ANW samenvatting inleiding, h1, h2

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 1782 woorden
  • 19 mei 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

ANW samenvatting inleiding


Verschillende oorsprong verhalen:



  • Moderne wetenschap: universum ontstaan door big bang 13.8 miljard jaar geleden, aarde ontstaan 4.5 miljard jaar geleden door overgebleven materie bij vorming zon, eerst eencellige organisme, mensen ontstaan door evolutie, mensen domineren dieren / planten.

  • Chinees: Er was een ei vol chaos, Pan Gu brak dit ei en vanuit daar ontstond het universum, eerste levensvormen zijn de vlooien en luizen op het lichaam van Pan Gu, deze zijn de voorouders van de mens, mensen en dieren moeten samen een evenwicht zoeken, dit evenwicht is Ying Yang.

  • Joods-Christelijk: God heeft alles gecreëerd; de aarde, het universum en de mensen, mensen heersen over de natuur.

  • Iroquois: eerste mensen leefden in de hemel, de dochter van het opperhoofd viel door de wolken en kwam terecht op de aarde waar zei is geholpen door dieren, de schepper van de aarde is een grote schildpad die de dochter hielp, omdat dieren mensen helpen moeten mensen dieren respecteren.

  • Maya’s: een gepluimde slang heeft de aarde gemaakt, eerste levensvormen zijn herten poema’s jaguars en ratelslangen, mensen zijn gemaakt vanuit mais, mensen heersen over de natuur door te jagen en verzamelen.

  • Grieken: universum ontstaan vanuit chaos binnen een leegte, scheppers van de aarde zijn Gaia Eros en Erebus, aarde ontstond toen Gaia geboorte gaf aan Uranus, titanen eerste levensvormen, mensen zijn gemaakt door Promotheus en Zeus, zowel mensen als dieren zijn ondergeschikt aan goden.

  • Zoeloe: Umvelinqangi heeft alles gecreëerd vanuit de duisternis, hij stuurde een zaadje naar de aarde, uit dat zaadje kwam riet en uit dat riet ontstonden alle levensvormen, al het leven komt voor uit dezelfde voorouder en is dus gelijk aan elkaar.


Mythes hebben allemaal een schepper, de moderne wetenschap niet. De moderne wetenschap heeft een leeftijd van het universum en de aarde en de andere mythes niet.


4 niveaus van bewijsvoering, de claimtesters:






























Empirisch bewijs



logica



autoriteit



intuïtie



Kennis door waarnemingen.



Kennis door je eigen verstand te gebruiken en berekeningen te maken.



Kennis door de uitspraak van een deskundige.



Kennis door te luisteren naar je gevoel.



Wel betrouwbaar



Wel betrouwbaar



Soms betrouwbaar



Niet betrouwbaar



Bv: de aarde is rond want dit kunnen we op foto’s zien.



Bv: uit berekeningen blijkt dat het universum 13.8 miljard jaar oud is.



Darwin zegt dat nieuwe soorten ontstaan door natuurlijke selectie.



Ik heb het gevoel dat deze persoon slim is dus ik geloof wat hij zegt.




3 zaken die zorgen voor complexiteit:



  • Verschillende ingrediënten: hoe meer (gevarieerde) deeltjes hoe complexer iets is.

  • Precieze opeenvolging: hoe preciezer de deeltjes georganiseerd zijn hoe complexer iets is bijvoorbeeld een auto is complexer dan een stapel losse onderdelen.

  • Emergente eigenschappen: als deeltjes in een bepaalde volgorde zitten kunnen ze dingen doen die ze niet zouden kunnen doen als ze op een andere volgorde zitten bijvoorbeeld een auto kan alleen rijden als alle onderdelen ook echt op de juiste plek zitten.


Goldilocks voorwaarden = wanneer de omstandigheden voor een complex goed precies goed zijn; precies de juiste ingrediënten en precies op de juiste manier opgebouwd.
















Bij de goldilocks voorwaarden is er als enige uitzondering geen sprake van verval naar chaos, maar juist een toenemende complexiteit, bijvoorbeeld de big bang, het ontstaan van sterren, de eerste levensvormen etc.


