Het skelet samenvatting

Beoordeling 7
Foto van Oumayya
  • Samenvatting door Oumayya
  • 1e klas vmbo | 584 woorden
  • 19 mei 2022
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Het skelet basis 1


Je kent de delen van het lichaam.


~ Delen van het lichaam: hoofd, romp, ledematen.


Ledematen: armen en benen.



Je kunt in een afbeelding van het skelet de botten


benoemen.


~ Het skelet bestaat uit botten.


Een ander woord voor skelet is geraamte


Een ander woord voor botten is beenderen


~ Botten in het hoofd.


Schedelbeenderen, bovenkaak, onderkaak.


~ Botten in de romp.


Schoudergordel: sleutelbeenderen en schouderbladen


Borstkas: borstbeen en ribben


Bekken: heupbeenderen


Wervelkolom: halswervels, borstwervels, lendenwervels, heiligbeen, staartbeen


~ Botten in een arm.


Opperarmbeen, spaakbeen, ellepijp, botten van de hand


De ellepijp ligt aan de kant van de pink


~ Botten in een been


Dijbeen, knieschijf, scheenbeen, kuitbeen, botten van de voet


Je kunt de functies van het skelet noemen.


~ De functies van het skelet:


Stevigheid geven


Bescherming geven


Bewegingen mogelijk maken


Vorm geven aan het lichaam



Botten basis 2


Je kunt de kenmerken van bot en van kraakbeen noemen


~ botten zijn stevig door kalk en lijmstof.


Kalk is hard.


Lijmstof kan buigen.


~ kalk kan met zoutzuur uit botten worden gehaald.


Het bot buigt dan gemakkelijk.


~ lijmstof kan door een vlam uit botten worden gehaald.


Het bot breekt dan gemakkelijk.


~ kraakbeen bevat veel lijmstof.


Kraakbeen buigt gemakkelijk.


De botten van baby's bestaan vooral uit kraakbeen.


~ kraakbeen zit bij volwassenen:


In de oorschelp


In de neus


Tussen de ribben en het borstbeen


Tussen de wervels van de wervelkolom



Je kunt beschrijven hoe botten veranderen als mensen ouder worden.


~ bij oudere mensen verdwijnt lijmstof uit de botten.


Botten van jonge mensen bevatten veel lijmstof.


Botten van oude mensen bevatten weinig lijmstof.


Botten van oude mensen breken gemakkelijker dan botten van jongeren.



Gewrichten basis 3


Je kunt de bouw van een gewricht beschrijven.


~ Gewricht: Verbinding tussen twee botten.


Gewrichtskogel: het bolle uiteinde van een bot.


Gewrichtskom: het holle uiteinde van een bot.


De gewrichtskogel beweegt in de gewrichtskom.


Door een gewricht kunnen botten bewegen.


~ Kraakbeen: Op de gewrichtskogel en de gewrichtskom zit kraakbeen.


Hierdoor bewegen de botten gemakkelijk


Het kraakbeen beschermt ook tegen slijten


~ gewrichtssmeer: een soort smeervet in het gewricht.


Hierdoor beweegt het gewricht soepel


~ gewrichtskapsel: stevig vlies om een gewricht.


Het gewrichtskapsel houdt de botten op hun plaats.


~ kapselbanden: extra versteviging om een gewricht.


Kapselbanden helpen om de botten op hun plaats te houden.



Spieren basis 4


Je kunt de werking van spieren beschrijven.


~ Spierstelsel: alle spieren in het lichaam.


~ Spieren zorgen voor bewegingen


De meeste spieren zitten vast aan botten met pezen.


~ spieren kunnen aanspannen.


Een spier die aanspant, wordt korter en dikker. De spier trekt de botten dan naar elkaar toe.


~ Om een bot te bewegen zijn twee spieren nodig: een buigspier en een strekspier


Voorbeeld:


Met de buigspier in de bovenarm kun je je arm buigen.


Met de strekspier in de bovenarm kun je je arm strekken.



Beenverbindingen extra 1


Je kunt vier beenverbindingen noemen en aangeven of tussen de botten beweging mogelijk is.


~ Gewricht.


Tussen de botten is veel beweging mogelijk.


Bijv. Tussen de botten van de hand.


~ Vergroeid.


Tussen de botten is geen beweging mogelijk.


Bijv. Heiligbeen, staartbeen.


~ Een naad.


Tussen de botten is geen beweging mogelijk.


Bijv. Tussen de schedelbeenderen.


~ Kraakbeen


Tussen de botten is een beetje beweging mogelijk.


Bijv. Tussen de wervels, tussen de ribben en het borstbeen.



Je moet drie typen gewrichten kunnen onderscheiden.


~ kogelgewrichten.


Hierbij is beweging mogelijk in verschillende richtingen, o.a. een draaiende beweging.


Bijv. Schouderblad en opperarmbeen (schoudergewricht)


~ Scharniergewrichten.


Hiermee is alleen een beweging heen en terug mogelijk.


Bijv. Opperarmbeen en ellepijp (ellebooggewricht).


~ Rolgewricht.


Het ene bot draait in de lengteas om het andere bot.


Bijv. spaakbeen en ellepijp.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.