Wonen in Nederland hoofdstuk 1.1 + 1.2

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 699 woorden
  • 19 juni 2015
  • 6 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 6 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat die leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

1.1

Begrippen:

Estuarium: Verwijde, trechtervormige riviermonding waarin de waterbeweging wordt beïnvloed door rivierafvoer en getijdenwerking.



Stroomgebied: Gebied dat afwatert op een bepaalde rivier en zijn zijrivieren.



Waterscheiding: Grens tussen 2 stroomgebieden, wordt gevormd door hogere delen in het landschap.



Stroomstelsel: Rivier met alle zijrivieren en vertakkingen die in het zelfde stroomgebied liggen.



Rivier functies:




  • Aanvoer zoet water dat bruikbaar is voor:

    • Drinkwater

    • Industriewater

    • Koelwater



  • Scheepvaart

  • Toeristische functie

  • Landschappelijk aantrekkelijk

  • Natuurlijke waarde



Rivieren van Nederland:

Grote:




  1. De Rijn

    • Monding in de Alpen in Zwitserland



  2. De Maas

    • Monding in Plaeau de Langres in Frankrijk





Kleine:




  1. De Eems

  2. De Schelde

    • De Schelde mondt uit als een trechter in de Westerschelde. Dit wordt ook wel een estuarium genoemd.





 De Rijn vertakt zich in Nederland in de:




  • Pannerdens Kanaal



Vertakt in:




  • IJssel

  • Neder-Rijn later de Lek




  • De Waal(goed voor 2/3 van aanvoer van Rijnwater.



De Waal en de L4ek komen later weer bij elkaar samen met de Maas en via de Nieuwe Waterweg gaat het water naar zee.



Functies van de stuwen in de Neder-Rijn:




  • Watervoorziening van de IJssel veilig stellen.

  • Mogelijk maken van scheepsvaart.

  • Watertoevoer regelen naar IJsselmeer zodat er altijd genoeg zoet water is voor:

    • Landbouw

    • Drinkwatervoorzieningen in Noord-Nederland





 De Maas lijkt een kleine rivier maar kan heel verraderlijk zijn. Als het na een droge periode het weer gaat regenen stijgt op sommige plekken de waterstand met 7 meter.



1.2

Begrippen:



Waterafvoer: Hoeveelheid water (in m3) die per seconde op een bepaald punt door een rivier of beek stroomt; ook wel debiet genoemd.



Debiet: Hoeveelheid water (in m3) die per seconde op een bepaald punt door een rivier of beek stroomt; ook wel waterafvoer geoemd.



Piekafvoer: Tijdelijke extra hoge waterafvoer (hoogwater) van een rivier in een jaar.



Stuw: Dam in een rivier of beek om de waterafvoer te beïnvloeden, meestal gebruikt om de waterstand bovenstrooms te verhogen.



Regiem: Jaarlijkse schommelingen in de waterafvoer van een rivier of beek.



Vertragingstijd: Tijd tussen de verhoogde waterstand in een bovenstrooms gedeelte van een rivier en de te verwachten verhoging in het benedenstrooms gelegen deel.



Dwarsprofiel van een rivier: Dwarsdoorsnede van een riviergeul of beek op een bepaald punt die de waterbreedte en de verschillen in diepte laat zien.



Uiterwaard: Hoger gelegen deel van het winterbed van een rivier dat periodiek overstroomd wordt en dat tussen de zomerdijk en de winterdijk ligt.



Bovenloop: Deel van een rivier of beek vanaf de bron of oorsprong tot de middenloop waar het verval, de stroomsnelheid en de uitschuring (erosie) over het algemeen groot zijn.



Middenloop: Deel van een rivier of beek vanaf de bovenloop (dicht bij de bron) tot de benedenloop (dicht bij de monding) waar de helling niet zo groot is, waardoor de rivier gaat meanderen.



Benedenloop: Deel van een rivier of beek vanaf de middenloop tot de monding, waar het verval en de stroomsnelheid over het algemeen gering zijn en waar de sedimentatie groot is.



Zomerbed: Gebied tussen de zomerdijken.



Winterbed: Gebied tussen de winterdijken bestaande uit het zomerbed en de uiterwaarden (het buitendijkse gebied).



Lengteprofiel van een rivier: Grafische weergave van de hoogteligging van een rivier of beek over een bepaald traject, bijvoorbeeld vanaf de bron tot de monding.



Verval: Hoogteverschil tussen 2 plaatsen in de loop van een rivier of beek.



Verhang: Hoogteverschil in de loop van een rivier of beek, uitgedrukt per kilometer. Met andere woorden: het verval per kilometer.



Gegevens van waterafvoer worden gebruikt voor:




  • Scheepvaart

  • Vaststellen van de overstromingskans

  • Bepalen ban de beschikbare hoeveelheid koelwater voor bedrijven

  • Bepalen hoeveel water kan worden afgetapt voor drinkwaterbereiding



Het regiem is afhankelijk van de volgende factoren:




  • Klimaatomstandigheden

  • Aanvoer van smeltwater en/of regenwater

  • Eigenschappen van het stroomgebied



Denk hierbij aan:




  • Rotsachtige gebieden of niet

  • Waterbergend vermogen van de grond

  • Ingrepen van de mens



Denk hierbij aan:




  • Veel of weinig begroeiing



Hierdoor ontbreekt het bladerdek dat als paraplu dient waardoor de druppels gelijk op de grond komen. Daardoor moet er meer water tegelijk afgevoerd worden.



Het dwarsprofiel van Nederland bestaat meestal uit een zomerdijk, een uiterwaard en een winterdijk.



Bij normale waterstanden blijft het water zomers tussen de zomerdijken. ’s Winters tijdens de hoogwaterstanden loopt het hier ook overheen. Dan loopt het water de uiterwaard in en wordt tegengehouden door de winterdijk


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.