Karl Popper ging in plaats van verificatie falsificatie gebruiken. Falsificatie = voor elke theorie moet je een test bedenken om een tegenvoorbeeld bedenken waaruit blijkt dat de theorie niet klopt. Voorbeeld: de stelling is alle zwanen zijn wit, om dit te verifiëren zou je eerst elke zwaan op de wereld moeten zien en kijken welke kleur deze is, voor falsificatie moet je alleen 1 zwarte zwaan zoeken en dan is al bewezen dat de theorie niet waar is. Popper spreekt ook van corroboratie = hoe moeilijker het is om te bewijzen dat een stelling niet waar is, hoe aannemelijker het is dat deze wel waar is. Popper gebruikt demarcatiecriterium om echte wetenschap de onderscheiden van pseudowetenschap (stellingen die nep of onbewijsbaar zijn).




 















in dit plaatje zie je entropie: deeltjes gaan van meer geordend naar meer chaotisch. Het verloop van tijd waarin entropie plaats vind heet de arrow of time.



 














 

 

Entropie = de mate van ongeordendheid. De entropie wordt met de tijd steeds groter, alles wordt altijd chaotischer, bijvoorbeeld: een hete kop koffie koelt af tot kamertemperatuur. De verspreiding van materie (de hoge temperatuur) gaat van geordend (alle warmte in de kop koffie) naar minder geordend (warmte verspreid over de hele ruimte). Hoe chaotischer iets is hoe


ANW samenvatting hoofdstuk 1 de big bang


Ingrediënten + goldilocks voorwaarden = complexiteit


Onbekend + onbekend = het universum: tijd en ruimte, de 4 fundamentele krachten, de splitsing van energie en materie, de creatie van de bouwstenen voor alle toekomstige complexiteit.


We weten bij de big bang niet wat de ingrediënten en goldilocks voorwaarden zijn.


Wetenschappelijk denken begint met het stellen van waarom / hoe vragen, dit begon in het oude Griekenland met filosofen.


Aristoteles:



  • maakt gebruik van deductie = vanuit een algemene theorie een specifieke conclusie trekken, bijvoorbeeld; alle mensen zijn sterfelijk, Aristoteles is een mens dus Aristoteles is sterfelijk.

  • Aristoteles heeft een teleologisch wereldbeeld = alles heeft een doel (telos), en dit verklaard alles, bijvoorbeeld als je een steen loslaat valt deze op de grond want het doel van een steen is op de grond liggen, planeten draaien rondjes want het doel van planeten is rondjes draaien.

  • Aristoteles heeft ook een geocentrisch wereldbeeld = de aarde is het center van het universum en alle planeten draaien om de aarde heen. Dit wereldbeeld heeft Ptolemaeus later verder uitgewerkt.


Vanaf de 16e eeuw gingen mensen in plaats van door deductie redeneren gebruik maken van inductie = vanuit een specifieke waarneming trekken we algemene conclusies, bijvoorbeeld de 1e zwaan in het park is wit, de 2e zwaan in het park is wit … de laatste zwaan in het park is wit, dus alle zwanen in het park zijn wit.


Thomas Kuhn spreekt in de 16e eeuw door alle nieuwe ontdekkingen zoals zwaartekracht van een paradigmaverschuiving = door een belangrijke wetenschappelijke ontdekking krijgen we opeens een heel ander beeld van hoe de hele wereld in elkaar zit. Paradigma = een wetenschappelijk denkkader dat onze werkelijkheid bepaald en voortschrijft wat we aannemen, bijvoorbeeld ons paradigma is dat de aarde rond is en de aarde om de zon draait. Volgens Kuhn is het ene paradigma niet beter dan de ander, omdat het wereldbeeld zo anders is kan je het niet vergelijken.


Hoe verder weg het object staat waar je naar kijkt, hoe verder in het verleden je kijkt. Twin paradox = een astronaut maakt een ruimtereis op zeer hoge snelheid, als hij terugkomt is hij jonger dan zijn tweelingbroer die op aarde is gebleven. Als we sneller dan het licht zouden kunnen reizen, kunnen we tijdreizen, maar dit is nooit mogelijk want niks kan sneller dan het licht gaan.


Met de big bang ontstond vanuit singulariteit (situatie voor de big bang, een oneindig klein punt):



  • De 4 fundamentele krachten: zwaartekracht, elektromagnetische kracht, zwakke kernkracht en sterke kernkracht.

  • Licht en ruimte

  • De 2 lichtste en eenvoudigste elementen: waterstof en helium


String theorie = er zijn meerdere universums met elk hun eigen kenmerken.


