*ANW SE: Methode Overal Havo 4 hoofdstuk 2 en 3*
organische stoffen--> stoffen die koolstof bevatten.
-vitamines, koolhydraten, vetten, eiwitten.
anorganische stoffen--> komt geen koolstof in voor.
-water(H2O), zuurstof , mineralen
Levensloop sterren: Ten eerste over de zon, dat is één van de sterren. De hoeveelheid energie die de zon elke seconde uitstraalt is voldoende om 300 miljoen auto’s 12 miljoen jaar lang elke dag 100 km te laten rijden. De manier enige manier om zoveel energie te produceren komt door kernfusie: Het samensmelten van atoomkernen.
Er zijn allerlei soorten en maten sterren, lichte sterren, van formaat zoals de zon of kleiner. Zware sterren: 10 tot 100 keer zo grotere massa dan de zon.
Ontstaan sterren:fase1.ze worden geboren uit samentrekkende waterstof wolken, helium en stofdeeltjes. Tijdens dat gaan moleculen sneller bewegen waardoor de temperatuur stijgt. Bij een paar miljoen graden wordt een grens overschreden, kernfusie van waterstofkernen kunnen optreden. Door een aantal waterstofkernen ontstaat één atoomkern helium en komt er energie vrij (straling). De fusie zorgt ervoor dat de ster niet verder samentrekt en instort. Daarna komen er nog meer fusies van helium kernen en anderen. Tenslotte doven sterren. De levensloop zal ongeveer 10 tot 12 miljard jaar duren. Die van zware sterren is echt anders.
Supernova explosie: Bij zware sterren is binnenste erg warm. Eerst tot 150 miljoen graden. Heliumkernen fuseren met elkaar tot koolstofkernen. De temp stijgt dan tot miljarden graden. Koolstof kernen fuseren weer tot zwaardere kernen. Er ontstaat; neon magnesium tot silicium en ijzer. Met ijzer eindigt elke fusie (beginnend bij de kern) binnen een seconde sneuvelt de kern en de temperatuur stijgt tot honderden miljarden graden. In één flits straalt de ster 100 keer zoveel energie uit als de zon in haar leven heeft uitgestraald. Deze is op aarde waarneembaar, genaamd super-nova (nova is nieuwe ster). Een supernova kan enkele weken worden waargenomen.
Door de explosie vliegt de zooi overal heen, en uit die dingen ontstaan weer sterren met planeten van volgende generatie.
Kort:
Samentrekken waterstof atomen -> energie door kernfusie -> in zware sterren; opeenvolgende kernfusies zware elementen -> explosie; overal zware elementen -> nieuwe sterren en planeten.
De straling die door enkelvoudige stoffen wordt uitgezonden, kan verder ontleed worden als je de straling door een prisma heen stuurt. Als het licht van een gloeiend hete zuivere stof via een prisma op een wit vlak valt, vertonen zich lijntjes met verschillende kleuren. Dat heet het emissiespectrum.
Absorptie: als straling (met allerlei golflengtes) door een stof heen gaat, dan kan die stof bepaalde golflengtes opnemen (=absorberen). In de straling die door de stof heengaat, ontbreken die golflengtes. Maak je met een spectroscoop een spectrum dan zie je op bepaalde plaatsen een zwarte lijn. Een dergelijk spectrum heet een absorbtie-spectrum. Die zwarte lijnen zijn kenmerkend voor de stof waar de straling door heen ging, ze liggen op dezelfde plaats als de lijnen die je met een emissiespectrum van die stof zou krijgen.
wanneer mogelijkheid leven: leven is één groot proces. Chemische reacties vinden in ons lichaam plaats in een waterige oplossing. Leven op een planeet is pas mogelijk als er water is (dit vind je niet in vloeibare vorm dicht bij een ster) het is daar te warm zodat het waterdamp wordt. Echter té ver van een ster is het te koud dus word het vast. Tussen de baan van venus en mars is water er in vloeibare vorm mogelijk. Wat nog meer nodig is, is een planeet moet een sterke aantrekking hebben zodat de atmosfeer wordt vastgehouden. En als laatste moet de samenstelling van de atmosfeer goed zijn; wat nog meer nodig is zijn, zuurstof. Aminozuren omdat die eiwitten nodig hebben en omdat elk levend wezen eiwitten nodig heeft.
de huidige atmosfeer: 99.9% bestaat uit stikstof zuurstof en argon. 0.1% bevat honderden verschillende gassen (sporengassen) koolstofdioxide methaan ozon en waterdamp o.a. Troposfeer is onderste deel van atmosfeer. Het bovenste deel bevindt zich tussen 10 en 20 km boven de aarde (stratosfeer.
