Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 1331 woorden
  • 10 juni 2002
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 12 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Hoofdstuk 5
Een eicel wordt bevrucht in de eileider waarna innesteling in de baarmoeder plaatsvindt. Het hormoon progesteron heeft voor een goede doorbloeding en slijmafgifte gezorgd.

De placenta is een verbindingsschijf tussen moeder en vrucht en fungeetrt onder meer voor de aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof en de afvoer van afvalstoffen en koolstofdioxide. De placenta is ook de immunologische barrière tussen moeder en kind. Het bloed van de moeder mag niet in aanraking komen met dat van de baby, omdat er een reactie kan komen waardoor het bloed van de baby kan samenklonteren.

Functies van de placenta
- Ademhalingsorgaan

- Voedingsorgaan
- Verdedigingsorgaan
- Regulerend orgaan
- Endocrien orgaan (afschieding)
- Uitscheidingsorgaan

De vruchtvliezen garanderen een constant inwendig milieu voor de vrucht. Er is bescherming tegen mogelijke infecties.
Alles wordt via de navelstreng aan- en afgevoerd. De navelstreng bevat drie bloedvaten: twee slagaders en één ader. Slagaders gaan van de vrucht naar de placenta en de ader gaat van de placenta naar de vrucht.

De bevalling bestaat uit drie fases:
- ontsluiting
- uitdrijving

- nageboorte

Fases in de ontwikkeling en de groei van een kind
- Twee maanden: Het bewegingsrepetoire veranderd
- Eerste levensjaar: lengte neemt met de helft toe. Het gewicht verdrievoudigd zelfs.
- Peutertijd: het kind maakt enorme ontwikkelingen door. Bewegingen worden vloeiender en soepeler en ook gaan ze steeds duidelijker spreken.
- Kleutertijd: in deze fase vindt een verfijning van de moteriek plaats.
- Schoolgaand kind: In deze fase voltrekken zich zeer duidelijke veranderingen aan het lichaam. Een goed voorbeeld hiervaan zijn de veranderingen in de puberteit.

Er bestaan verschillende vormen van intelligentie die allen meetbaar zijn:
- theoretisch
- praktisch
- concreet
- sociaal
- creatief

Lichamelijk treden er in de puberteit allerlei veranderingen op. Jongens krijgen de baard in de keel en op het gezicht. Dit treedt meestal op tussen de 12 en 17 jaar. Meisjes krijgen in de puberteit rondere lichammsvormen en de eerste menstruatie vindt plaats. Dit vind meestal plaats tussen de 10 en 16 jaar.

Om informatie te verkrijgen over de gezondheidstoestand van de vrucht wordt er gebruik gemaakt van verschillende vormen van prenatale diagnostiek. Hierbij kun je denken aan een echoscopie.

De mogelijkheden in de gezondheidszorg roepen de vraag op in hoeverre de kosten zich verhuden tot de kwaliteit van het leven. het gaat allemaal steeds duurder worden en kan zo ook de kwaliteit van het leven in gevaar brengen.

Hoofdstuk 6
De primaire geslachtskenmerken zijn al bij de geboorte aanwezig. dat is niet zo bij de secundaire geslachtkenmerken, want die moeten zich nog ontwikkelen.
Secundaire geslachtkenmerken ontwikkelen zich onder invloed van de geslachtshormonen: progesteron, oestrogeen en testosteron.

Primaire geslachtskenmerken:
- Man: penis, balzak, testikels, enz.
- Vrouw: vagina, baarmoeder, eierstokken, enz.

Secundaire geslachtkenmerken:
- Man: baardgroei, baard in de keel, lichaamsbeharing (borsthar), schaamhaar, enz.
- Vrouw: borsten, bredere heupen, meer vetafzetting, schaamhaar, enz.

De eierstokken bij de vrouw dienen voor de ontwikkeling en afgifte van eicellen. Zij produceren ook oestrogeen en progesteron. Voor de ovulatie maken ze oestrogenen aan. Daana maakt het "gele lichaam" (overblijfsel van het blaasje van de eicel) progesteron aan.
De eicel die vrijkomt uit de eierstok wordt opgevangen door de eitrechter en naar de eileider gevoert.
In de baarmoeder kan de vrucht zich ontwikkelen. Het is bekleed met het baarmoederslijmvlies. Dit vlies veranderd gedurende de mestruatiecyclus.
De vagina is onder meer een voortplantingsorgaan en ook een geboortekanaal. Het staat in open verbinding met de buitenkant van het ichaam. Bij seksuele opwinding wordt slijm afgegeven. Aan de buitenkant zitten de schaamlippen (zowel grote als kleine) en ook de clitoris is daar gelegen. De vagina wordt gedeeltelijk afgeloten door het maagdenvlies. Dit wordt opgerekt als je het voor het eerst doet en dat kan een beetje bloed met zich meebrengen. Het vlies kan ook anders breken. Maar heeft helemaal niets te maken met je maagdelijkheid.
De eierstokken produceren oestrogeen en progesteron. oestrogeen zorgt voor de ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies. Samen met progesteron zorgt het voor de doorbloeding, maar ook zorgt het voor de ontwikkeling van de secundaire geslachtsorganen.

