Jongens gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

BVJ Havo Vwo 2 Thema 2 Basisstof 1-6

Beoordeling 0
Foto van Vince
  • Samenvatting door Vince
  • 2e klas havo/vwo | 1316 woorden
  • 17 maart 2022
  • nog niet beoordeeld
Cijfer
nog niet beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij een maatschappelijke studie?

Misschien is een studie Sociologie of Antropologie dan wel iets voor jou! Bij beide opleidingen ga je aan de slag gaat met maatschappelijke vraagstukken. Wil jij erachter komen welke bachelor bij jou past? Kom in maart proefstuderen aan de VU.

Meer informatie

2.1

Alle producten die je eet of drinkt noem je voedingsproducten

Plantaardige voedlingsmiddelen zijn afkomstig van planten of gemaakt door planten

Dierlijke voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen die afkomstig zijn van dieren eieren en melk zijn ook producten van dieren Producten van melk worden zuivelproducten genoemd

Functies van voedingstoffen

Brandstof

Levert energie

Is nodig voor verbranding en goede lichaamstemperatuur

Bouwstof

Nodig voor Groei ontwikkeling en herstel van het lichaam

Reserve stoffen

Niet direct nodig als Brand of Bouw stof dus word opgeslagen onder de huis [vet]

Beschermende stoffen

Zorgen er voor dat je niet ziek word

6 Voedingsstoffen

Eiwitten 

Belangrijke bouwstoffen 

Belangrijk voor de vorming van Cytoplasma 

Voor de opbouw van spieren heb je eiwitten nodig 

Te veel eiwitten in je voeding word gebruikt als brandstof of word omgezet in vet [reserve stof] 

Koolhydraten 

Behoren onder Suiker zetmeel en glycogeen 

Brandstof en bouwstof 

Te veel koolhydraten worden omgezet in vet as reserve stoffen 

Vetten 

Dienen vooral als brandstof 

En worden onder de huid opgeslagen 

Hoe meer vet hoe dikker de onderhuidse laag 

Water 

Lichaam bestaat voor 60% uit water 

Belangrijke bouwstof 

Goed voor het vervoer van stoffen in je lichaam 

Mineralen

Word ook zouten genoemd  

Calcium Natrium magnesium en ijzer

Vitaminen

A.B.C.D.K

A nodig voor de opbouw van je huis en om goed te kunnen zien

D is voor het vastleggen van kalk voor in je botten

Voedingsvezel

Niet te verteren

Goed voor een goede darmwerking

2.2 Het verteringssteltsel

Het verteringssteltsel bestaat voor het grootste gedeelte uit een lang kanaal van de mond tot de anus het darmkanaal

Het verteringssteltsel is het steltsel van alle organen die nodig zijn om van voedingsmiddelen voedignsstoffen te maken 

Bij vertering worden de grotere voedings stoffen afgebroken in kleinere verteringsproducten 

Voedsel in kleine stukjes door kauwen 

Voedingsstoffen omzetten met behulp van verteringssappen 

Snijtanden en Hoekentanden 

Kleine stukjes afsnijden 

Kiezen 

Eten word fijngemalen 

Mechanische vertering 

Het voedsel in kleine stukjes doen door de tanden en kiezen

Verteringssappen

Speeksel en Maagsap

De sappen worden gemaakt in de verteringsklieren

De speekselklieren

De maagsapklieren

De lever

De alvleesklier

De darmsapklieren

De vertering van voedsel door verteringssappen word chemische vertering genoemd

Veel van die sappen bevatten enzymen dat zijn stoffen die de scheikundige reactie sneller laten gebeuren en dan zit in je speeksel

Darmperistaltiek

In de wand van het gehele darm kanaal zitten kring,-en lengte spieren doordat deze spieren afwisselend samentrekken en ontspannen word het voedsel door de darm voortgeduwd we noemen deze beweging peristaltische bewegingen

2.3 De organen voor beweging

Speeksel bestaat uit water slijm en een enzym het word in de mond in het speekselklier geproduceerd het verhoogt de glijbaarheid van het voedsel en maakt het inslikken gemakkelijker

Door de tong word het voedsel in de slokdarm geduwd de huig dekt de opening van de luchtpijp af zo kan er alleen maar eten in de slokdarm

De peristaltische bewegingen zitten ook in je maag en daarom beweegt je maag ook altijd

In de maag zitten ook maagsapklieren en die produceren maagsap dat gemaakt is van water zoutzuur en een enzym het zoutzuur dood bacterien en de eznymen de eiwitten

Aan het einde van de maag zit het maagportier dat beetje bij beetje voedsel door laat naar de 12 vingerige darm. Hierdoor heeft de maag een kleine functie als tijdelijke opslag

In 12-vingerige darm monden uit:

  • Afvoerbuis van de lever (maakt gal) en galblaas (opslagplaats gal). Gal emulgeert vetten = maakt van grote vetdruppels kleinere vetdruppels (let op: niet verteren dus)
  • Afvoerbuis van de alvleesklier: maakt alvleessap (bevat enzymen voor vertering eiwitten, koolhydraten en vetten)

Dunne darm:

  • Heeft darmsapklieren > enzymen voor vertering eiwitten en koolhydraten
  • Opnamen van voedingsstoffen/verteringsproducten in het bloed
  • Wand is opgebouwd uit darmplooien, die weer darmvlokken (uitstulpingen) bevatten. Darmvlok heeft bloedvaten, waardoor voedingsstoffen opgenomen worden uit de voedselbrij in het bloed
  • Door vlokken/plooien > oppervlaktevergroting

 
 
Blinde darm > ligt vlak onder plek waar dunne darm over gaat in dikke darm > uitstulping aan de onderkant = wormvormig aanhangsel = appendix (bij blindedarmontsteking is dit gedeelte ontstoken) 

Dikke darm:

  • Water opnemen uit voedsel (bij diarree ontregelt)
  • Bevat bacteriën > deze hebben enzym cellulase om celwanden af te breken van plantaardige resten

Endeldarm:

  • Opslagplaats van onverteerde voedselresten
  • Via de anus (een kringspier) verlaten resten (= ontlasting) het lichaam

Coeliakie: is als je geen gluten kunt verdragen. Gluten is een eiwit wat voorkomt in granen.

