ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Aardrijkskunde Module 6a: Mens en Milieu; Het ontstaan van het Nederlandse landschap



Hoofdstuk 1: Natuurlijke Factoren




Tekst 1 Landschap

Landschap gebied met bepaalde kenmerken

Elementen v.h. landschap - grondsoort - reliëf - water

- water - begroeiing - agrarisch grondgebruik

- gebouwen - wegen - nederzettingen

cultuurlandschap ontstaat uit een natuurlandschap als dit wordt veranderd door menselijk handelen

veranderingsfactoren - klimaat - sedimentatie



v.e. landschap - erosie - iongrijpen van de mens



GEOLOGISCHE PROCESSEN



Tekst 2 Geologie

Geologie de wetenschap die zich bezighoudt met de aarde als geheel, haar structuur, samenstelling en geschiedenis, en met de processen die bepalen hoe de aarde er nu uitziet

Kwartair periode waarin wij nu leven

Sedimentatie het verschijnsel dat los materiaal na transport door water, wind of ijs op het aardoppervlak terecht komt en blijft liggen.

Nederland & Kwartair Door continue toestroming van riviersedimenten komt Nederland tijdens het Kwartair langzaam maar zeker boven de zeespiegel te liggen. Factoren als klimaat, water, bodem, begroeiing, reliëf en gesteente zijn belangrijk geweest voor de lagenvorming van het Nederlandse landschap.



Tekst 3 De tijd voor het Kwartair



Kwartair & Limburg Limburg bestaat als enige plek in Nederland niet uit afzettingen uit het Kwartair maar van perioden daarvoor, o.a. het Carboon.

Mergel een kalksteen met veel klei

Doline oplossingslaagte ontstaan door kalk opgelost door (regen)water



PLEISTOCEEN



Tekst 4 Veranderlijk klimaat

Glaciaal ijstijd

Interglaciaal warmere periode tussen ijstijden in

Pleistoceen eerste tijdvak in het kwartair. We onderscheiden:

- Vroeg-Pleistoceen: fluviatiele afzettingen

- Midden-Pleistoceen: glaciale afzettingen

- Laat-Pleistoceen: eolische afzettingen



Tekst 5 Nederland in het Pleistoceen

Vroeg-Pleistoceen Erosiemateriaal van rivieren, afkomstig van smeltende gletsjers, vult Nederland. De zeespiegel steeg als gevolg van smeltend poolijs.

Midden-Pleistoceen Het glaciaal Saalien beïnvloedt Nederland. Grote ijslobben duwen de rivierdalen opzij. Zo ontstonden de stuwwallen (bijv. Utrechtse Heuvelrug)

Tongbekken Door het ijs diep uitgesleten dalen.

Kleileem tot leem vermalen keien vermengd met stenen, achtergelaten door het wegtrekkende ijs

Sandrs grote vlakten met zand en grind aan de voet van de stuwwallen

Laat-Pleistoceen Het glaciaal Weichselien heeft grote invloed. Nederland werd koud, maar er kwam geen ijs ons land binnen. De Noordzee was drooggevallen, Nederland was een poolwoestijn.

Dekzand eolishe afzetting

Löss zeer fijne eolische afzetting

Rivierduin (donk) Duinen gevorm doordat zand uit de bedding van de rivieren geblazen werd.



Tekst 6 Vroeg-Pleistoceen

Daling zeespiegel De zeespiegel daalde enorm als gevolg van het ijs. IJs verzamelde zich in de bergen en zorgde voor veel erosie, met als gevolg veel sedimentaire afzettingen in Nederland. Hierdoor ontstonden vlechtende rivieren in Limburg. Tijdens de interglacialen werden ze smaller en dieper: meanderende rivieren.

Tekst 7 Midden-Pleistoceen

Saalien Het glaciaal dat Nederland gedeeltelijk bedekte. Het ijs hiervan schoof over de fluviatiele afzettingen richting het zuiden en drukte de rivierdalen waar ze doorheen trok uit, wat stuwwallen tot gevolg had. De achtergebleven dalen worden tongdalen genoemd. Het materiaal op de bodems was grondmorene: fijngestampte keien. Ook liet het ijs zwerfstenen achter, tijdens de koude terugtrekperiode van het ijs.

Sneeuwsmeltwaterdalen dalen die werden veroorzaakt door smeltend sneeuwwater.

Ijssmeltwaterdalen afkomstig van smeltwater van het ijs.