Het broeikaseffect: te vergelijken met een kas, daar is het glas de broeikasgassen (co2 vooral). De straling die van de zon naar de aarde gaat word gereflecteerd voor een deel. Straling dat door de atmosfeer gaan kan geabsorbeerd worden. Een deel van de straling gaat door de atmosfeer en verwarmt de aarde. Waardoor de aarde zelf warmtestraling uitzend. Niet al die straling kan verdwijnen in het heelal. Daardoor is de temperatuur op aarde warmer. Zonder de gassen zou het 33 graden kouder zijn.
Hoe zuurstof ontstaat: er zijn fossielen met algen gevonden die 2 miljard jaar oud zijn, het zijn blauwwieren en zijn in staat tot fotosynthese, ze hebben co2 omgezet in zuurstof. Alle zuurstof komt dus van levende wezens.
Proef van Miller: 1953
In een experiment ging Miller na onder welke omstandigheden organische stoffen kunnen ontstaan. Hij maakte een gasmengsel van methaan, ammoniak en waterdamp. Dit mengsel werd blootgesteld aan elektrische ontladingen.. Na ongeveer 150 uur waren er verschillende aminozuren ontstaan. Dat zijn bouwstenen van eiwitten en daarmee 1 van de vele voorwaarden van leven.
Kenmerken van leven:
 Beweging,
 Ademhaling, als iets adem haalde leefde het zeker.
 Groei,
 Ontwikkeling
 Voortplanting, levende organismen maken exacte kopieën van zichzelf.
 Waarneming.
 Communiceren.
Dood: toestand die intreedt bij het eindigen van leven; het intreden van deze toestand, het ophouden van de stofwisseling en de andere levensverrichtingen.
Klinische dood: het ophouden van ademhaling en hartwerking.
Hersendood: het onherstelbaar geëindigd zijn van de gehele hersenfunctie.
Levende organismen maken min of meer exacte kopieën van zichzelf.
geslachtelijk, seksueel, waarbij dan een mannetje en een vrouwtje nodig zijn.
ongeslachtelijk, door deling en sporevoming bijvoorbeeld. (Aardappels en bacteriën)
Generatio spontanea (in griekse tijd): een tot leven komen vanuit niet levende stoffen. Bv, vliegen uit rottend afval. Een sterk argument voor het bestaan van generatio sponeanea waren de ingewandswormen. Men zagen dit als derde mogelijkheid naast de geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting, hoe wezens zoals insecten konden bestaan.
Louis Pasteur die in de 19e eeuw leefde heeft deze theorie ontkracht. Hij toonde doormiddel van experimenten aan dat spontane generatie te maken had met micro – organismen eitjes in het vlees -> bacteriën  wormen. Vaak speelden religieuze en antireligieuze argumenten een rol in de wetenschap.
DNA Genen drager van de erfelijke eigenschappen, blauwe ogen enz.
Pas in 1952 werd bewezen dat de erfelijkheid in het nucleïnezuur ( DNA moleculen zit. De precieze structuur van DNA werd opgehelderd in 1953 door Francis Crick en James Watson.
Groei en ontwikkeling
DNA zorgt voor de juiste ontwikkeling van een bevruche eicel tot volwassene, van kiemplant tot boom, van spore tot paddestoel. Tijdens de embryonale fase ontwikkelen organen zich in een duidelijk omschreven volgorde en tot een bepaalde grootte.
Groeihormonen
Het lichaam maakt constant hormonen aan die ergens anders in het lichaam processen aansturen. Dat gaat niet altijd goed. Bv. groeihormonen sturen de groei en een stoornis in de productie kan leiden tot reuen- of dwerggroei. Dat kan komen door erfelijke en/of angeboren afwijkingen.
