BVJ Havo Vwo 2 Thema 2 Basisstof 1-6

Beoordeling 0
Foto van Vince
  • Samenvatting door Vince
  • 2e klas havo/vwo | 1316 woorden
  • 17 maart 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

2.1


Alle producten die je eet of drinkt noem je voedingsproducten


Plantaardige voedlingsmiddelen zijn afkomstig van planten of gemaakt door planten


Dierlijke voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen die afkomstig zijn van dieren eieren en melk zijn ook producten van dieren Producten van melk worden zuivelproducten genoemd



Functies van voedingstoffen


Brandstof


Levert energie


Is nodig voor verbranding en goede lichaamstemperatuur


Bouwstof


Nodig voor Groei ontwikkeling en herstel van het lichaam


Reserve stoffen


Niet direct nodig als Brand of Bouw stof dus word opgeslagen onder de huis [vet]


Beschermende stoffen


Zorgen er voor dat je niet ziek word



6 Voedingsstoffen



Eiwitten 


Belangrijke bouwstoffen 


Belangrijk voor de vorming van Cytoplasma 


Voor de opbouw van spieren heb je eiwitten nodig 


Te veel eiwitten in je voeding word gebruikt als brandstof of word omgezet in vet [reserve stof] 



Koolhydraten 


Behoren onder Suiker zetmeel en glycogeen 


Brandstof en bouwstof 


Te veel koolhydraten worden omgezet in vet as reserve stoffen 





Vetten 


Dienen vooral als brandstof 


En worden onder de huid opgeslagen 


Hoe meer vet hoe dikker de onderhuidse laag 



Water 


Lichaam bestaat voor 60% uit water 


Belangrijke bouwstof 


Goed voor het vervoer van stoffen in je lichaam 




Mineralen


Word ook zouten genoemd  


Calcium Natrium magnesium en ijzer



Vitaminen


A.B.C.D.K


A nodig voor de opbouw van je huis en om goed te kunnen zien


D is voor het vastleggen van kalk voor in je botten



Voedingsvezel


Niet te verteren


Goed voor een goede darmwerking













2.2 Het verteringssteltsel



Het verteringssteltsel bestaat voor het grootste gedeelte uit een lang kanaal van de mond tot de anus het darmkanaal


Het verteringssteltsel is het steltsel van alle organen die nodig zijn om van voedingsmiddelen voedignsstoffen te maken 


Bij vertering worden de grotere voedings stoffen afgebroken in kleinere verteringsproducten 


Voedsel in kleine stukjes door kauwen 


Voedingsstoffen omzetten met behulp van verteringssappen 


Snijtanden en Hoekentanden 


Kleine stukjes afsnijden 


Kiezen 


Eten word fijngemalen 


Mechanische vertering 


Het voedsel in kleine stukjes doen door de tanden en kiezen



Verteringssappen


Speeksel en Maagsap


De sappen worden gemaakt in de verteringsklieren


De speekselklieren


De maagsapklieren


De lever


De alvleesklier


De darmsapklieren



De vertering van voedsel door verteringssappen word chemische vertering genoemd


Veel van die sappen bevatten enzymen dat zijn stoffen die de scheikundige reactie sneller laten gebeuren en dan zit in je speeksel



Darmperistaltiek


In de wand van het gehele darm kanaal zitten kring,-en lengte spieren doordat deze spieren afwisselend samentrekken en ontspannen word het voedsel door de darm voortgeduwd we noemen deze beweging peristaltische bewegingen



2.3 De organen voor beweging


Speeksel bestaat uit water slijm en een enzym het word in de mond in het speekselklier geproduceerd het verhoogt de glijbaarheid van het voedsel en maakt het inslikken gemakkelijker


Door de tong word het voedsel in de slokdarm geduwd de huig dekt de opening van de luchtpijp af zo kan er alleen maar eten in de slokdarm


De peristaltische bewegingen zitten ook in je maag en daarom beweegt je maag ook altijd


In de maag zitten ook maagsapklieren en die produceren maagsap dat gemaakt is van water zoutzuur en een enzym het zoutzuur dood bacterien en de eznymen de eiwitten


Aan het einde van de maag zit het maagportier dat beetje bij beetje voedsel door laat naar de 12 vingerige darm. Hierdoor heeft de maag een kleine functie als tijdelijke opslag



In 12-vingerige darm monden uit:



  • Afvoerbuis van de lever (maakt gal) en galblaas (opslagplaats gal). Gal emulgeert vetten = maakt van grote vetdruppels kleinere vetdruppels (let op: niet verteren dus)

  • Afvoerbuis van de alvleesklier: maakt alvleessap (bevat enzymen voor vertering eiwitten, koolhydraten en vetten)


Dunne darm:



  • Heeft darmsapklieren > enzymen voor vertering eiwitten en koolhydraten

  • Opnamen van voedingsstoffen/verteringsproducten in het bloed

  • Wand is opgebouwd uit darmplooien, die weer darmvlokken (uitstulpingen) bevatten. Darmvlok heeft bloedvaten, waardoor voedingsstoffen opgenomen worden uit de voedselbrij in het bloed

  • Door vlokken/plooien > oppervlaktevergroting


 
 
Blinde darm > ligt vlak onder plek waar dunne darm over gaat in dikke darm > uitstulping aan de onderkant = wormvormig aanhangsel = appendix (bij blindedarmontsteking is dit gedeelte ontstoken) 




Dikke darm:



  • Water opnemen uit voedsel (bij diarree ontregelt)

  • Bevat bacteriën > deze hebben enzym cellulase om celwanden af te breken van plantaardige resten


Endeldarm:



  • Opslagplaats van onverteerde voedselresten

  • Via de anus (een kringspier) verlaten resten (= ontlasting) het lichaam



Coeliakie: is als je geen gluten kunt verdragen. Gluten is een eiwit wat voorkomt in granen.




