Aardrijkskunde samenvatting hoofdstuk 1
Globalisering, one world?

Globalisering of mondialisering is het proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt.
Globalisering heeft met aardrijkskunde te maken omdat het proces invloed heeft op de inrichting en de functie van gebieden.
De verweving van gebieden in de wereld kwam voor het eerst in een stroomversnelling tijdens de ontdekkings reizen van de 16e eeuw en de daarop volgende kolonisatie.
De motor hierachter wordt gevormd door de opkomst van multinationals, het wegvallen van handels belemmeringen en de snelle ontwikkeling van de transport- en informatietechnologie.
Een belangrijk verschil met het verleden is dat het initiatief niet werd genomen door staten maar door MNO’s. Door fusies en overnames zijn deze multinationals zo groot geworden dat ze een wereldwijd netwerk van ondernemingen hebben opgebouwd (Nike, ABN Ambro).
Fast world <-> slow world
De globalisering speelt zich vooral af tussen de drie economische kerngebieden:
Noord-Amerika (vooral de VS), de EU en Oost-Azië (met name Japan).
De kerngebieden van dit netwerk, vaak grote stedelijke gebieden, zijn de belangrijkste centra van wat wel de fast world word genoemd. De inwoners van deze gebieden zijn door hun wijze van produceren, consumeren, vakantie vieren en zich informeren sterk verbonden met de rest van de moderne wereld.
Daartegen over staat de slow world (80% van de wereldbevolking). Hun deelname aan de wereldeconomie is beperkt of zelfs afwezig. Hun zwakke traditionele economie heeft geen schijn van kans op de internationale markt. Het gaat daar om de plattelandsbevolking in de periferie maar ook om mensen die wonen in achtergebleven gebieden in westerse landen. Zo kan er binnen één land dus ook een fast world en een slow world ontstaan.
Wanneer sommige gebieden of sectoren van de economie modern-westers zijn en andere niet spreek je van fragmentarische modernisering dus als in een land bepaalde gebieden wel gebruik maken van moderne middelen, zoals machines en computers, en andere delen van het land helemaal niet, dat in er sprake van een fragmentarische modernisering.

Globalisering van de wereld economie: de oorzaken
De wereld wordt als het ware steeds kleiner, er ontstaat een global village (=Term die aangeeft dat alle delen van de wereld steeds meer met elkaar te maken krijgen). Dit komt doordat de relatieve afstand tussen gebieden steeds meer afneemt . We spreken van tijd-ruimtecompressie: de tijd en ruimte worden als het ware in elkaar gedrukt. Tijd-ruimtecompressie speelt een belangrijke rol in het globaliseringsproces. De belangrijkste aanjagers in dit proces zijn:
- Het wegvallen van handelsbelemmeringen
- De snelle ontwikkeling van transport- en communicatietechnologie
- De internationalisering van bedrijven
Internationalisering= Een proces van schaalvergroting waarbij op politiek, sociaal, cultureel en economisch gebied samengewerkt wordt en verbanden gelegd worden met bedrijven en instellingen buiten het eigen gebied.
WTO (Wereldhandelsorganisatie):
Er zijn steeds minder importbeperkingen zoals tariefmuren en importquota. Goederen kunnen zonder extra betalingen en niet gebonden aan bepaalde hoeveelheden worden geïmporteerd. De vrije handel krijgt tot genoegen van de multinationals ruim baan.
Globalisering word mogelijk gemaakt door de transport en informatie technologie. De afgelopen 25 jaar is dat ontzettend snel gegaan. Sinds 1980 zijn 3 ontwikkelingen van belang:
- Reis- en vervoerstijden zijn spectaculair gedaald, alles verloopt sneller
- Transport en communicatie zijn goedkoper geworden, vooral door de toenemende capaciteit van schepen en vliegtuigen en de komst van containers
- De infrastructuur rond transport en dataverkeer (wegen, havens, vliegvelden en telecommunicatie) is enorm verbeterd
Transporttechnologie: gaat om alle technologie die nodig is om het vervoer van grondstoffen, goederen en mensen mogelijk te maken. ( containers, en vliegtuigen)
Informatie en communicatie technologie: de technologie om de uitwisseling van informatie mogelijk te maken.
Na het instorten van het communisme in de voormalige Sovjet-Unie is de vrije markt economie het leidende economische systeem geworden. De wereldhandel is daardoor enorm toegenomen en zowel de productie als de uitwisseling van goederen en diensten wordt steeds internationaler.
De motor achter dit proces zijn MNO’S, deze bedrijven kiezen locaties voor hun ondernemingen waar ze de meeste winst kunnen behalen. De productieketen van goederen (= de route die een product aflegt van grondstof tot bij de consument) word daarbij opgedeeld en verspreid over talloze gebieden.

