ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Ontstaan en ontwikkeling van Europese samenwerking.



34. Het begin van de Europese samenwerking.


In de wederopbouw na de 2e wereldoorlog bleek dat een samenwerkingsplan goed van pas zou komen.

1951 – in 1951 wordt de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) opgericht, dit is een samenwerkingsverband tussen frankrijk en Duitsland.

Hier kwamen Nederland, België, Luxemburg en Italië iets later bij.

1957 – de 6 leden tekenen 2 keer het verdrag van Rome.



Het ene verdrag  Europese commissie voor atoomenergie (Euratom)

Het andere verdrag  Europese economische gemeenschap (EEG)

Ook worden er afspraken gemaakt over een douane-unie; in- uit- & doorvoerrechten.

1967 – EEG, EGKS en Euratom worden samengevoegd in de EG (Europese gemeenschap)

1973 – aansluiting van Groot-Brittannië, Denemarken, & Ierland.

1981 – Griekenland sluit aan

1986 – Spanje en Portugal sluiten aan

1991 – EG  EU (Europese Unie)

1995 – Zweden, Finland & oostenrijk treden toe



35. Europese Raad en Europese Parlement


1974 – Europese Raad, economie moet navolging krijgen van politiek. 3 keer per jaar samen.

1976 – de europese raad besluit dat er ook en europees parlement moet komen. Volksvertengenwoordigers moeten rechtstreeks door de burgers gekozen kunnen worden.

1979 – eerste verkiezingen vinden plaats. Om de 5 jaar vindt er een nieuwe verkiezing plaats.



626 zetels in t parlement worden bezet door parlementariers die lid zijn dan de politieke groeperingen in de verschillende lidstaten. Nederland vaardigt 31 leden af.

Europarlementariers dienen de belangen van de europese burgers op europese schaal te behartigen (zo gooed mogelijk). Europese begroting en regelgeving controleren.



36. Europese Commissie en Europese wetgeving


De Europese commissie doet dienst als het dagelijks bestuur van europa. De voorzitter van de commissie wordt gekozen door regeringsleiders tijdens een zitting van de Europese raad.

De europese raad neemt maatregelen om de wetgeving te handhaven, europese wetgeving communautaire of gemeenschappelijke wetgeving.



Gevolgen van Europese samenwerking



37. De Europese Monetaire Unie (EMU).


De Europese Top besluit in 1996 dat er ook een economische en monetaire unie (EMU) gevormd moet worden. Daarbij is sprake van een gemeenschappelijke munt. De vorming van de EMU gaat erg langzaam, door de vervanging van nationala geld, aanpassing van prijzen, contracten, computers en kassa’s, wat allemaal geld kost. Als er een gemeenschappelijke munt is kunnen landen geen eigen monetair beleid meer voeren, voor veel landen is dat een grote barriére om niet mee te doen. En om deel te nemen aan de euro moet de financieel-economische positie van de kandidaten aan strenge criteria voldoen. Het grote voordeel van de euro is wel dat het betalingsverkeer een stuk goedkoper en eenvoudiger wordt.



38. Voor- en nadelen van Europese integratie.>B

Voordelen: - geen belemmeringen meer bij het onderling verhandelen van goederen.

- met geld uit de ‘structuur- en cohesiefondsen’ worden de verschillen tussen achterstandsgebieden en de rest van Europa verkleind.

- concurrentie word verminderd door prijsafspraken (EU vormt blok tegen VS en Azië).

- Mogelijkheid tot financiële steun bij infrastructuele projecten die over de grenzen heen gaan (denk aan de Betuwelijn).

Nadelen: - organisatie plus bureaucratische bijverschijnselen kosten veel geld.

- schaalvergroting tast op vele plaatsen het landschap aan

- men moet een deel van de nationale identiteit opgeven om een echte Europeaan te worden/te voelen.