Tekst 8 Laat-pleistoceen

Eemien De zee drong diepe tongbekkens in, gevormd door het Saalien ijs.

Weichselien West Europa was een poolwoestijn, de Noordzee drooggevallen.

Poolwoestijn de ondergrond is in de greep van de permafrost, de bovengrond is ongbegroeid en de wind heeft dus invloed op de zandkorrels e.d. Dekzand is dus de belangrijkste afzetting

Dekzand zand afgezet door de wind

Löss zeer fijne afzetting die zich over veel grotere afstanden dan zand verspreidt.

Eind Laat-Pleistoceen De poolwoestijn maakt plaats voor een toendra., door een temeperatuurtoename gaan er weer planten groeien.

Dekzandrug zand dat blijft liggen als gevolg van plantengroei, vaak in een U-vorm gericht met de open kant naar de overheersende windrichting (paraboolduin)

Rivierduinen (donken) gevormd doordat zand uit de bedding van de rivier geblazen werd.



HOLOCEEN



Tekst 9 Holoceen

Eind Weichselien 10.000 jaar geleden.

Holoceen interglaciaal, volgde het Weichselien op. Kenmerken van deze periode:

- een belangrijke temperatuurstijging: sterke zeespiegelstijging

- een verandering van de begroeiing: toendra werd naaldbos

Aparte kenmerken v.h. - veel soorten zoogdieren sterven uit

Holoceen t.o.v. Pleistoceen - de mens grijpt in in het natuurlijke milieu

Ontwikkeling Nederland: - Westen & Noorden staan sterk onder invloed van de zeespiegelstijging

- midden van Nederland stond onder indirecte invloed: overstromingen waren orde van de dag. Fluviatiele afzettingen & veenvorming overheersten

- het Zuiden & Oosten zijn nog onder invloed van de Pleistocene afzettingen, met name kleileem en stuwwallen.



Tekst 10 Zeespiegelstijging

Absolute zeespiegelstijging de zeespiegel stijgt daadwerkelijk, oa door smelting van het ijs

Relatieve zeespiegelstijging het lijkt alsof de zeespiegel stijgt, maar het gaat om een bodemdaling

Totale zeespiegelstijging resultaat van de absolute en relatieve zeespiegelstijging samen.

Inklinking klei veroorzaakt de absolute bodemdaling in Nederland nu.

Inklinking het verschijnsel dat veenlagen en kleilagen in elkaar worden gedrukt door het gewicht van de afzettingen erboven. Dit treedt ook op als kleilagen en veenlagen vocht verliezen.

Ooraak absolute zeespie- toename broeikaseffect: de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt en er zal veel ijs

gelstijging smelten.



Tekst 11 Veenvorming

Veen onvolledig afgebroken resten van planten die ter plaatse hebben gegroeid en zijn afgestorven.

Mineraliatie het proces waarbij organische stoffen worden afgebroken tot anorganische stoffen, die zo opnieuw voor planten ter beschikking komen.

Humuszuren de zure stoffen die de plantenresten afscheiden.

Verlanding dichtgroeiing van een gebied met planten en bomen.

Eutroof water voedselrijk

Oligotroof water voedselarm

Gyttja afgestorven organisch materiaal op de bodem van een eutrofe plas.

Dy afgestorven organisch materiaal op de bodem van een oligotrofe plas (vooral humus)

Humus mengsel van koolstofverbindingen dat achterblijft nadat dode planten en dieren zijn afgestorven.





Verder verloop verlanding na de vorming van gyttja (of dy) hoogt de bodem van een plas op. Als de bodem minder diep is dan 2 meter gaat er riet vormen (rietveen). Als de plas nog ondieper wordt, vormt zich zegge (zeggeveen). Als de plas vervolgens bijna droog ligt gaan bomen en planten groeien (bosveen). Het totale pakketje dat er nu ligt wordt laagveen genoemd. Het veenproces kan nu stoppen, maar in een natte omgeving kan deze ook doorgaan. In de lagere delen wordt het grondwater verdrongen door regenwater. Als gevolg hiervan neemt de voedselrijkdom af. Veenmos krijgt de kans te groeien en verdringt de bomen of zegge. We spreken nu van hoogveen.(veen dat onder invloed van regenwater is ontstaan)



WEST- EN NOORD-NEDERLAND



Tekst 12 Basisveen en oude zeeklei

Waddengebied een ondiep zeegebied dat bij eb over grote oppervlakten droogvalt en bij vloed weer onder water loopt. (wadafzettingen zijn met name klei en zand)

Wadsediment zand en klei worden aangevoerd door de sterke vloedstroom, de zwakkere ebstroom zorgt ervoor dat deze blijft liggen. In de wadgeulen sedimenteert alleen zand, dichter naar de kust kan ook klei sedimenteren vanwege minder stroming. Hier gaan de eerste zoutminnende planten groeien, die de klei vasthouden. Zo wordt de kust opgehoogd. (slikken)

Slikken wadplaten van klei

Kreken waterstroompjes in geultjes tussen de planten

Kwelders slikken die niet meer overstromen

Kreekruggen het opgehoogde zand dat achterblijft van de gewone vloed.