Globalisering van de wereld economie: de gevolgen
Globalisering verbind gebieden maar zorgt tegelijkertijd ook voor verbrokkeling. Dat zie je aan de opdeling van het productie proces en aan de verandering van de internationale arbeidsdeling .
Tot 1970 leverden de periferielanden grondstoffen en diensten vonden plaats in de centrumlanden. Vervelend voor de ontwikkelingslanden is dat de prijzen van grondstoffen (met uitzondering van olie) minder snel stijgen dan die van de eindproducten. De ruilvoet (= de verhouding tussen de gemiddelde prijzen van import en exportartikelen) dus verslechterd voor de grondstof producerende landen. Door de grote vraag vanuit China stijgen de grondstofprijzen weer maar dat geld niet voor de agrarische grondstoffen. De internationale goederen- en kapitaalstroom verloopt vooral tussen 3 economische kerngebieden: Amerika, De Eu, Japan. Deze drie centra beheersen de wereldeconomie en worden wel de triade genoemd.
Maar hun bolwerk wordt bedreigd. De invloed van een aantal landen uit de semiperiferie neemt toe. Vooral landen in Afrika ontwikkelen zich snel. In dat verband wordt er wel van een Global Shift gesproken. Global Shift = de verschuiving van het economische zwaartepunt in de wereld. Er zijn aanwijzingen dat dit zwaartepunt langzaam opschuift van de Noord-Atlantische naar de Pacifische zone. Tegenwoordig verdwijnen uit de westerse landen naast banen in de maakindustrie ook wittenboordenbanen (= administratiekantoren, callcentrums, laboratoria).
Een opvallende nieuwkomer in de wereld van het kapitaal is de groep van de vroegere communistische landen in Oost-Europa. Na 1990 viel het communistische blok uitelkaar en nu maken deze transitielanden een overgang door naar een markteconomie.
Transitielanden : landen die omgevormd worden van planeconomie, tot markteconomie.
Planeconomie : Economisch stelsel waarbij de regering bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd wordt
Markteconomie :vrije economie, economisch stelsel waarbij de prijs door vraag en aanbod wordt bepaald en waarbij de overheid op de achtergrond slechts een controlerende rol speelt
Globalisering zorgt ook voor verbrokkeling op het schaalniveau van landen. Alleen regio’s die voor internationale landen interessant zijn, doen mee.
Veel gebieden proberen internationale bedrijven te lokken met zeer gunstige vestigingsvoorwaarden in zogenaamde Export Processing Zones (EPZ’S). Hierdoor kunnen ook binnen een land grote verschillen in ontwikkeling ontstaan.
vooral in westerse landen treed verbrokkeling op. In de verouderde industriegebieden zoals het Ruhrgebied verdwijnen banen. De gebieden kunnen niet op tegen de gebieden met concentratie van moderne hightechindustrie en hoogwaardige dienstverlening.