Bij een andere stoornis(acromegalie) groeien neus,kin,oren,handen en voeten sneller waardoor ze in verhouding groter zijn.
De ziekte van Creutzfeldt- Jakob, die tast hersenen aan en is niet te genezen! De ziekte wordt doorgegeven via besmet rundvlees. gekke koeie-ziekte.
Warmbloedig constante lichaamstemeratuur, onafhankelijk van omgevingstemperatur.
Koudbloedig temperatuur gelijk aan de omgevingstemperatuur.
Homeostase; soort evenwicht in je lichaam; Onze lichaamstemperatuur blijft binnen nauwe grenzen. Bij overschrijding van die limieten treden onderkoelings of verhittingsverschijnselen op.
Feedbackmechanisme; een actie die volgt op een waarneming./signaal naar hersenen  reactie.
Kamerthermostaat, elektrische thermometer meet de temp. En geeft die door aan thermostaat. Vergelijkt dit met ingestelde temp. Te laag onderneemt actie
Voedsel = Energie: om het interne milieu stabiel te houden, gebruikt het organisme energie. Het stelt zich teweer tegen andere organismes, bacteriën en virussen, straling, regen, uitdroging. Ook daarvoor is energie nodig. Planteneters halen energie uit groenvoer en vleeseters uit het vlees van planteneters.
Galenus
wie: een Griekse arts en filosoof. Leefde en werkte in het Romeinse keizerrijk.
Wat: theorie (in navolging van Aristoteles) dat er in het hart warmte wordt geproduceerd om het organisme in leven te houden. De ingeademde lucht kwam via de longader het hart binnen en koelde er de hartvlammen. In het hart werkten bloed en lucht op elkaar in door de hitte van het levensvuur.
Het lichaam had iets uit de lucht nodig: een levensgeest. Deze levensgeest werd op het bloed overgedragen waarbij dit dan helderrood kleurde. Dit zou zich allemaal in het hart afspelen. Slagaders functioneren helemaal los van elkaar.
Wanneer: 130-201. zijn werk bleef meer dan1000 jaar onaantastbaar.
Antoine Laurent Lavoisier
Wat: hij bewees in het tijdperk na de renaissance, de verlichting, dat bij zowel ademhaling als verbranding lucht nodig was. Bij verbranding verdwijnt er geen materiaal, maar het verbindt zich met iets in de lucht. Hij toonde aan dat dat het gas was, ontwikkeld uit metaaloxiden (zuurstof en metaal) die intens verhit waren. De naam zuurstof was geboren.
Wanneer: 1743-1794.
Hoofdstuk 3:

Kleuren zien  kegeltjes
stereoscopisch zicht dit stelt ons in staat diepte te zien en afstanden nauwkeurig in te kunnen schatten
Tepetum lucidum dit komt veel bij nachtdieren voor. Zolang er nog maar een sprankje licht is zien ze nog goed. Het reflecteert licht zodat de staafjes 2x belicht worden.
Oren-horen
Neus-ruiken
Ogen-kijken
Mond-proeven
Humeurenleer 322 voor christus tot en met middeleeuwen 1400(karakter van een mens)
Cholerisch driftig, opvliegend, ambitieus, loyaal
Sanguinisch, emotioneel, snel verliefd, makkelijk studeren, veel gevoel humor
Flegmatisch, rustig, bescheiden
Melancholiek, spreken weinig, studeren heel serieus, bedriegen zelden, jaloers
Gesteentes kunnen ook van organische oorsprong zijn. krijt ontstaat uit de kalkskeletjes van ééncellige diertjes, de Foraminifera. Hun cytoplasma (cel-inhoud) kan het ontstaan van aardolie tot gevolg hebben.
De stolling van magma.
magma--> die onder de aardkorst is een stroperige massa gesteente.
stollingsgesteente--> als het magma omhoog dringt bij gebergtevorming, de botsing van continenten of vulkanisme, gaat het stollen.
stofeigenschap--> iedere verbinding kristalliseert uit bij een bepaalde temperatuur. als het magma kouder word kristaliseren er steeds meer verschillende verbindingen.
restsmelt--> aan het eind van dit proces hierboven, is er een rest van allerlei verbindingen, die nog niet gekristalliseerd is of geen plaats kon vinden binnen de kristalroosters van al eerder gevormde mineralen.