Oude zeeklei ontstaan in het Holoceen door de in gelijke tred zijnde beweging van de ophoging van zand en klei t.o.v. de zeespiegelstijging.



Tekst 13 Oude duinen

Strandwallen zandlichamen die evenwijdig aan de kust liggen (regelmatig overstroomd)

Vorming oude duinen zandwallen die begroeid raakten met zoutminnende planten vormden de eerste duinen.



Tekst 14 Jonge zeeklei

Jonge zeeklei rond 500 jr. v. Chr. afgezet achter de duinen en strandwallen (de zee brak erdoorheen)



Tekst 15 Jonge duinen

Ontstaan jonge duinen tussen 1000 en 1200 na Chr. kwam er veel zand van de kust vrij door o.a. erosie. Zeestromingen voerden meer zand aan dan normaal en de wind kreeg vat op het zand. Zo ontstonden de jonge duinen, die delen bedekken van de oude duinen en van veen en klei grond.

Hollandveen Het gebied achter de jonge duinen, dat afgesloten was van de zee. Het water verzoette er en er vormde zich een dikke laag veen.



MIDDEN-NEDERLAND



Tekst 16 Fluviatiele afzettingen

Vlechtende rivier kwam vooral voor tijdens het Weichselien

Meanderende rivier ontstaan tijdens het Holoceen als gevolg van stijging van de zeespiegel.

Zijn smaller en dieper dan vlechtende rivieren, ze stromen in bochten

Rivierafzetting bij een grote stroming (in en dicht bij de rivier) zet alleen zand zich af. Het lichtere materiaal (klei) bezinkt op een grotere afstand hiervan (bij o.a. overstromingen)

Oeverwallen afgezet zand aan de zijkant van de rivier dat zich vormt

Stroomrug bedding van de rivier en de oeverwallen samen.

Rivierengebied dit bestaat vaak uit een stelsel van stroomruggen en afgesneden meanders in het rivierengebied.

Komgronden hier bevindt zich gesedimenteerd klei en vormt zich plaatselijk veen tussen de oerwallen in het rivierengebied.



Tekst 17 Stuifzand en veenvorming

Stuifzand dekzand dat tijdens het Holoceen verstuift. (bijv. in Drunense Duinen)

Gevolgen stuifzand in extreme gevallen kunnen door de wind complete heuvelstukken verplaatst worden.



ZUID- EN OOST-NEDERLAND



Tekst 18 Zuid- en Oost-Nederland

Effect zeespiegelstijging in zuid en oost Nederland nauwelijks

Onder het dekzand bevinden zich hier klei en keileem, deze ondoordringbare lagen zorgden voor plaatselijke moerassen.



AANVOER VAN WATER



Tekst 19 Aanvoer van water

Aanvoer van water - uit de atmosfeer (neerslag. In Nederland valt er meer neerslag dan dat er water verdampt)

- de hydrosfeer (via rivieren en meren. Bijvoorbeeld de Rijn)

kwel waterstroom onder de dijken door als gevolg van de waterstand. Die is nl. met name in de winter lager dan de waterstand in de rivieren wat stroming tot gevolg heeft.



Tekst 20 Afvoer van water

Infiltratie indringing van water in de bodem (afhankelijk van de doorlaatbaarheid van de bodem)

Transpiratie verdampen van water door planten

Evaporatie verdamping van water uit de bodem

Evapotranspiratie transpiratie en evaporatie samen

Effectieve neerslag evapotranspiratie afgetrokken van de hoeveelheid neerslag

Bijdrage v.d. mens aan - waterwinning

waterafvoer - polderbemaling



Tekst 21 Waterzones in de bodem

Grondwater water dat zich in de grond bevindt, verzadigd tussen de bodemdeeltjes (er is dus geen lucht meer)

Grondwaterspiegel oppervlak van het grondwater

Bodemwater water dat tussen het aardoppervlak en de grondwaterspiegel zit (het verzadigt dus niet de complete bodem)

Poriën holtes tussen de bodemdeeltjes

Capillaire zone vlak boven het grondwater zijn de poriën helemaal gevuld met water (vol-capillaire zone)

Iets daarboven is de waterconcentratie geringer (open capillaire zone)

Stijghoogte hoogte die het capillair water kan afleggen in de bodem vanaf het grondwater (hoe kleiner de poriën, hoe groter de stijghoogte

Hangwaterzone hierin bevindt zich infiltratiewater dat nog niet door de zwaartekracht is afgevoerd.



