Hoofdstuk 5

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 987 woorden
  • 25 augustus 2002
  • 25 keer beoordeeld
Cijfer 6.2
25 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
ANW hoofdstuk 5 Paragraaf 5.1 Voor het doen van voorspellingen over de bevolkingsgroei worden rekenmodellen gebruikt. Zo’n model kan uitgaan van lineaire groei of exponentiële groei. Exponentiële groei gaat veel sneller dan lineaire groei. Lineaire groei: dat een bepaalde grootheid steeds met een vast bedrag groeit. Exponentiële groei: een toename met een vast percentage. De theorie van Thomas Robert Malthus houdt in dat door het grote aantal kinderen dat mensen krijgen, de bevolking zo snel zal groeien dat er voedseltekorten zullen optreden. Tot 1700 nam de wereldbevolking slechts weinig toe. Maar vooral de laatste eeuwen is er sprake van een sterke toename. Malthus zag dat de bevolking erg snel groeide, ook doordat er schoon drinkwater en riolering minder kinderen stierven. Maar als de bevolking zo snel groeide, moest ook de voedselproductie snel groeien. Dat zou niet gaan lukken, waardoor er volgens Malthus hongersnood zou komen, en daarna voedseloorlogen. En hij kreeg gelijk. Maar nu is het heel anders dan Malthus voorspelt had; er zijn ontzettend veel mensen en er is voedsel meer dan genoeg. Hij had twee dingen niet kunnen voorzien in zijn rekenmodel: technische ontwikkeling en sociale factoren. Ondanks het gebruik van computermodellen is het moeilijk de bevolkingsgroei te voorspellen. Bevolkingsdeskundigen kunnen wel voorspellen hoe de bevolking zich ontwikkeld, maar ze kunnen geen rekening houden met bijvoorbeeld doodsoorzaken aids of andere ziektes, met hoeveel kinderen gezinnen over 25 jaar willen. Paragraaf 5.2 Club Van Rome: in 1972 lanceerde een internationale groep van 50 vooraanstaande industriëlen en geleerden een rapport over de toekomst van de wereld. De 50 opdrachtgevers van deze opdracht kwamen voor het eerst in Rome bijeen. De Club Van Rome speelde door het opstellen van een wereldmodel een belangrijke rol in onze maatschappij. Bij dit wereldmodel werden voorspellingen gedaan over 5 factoren: bevolkingsgroei, voedselproductie, industrialisatie, milieuvervuiling en uitputting van de grondstoffen. Technische ontwikkelingen en nieuwe uitvindingen maken modellen die voorspellingen deden over het opraken van grondstoffen, onbetrouwbaar en soms zelfs totaal ongeldig. Want doordat iets nieuws wordt uitgevonden wat je kan gebruiken met een andere grondstof, hoef je niet meer perse het grondstof te gebruiken die eerst altijd nodig was daarvoor. Wat de Club Van Rome niet had voorzien is dat mensen beter met het milieu omgaan dan vroeger. Er bestaan zelfs milieu actiegroepen en milieuwetgeving. Duurzame ontwikkeling laat alle mogelijkheden open voor de generaties die na ons komen. Dit is mogelijk als processen deel uitmaken van kringlopen. Zoals elektriciteitsproductie zoals windmolens en zonnecollectoren. Of recycling: het hergebruiken van bepaalde grondstoffen, zoals staal van auto’s, glas, papier. De overheid neemt maatregelen om de groei van het vervoer van personen en goederen tegen te gaan. Zoals een driewegkatalysator: onderdeel van de uitlaat dat schadelijke stoffen uit de verbrandingsgassen verwijdert. Ook door teveel aan automobilisten en etc. wordt de lucht verontreinigd. Voordelen trein: • Openbaar vervoer maakt spaarzaam gebruik van ruimte en energie • Relatief weinig vervuiling • Veiligheid van de trein is groter dan bij een auto.
Paragraaf 5.3 Vroeger hadden landbouwers een ontdekking gedaan dat je met landbouw en veeteelt efficiënter aan voedsel komt dan met jagen en verzamelen. Zij kwamen erachter dat hun planten voeding nodig hadden. Maar na een tijdje raakte de landbouwgrond uitgeput, en de boeren trokken verder en verbrande andere grond om daar te beginnen. Het as wat over bleef, ploegde ze onder het gewone grond, en de grond was weer vruchtbaar. Later gingen de boeren ook de mest van hun dieren over de grond verdelen, en ook gestampte botten of zeewier, om de grond vruchtbaar te houden. Voor uitbreiding van de voedselproductie is kennis van plantengroei onmisbaar. Voor de fotosynthese zijn koolstofdioxide en water nodig. Onder invloed van zonne-energie produceren planten dan voedingsstoffen en zuurstof. Voor hun groei hebben zij ook de elementen K, P en N nodig. Deze kunnen in de vorm van kunstmest worden toegediend. Van Helmont deed onderzoek naar de achtergrond van plantengroei. Voor de snelgroeiende bevolking had men grotere oogsten nodig, maar er was een tekort aan natuurlijke mest voor de akkers. Toen begon Von Liebig te onderzoeken in 1930 welke elementen nodig zijn voor de groei van planten. Hij stelde vast dat er mineralen nodig waren. Hij vroeg zich af in welke producten deze stoffen ook zaten, dan natuurlijke mest. Hij ging dus zoeken naar meststoffen die niet afkomstig zijn van planten of uitwerpselen. Hij ging een onvruchtbaar gebied bemesten met delfstoffen, en dat werd het meest vruchtbaarste gebied van Duitsland. Door dit onderzoek werd Von Liebig de grondlegger van het gebruik van kunstmest. Veelelementen, bijvoorbeeld koolstof, zuurstof en stikstof, bestaat op aarde een kringloop. Onder de term ‘groene revolutie’ verstaan we de teelt van gewassen met een hogere opbrengst. Dit is mogelijk door veredeling of genetische manipulatie. Voor zo’n hoge opbrengst hebben de planten wel veel kunstmest, bestrijdingsmiddelen en water nodig. De groene revolutie heeft ook sociale gevolgen. Door het vele oogsten moesten in de grond de mineralen op peil gehouden worden. Kunstmest bevat mineralen, maar is heel duur. Zo konden alleen de rijke boeren in ontwikkelingslanden kunstmest kopen, waardoor de arme boeren achterop raakten en hun grond verkochten. Zo is er veel weerzin tegen kunstmest gekomen. Paragraaf 5.4 Vanwege de intensieve veehouderij is er in Nederland een mestprobleem. Vroegere kringloop: mest van vee over bouwland, en die mest weer veevoer produceert = duurzaam. Er hoeft geen mest vanaf buitenaf te komen. Daardoor was er een evenwicht. De natuurlijke kringloop is verstoord, door de intensieve veehouderij. Dit probleem wordt aangepakt door verkleining van de veestapel en de verplichte mineralenboekhouding, alles wat er aan mineralen binnenkomt wordt opgeteld, en alles wat het bedrijf verlaat ook. Bij duurzame landbouw is er sprake van landbouwbedrijven waar geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Bestrijding: kan chemische bestrijding zijn, maar ook biologische. Door chemische wordt er een stof losgelaten op het voedsel, waardoor er ziektes en plagen dood gaan. Maar vaak is het chemische bestrijdingsmiddel niet goed voor de gezondheid en milieu. Biologische bestrijding is beter, dieren worden ingezet om de andere tegen te houden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.