Regeling basisstof 1t/m8

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vmbo | 1152 woorden
  • 28 augustus 2006
  • 82 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 82 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel en uit zenuwen. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg. De zenuwen verbinden het centrale zenuwstelsel met alle delen van het lichaam.
Lichtstralen en geuren zijn een voorbeeld van prikkels. Een prikkel is een invloed uit het milieu op een organisme. Onder invloed van prikkels ontstaan in zintuigen, impulsen. Impulsen zijn een soort elektrische signalen die door de zenuwen kunnen worden voort geleid. Je hersenen verwerken de impulsen en reageren door het afgeven van andere impulsen. Die impulsen worden via zenuwen naar je spieren gebracht.
Het zenuwstelsel verwerkt impulsen afkomstig van zintuigen. Ook regelt het zenuwstelsel de werking van de spieren en klieren.

Het zenuwstelsel bestaat uit zenuwcellen. Elke zenuwcel is opgebouwd uit een cellichaam en uitlopers. In het cellichaam bevind zich de celkern. Alle cellichamen liggen vlak bij het centrale zenuwstelsel.
Je hebt gevoelszenuwcellen, bewegingscellen en schakelcellen. Gevoelszenuwcellen geleiden impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel toe. De cellichamen van de gevoelszenuwcellen liggen vlak bij het centrale zenuwstelsel. Een gevoelszenuwcel heeft één lange uitloper, die impulsen naar het cellichaam toe geleidt. Soms wel een meter lang.
Bewegingszenuwcellen geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren. De cellichamen van bewegingszenuwcellen liggen in het centrale zenuwstelsel. Een bewegingszenuwcel heeft één lange uitloper die impulsen van het cellichaam af geleidt.
Schakelcellen geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel. Ze verbinden de uitlopers van de gevoelszenuwcellen met de uitlopers van de bewegingszenuwcellen. Schakelcellen liggen in hun geheel in het centrale zenuwstelsel, dus in de grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg. Schakelcellen zijn onderling verbonden door middel van uitlopers.
Via duizenden uitlopers worden tegelijk impulsen voort geleid. De uitlopers liggen bij elkaar in een zenuw. Elke uitloper in een zenuw is omgeven door een dun laagje, dat isoleert de uitlopers van elkaar. het een zenuw heen ligt bindweefsel, dat is een stevige laag die zorgt voor bescherming. Bewegingszenuw bevat alleen uitlopers van bewegingszenuwcellen. Een gevoelszenuw bevat alleen uitlopers van gevoelszenuwcellen. Een gemengde zenuw bevat zowel uitlopers van gevoelszenuwcellen als van bewegingszenuwcellen.
Het ruggenmerg ligt beschermd in het wervelkanaal in de wervels. Het ruggenmerg begint bij de hersenstam en eindigt bij de lendenwervels, onder aan de rug. Tussen twee wervels komen steeds aan iedere kant een zenuw uit het ruggenmerg, de ruggenmergszenuwen. In het merg ligt de grijze stof, hierin liggen de cellichamen van schakelcellen en bewegingszenuwcellen. In de schors ligt het witte stof, hier liggen veel uitlopers van de schakelcellen. Die geleiden impulsen van en naar de hersenen. De witte kleur wordt veroorzaakt door de isolerende laagjes om de uitlopers.