Globalisering: cultureel bekeken
Door toerisme, internationale handel, migratie en moderne communicatie vindt er versnelde diffusie (verspreiding) van cultuur elementen plaats. De verspreiding vindt op drie schaalniveaus plaats:
- Mondiaal. Van het noorden naar het zuiden en van het zuiden naar het noorden (verwestering van culturen in het zuiden, muziek/eten/vormen van ontspanning naar het noorden)
- Tussen landen. Bijvoorbeeld Frans eten, of Marokkaanse woorden in de Nederlandse straattaal
- Binnen landen. Import van vreemde cultuurelementen begint vaak in grote steden en verspreid zich langzaam over het land
de wereld is aan het amerikaniseren, Engels is de lingua franca (=voertaal) van de globaliserende wereld. Sommige mensen zijn tegen de globalisering en vinden dat hun cultuur regionale identiteit bedreigt word.
Toch zal er niet snel een wereldcultuur ontstaan omdat:
- De overname van de westerse (vooral Amerikaanse) zich beperkt tot vooral materiële zaken. De immateriële zaken zoals normen en waarden worden veel minder snel overgenomen
- De westerse cultuurelementen in een niet-westerse cultuur vaak alleen door de bovenlaag van de bevolking wordt overgenomen
- De westerse wereld s ook onder de invloed van niet-westerse culturen staat
- Lokalisering: de lokale en de regionale culturen vullen de invloeden van buitenaf steeds weer op een ander manier in

Culturele en sociale globalisering: de oorzaken
Ook levensstijlen en normen een waarden worden steeds internationaler. Dan heb je het over de kern van de cultuur van een volk. Deze diffusie (verspreiding) komt voort uit:
- Internationaal toerisme
- Migratie
- Snelle groei van informatie- en communicatietechnologie
+
Snelle groei van informatie- technologie: Zoals satellietverbindingen en de toepassing van glasvezel als datatransporteur, hebben de informatiestromen enorm gestimuleerd. ( tijdruimtecompressie), hierdoor groeien ook de internationale contacten tussen landen.
Migratie: veel mensen wonen niet in hun geboorteland. De grootste stroom van (illegale) immigranten loopt van arme naar rijke landen. Tegenwoordig zijn grote verschillen in economische ontwikkeling de belangrijkste drijfveer voor migratie, zowel binnenlands als internationaal.
Pushfactoren: de redenen om te vertrekken uit een gebied. Zoals: een laag inkomen, geen werk, geloof.
Pullfactoren: de redenen om ergens naar toe te gaan. Zoals: de welvaart in rijke gebieden. Perceptie speelt hierbij een rol: een persoonlijk beeld dat iemand heeft over een gebied of land, een + beeld stimuleert de migratie.
Migratiedruk: deze is vanuit de arme landen erg hoog. De westerse landen stellen eisen, dit kunnen zijd doen omdat de migratie druk zo hoog is. Alleen goed opgeleide komen het land in, de andere moeten via het illegale circuit binnen zien te komen. Beide groepen dragen bij aan een verder menging van culturen in de wereld.

Culturele en sociale globalisering: de gevolgen
Door de globalisering komen allerlei culturen elkaar tegen. Verandering van cultuur is een langdurig proces. Mensen zullen wel uiterlijke kenmerken van een andere cultuur overnemen maar deze altijd aanpassen aan hun eigen cultuur.
De vervaging van cultuurgrenzen is het sterkst in de overgangszone van twee cultuurgebieden, zoals in de grensregio van Mexico en de VS of in de overgangszone van de islamitische wereld naar het Afrikaanse cultuurgebied in de Sahel. Daar zijn opvallend genoeg ook de meeste conflicten.
Bij het verspreiden van cultuurelementen speelt het diffusieproces een centrale rol. Dat verspreidingsproces wordt gestuurd door grote wereldsteden. Zij vormen het hart van de fast world. Een wereld stad of een global city is een grote stad die voor een deel van de wereld belangrijk is al economisch, politiek en cultureel centrum (New-York, Tokyo, Shanghai, Rio de Janeiro).
Wereldsteden zijn onderling op tal van manieren verbonden en vormen een soort cluster of netwerk.
De samenhang in de wereld is sterk toegenomen we spreken wel van een netwerksamenleving.
Juist deze mondiale netwerksamenleving verschilt cultureel gezien sterk van de slow world. Het westerse christendom is de dominante cultuur in de fast world. Terwijl de tegenpool in de slow world vooral gevormd wordt door de islamitische cultuur. Mondiaal neemt de tegenstelling tussen de fast world en de slow world toe. Maar dat speelt ook op lagere schaalniveaus, daarbij gaat het vaak om groepen met verschillende culturele achtergronden bijv. in Irak tussen de Koerden en de Soennieten.
Het proces waarbij de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen wordt versterkt noemen we polarisatie. Polarisatie wordt door politieke leiders vaak bewust aangewakkerd om meer steun binnen de eigen groep te krijgen
Misschien is wel de belangrijkste oorzaak voor menging van culturen de internationale migratie. Het gevolg is dat vrijwel alle grote steden in de wereld grote groepen minderheden huisvesten. Sommige migranten nemen de cultuur van hun vaderland over, maar veel migranten blijven verbonden met het geboorte land. Financieel bijvoorbeeld: doordat ze maandelijks geld overmaken naar hun achtergebleven familieleden. Maar er is ook een sterke sociaal-culturele band . Veel migranten trouwen met een partner uit het land van herkomst, en allerlei kenmerken van hun cultuur worden in het verre buitenland gekoesterd.