Metamorfose van gesteente.
Verweerde resten van gesteentes, maar ook gesteentes zelf kunnen terugzinken in de aardkorst of in contact komen met magma. ze veranderen dan weer van structuur doordat ze geheel of gedeeltelijk vloeibaar worden.
Sedimenteren van gesteente.
als het gesteente verweert, verbrokkelt het wer tot de losse mineralen. deze lose mineralen kunnen door rivieren worden meegespoeld en op bepaalde plaatsen bezinken. mineralen van 1 bepaald type hebben dezelfde dichtheid en bezinken op dezelfde plaats. zo ontstonden in het 'wilde westen' de zogenaamde placers, plekken waar goud door uitsoeling en sedimentatie(bezinking) geconcentreerd was.

De aarde is een bol: vroeger dacht men dat de aarde plat was. Maar hier volgen een paar argumenten waarmee je kan bewijzen dat hij rond is.
1) voor griekse filosofen was de reden; “omdat het de meest volmaakte vorm is”
2) bij de maanverduistering zie je de schaduw van de aarde -> rond
3) als je een schip over de zee ziet aankomen zie je eerst de mast.
4) De schaduw is op verschillende plekken op aarde anders.
Breedtegraad: word als je de evenaar hebt van rechts nar links gemeten. Op 90* NB de Noordpool en op 90* ZB de zuidpool.
Haaks op deze verdeling staat de:
Lengtegraad: word gemeten van noord naar zuidpool. (west (-) oost (+))


Klimaatzones: we kennen 5 klimaatzones, deze worden verklaard door de circulatie van lucht tussen evenaar en polen. De tropen worden het meest verwarmd door de zon, daar zet de lucht uit, word licht en stijgt op -> lagedruk gebied -> stijgt -> koelt af -> waterdamp word regen.
De afgekoelde lucht land in de subtropen, 35°NB en ZB -> hoge drukgebied. Vooral verticale luchtbeweging, weinig wind -> subtropische hoogdrukgordels en tropische kalmtegordel.
Een deel van de lucht waait in de vorm van passaat wind naar de tropische kalmtegordel. Het andere deel gaat naar de polen en stoot ter hoogte van onze breedten op polaire koude stromen.
Zonnejaar enz: de periode die de zon nodig heeft om op hetzelfde punt aan de hemel terug te keren is een zonnejaar. De oude Egyptenaren stelde dit jaar vast op 365 dagen.
Ons westers christelijk jaar is een zonnejaar. Elke 4 jaar hebben we één extra dag omdat het jaar in werkelijkheid 6 uur langer duurt. Met 97 schrikkeljaren per 400 jaar zitten onze jaarlengte wel heel dicht bij de astronomisch bepaalde lengte.
De aarde draait om haar as én maakt een beweging om de zon in iets meer dan 365 dagen. Daardoor zien we elke dag de zon in het oosten opkomen en in het westen ondergaan. Vanaf dezelfde plek op aarde zien we na ongeveer 24 uur de zon weer in het hoogste punt komen. Deze tijdsduur is de middelbare zonnedag. In 1 uur draait de aarden ongeveer 15º om haar eigen as. 1º is 4 minuten.
Sterrendag: na 23 uur en 56 minuten, één sterrendag, zien we dezelfde ster ’s nachts weer in het hoogste punt. In deze tijdsduur draait de aarde éénmaal rond haar as. De zon staat echter dichterbij. Een middelbare zonnedag duurt ongeveer 4 minuten langer. De aarde is in haar baan om de zon namelijk iets opgeschoven.
Seizoenen:
Zomer op noordelijk halfrond en winter op zuidelijk halfrond is op 21 juni.
In de standen van de zon op 21 maart (lente) en 23 september (herfst) staat de zon loodrecht boven de evenaar. Zomerzonnewende als de dagelijks hoogste stand op z’n maximum is op het noordelijk halfrond. Winterzonnewende is dat de zon in de laagste positie van het noordelijk halfrond staat.
