Systeem Aarde paragraaf 1.3 en 1.4

Beoordeling 4.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 651 woorden
  • 25 januari 2016
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.2
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Systeem aarde par. 1.3 Bewegingen van platen





Asthenosfeer en convectiestromen




  • De lithosfeer (=buitenste laag aarde) bestaat ongeveer uit 6 grote en een stuk of 10 kleinere platen. Deze platen drijven als het ware op de asthenosfeer.




  • Dit komt door de hitte binnenin de aarde. Hoe hoger het materiaal komt, hoe kouder het wordt en hoe meer de massa toeneemt. Als het zwaar genoeg is zakt het weer naar beneden. Dit word convectiestroming genoemd. Door deze convectiestromen bewegen de platen van de lithosfeer.





Platen kunnen op 3 verschillende manieren bewegen:





Divergentie



Divergentie, de platen bewegen van elkaar af. Dit gebeurt met name op de bodem van oceanen waar de aardkorst ontstaat. Hierdoor ontstaan mid-oceanische ruggen. Het vulkanisme wat hiermee gepaard gaat is vaak rustig.





Convergentie




  • Convergentie, de platen bewegen naar elkaar toe. Hierbij heb je 3 variaties.




  • 1. Een oceanische plaat kan tegen een continentale plaat botsten. De oceanische plaat zal onder de continentale schuiven, omdat hij zwaarder is, het gebied waarin dit gebeurt noem je een subductiezone. Het is te herkennen als een diepzeetrog, je vindt hier altijd een trog en ook een gebergte. Hier kunnen zeer zware aardbevingen voorkomen.

  • 2. Als er twee oceanische platen botsen, zal de oudste, meest afgekoelde en dus zwaarste onder de jongere plaat duiken. Het gevolg hiervan is een vulkanische eilandboog.

  • 3. Als er twee continentale platen, met daarop schilden botsen, zal geen van beide onder de ander duiken, want ze hebben dezelfde massa. Er zal een plooiingsgebergte ontstaan. Dit gaat vaak gepaard met aardbevingen.





Transforme beweging




  • Transforme beweging, de platen schuiven langs elkaar heen. Dit langs elkaar schuiven gaat met horten en stoten en is gevaarlijk.




  • Bij een breuk zijn er gesteenten langs breukvlakken gebroken, door spanningen in de aardkorst. Er ontstaan zo diverse blokken gesteente die langs de breuken kunnen verschuiven. Naast een horizontale verschuiving, kan er ook op- en afschuiving plaatsvinden. Er kunnen horsten (hoge gebieden) en slenken (lage gebieden) ontstaan. Dit worden breukgebergten genoemd.





Par. 1.4 De aarde brandt en beeft





Vulkanisme




  • Bij een eruptie (vulkaanuitbarsting) komt er magma naar buiten, dit is afkomstig van de haard. Hoe groter de haard, hoe langer de uitbarsting en hoe dieper de haard, hoe heftiger de uitbarsting. Een vulkaan kan ook gassen en as produceren.




  • Vulkanen komen het meest voor aan de randen van platen, met name bij convergerende platen. De vulkanen die niet op de rand van platen liggen, liggen op hotspots. Deze ontstaan doordat hete pluimen uit het onderste deel van de mantel naar boven komen. Hierboven ontstaat dan een vulkaan. De hotspots bewegen niet mee met de platen, waardoor er in de loop van miljoenen jaren een rij vulkanen kan ontstaan.





Soorten vulkanen




  • Op basis van de vloeibaarheid van de magma bij een uitbarsting, kunnen we verschillende vulkaansoorten onderscheiden.






  • De schildvulkaan heeft een licht gebogen oppervlaktevorm. Het lava is erg vloeibaar en kan daardoor ver weg stromen. Bij zo’n effusieve uitbarsting (rustig), worden meerdere lagen lava afgezet. Je vindt deze veel op hotspots en mid-oceanische ruggen. Spleeterupties zijn vaak ook erg effusief.






  • Stratovulkanen zijn de meest mooie en dodelijke vulkanen. De lava is taai-vloeibaar en vormt kegels. De vulkaan is opgebouwd uit verschillende lagen lava. De erupties, vaak bij subductiezones, zijn erg explosief.






  • Caldeira. Di soort ontstaat als het dak van de magmakamer instort. In de diepte die ontstaat, vormt zich een kratermeer.





Aardbevingen




  • Door de bewegingen in de lithosfeer bouwen er spanningen op tussen platen. Bij ontlading hiervan ontstaan aardbevingen. Het punt waar de aardbeving ontstaat heet het hypocentrum. De plek op het aardoppervlak precies boven het hypocentrum, heet het epicentrum. De meeste aardbevingen komen voor bij botsende platen.





Tsunami’s




  • Een tsunami is een extreem hoge golf die ontstaat door een aardbeving onder de oceaan. Deze golf kan wel dertig meter hoog zijn en zich met 800km per uur verplaatsen. Dit omdat de trillingen erg heftig zijn.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.