BODEM



Tekst 22 De bodem

Bodem het voor de plantengroei belangrijke bovenste deel van de verweringslaag of los sediment, waarin bodemvorming is opgetreden

Bodemhorizonten verschillende lagen van dichtheid, vorm of kleur in de bodem.

Bodemvorming verandering van de bodem, treedt op onder invloed van de factoren reliëf, klimaat, (grond)water, biosfeer, (flora en fauna), benodigde tijd en het moedermateriaal

Moedermateriaal het oorspronkelijke materiaal waarin de bodem zich vormt

Bodemprofiel een evenwichtssituatie met een karakteristieke opeenvolging van horizonten

Bodemsoorten bestaan aan de hand van verschillende soorten bodemprofiel



Tekst 23 Bestanddelen van de aarde

Onderdelen bodem - vaste fase (grond); zand, klei, löss, organische verbindingen & plantenresten

- vloeibare fase (grondwater)

- gasvormige fase (lucht)

humus mengsel van koolstofverbindingen dat in de bodem achterblijft nadat dode planten en dieren grotendeels zijn afgebroken.

Plantengroei wordt sterk beïnvloedt door de verhouding waarin de drie fasen voorkomen



Tekst 24 Bodemvormende factoren

Klimaat invloed via temperatuur en neerslag. De temperatuur heeft invloed op de oplossnelheid van stoffen. Hoe warmer het is, hoe talrijker het bodemleven. Neerslag vervoert stoffen die opgelost zijn mee de grond in (uitspoeling). Hierbij speelt ook aanwezigheid van zuur een rol. Bij negatieve effectieve neerslag droogt de grond op en vervoert het water de eerst naar beneden getransporteerde zouten en kalk weer naar boven, waar ze een harde deklaag vormen.

Zonaliteit het verschijnsel dat klimaat, plantengroei en bodemsoorten een samenhang vertonen

Biosfeer Planten dragen bij aan bodemvorming door hun wortels en strooisel, door opname en afgifte van stoffen. Dieren die plantenresten afbreken beïnvloeden op die manier ook.

Moedermateriaal De oorspronkelijke samenstelling van de bodem speelt ook een rol, zoals bijvoorbeeld korrelgrootte de uitspoeling beïnvloedt.

Tijd De tijd is bij bodemvorming ook van belang. Sommige bodems hebben tientallen jaren nodig om te vormen, andere honderden jaren.



Tekst 25 Bodemprofiel

Deze tekst gaat alleen over 1 afbeelding.



Tekst 26 Bodemsoorten in Nederland

Classificering Nederland - gebaseerd op de bovenste 80 cm van het aardoppervlak

- er wordt gekeken naar o.a. dikte van lagen, samenstelling en kleur

- verdeling in vijf orden: veengronden, podzolgronden, brikgronden, eerdgronden en vaaggronden.

Podzolgronden vooral op de oudere zandgronden

Brikgronden klei en löss, water gaat door scheurtjes en neemt fijn materiaal mee de grond in.

Vaaggronden gronden waar bodemvorming net aan de gang is.

Eerdgronden ontstaan onder invloed van de mens

Veengronden te herkennen aan het moedermateriaal. De bovenste helft bestaat voor meer dan de helft uit veen



NATUURLIJKE FACTOREN NU



Tekst 27 Huidige invloed van de natuurlijke factoren

Invloed v.d. mens sinds de mens ten tonele is verschenen wordt het landschap voor een groot deel door hem bepaald. Vooral de technische vooruitgang heeft ervoor gezorgd dat de mens het landschap is gaan bepalen. We hebben soms meer of minder invloed dan we zelf denken.



Tekst 28 Functies van het landschap

Productiefunctie het landschap speelt een rol bij zowel stoffelijke goederen als diensten.