Schijngestalte:
Vorm die het verlichte deel van de maan heeft heet het schijngestalte en geeft aanleiding om de maand als tijdmaar te nemen.
Joods jaar:
Het joods jaar telt echte maan-maanden van afwisselen 29 en 30 dagen, het joods jaar telt 354 dagen, korter dan westers jaar. Dit lossen de joden op door eens in 3 jaar een extra maand in te lassen. Het Paasfeest blijft in het voorjaar. Pasen valt altijd op zelfde datum: 14e van de eerste maand Nisan.

Islamitisch jaar:
Het islamitisch jaar is een puur maanjaar van 12 maan-maanden afwisselend van 29 en 30 dagen, in totaal 354 dagen, schrikkeljaren van 355 dagen.
Islamieten kennen geen aanpassing op het zonnejaar, daarom valt de maand Ramadan op allerlei verschillende data in het zonnejaar.
Verschil astronomie/ astrologie:
- Astrologie is het maken van voorspellingen op basis van hemelverschijnselen. (voorspellingen)
- Astronomie is het maken van kloppende kalenders, tabellen, sterrenkaarten, en het berekenen van plaats van planeten en maanstanden. (wetenschap)
Polshoogte bepalen:
Op de plaats waar de aardas door de hemelbol prikt staat de Poolster.
Het nemen van poolshoogte op het noordelijk halfrond geeft informatie over de breedtegraad.
Poolster staat stil, andere sterren draaien er omheen: noordelijke sterren draaien tegen de wijzers van de klok in, in cirkels om de poolster heen. Planeten volgen een hele andere baan dan sterren, vandaar dat ze dwaalsterren worden genoemd.
Astronavigatie is het navigeren op sterren.
Astrologie en astronomie: planeten en sterren zenden als het ware krachten of stralen uit die de aarde beïnvloeden. Veel geleerden verdienden geld met de astrologie; het maken van voorspellingen op basis van hemelverschijnselen. Het maken van kloppende kalenders, tabellen, sterrenkaarten, en het berekenen van de plaats van planeten en maanstanden was het echte astronomische werk.
Helio-centrisch model/ zonnestelsel:
Om de zon bewegen 9 planeten, en aantal mini-planeten (planetoïden), dit is het zonnestelsel ofwel het helio-centrisch model.
Ontstaansgeschiedenis van Mars, Mercurius en Venus:
Mars: leek op aarde, had vloeibaar water, daardoor zijn er enorme dalen in het oppervlak.
Mars is half zo breed als de aarde, daardoor ontsnapte inwendige warmte vrij snel. Koolstofdioxide verdween uit de atmosfeer. Geleidelijk verdween atmosfeer omdat er geen koolstofdioxide meer bij kwam.
Mercurius: Mercurius staat dicht bij de zon, daardoor is oppervlaktetemperatuur circa 400 C.
Omdat planeet te klein is om een atmosfeer te houden zakt temperatuur ’s nachts tot -200 C. Mercurius heeft geen dampkring vandaar het gepokte uiterlijk, brokken steen slaan op het oppervlak in omdat er geen atmosfeer is. Vandaar de kraters.
Venus: Op Venus wordt de inwendige warmte bijna net zo goed vastgehouden als op de aarde. Vroeger had Venus mogelijk meren en oceanen op het oppervlak, door kleine afstand tot zon verdampte al het water, zodat koolstofdioxidekringloop werd verbroken. Waterdamp en koolstofdioxide hoopte zich op in atmosfeer wat een versterkt broeikaseffect opleverde, temperatuur werd meer dan 450 C.
Gasreuzen:
- Jupiter
- Saturnus
- Uranus
- Neptunus
Moleculen

Opbouw atomen
Bijna alle massa van een atoom is geconcentreerd in de kern. daar treffen we 2 soorten kerndeeltjes aan : protonen en neutronen. om de kern bewegen evenveel elektronen als er protonen in de kern zitten. omdat protonen en elektronen een even grote, maar tegengestelde lading hebben, is een atoom elektrisch neutraal. om de kern heen cirkelen elketronen als planeten om de zon.
Atoomnummer
Verband protonen en elektronen komt overeen met de protonen in de kern.
Isotoop
De verschillende versies van één element.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.