Doe mee met Markteffect's studiekeuze-onderzoek
Maakt niet uit of je je studie al gekozen hebt. Win één van de 200 (!) cadeaubonnen van €25

Meedoen

Hoofdstuk 1 + 2

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 590 woorden
  • 2 maart 2016
  • 3 keer beoordeeld
Cijfer 4.9
3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie

Hoofdstuk 1

Voedingsmiddelen en voedingsstoffen

Alle producten die je eet of drinkt noemen we voedingsmiddelen

Al deze voedingsmiddelen bevatten allerlei voedingsstoffen.

Voedingstoffen zijn de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen.

Voedingsvezel is een verzamelnaam voor alle onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel.  Bouwstoffen zijn nodig voor de groei en ontwikkeling van je lichaam en voor herstel bij verwondingen en beschadigingen. Met behulp van deze stoffen kan je lichaam nieuwe cellen en weefsel aanmaken.

Brandstoffen leveren engergie.

Reservestoffen zijn niet direct nodig als bouwstoffen of brandstoffen. Ze worden opgeslagen in bepaalde delen van je lichaam.

6 groepen voedingstoffen:

  1. Eiwitten – bij de vorming van clytoplasma worden veel eiwitten gebruikt. Eiwitten die niet als bouwstoffen worden gebruikt worden als brandstoffen gebruikt . Ze dienen niet als reservestoffen.
  2. Koolhydraten – (Glucose, suikers, zetmeel en gylogeen) Ze dienen voora als brandstoffen maar kunnen ook dienen als bouwstoffen of reservestoffen.
  3. Vetten – dienen vooral als brandstoffen maar kunnen ook dienen als bouwstoffen of reserverstoffen. Als je meer vet binnenkrijgt dan je nodig hebt wordt het als reservestof opgeslagen.  Je krijgt dan een dikke onderhuidse vetlaag
  4. Water  - alle organismen bestaan voor een groot deel uit water. Je lichaam bestaat voor ongeveer 60% uit water.  Dit is dan ook belangrijke bouwstof voor je lichaam.
  5. Mineralen (zouten)  - je hebt allerlei mineralen als bouwstoffen nodig.  Voor de opbouw van bv botten heb je kalk nodig. Mineralen kunnen ook dienen als beschermende stoffen.
  6. Viteminen – dienen als bouwstoffen of beschermende stoffen. Als je te weinig hiervan binnenkrijgt wordt jeziek. Al je een te grote hoeveelheid binnenkrijgt kun je ook ziek worden .

Al deze groepen heb je nodig om gezond te blijven.

We noemen mineralen en vitaminen darom ook wel beschermende stoffen.

Je moet de functies van voedingsstoffen en voedingsvezels in voedingsmiddelen kunnen noemen.

Voedingsmiddelen -  alle producten die je eet of drinkt
- plantaardige voedingsmiddelen: wortels, stengels, bladeren, vruchten en zaden van bepaalde planten.

  • Dierlijke voedingsmiddelen: delen van dieren (vlees en vis)  of producten van dieren  (eieren en zuivelproducten bv melk, boter, kaas en yoghurt.)

Voedingsstoffen – de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen:

  • Bouwstoffen: worden gebruikt bij de vorming van cellen en weefsels. (Vooral bij groei ontwikkeling en herstel van het lichaam)
  • Brandstoffen: leveren energie voor beweging, voor het op peil houden van de lichaamstemperatuur en voor groei, ontwikkeling en herstel.
  • Reservestoffen: worden opgeslagen in bepaalde delen van het lichaam.
  • Beschermende stoffen: zorgen ervoor dat je gezond blijft.

Voedingsvezels – alle onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel.

Hoofdstuk 2

Zetmeel aantonen
Voor de meeste voedingsstoffen is uitgezocht welke voedingsstoffen erin zitten. Ook kun je zelf aantonemen of ze in bepaalde voedingsmiddelen voorkomen. Dat doe je met zetmeel.
Zetmeel kun je aantonen met een joodoplossing.  Een aantoonstof noemen we een indicator. Joodoplossing is een indicator voor zetmeel.

Je moet 6 groepen voedingsstoffen met hun functies en kenmerken   kunnen moemen en kunnen aangeven hoe  zetmeel kan worden aangetoond met een indicator.

Eiwitten

  • Functies: vooral bouwstoffen, ook brandstoffen.
  • Eiwitten kunnen niet als reservestof dienen.

Koolhydraten

  • Functies: vooral brandstoffen, ook bouwstoffen en reservestoffen
  • Voorbeelden: Glucose, suikers, zetmeel en glycogeen

Vetten

  • Functies: Vooral brandstoffen, ook bouwstoffen en reservestoffen.
  • Vetten kunnen oa onder de huis worden opgeslagen

Water

  • Functie: bouwstof
  • Water is oa belangrijk bij het vervoeren van stoffne in het lichaam.

Mineralen (Zoute)

  • Functies: bouwstoffen en beschermende stoffen
  • Bijvoorbeeld: kalkzouten voor de opbouw van botten

Vitaminen

  • Functies: bouwstoffen en beschermende stoffen.
  • Vitaminen worden aangegeven met een letter (bv A, B, C, D en K)

Joodsoplossing is een indicator voor zetmeel

  • Joodsoplossing veranderd van lichtbruin naar blauwzwart wanneer zetmeel aanwezig in

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.