2.4 Gezonde voeding 
 
Basis gezonde voeding is variatie



Voedselvergiftiging = infectie die optreedt door het eten van voedsel dat is besmet met chemische stoffen of ziekteverwekkende bacteriën



Schijf van 5:































1



Groente en fruit


 



Vitamine C en voedingsvezels


 



2


 



Brood, aardappelen, rijst en pasta


 



Zetmeel (koolhydraat), plantaardige eiwitten, vitamines, mineralen en voedingsvezels


 



3


 



Zuivel, ei, vlees en vis


 



Eiwitten, vitamines en mineralen


 



4


 



Boter en olie


 



Vetten en vitamines


 



5


 



Vocht


 



Water


 



 
 
Energie:


 
Eenheid energie is de calorie (cal) ; 1 kcal = 1000 calorieën 
 
Energiebehoefte per dag hangt af van:



  • Geslacht (jongens hebben meer nodig)

  • Leeftijd

  • Lichaamsgrootte

  • Lichamelijke inspanning 


Teveel energie inname > opslag als reservestoffen (vet) 
 
BMI = Body Mass Index 


Bmi: gewicht gedeeld door lengte x lengte


BMI: gewicht


________


Lengte X lengte



Afvallen en aankomen


Als je wilt afvallen



Eet normale hoeveelheden en beweeg meer


Eet alleen de aanbevolen hoeveelheden en eet meer brook en fruit en minder vlees en kaas


Aankomen


Eet op vaste tijden en eet minimaal 3x per dag


Beweeg voldoende en eet producten met extra eiwitten voor spiergroei







Eetstoornissen


Verschillende eetstoornissen


Anorexia Nervosa


Is niet te dik maar voelt wel zo


Tegen haar honger in


Extreme angst om aan te komen


6% kans op overlijden



Boulimia nevosa


Is bang om dik te worden


Eet te weining


Regelmatig eetbuien


Braakt het uit of gebruikt laxeer middelen


4% kans op overlijden



Eetbuistoornis


Heeft enorme eetbuiten maar braakt niet en gebruikt geen laxeer middelen


Aanleiding tot obesitas



Hoe kan het gebeuren


Beinvloeding van cutuur of media


Nare gebeurtenissen in je leven


Gevoel van cotrole willen hebben


Faalangst of perfectionisme


Ontevreden over je uiterlijk of slecht zelf beeld





2.5 Voedselbederf


Voedselvergiftiging: als je bedorven voedsel hebt gegeten.


Voedsel bederft door bacteriën en schimmels, die kunnen goed leven op groente, vlees, fruit en ander voedsel.


Salmonellabacterie: kunnen voorkomen in rauwe dierlijke voedsel. Een besmetting geeft klachten als diarree, buikpijn of koorts.


Conserveren: voedsel behandelen zodat het minder snel bederft.


Conserveren kan door: invriezen, pasteuriseren, steriliseren en drogen.


Invriezen: de temperatuur van het voedsel snel verlagen naar –20C


Pasteuriseren: door melk in korte tijd te verhitten tot 72C


Steriliseren: voedsel verhitten tot 130 – 140C


Vacuüm verpakken: luchtdicht verpakken. Bacterien kunnen zich niet voortplanten omdat er geen zuurstof is.


Gasverpakken: in de plastic verpakking zit geen lucht maar een mengel van gassen, Hierdoor blijven groenten en vlees langer houdbaar.


Drogen: water aan het voedingsmiddel onttrekken.


Conserveermiddelen toevoegen: zoals zout, suiker, zuur.


Doorstralen: voeding doorstralen met radioactieve stralen.



Additieven: zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze langer houdbaar of aantrekkelijker te maken.


Kleurstoffen: worden gebruikt om een voedingsmiddelen er mooier uit te laten zien.


Geur-en smaakstoffen:


Kleur, geur- en smaakstoffen kunnen natuurlijke additieven zijn maar ook kunstmatig. Kunstmatige additieven worden in een fabriek gemaakt.








2.6 Voeding en vertering bij zoogdieren


Zoogdieren die alleen maar planten eten noem je planteneters herbivoren


Zoogdieren die alleen vlees eten noem je vleeseters carnivoren


Zoogdieren die allebei eten zijn alleseters omnivoren



Herbivoren


Hebben een lang darm kanaal


Nodig om de cel wanden van de plantcellen te verteren


Plooikiezen


Harde richels van glazuur


Loodrecht op de kauwrichting


Vaak ontbreken er hoektanden



Carnivoren


Kort darmkanaal


Slank lichaam door klein darmkanaal


Kniepkiezen


Scherpe kniezen waar mee het voedsel in stukken word geknipt en makkelijk door geslikt kan worden


Boven kaak breder dan de onderkaak zodat de kiezen langs elkaar snijden [zoals een schaar]


Hoektanden


Scherp en groot


Kan een dier doden of stukken afbijten


Ook voor verdediging








Omnivoren


Darmkanaal in verhouding met de lengte van het lichaam


Knobbelkiezen


Het voedsel word daarmee gemalen


Meestal wel hoektanden


Ook bedoelt om een prooi te doden


Mensen vallen ook onder omnivoren


Doordat we het voedsel koken kunnen wij toch een deel van het plantaardige deel eten

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.