39. Protectionisme.


Een vorm van protectionisme is het beschermen van de eigen economie tegen buitenlandse concurrentie. De EU doet dit bv. door op buitenlandse producten extra invoerrechten te heffen, die dus niet voor de eigen producten gelden.



40. De Europese landbouw.


De EU heeft altijd al veel invloed gehad op de landbouw. Men streefde eerst naar harmonisatie van de Europese landbouw. Voedselharmonisatie was het belangrijkste doel van de Eu, in de tijd van de Koude oorlog. Landen hebben hun eigen landbouw altijd beschermd, door de volgende maatregelen:

- Gegarandeerde minimumprijs voor boeren

- EU verkoopt de productie van boeren door

- EU bevordert de modernisering

- Er worden subsidies verstrekt aan boeren

Er werd op een gegeven moment te veel melk geproduceerd, dat noemde men de melkplas of boterberg. Het quotumsysteem garandeert een redelijke prijs voor een beperkte hoeveelheid producten.



41. Industrie in de EU.


De EU heeft een probleem met de industrie: de vervuiling. De vervuiling werd erger omdat er steeds meer nieuwe bedrijven kwamen. Grote bedrijven kochten de kleine op. De industrie groeide steeds meer. Onder andere door de vervaging van de grenzen. De Europese unie geeft subsidies aan bedrijven die goed samenwerken.



42. Diensten in de EU.


In de afgelopen jaren is de EU tot de conclusie gekomen dat er dingen moeten veranderen op het gebied van diensten: gelijke behandelingen van mannen en vrouwen, bescherming van de gezondheid, vrij verkeer van werknemers en veiligheid. Voor de veiligheid is het verdrag van Schengen opgericht. Dat wil zeggen samenwerking tussen justitie en politie op het gebied van vervolging en uitlevering. Er sloten zich steeds meer landen bij het verdrag van schengen aan.



43. Regionale specialisatie.


Vanaf het begin van de industriële revolutie is men begonnen met regionale specialisatie. Regio’s gaan hierbij zich toeleggen op sectoren waarin ze de meeste mogelijkheden in hebben. Vanaf de jaren 60 staan regio’s steeds minder op zich zelf, ze worden opgenomen in het grotere geheel Europa, de regionale specialisatie wordt hierdoor versterkt. Dit is een belangrijke reden voor specialisatie binnen Europa. Voorwaarde is dat het belang van het geheel boven het regionale belang gaat. Er ontstaan nieuwe grensoverschrijdende regio’s, Euregio’s.



44. Andere samenwerkingsverbanden.


Europese landen die geen lid willen zijn van de EU maar wel onderling vrijhandelsverkeer willen, hebben zich verenigd in de Europese Vrijhandels Associatie (EVA). In een vrijhandelszone zijn de handelsbelemmeringen opgeheven. In 1994 is een vrijhandelszone ontstaan van de EU landen met de EVA landen, de Europese Economische Ruimte (EER). Buiten Europa zijn ook economische bondgenootschappen. De NAFTA is er één bestaande uit Canada, de VS en Mexico. De NAFTA is een serieuze concurrent van Europa. Door productie op grote schaal dalen de kosten per product. Andere voorbeelden zijn: de Arabische Liga en de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN). Meerdere ontwikkelingslanden hebben ook pogingen gedaan zich te verenigen, dit is nodig om een vuist te vormen tegen de handelsblokken.



45. Europa versus Japan.


Japan is een grote economische grootmacht waar de EU soms moeilijkheden aan ondervind. Japan kan vaak producten goedkoper leveren door goedkopere arbeidskrachten. In Europa werken de bedrijven in de zelfde branche niet samen waardoor ze geen tegenstand kunnen bieden aan Japan.



46. De EU en Oost-Europa.


De Oost-Europese landen proberen zich aan te passen om zo toetreding bij de EU te vinden. Toch is hun economie nog erg zwak en de rijke westerse landen zijn bang dat ze de oosterse landen moeten helpen en er zelf op achteruit gaan.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.