De economische positie van Groot-Brittannië en India in het wereldsysteem
De relatie tussen het koloniale moederland (Groot-Brittannië) en de kolonie (Inda) vertoonde alle kenmerken van het centrumperiferiemodel, Brits-Indië zorgde voor het leveren van grondstoffen (thee en katoen) het afnemen van goedkope eindproducten. Groot-Brittannië maakte door de industrialisatie een snelle ontwikkeling door.
GB verloor de rol als wereld leider aan de VS in de 2de wereldoorlog maar de relatie tussen GB en India bleef . Ook vinden er forse verschuiving plaats van arbeidsintensieve bedrijven naar lagelonenlanden.
Intussen verschuift het economisch zwaartepunt steeds meer naar het Zuid Oosten. De wereldstad London vormt hier een belangrijk knooppunt in de mondiale economie vooral de zakelijke dienstverlening (financiering, advisering) heeft hier een hoge vlucht genomen.
India is nog sterk agrarisch maar de industrie en de dienstensector groeien snel. Na de onafhankelijkheid van India heeft de overheid geprobeerd op eigen kracht de industrie van de grond te tillen. Ter bescherming van deze prille ontwikkeling werd de buitenlandse concurrentie met torenhoge import tarieven buiten gesloten. Sinds 1991 kiest de overheid een meer liberale koers. Inda wordt weer aantrekkelijk voor MNO’S, die vooral investeren in de Import Processing Zones.
Sindsdien groeit het BNP jaarlijks en raakt India steeds meer verweven met de internationale globalisering. Dat wil niet zeggen dat het overal even goed gaat. India vormt eerder een werelddeel dan een land en je begrijpt dat de regionale ongelijkheid groot is.

Bevolking in beweging: overeenkomsten en verschillen
De urbanisatiegraad is in India nog relatief laag, maar het urbanisatietempo is wel hoog. Jaarlijks groeien de steden met 5%. Vooral de grote steden werken als een magneet op plattelanders. In 2006 telt India drie steden met meer dan 15 miljoen inwoners: Mumbai, Delhi en Kolkata.
Een stad met meer dan 10 miljoen inwoners noem je een mega stad.
Naar schatting zal India in 2020 tien van deze mega steden tellen.
Het gevolg hiervan is dat de steden overbevolkt zijn. Veel mensen in Mumbai wonen in krottenwijken of op straat. Maar Mumbai kent vele gezichten. Het is ook het belangrijkste financiële centrum van India en wil in de toekomst een belangrijke draaischijf worden tussen Europa, het midden Oosten en Azië.
In Groot-Brittannië is de urbanisatiegraad veel hoger maar zoals gebruikelijk in rijke landen groeien de steden door de suburbanisatie nauwelijks meer.
Londen telt 8 miljoen inwoners en is hiermee geen mega stad maar wel een wereldstad. De stad speelt al eeuwen lang een belangrijke rol in de wereld, vroeger als bestuurlijk centrum van het Britse imperium en tegenwoordig als financieel en cultureel centrum.
Al eeuwen lang beheerst het kastenstelsel het maatschappelijk leven van de Hindoes. Het kastenstelsel is een systeem van vier standen, waarin zaken als huwelijk en beroep binnen de kaste min of meer zijn vastgesteld.
Sinds de jaren ’90 is de Indiase samenleving onder invloed van de globalisering veel sterker op het buitenland gericht.
Groot-Brittannië heeft geen kasten maar kent wel een klassenverschil. Een opvallend verschil met vroeger is dat de upper class steeds meer wordt overvleugeld door de nieuwe rijken, onder wie zich veel buitenlanders bevinden
Migranten verbinden de wereld: door de verplaatsing van veel bedrijven van uit Groot-Brittannië groeit het aantal Britten in India met de jaren.

