Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Zuidoost Azië: Hoofdstuk 1 en 2

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 685 woorden
  • 16 september 2015
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Hoofdstuk 1



Geen formele regio, zoals Europa.

Ingeklemd tussen China en India.

Mensen wonen op vlak land bij water (delta’s)

Veel immigratie door Chinezen



Singapore welvarendst, Myanmar, Laos en Cambodja minst welvarend

Smeltkroes van bevolkingsgroepen.

Intern in land veel conflicten, niet met buitenland.



Platentektoniek, in the ring of fire, convergentie, stratovulkanen -> pyroclastische stroom (gaswolken), lahars (modderstromen)

Vruchtbare bodems

Subductie, komt een trog in het water

Allerlei kleine platen in zuidoost Azie



Grote kans op tsunami’s door al die platen. Bodem trilt, water beweegt en ontstaat een golf. Hoe dichter bij de kust hoe hoger de golf wordt.

Veel natuurlijke hulpbronnen (delfstoffen) doordat de lava stolt in de gangen. (ertsaders)

Veel gas en olie door die vulkanen.



Tropisch regenklimaat (Af (focht, altijd regen) Aw (wintertrocken, in de winter droog) As (sommertrocken, in de zomer droog)



Juli: Zon loodrecht op 23,5 noordenbreedte

Azië lagedruk, Australië hogedruk

Zuidelijk ZO-Azië is nog droog, maar hoe hoger je in ZO-Azië kijkt wordt de wind steeds natter, dus steeds meer vocht.



Januari: Zon loodrecht op 23,5 zuidenbreedte

Australië lagedruk, Azië hogedruk

Noordelijk ZO Azië droge, aflandige wind

Zuidelijk ZO Azië heel vochtig, al lange tijd over zee.



Moesson uitleggen examen:

- Waar staat de zon loodrecht

- Waar is hoge/lage luchtdruk gebied

- Gaat de wind veel over zee of niet



Intertropische convergentie zone is altijd de min (laagluchtdrukgebied)

Afwijking links zuidelijk halfrond, afwijking naar rechts noordelijk halfrond (Buys Ballot)



Zeewater in ZO-Azië is heel warm (27 graden), perfecte omgeving voor het ontstaan van orkanen.

Latosol bodem, rood van kleur, weinig humus en veel uitspoeling (neerslag trekt de bodem in)

Landbouw is erg intensief met name rijst. Natte rijst, er is irrigatie nodig.

Droge rijstbouw, er is geen irrigatie nodig.





Hoofdstuk 2

Koloniale verleden ZO Azië.

Veel landen zijn onder invloed geweest van koloniale overheerser. (Te vinden in Atlas)

Overal een afhankelijkheidsrelatie -> Landen nog steeds afhankelijk van voormalig kolonieland. (Economische belangen, multinationals)



Fragmentarische modernisering = modernisering in delen (niet alle gebieden moderniseren even snel)

Rurale differentiatie = niet ieder gebied op het platteland gaat even snel mee (sommige boeren kunnen wel uitbreiden, maar armere boeren niet).



Start industrialisatie in Japan. Multinationals vinden Japan te duur worden en gaan op zoek naar lageloonlanden in de buurt. Zuidkorea, Taiwan, Hongkong en Singapore. New Industrializing Countries (NIC’s)



2e generatie NIC’s: Thailand, Indonesië en Maleisië.

Exporteerden veel kale grondstoffen, daardoor verslechtert de ruilvoet. Verhouding import en export klopt niet, goedkope grondstoffen eruit en dure producten erin.

Importsubstitutie (assemblage, in elkaar zetten van producten, import materialen en export product) > Import vervangen door zelf produceren.

Vervolgstrategie: export georiënteerde industrie: Hoogwaardige industrieproducten exporteren

Zorgt voor: Meer werk, hoger BBP, besparing geld op import



Lage lonen en hoge arbeidsintensiteit > Opkomst China en Vietnam (footloose, bedrijven die zich overal kunnen vestigen en snel kunnen verplaatsen, kiezen goedkoopste plek).



Verschil tussen ontwikkeling industriegebieden en achtergebleven platteland = Differentiatie.

Laos, Cambodja en Myanmar komen niet mee. Door bijvoorbeeld landlocked, politiek instabiel, geschiedenis of het regime (streng en corrupt)



Wereldwijde economische crisis raakt ook Aziatische landen door de globalisering.

Productie wordt verschoven naar het land waar dat het beste kan (comparatieve voordelen).

Model van de vliegende ganzen, een land koploper, daarachter tweede generatie en daarna derde generatie. (In V-formatie)

Technologische ladder (outsourcing, hoogwaardige activiteiten in rijkere landen) Ontwerpen en ontwikkelen blijft in rijke landen (een vaste locatie), laagwaardige werk gaat naar armere landen (wisselende plaats).



Verdeling van beroepsbevolking bepaalt ontwikkeling van een land.

Primaire: Overal agrarische transitie (lage BNP)

Secundair: Komt op

Tertiaire sector: Nog klein, maar ook groei



Kijken naar leefomstandigheden van mensen. Hoe is onderwijs, gezondheidszorg en de regering. Human Development Index (HDI). ZO-Azië scoort laag



Vooral groei in Aziatische steden. Ruraal-urbane migratie groeit. Hoog urbanisatietempo, veel mensen trekken naar stad voor betere toekomst.

Groei krottenwijken, want er is weinig plek, veel mensen werken in informele sector.

Jonge bevolking = economisch nadelig, want werken nog niet en hebben weinig ervaring (niet productief)

Demografische druk, te veel jongeren voor de werkende bevolking

Demografisch transitiemodel; veel grote verschillen in ZO-Azië


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.