De urinebuis loopt door het onderste zwellichaam van de penis. De penis bevat in het totaal drie zwellichamen. de eikel is gevoelig voor seksuele prikkeling. Aan de basis van de eikel zijn kleine spriertjes gelegen die de eikel vettig houden door afgifte van een bepaalde stof: smegma.
In de teelballen worden de zaadcellen en het testosteron geproduceerd.
in de bijballen worden de zaadcellen voorlopig opgeslagen. De bijballen zijn een gekronkelde buis die ongeveer 5 meter lang is. De zaadleider ontspringt ook vanuit de bijballen.
De zaadleider loopt dwars door de prostaat. de prostaat produceert prostaatvocht en de zaakblaasjes zaadvocht. Dit wordt vermengt met het sperma.
Onder invloed van testosteron wordt onder meer de seksuele rijping in de puberteit op gang gezet. De zaadcelproductie wordt aangevoerd door het hormoon FSH. de aanmaak van testosteron wordt aangevoerd door het hormoon LH.

Tijdens de menstruatie wordt het baarmoeder slijmvlies afgestoten en via de vagina naar buiten afgevoerd.
Als de menstruatie weer is afgelopen, breekt een herstelperiode van 14 dagen aan. Dan bouwt het slijmvlies zich weer op en wordt voorzien van bloedvaten voor een eventuele vrucht. Dit is de zogenaamde secretiefase. Als er geen innesteling plaatsvindt wordt het slijmvlies weer afgebroken en begint de cyclus weer van voor af aan.
Menstruatie- en ovulatiecyclus zijn op elkaar afgestemd met behulp van de hormonen.
de kans op zwangerschap is het groots bij geslachtsgemeenschap vlak voor of vlak na de ovulatie.

Diverse factoren heben invloed op de vruchtbaarheid van de mens, zoals milieu - invloeden en gedrag spelen een belangrijke rol. Zo kan anorexia bijvoorbeeld zorgen voor het uitblijven van de menstruatie. Dat betekend dus onvruchtbaarheid. Na mate iemand ouder wordt, verkleint de kans op vruchtbaarheid, omdat men anders gaat leven.

In geval van ongewenste onvruchtbaarheid staan er diverse techtnieken ter beschikking, zoals IVF. het sperma kan ook kunstmatig bij de Vrouw worden ingebracht (kunstmatige inseminatie: KI)
De vorm van bevruchting buiten de vagina, in een glazen bakje, heet IVF.

Anticonceptiemiddelen worden toegepast om het krijgen van kinderen te voorkomen of tegen te gaan. het condoom gaat ook tevens de overdracht van geslachtziektes tegen.

- De pil: het is iets wat inwerkt op het hormonaalstelsel. Hij is zeer betrouwbaar.
- Het spiraaltje: houdertje met ringetjes van koper of een geheel spiraaltje. Deze wordt ingebracht door de dokter en beinvloed het baarmoeder slijmvlies. Hierdoor is de innesteling van het eitje onmogelijk.
- Het pessarium: het "vrouwencondoom. helaas is het niet echt betrouwbaar vanwege de kans op verschuiving en ook geslachtsziektes kunnen iet voorkomen worden.
- Het condoom: het mannencondoom. Er komt geen sperma in de vagina terecht (als de condoom normaal wordt gebruikt). Ook beschermd het tegen de geslachtziektes. De betrouwbaarheid van het condoom is zeer hoog (nogmaals: bij normaal gebruik)
- Het steriliseren: de afvoerkanalen van de geslachtcellen worden medisch onderbroken. Meestal wordt er een knoop gelegt in de leidingen.

Geslachtziektjes worden meestal door seksueel contact over gedragen. Behandeling door een arts is meestal noodzakelijk.

De geslachtsziektes die wij kennen
- Clamydia: bacterie - infectie met pijn in de onderbuik. Er is ook een afscheiding te zien.
- Gonnoroe: geel groen afscheiding vanuit de urinebuis. Het is een bacteriele afscheiding.
- Herpes genitalis: eb virusinfectie die blijvend is. Er ontstaan blaasjes en rode vlekken
- Hepatitus B: virusinfectie. Een ontsteking van de lever.
- Trichoniasis: ontsteking in de penis / de vagina met een branderig en geirriteerd gevoel.
- Syfilis: bacteriele geslachtsziekte die zweervormig is. Het verspreid zich door heel het lichaam heen.
- Schaamluis: jeuk in het schaamhaar, je kunt het zelf verhelpen. Je hoeft niet perse naar de dokter. Het is iets ongevaarlijks.
- Scabies: jeuk door parasieten. Dit is ook over het hele lichaam terug te vinden.
- Genitale wratten: wraaten op geslachtorganen of rond de anus. Behandeling is noodzakelijk vanwege de verhoogde kans op baarmoederhalskanker.

Vermoedelijk spelen zowel erfelijke als omgevingsfactoren een rol bij de ontwikkeling van iemands seksuele geaardheid.
- Hetroseksueel: van het andere geslacht houdend.
- Homoseksueel: van het zelfde geslacht houden
- Bi seksueel: van beide houdend.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.