Cultuurveranderingen in Inda en Groot-Brittannië
In Inda kom je veel Engeland tegen, en ook omgekeerd. De globalisering zal zeker invloed hebben op de culturele ontwikkeling van beide landen. Maar of de cultuur ook fundamenteel zal veranderen, is nog maar de vraag.
Geen enkel land ter wereld kent zo een grote culturele diversiteit als India.
Inda-Pakistan
Botsing tussen fanatieke Hindoes en Moslims
Naast de bedreiging voor de eenheid zijn er ook krachten die India juist bij elkaar houden:
- Het hindoeïsme is een levenswijze die eerder gericht is op verzoening dan polarisatie
- India is een democratisch land met een gedecentraliseerd bestuur. De deelstaten hebben op tal van terreinen zeggenschap over hun eigen gebied. De nieging om je af te scheiden is dan niet zo groot
- Verbindingen en communicatie in India zijn goed ontwikkeld. Door de voortdurende uitwisseling van mensen, goederen en ideeën raken gebieden onderling verbonden
Cultuurgebieden worden vaak opgedeeld op basis van cultuur en geloof. Dat neemt niet weg dat er op het Britse cultuurgebied grote verschillen zijn.
Het proces van globalisering zal de culturele diversiteit van vooral de steden vergroten, maar de typisch Britse cultuur zoals je die vooral op het platteland tegenkomt, laat zich niet zo gemakkelijk verdringen.

Patronen van de landbouw in de EU
Landbouw:
- Akkerbouw
- Landbouw
- Veeteelt
Welke soort landbouw op welke locatie winstgevend is werd eeuwenlang sterk bepaald door 2 locatiefactoren:
- De natuurlijke omstandigheden
- De nabije afzetmarkt
Nieuwe ontwikkelingen:
- In de niet-grondgebonden landbouw zijn de natuurlijke omstandigheden steeds minder van belang
- Kwetsbare gebieden worden bedreigd door te intensieve landbouw
- Modernisering van transport
- De grondprijs in de buurt van steden is enorm gestegen: grond voor woningbouw is wel 100 x zo duur als landbouwgrond
Bij de laatste ontwikkeling geld dat boeren vaak geen grond kunnen kopen voor schaalvergroting en gaan ze over op meer winstgevende gewassen zoals tuinbouwproducten of ontwikkelen ze aanvullende activiteiten, bijvoorbeeld in de recreatie.
Het landbouwbeleid van de EU heeft altijd drie uitgangspunten gekend:
1. De consument moet gezonde levensmiddelen tegen betaalbare prijzen kunnen kopen.
2. De boeren moeten een redelijk inkomen kunnen verdienen.
3. De boeren in regio’s met moeilijke omstandigheden moeten extra worden gesteund.
In het begin lag de nadruk vooral op productie verhoging en prijs verlaging. Grote bedrijven gingen heel veel en heel goedkoop produceren om zoveel mogelijk subsidie te vangen. De gevolgen laten zich raden: kleine boerenbedrijfjes gingen massaal failliet en er ontstonden enorme overschotten.
Er kwamen maatregelen: Een boete bij te hoge productie en premie wanneer ze de grond braak lieten liggen. Om de boeren te beschermen verstrekt de EU tegenwoordig productiesubsidies maar nog meer inkomenssubsidies, een vast bedrag per hectare dus onafhankelijk van de productie.

