De bevolking (hfst. 6)

Beoordeling 8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1911 woorden
  • 19 maart 2002
  • 84 keer beoordeeld
  • Cijfer 8
  • 84 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Methode
§ 6.1 bevolkingsgroei
Voeger bij ons en nu nog in de derde wereld was het de gewoonte om voor je ouders te zorgen als zij zwak en oud zijn.
De Britste econoom Thomas Robert Malthus zag 2 eeuwen geleden in dat het aantal mensen in zijn land begon toe te nemen. Dit kwam door de verbetering van de hygiëne Er kwam schoon drinkwater en riolering werd ook beter geregeld, hierdoor stierven er minder kinderen op jonge leeftijd. Malthus rekende uit dat de Engelse bevolking elke 25 jaar zou verdubbelen. Dus moest de voedselproductie ook 2 maal zo groot worden. Indien de bevolking snel bleef groeien zou dat lei-den tot hongersnood. Ten slotte zouden er voedseloorlogen komen voorspelde Malthus. Om dit tegen te gaan stelde hij voor dat mensen op latere leeftijd moeten gaan trouwens waardoor gezin-nen minder groot zouden worden. Ook raadde hij seksuele onthouding aan als methode om minder kinderen te krijgen.
In 1845 kreeg Malthus gelijk, toen er in Ierland door een aardappelziekte een jarenlange hongers-nood uitbrak. Ongeveer 1 miljoen Ieren zijn hieraan gestorven. Ook emigreerde er 1 miljoen men-sen richting de VS. In Engeland ontstond de ‘Engelse ziekte’ (rachitis) het krom groeien van armen en benen door gebrek aan zonlicht. Als je nu naar Engeland kijkt zijn er veel meer mensen dan Malthus voorspelt had en er is veel meer voedsel, hij had in zijn rekenmodel geen rekening gehou-den met technologische ontwikkelingen en sociale factoren.

In Nederland houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zich bezig met de registratie van bevolkingsgegevens. Er wonen in Nederland nu 16 miljoen mensen. Volgens de voorspellingen van het CBS heeft Nederland in 2035 17 miljoen inwoners. Ieder jaar zullen er 35000 meer mensen immigreren en emigreren. Ook zullen Nederlanders steeds ouder worden, halverwege deze eeuw zullen mannen 80 jaar worden en vrouwen 83 jaar. De wereldbevolking groeit nu met 90 miljoen mensen per jaar. Op dit moment leven we met 6 miljard mensen op de aarde.
De Verenigde Naties houden zich bezig met voorspellingen van de verwachte groei van de wereld-bevolking. Het Bevolking Onderzoek Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen heeft samen met een internationaal onderzoekscentrum (IIASA) een computerprogramma ontwikkeld om de groei van de wereldbevolking te berekenen. In het model zijn ook sterfte, vruchtbaarheid en migratie opgenomen. Het is voor 95 procent zeker dat de wereldbevolking in het jaar 2050 tussen de 8 en 12 miljard zal liggen. Een reden waarom de uitkomsten van dit bevolkingsmodel niet erg betrouw-baar zijn is omdat in alle ontwikkelingslanden samen ongeveer 200 miljoen mensen niet in de tel-ling zijn opgenomen.
§ 6.2 grenzen aan de groei
De club van Rome bestaat uit 50 vooraanstaande industriële en geleerden die in 1972 is opgericht.
Hun opdracht was de onderlinge afhankelijkheid en de wisselwerking tussen 5 variabelen op we-reldschaal in kaart te brengen. De variabelen waren: 1. Bevolkingsgroei 2. Voedselproductie 3. In-dustrialisatie 4. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen 5. Milieuvervuiling. De belangrijkste con-clusies van het rapport ‘ de grenzen aan de groei’ waren:
- Wanneer de wereldbevolking blijft groeien, zal de voedselproductie moeten blijven toenemen, natuurlijke hulpbronnen zullen uitgeput raken. Al eerder zullen de fossiele brandstoffen uitgeput zijn
- Als de groei afneemt, kan de stabiliteit ontstaan. Ieder mens kan dan toch in zijn eerste levens-behoeften voorzien.

De groei van de wereldbevolking bedraagt nu 3 procent. Is een verdubbeling in 25 jaar.
In het Midden Oosten bevinden zich de grootste voorraden ruwe olie. Een vat olie bevat 159 liter olie. Van de 1000 miljard vaten zit 2/3 onder het zand van het Golfgebied. Saudi- Arabie heeft de meeste vaten (260 miljard) daarna Irak, Iran en Kuweit.
Vorig jaar zijn er 25 miljard vaten olie geproduceerd.
Technische ontwikkelingen zorgen voor nieuwe uitvindingen en maken modellen die voorspellingen doen over het opraken van grondstoffen, onbetrouwbaar en soms zelfs totaal ongeldig.
Door nieuwe uitvindingen komen er in veel sectoren producten op de markt die dan geen aanslag meer plegen op de schaarse grondstoffen waarvan ze vroeger weren gemaakt
De club van Rome heeft ons milieubewust gemaakt. Deze club gebruikte ook voor het eerst het begrip duurzaamheid. Een duurzame ontwikkeling bevredigt de vraag van deze tijd, zonder de mo-gelijkheden van de toekomstige generaties aan te tasten: zei mevrouw Brundtland. Hergebruik van allerlei grondstoffen is een onderdeel van een technische kringloop. Hergebruik wordt ook wel recy-cling genoemd.
In Nederland waren er in 1998 bijna 6 miljoen auto’s die gemiddeld 165000 kilometer per jaar reden = 99 miljard kilometer. Er zat in de auto’s ongeveer 1.6 personen en er werd 5.6 miljard liters
aan brandstof verstookt: benzine, diesel en LPG. Men maakt zich zorgen om het gebruik en is daarom aan het kijken of auto’s bijvoorbeeld op alcohol gehaald uit suikerbieten of suikerriet. Maar het kan ook uit aardappels, maïs gerst en tarwe worden gehaald. Dit gebeurt door de producten te laten gisten. Het voordeel is dat de brandstof schoner en goedkoper is dan benzine en dieselolie.
Alle nieuwe auto’s met een benzinemotor (of LPG) moeten een driewegkatalysator hebben. Dit is een onderdeel van de uitlaat dat schadelijke stoffen uit de verbrandingsgassen verwijdert. Zonder katalysator komen er uit de uitlaat koolwaterstoffen stikstofoxiden en koolstofmono- oxide. De ka-talysator maakt er water en koolstofdioxide van. Al het verkeerd veroorzaakt luchtvervuiling. De trein is de minste vervuiler en het meeste zijn de auto’s en motoren. Vliegtuigen zorgen ook voor verontreiniging van het milieu, maar ze leveren ook geluidsoverlast. De regering overlegt over een 5de landingsbaan of over een nieuwe locatie, op een eiland voor de kust bijvoorbeeld. De snelle groei van de luchtvaart heeft ook te maken met het feit dat vliegen betrekkelijk goedkoop is. Dit komt omdat vliegtuigbrandstof ( kerosine) in tegenstelling tot autobrandstof niet met accijns is be-last. In 1998 is besloten dat het aantal starts en landingen 380000 bedragen, passagiersbewegingen op 44 miljoen vastgelegd. Als in 2003 de vijfde landingsbaan er is zal het aantal starts en landingen met 20000 toenemen.
Openbaar vervoer neemt 15 procent voor zijn rekening. Er wordt dus niet veel gebruik van gemaakt maar de voordelen in een dichtbevolkt land zijn duidelijk:
- openbaar vervoer maakt spaarzaam gebruik van ruimte en energie
- relatief weinig vervuiling
- de veiligheid per personen- kilometer van de trein is groter dan die van een auto
De auto biedt veel meer bewegingsvrijheid en daar doen Nederlanders niet graag afstand van.
Ontwikkelingslanden moeten kiezen of ze verder willen ontwikkelen in openbaar vervoer of in de auto. Westerse landen stimuleren het openbaar vervoer. Maar ze denken juist van wat jullie hebben willen wij ook, er is daar dus sprake van een tweesporenbeleid: meer rails en betere wegen.
§ 6.3 meer voedsel
Duizenden jaren geleden hebben de eerste landbouwers ontdekt dat je met landbouw en veeteelt veel efficiënter aan voedsel kan komen dan door te jagen en verzamelen. Ze kwamen er al snel achter dat planten voeding nodig hadden. De grond raakte snel uitgeput en daarom trokken de boeren steeds verder naar nieuwe grond die ze gingen ontginnen door het platbranden van bossen. De as ploegde ze onder, waardoor volgens hen vruchtbare grond ontstond. Later gingen de boeren ook mest van hun vee over het land uitstrooien. Ze kregen door dat ook die mest goed was voor hun plantengroei. Ze gooiden ook gestampte botten of zeewier op hun land.
Meneer Van Helmont heeft een proef gedaan naar het groeien van een wilg. Hij zette een wilg in het potje met aarde en gaf deze geen water. Na vijftien bleek dat het gewicht zwaarder was gewor-den. Wat deze meneer niet wist is dat planten niet alleen maar door water groeien maar ook door koolstofdioxide.
Bij fotosynthese zetten planten zonlicht om in chemische energie. Daarbij neemt de plant water op uit de grond en koolstofdioxide uit de lucht. Daarvan maakt de plant bladgroenkorrels glucose en zuurstof die worden gescheiden. De fotosynthese kun je weergeven als:
6CO2 + H2O Ø C6H12O + 6O2
Het maakt deel uit van een grote kringloop: de koolstofkringloop. Hele model staat op blz 29,30.
De Duitse chemicus begon in 1830 uit te zoeken welke elementen er nodig zijn voor de groei van planten. Hij stelde vast dat het vooral ging om verbindingen die de elementen fosfor, kalium, stik-stof of zwavel bevatten. Hij was de uitvinder van het kunstmest.
De kans dat een plant gebrek heeft aan een element is het grootst voor het element stikstof. In de grond zaten weinig nitraten. Guano (vogelpoep) kon hiervoor dienen. Tegenwoordig wordt het kunstmatig gemaakt.
Stikstof reageert nauwelijks met andere stoffen. Door onweer ontstaat nitraat. Stikstof is nodig voor opbouw van eiwitten.
Bij voedselproductie zijn de 2 belangrijkste factoren de plant en zijn voedsel. Groene revolutie is het verhogen van de opbrengst van landbouwgewassen.
Door meer productie moest er meer kunstmest komen om het mineralenniveau in de bodem op peil te houden. Maar omdat de kunstmest heel duur was, raakte kleine arme boeren achterop en moes-ten hun land aan de grotere boeren verkopen. Bij de grotere boeren gingen ze dan in loondienst, hierdoor is een duidelijke weerzin tegen kunstmest gekomen.
Lucht bestaat voor 80 procent uit stikstof. De meeste planten kunnen het niet rechtstreeks uit de lucht opnemen maar krijgen hulp van de bacterie Rhizobium. Deze bacterie is aanwezig in knolle-tjes op de wortels van de plant. Deze bacterie zet stikstof uit de lucht om in nitraten waardoor de planten beter gaan groeien.
Groenbemesting doe je door het omploegen van planten.
6.4 duurzame ontwikkeling
Je werkt duurzaam als je de mest van je vee op het bouwland gebruikt en met die mest weer vee-voer voor zijn beesten produceert. Deze balans is op veel plaatsen fors verstoord. Het begon met de opkomst van intensieve veehouderijen. Boeren kunnen hun mest niet meer kwijt. Het komt terecht in het oppervlakte water en grondwater, dat heet uitspoeling. Drinkwaterbedrijven kunnen alleen tegen hoge kosten gebruik maken van met nitraten vervuild drinkwater.
Mest kan niet worden vervoerd omdat het voor 90 procent uit water bestaat. Korrels ervan maken bleek te duur te zijn. Tegenwoordig gebruikt men minder kunstmest. Vroeger gebruikten ze veel, en door een overschot aan kunstmest stierven de planten juist i.p.v. dat er een grote oogst kwam.
Nederland heeft een enorme veestapel. (90 miljoen kippen, 13 miljoen varkens en 5 miljoen koei-en). Ze produceren veel te veel mest. Door de varkenspest is in 1998 het aantal gedaald. Het werd met een kwart verminderd en kwamen nu dus uit op 13 miljoen varkens op 24000 bedrijven. De regering wilt minder varkens, maar de producten die ze leveren zullen dan duurder worden, dus wilt de overheid een overschot aan mest of dure vleesprijzen?
Alle boeren zijn verplicht een mineralenboekhouding bij te houden. Het doel is tot evenwicht te komen tussen fosfaten en nitraten een bedrijf binnenkomt en via productie er weer uit gaat. Een boer brengt 40000 kg binnen en er verlaat 20000 kg mineralen Deze boer krijgt nu een boete om-dat zijn land te weinig van de opgebrachte mest verbruiken.
Een boer met een gemengd bedrijf heeft een probleem minder, het vervoeren van mest. Ecologisch zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Geïntegreerd is met alle moderne technologie maar met een zo weinig mogelijk verbruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
Bij duurzame grond streeft de boer ernaar de grond zo vruchtbaar mogelijk te houden. Belangrijk is de structuur in de grond. Compost bestaat uit gedeeltelijke verteerde plantenresten. Compost is een prototype voor kringloopmateriaal planten die via de aarde weer nieuwe planten worden.
De opbrengst is lager, dus vragen ze een hogere prijs, maar dit alles is wel beter.
In de landbouw gaat het er ook om hoe je de vele plagen kunt bestrijden. Veel van deze bestrij-dingsmiddelen tasten het milieu aan. Reststoffen komen in het drinkwater terecht. Om dit alles te verminderen in een verkoopregistratie ingesteld.
Ecologische boeren proberen ongedierte te bestrijden door bijvoorbeeld sluipwespen los te laten. Om ze gebruiken feromonen. Dit zijn vluchtige lokstoffen die vrouwelijke insecten afscheiden om mannetjes te lokken. Dit dood de dieren niet maar maakt ze wel onvruchtbaar.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Het is waarschijnlijk een prima samenvatting maar let volgende keer even op het Hoofdstuk waar je mee bezig bent.. het moet namelijk hoofdstuk 6 zijn in plaats van 5.
groeten

18 jaar geleden