Ruggenmergzenuwen zijn gemengde zenuwen. Elke ruggenmergszenuw verbindt een bepaald gedeelte van de romp met het ruggenmerg. Zenuwknopen zijn verdikkingen in de zenuwen. Daar liggen de cellichamen van de gevoelszenuwcellen. De cellichamen van de gevoelszenuwcellen zijn door uitlopers verbonden met schakelcellen in de grijze stof. De cellichamen van de schakelcellen liggen aan de rugzijde en in het midden van de grijze stof. De schakelcellen zijn verbonden door uitlopers met bewegingszenuwcellen. Andere uitlopers van de schakelcellen lopen door de witte stof naar de hersenen. De cellichamen van de bewegingszenuwcellen liggen aan de buikzijde in de grijze stof. Uitlopers van bewegingszenuwcellen verlaten het ruggenmerg aan de buikzijde in bewegingszenuwen, die komen uit in de ruggenmergszenuwen.
De hersenen bestaan uit de hersenstam, de grote hersenen en de kleine hersenen. De hersenstam ligt in het verlengde van het ruggenmerg. De hersenstam geleidt impulsen van het ruggenmerg naar de grote en kleine hersenen. Delen van het hoofd en de hals zijn door middel van hersenzenuwen verbonden met de hersenstam. De hersenstam geleidt impulsen van weefsel en organen van het hoofd en de hals naar de grote en kleine hersenen.
De grote en kleine hersenen bestaan beiden uit twee helften. In de schors van de grote en kleine hersenen ligt de grijze stof. Hierin liggen de cellichamen van de schakelcellen van de hersenen. In het merg ligt het witte stof. Hierin liggen de uitlopers van de schakelcellen.
In de grote hersenen komen veel impulsen aan, afkomstig van zintuigen. Pas als deze impulsen in de grote hersenen zijn verwerkt wordt je pas bewust van een prikkel. De plaats waar de impulsen in de grote hersenen aankomen en worden verwerkt bepaald de aard van de waarneming die je doet. Hersencentra bestaat uit de cellichamen van de schakelcellen die in groepen bij elkaar in de grote hersenen liggen. Voor elk lichaamsdeel is er een hersenhelft, gevoelscentrum en bewegingscentrum.
De gevoelscentra liggen bij elkaar in de hersenschors achter de centrale groeve. De gevoelscentra voor gezicht, reuk en gehoor,liggen apart in de hersenschors. In de gevoelscentra worden impulsen verwerkt. Door het verwerken van inkomende impulsen in het gevoelscentra vindt bewuste gewaarwording van prikkels plaats.
De bewegingscentra liggen bij elkaar in de hersenschors voor de centrale groeve. De bewegingscentra voor schrijven en spreken liggen apart in de hersenschors. In de bewegingscentra kunnen impulsen ontstaan. Die impulsen kunnen via de hersenstam, het ruggenmerg en bewegingszenuwcellen naar spieren worden geleid. Bewuste beweging is dus de veroorzaking van beweging die je bewust maakt door impulsen. De kleine hersenen zorgen ervoor dat alle kleine bewegingen op elkaar worden afgestemd. De kleine hersenen zorgen voor coördinatie van alle bewegingen, en je evenwicht handhaven.
Morfine zorgt ervoor dat in de hersenen geen pijngewaarwording plaatsvindt. Door alcohol, hoor, zie en beweeg je niet meer goed. Je reactiesnelheid neemt af.
Een reflex is een vaste, snelle, onbewuste reactie op een bepaalde prikkel. Zoals terugtrekreflex, ooglidreflex en pupilreflex.
Schakelcellen geleiden impulsen naar de grote hersenen. De snelheid van reflexen is nodig om het lichaam te beschermen.
Reflexboog is de afstand die ene impuls aflegt bij een reflex. Reflexbogen van het hoofd en de half via de hersenstam en de reflexbogen van de romp en de ledenmaten via het ruggenmerg. Het hormoonstelsel bestaat uit een aantal hormoonklieren. Een klier bestaat uit een aantal cellen die bepaalde stoffen produceren.bij klieren worden de producten afgevoerd via afvoerbuizen. Hormoonklieren hebben geen afvoerbuizen. Ze geven de hormonen af aan het bloed, dat door de hormoonklier stroomt. Zoals de hypofyse, schildklier, de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier, de bijnieren, de eierstokken en de teelballen.
De hypofyse ligt tussen de beiden hersenhelften in. Hij regelt de groei van het skelet. Als hij te veel van dit groeihormoon produceert ontstaan reuzengroei, als hij te weinig produceert dan ontstaan dwerggroei. En hij regelt ook nog de werking van de andere hormoonklieren.
De schildklier ligt in de hals , tegen de luchtpijp aan. Hij produceert het schildklierhormoon dat de stofwisseling en de groei ontwikkeld. Schildklierhormoon stimuleert de verbranding in cellen. Iemand met teveel schildklierhormoon vermagert en wordt rusteloos. Iemand met teveel schildklier hormoon heeft het snel koud en wordt snel moe.
Struma is een te lage schildklierhormoon produceren.
De eilandjes van Langerhans zijn groepjes cellen die tussen de cellen van de alvleesklier liggen. De alvleesklier is een verteringsklier. Langerhans regelt het glucosegehalte va het bloed en produceert insuline en glucagon.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.