Veranderingsprocessen in de EU-landbouw
De internationale handel, ook in agrarische producten neem sterk toe. Door de concurrentie dalen de landbouwprijzen steeds verder. De boeren moeten hun productiekosten, kosten voor de grond, lonen en kapitaal verlagen.
De grondprijzen liggen in Europa hoger dan in de rest van de wereld. Om de boeren te beschermen tegen de scherpe concurrentie op de wereldmarkt nemen veel landen protectiemaatregelen.
1. heffingen die importproducten duurder maken eb
2. subsidies die de export goedkoper maken.
Daarmee wordt de vrijhandel verstoord. Dit is nadelig voor bedrijven die op de wereldmarkt willen concurreren, maar ook nadelig voor de consument. Daarom overleggen landen met elkaar in de WTO over deze handelsbelemmeringen.
Niet iedereen is blij met de wijze waarop producten steeds goedkoper worden. Schaalvergroting en intensivering hebben namelijk grote gevolgen voor de natuur en het landschap. Het milieu wordt aangetast door overbemesting en bestrijdingsmiddelen. Sommige boeren zijn daardoor overgestapt op biologisch produceren. In verhouding kost dit meer tijd en geld, maar het is milieu- en diervriendelijker.
De duurzame productiewijze en het platteland krijgen steeds meer aandacht:
Vier factoren dragen daaraan bij:
1. Nadelen van intensieve landbouw worden zichtbaar, het milieu loopt gevaar door overmatig mest- en watergebruik.
2. De kosten van landbouwsubsidies rijzen de pan uit.
3. De liberalisering van de handel die de WTO heeft bereikt leidt tot grotere concurrentie voor boeren in de EU.
4. Door de toegenomen welvaart neemt de vraag van de bevolking naar recreatiemogelijkheden toe. ( Daarom wordt de landschappelijke kwaliteit van het platteland belangrijker dan de puur agrarische functie )
Kortom in een globaliserende wereld verlagen de boeren de kostprijs door schaalvergroting en intensivering. Maar tegelijkertijd moet de landbouw zorgen voor duurzaamheid en een aantrekkelijker platteland. Dat is de spagaat waarin de Europese landbouw ligt.

Oostenrijk-Nederland: overeenkomsten en verschillen
Oostenrijk:
De overheid hecht veel belang aan het in stand houden van de bergboerderijen. Daar zijn 4 redenen voor:
- Het schilderachtig landschap: 80% van de toeristen komt speciaal hiervoor en dat levert veel geld op
- De typische plattelandscultuur: traditioneel, katholiek en conservatief
- Het imago van gezonde producten uit de bergen
- Boeren helpen het kwetsbare ecosysteem in de bergen te beschermen
Nederland:
Door de nabijheid van goed bereikbare stedelijke afzetmarkten is de Nederlandse landbouw van oudsher sterk marktsgericht.
De concurrentie van de Nederlandse landbouw staat de laatste jaren onder druk.
Dat heeft 2 oorzaken:
- Verdere intensivering in Nederlandse bedrijven is niet goed meer mogelijk omdat de grens van milieubelasting is bereikt
- De hoge grondprijzen in Nederland maken verdere schaalvergroting erg duur
Verschillen:
- Oostenrijkse landbouw is kleinschaliger dan Nederlandse landbouw ( omdat Oostenrijk pas sinds 1995 lid is van de EU en dat de overheid tot dan toe de kleinschalige landbouw steunde)
- De oppervlakte per bedrijf is kleiner, maar ook het aantal echte grote bedrijven is geringer

Overeenkomsten:
- In beide landen zie je dat er onder invloed van de internationale concurrentie de schaalvergroting doorgaat
- In beide landen neemt de gemiddelde bedrijfsgrote en het aantal grote bedrijven toe
- Tegelijkertijd daalt het totaalaantal bedrijven
- Schaalvergroting gaat samen met bedrijfsbeëindiging
Bedrijfsbeëindiging vind op 3 manieren plaats:
- Er worden boeren uitgekocht vanwege stadsuitbreiding, aanleg van recreatieparken of natuurontwikkeling
- Er zijn veel oudere boeren die geen opvolger hebben
- Er gaan boeren failliet. Zij kunnen investeringen om nog efficiënter te produceren niet opbrengen.