2.4 Gezonde voeding 
 
Basis gezonde voeding is variatie

Voedselvergiftiging = infectie die optreedt door het eten van voedsel dat is besmet met chemische stoffen of ziekteverwekkende bacteriën

Schijf van 5:

1

Groente en fruit

 

Vitamine C en voedingsvezels

 

2

 

Brood, aardappelen, rijst en pasta

 

Zetmeel (koolhydraat), plantaardige eiwitten, vitamines, mineralen en voedingsvezels

 

3

 

Zuivel, ei, vlees en vis

 

Eiwitten, vitamines en mineralen

 

4

 

Boter en olie

 

Vetten en vitamines

 

5

 

Vocht

 

Water

 

 
 
Energie:

 
Eenheid energie is de calorie (cal) ; 1 kcal = 1000 calorieën 
 
Energiebehoefte per dag hangt af van:

  • Geslacht (jongens hebben meer nodig)
  • Leeftijd
  • Lichaamsgrootte
  • Lichamelijke inspanning 

Teveel energie inname > opslag als reservestoffen (vet) 
 
BMI = Body Mass Index 

Bmi: gewicht gedeeld door lengte x lengte

BMI: gewicht

________

Lengte X lengte

Afvallen en aankomen

Als je wilt afvallen

Eet normale hoeveelheden en beweeg meer

Eet alleen de aanbevolen hoeveelheden en eet meer brook en fruit en minder vlees en kaas

Aankomen

Eet op vaste tijden en eet minimaal 3x per dag

Beweeg voldoende en eet producten met extra eiwitten voor spiergroei

Eetstoornissen

Verschillende eetstoornissen

Anorexia Nervosa

Is niet te dik maar voelt wel zo

Tegen haar honger in

Extreme angst om aan te komen

6% kans op overlijden

Boulimia nevosa

Is bang om dik te worden

Eet te weining

Regelmatig eetbuien

Braakt het uit of gebruikt laxeer middelen

4% kans op overlijden

Eetbuistoornis

Heeft enorme eetbuiten maar braakt niet en gebruikt geen laxeer middelen

Aanleiding tot obesitas

Hoe kan het gebeuren

Beinvloeding van cutuur of media

Nare gebeurtenissen in je leven

Gevoel van cotrole willen hebben

Faalangst of perfectionisme

Ontevreden over je uiterlijk of slecht zelf beeld

2.5 Voedselbederf

Voedselvergiftiging: als je bedorven voedsel hebt gegeten.

Voedsel bederft door bacteriën en schimmels, die kunnen goed leven op groente, vlees, fruit en ander voedsel.

Salmonellabacterie: kunnen voorkomen in rauwe dierlijke voedsel. Een besmetting geeft klachten als diarree, buikpijn of koorts.

Conserveren: voedsel behandelen zodat het minder snel bederft.

Conserveren kan door: invriezen, pasteuriseren, steriliseren en drogen.

Invriezen: de temperatuur van het voedsel snel verlagen naar –20C

Pasteuriseren: door melk in korte tijd te verhitten tot 72C

Steriliseren: voedsel verhitten tot 130 – 140C

Vacuüm verpakken: luchtdicht verpakken. Bacterien kunnen zich niet voortplanten omdat er geen zuurstof is.

Gasverpakken: in de plastic verpakking zit geen lucht maar een mengel van gassen, Hierdoor blijven groenten en vlees langer houdbaar.

Drogen: water aan het voedingsmiddel onttrekken.

Conserveermiddelen toevoegen: zoals zout, suiker, zuur.

Doorstralen: voeding doorstralen met radioactieve stralen.

Additieven: zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze langer houdbaar of aantrekkelijker te maken.

Kleurstoffen: worden gebruikt om een voedingsmiddelen er mooier uit te laten zien.

Geur-en smaakstoffen:

Kleur, geur- en smaakstoffen kunnen natuurlijke additieven zijn maar ook kunstmatig. Kunstmatige additieven worden in een fabriek gemaakt.

2.6 Voeding en vertering bij zoogdieren

Zoogdieren die alleen maar planten eten noem je planteneters herbivoren

Zoogdieren die alleen vlees eten noem je vleeseters carnivoren

Zoogdieren die allebei eten zijn alleseters omnivoren

Herbivoren

Hebben een lang darm kanaal

Nodig om de cel wanden van de plantcellen te verteren

Plooikiezen

Harde richels van glazuur

Loodrecht op de kauwrichting

Vaak ontbreken er hoektanden

Carnivoren

Kort darmkanaal

Slank lichaam door klein darmkanaal

Kniepkiezen

Scherpe kniezen waar mee het voedsel in stukken word geknipt en makkelijk door geslikt kan worden

Boven kaak breder dan de onderkaak zodat de kiezen langs elkaar snijden [zoals een schaar]

Hoektanden

Scherp en groot

Kan een dier doden of stukken afbijten

Ook voor verdediging

Omnivoren

Darmkanaal in verhouding met de lengte van het lichaam

Knobbelkiezen

Het voedsel word daarmee gemalen

Meestal wel hoektanden

Ook bedoelt om een prooi te doden

Mensen vallen ook onder omnivoren

Doordat we het voedsel koken kunnen wij toch een deel van het plantaardige deel eten

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.