Karl Popper ging in plaats van verificatie falsificatie gebruiken. Falsificatie = voor elke theorie moet je een test bedenken om een tegenvoorbeeld bedenken waaruit blijkt dat de theorie niet klopt. Voorbeeld: de stelling is alle zwanen zijn wit, om dit te verifiëren zou je eerst elke zwaan op de wereld moeten zien en kijken welke kleur deze is, voor falsificatie moet je alleen 1 zwarte zwaan zoeken en dan is al bewezen dat de theorie niet waar is. Popper spreekt ook van corroboratie = hoe moeilijker het is om te bewijzen dat een stelling niet waar is, hoe aannemelijker het is dat deze wel waar is. Popper gebruikt demarcatiecriterium om echte wetenschap de onderscheiden van pseudowetenschap (stellingen die nep of onbewijsbaar zijn).


Tijdlijn veranderend wereldbeeld:


Ptolemaeus: beschreef het heelal met de aarde in het centrum met daar om heen de perfecte cirkelvormige banen van planeten, de zon en de sterren. (Geocentrisch wereldbeeld, geaccepteerd en gangbaar tot de 16e eeuw)


Copernicus: was de eerste persoon die bedacht dat de aarde niet het centrum van het heelal is, maar de zon. De aarde draait om haar eigen as (zonsopkomst en ondergang)  en alle planeten draaien om de zon. Hij zette daarmee de overgang in van een Geocentrisch wereldbeeld naar een Heliocentrisch wereldbeeld.


Galilei: deed waarnemingen met een telescoop die het Heliocentrisch model ondersteunden. (o.a. dat Venus net zoals de maan schijngestalten vertoont wat te verklaren valt door dat Venus en de aarde in een baan om de zon draaien.


Newton: kon met zijn gravitatietheorie en wiskundige formules de banen van planeten zeer nauwkeurig berekenen / voorspellen. Hiermee was het Heliocentrische model van het heelal een feit.


Hubble: ontdekte, m.b.v. rood verschuiving, dat sterrenstelsel van ons af bewogen en dat het heelal dus uitdijt. Terug redenerend moet er dan dus ooit een beginpunt zijn geweest. “De oerknal” of Big Bang. Het universum bleek dus 1e niet gefixeerd te zijn (wordt groter) en 2e niet oneindig oud (het heeft een begin)


Verschillen onderling:


Ptolemaeus: Geocentrisch wereldbeeld.


Copernicus, Galilei, Newton: Heliocentrisch wereldbeeld maar het universum is gefixeerd (niet veranderd, staat vast) en oneindig oud.


Hubble: Heliocentrisch wereldbeeld maar het universum is niet gefixeerd (wordt groter) en oneindig oud.


Hoofdstuk 2 sterren en elementen


13.6 miljard jaar geleden:


Ingrediënten + goldilocks voorwaarden = complexiteit


Waterstof & helium, zwaartekracht, sterke kernkracht en fusie + kleine variaties in de dichtheid van materie in het hele universum en temperaturen van meer dan 10 miljoen graden Celsius = sterren, melkwegstelsels, clusters en superclusters


Na de big bang ontstonden neutronen en protonen door de vrijgekomen energie, vanuit deze neutronen en protonen ontstonden via nucelosynthese de eerste elementen: helium, waterstof, lithium en beryllium.


Ontstaan sterren:


De eerste 200 miljoen jaar na de oerknal waren er geen sterren, deze tijd heet de dark ages. In die tijd kwamen er hele kleine verschillen in dichtheid en temperatuur, sommige plekken waren net iets warmer of dichter, in deze plekken was dan ook de zwaartekracht hoger. Door de hogere zwaartekracht werden meer atomen aangetrokken waardoor de dichtheid nog hoger werd en de zwaartekracht nog sterker. Dit bleef zich herhalen totdat wolken van atomen zich vormde, binnen in deze wolken werd het zo heet dat protonen samensmelten. Dit geeft zoveel energie dat in het centrum van de wolk een ster ontstaan. Vanaf 200 miljoen jaar na de oerknal gaan langzamerhand steeds meer sterren oplichten.


Soorten sterren:
















Al deze sterren in het plaatje behoren tot de sterren binnen de hoofdreeks en bestaan uit waterstof en helium. Verder heb je ook nog rode dwergen, deze zijn zwakker dan lichte sterren en doven langzaam weer uit.


!leer levenscyclus ster!



 














 

 

we kunnen verschillende soorten sterren onderscheiden aan de hand van het licht wat ze geven. Alle sterren met hun kleur en helderheid staan in de Herzsprung-Russeldiagram.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.