Verdwijnt de landbouw?
Melkveehouderij in Oostenrijk:
de Oostenrijkse overheid investeert veel in milieu en landschapsbeleid, het behoud van een mooi landschap trekt toeristen, en levert dus geld op. Ook wil graag de Oostenrijkse consument gezonde producten. Helaas verdwijnt langzaam de kleinschalige melkveehouderij en blijven de grote bedrijven in gunstig gelegen gebieden overeind. (door globalisering)
Melkveehouderij in Nederland:
de grootschalige intensive melkveehouderij heeft in de veen polders ( Noord en zuid Holland) weinig toekomst, doordat de ondergrond te nat is. Melkveehouderij heeft wel toekomst in de Zeekleigebieden ( Noord en zuid en west Nederland). Dit ligt verder van de steden en is goedkoper er is dus ruimte voor schaalvergroting. De overheid stimuleert daarom deze bedrijfsverplaatsingen.
Een nieuwe start voor de landbouw: Nederland besteed het geld uit Brussel aan innovaties, en Oostenrijk meer aan bio-boeren.
De boer kan op 3 manieren reageren op de globalisering.
- Intensivering: hierbij probeert de boer een grotere opbrengst per hectare, per dier en per arbeider te halen. --> verder schaalvergroting --> om natuur niet aan te tasten, alleen geschikt in zeekleipolders.
- Specialisatie: De boer richt zich op kennisintensieve teelten zoals in de tuinbouw. Kwaliteit gaat hier voor kwantiteit. Door bijvoorbeeld veredeling van gewas.
- Diversificatie: De boer doet niet alleen aan landbouw, maar verdient ook zijn geld aan toerisme en recreatie.
De EU wil meer duurzame landbouw, waarbij het milieu niet verpest word, zodat ook latere generaties nog landbouw kunnen bedrijven. Kortom: de boer kan gaan voor groot, voor slim of voor breed, maar wel altijd schoon!

Biologisch, is dat logisch?
In Oostenrijk is 10 % bio-boer . De kleine bedrijven zijn hier nog niet weggevaagd, door dat de boeren een forse overheidssteun krijgen als je omschakelt naar biologische productie. De Oostenrijkers hechten veel waarde aan gezondheid en natuurlijk voedsel.
In Nederland: de Nederlandse consument is vooral zuinig en wil vooral goedkoop voedsel. De overheid streeft naar biologische landbouw in 2010, maar trekt daar slechts 60 miljoen euro voor uit. En het geld word niet aan de boeren besteed die willen omschakelen, maar dient voor 2 andere doelen:
- Het stimuleren van de vraag naar biologische producten. Zoals het goedkoper maken, en voorlichtingen geven.
- Het vergroten van kennis over duurzame productie, met als doel deze in reguliere landbouw toe te passen. Bijv. lieveheersbeestjes en sluipwespen i.p.v. bestrijdingsmiddelen in kassen.
De grote supermarkten zoals Ahold in Nederland en Rewe in Oostenrijk zijn de aanjagers van schaalvergroting, intensivering en globalisering in de landbouw. Ze kopen hun producten overal ter wereld tegen de laagste prijs in. Dit heeft 2 negatieve gevolgen:
- Boeren en voedingsfabrieken in de EU gaan failliet.
- Het assortiment word steeds eenvoudiger.
Als reactie op de globalisering is de slow food beweging ontstaan: een Europees initiatief van lekkerbekken die meer streekgebonden producten willen, met bijzondere smaak, op een traditionele manier geproduceerd in een kleinschalig landschap

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Valentijn-

Valentijn-

Goede samenvatting! Alleen er staat een foutje in: niet in Afrika ontwikkelen de landen snel, maar in Azië. Door die landen word ook de global shift in werking gezet.

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast