  • Bij een te hoog glucosehalte komt er meer insuline dan daalt het glucosehalte

  • Bij te weinig komt er meer glucagon.

  • Suikerziekte is er te wienig insuline en is het bloed in de glucosehalte te hoog. er wordt dan glucose uitgesneden met urine.



Het zenuwstelsel



Bouw van de zenuwcel




  • Cellichaam met celkern

  • Uitlopers die de impuls naar het cellichaam toe geleiden.

  • Uitlopers die de impuls van het cellichaam ag geleiden.



Zenuw een bundel uitlopers van zenuwcellen, omgeven door een stevige-beschermende laag




  • Elke uitloper is omgeven door een isolerende laag.



Zenuw verbinden alle delen van het lichaam met het centrale zenuwstelsel.




  • Delen van het hoofd en hals zijn via zenuwen met de hersenen verbonden.

  • Delen van de romp en ledenmaten zijn via zenuwen met ruggenmerg verbonden. 




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.