Draagfunctie de mens gebruikt het landschap als ondergrond voor zijn activiteiten en voor het plaatsen van inrichtingselementen

Informatiefunctie het landschap heeft ons iets te leren

Regulatiefunctie bepaalde elementen van het landschap werken regulerend -> duinbeplanting heeft duinaangroei tot gevolg



Tekst 29 Verschillende Nederlandse landschappen

Landschapssoorten - duinlandschap - zeekleilandschap rivierkleilandschap

- zandlandschap - krijt/löss landschap

invloed van de mens landaanwinning, legging van dijken, delfstofwerving, landbouwbeoefening



LANDBOUW



Tekst 30 Veranderingen in de landbouw

Verandering v.d. invloed Tegenwoordig past men het land aan, vroeger was de mens afhankelijker van het

van het landschap landschap. Dit komt door o.a. kunstmest, beter zaaigoed en grondwaterstandregeling

Tevens leidt specialisatie van het landschap ook tot aanpassing



Tekst 31 Verkaveling

Verkaveling manier waarop dat gebied in allerlei afzonderlijke stukjes is opgedeeld

Perceel door duidelijke grenzen afgebakend stuk grond met meestal één soort grondgebruik.

Kavel aaneengesloten stuk grond van één eigenaar of gebruiker, omgeven door grond van andere eigenaren of gebruikers, of door wegen, kanalen of spoorlijnen. Het is een juridische eenheid

De vier Nederlandse typen verkaveling:

1Blokverkaveling patronen van kreekruggen, oeverwallen e.d. Riviertjes e.d. vormen de perceelgrenzen

2Strokenverkaveling het kenmerkende verkavelingpatroon van de akkertjes die men vroeger bewerkte voor

zonder bewoning zelfvoorzienende landbouw

3Strokenverkaveling kenmerkende verkaveling voor ontginningsgebieden die rond het jaar 1900 moerassig

met bewoning waren

4modern rationele gekenmerkt door grote rechthoeken in komt vooral voor in de droogmakerijen en in de

verkaveling sinds de 16e eeuw ingedijkte en ingepolderde gebieden.



Tekst 32 Schaalvergroting

Schaalvergroting alle veranderingen die leiden tot een grotere productie per arbeider.

- bedrijfsvergroting efficiënter werken door groter bedrijf

- mechanisatie vervanging van arbeiders (en dieren) kracht door machines

- intensivering zorgen voor hogere opbrengsten door de productie per hectare te vergroten of door gewassen te gaan verbouwen die meer opbrengen

bio-industrie extreem voorbeeld van intensivering

afwenteling import van externe grondstoffen

- specialisatie toelegging op de productie van één gewas of het fokken van één diersoort

monocultuur een vorm van landbouw waarbij in een uitgestrekt gebied gedurende een lange tij maar één gewas wordt bebouwd.



Tekst 33 Ruilverkaveling en landinrichting

ruilverkaveling streven om de verspreid liggende kavels samen te voegen tot een groot kavel, gelegen rond de bedrijfsgebouwen. Het land wordt dus opnieuw, efficiënter ingericht.

Landinrichting herinrichting van een landschap, waarbij naast de landbouw ook rekening wordt gehouden met recreatie, natuur, bosbouw en verkeer



ZANDLANDSCHAP



Tekst 34 Cultuurlandschap

Zandlandschap is als natuurlandschap voornamelijk gevormd tijdens het Pleistoceen.

Gemengd-bedrijf-oude-stijl dit is de manier van bedrijfsvoering waardoor mensen toch konden overleven in het relatief onvruchtbare zandlandschap



Tekst 35 Gemengd-bedrijf-oude-stijl

Bebouwing v.h. gemengd - Akkerbouwgrond: essen, enken of akkers: Concentraties kleine akkertjes in particulier

bedrijf oude stijl bezit. Ze lagen dicht bij het dorp; het esdorp

- Weidegrond: gemeenschappelijk bezit, markegronden die uiteen vielen in:

- broek/groengronden; drassige stukken langs een beek waar koeien graasden

- het veld; de hogere gebieden, te hoog voor landbouw, schapen graasden hier

poststal systeem dit onderhield bovenstaande gebieden door de mest die ‘s nachts verzameld werd uit de stallen van de koeien en schapen.

1000 jr. na Christus door bevolkingsgroei was er meer akker nodig en dus ook meer mest. Hiervoor werden meer schapen gehouden, wat resultaat had dat de bebossing plaastmaakte voor heide.

Kransakkerdorp dichte bebouwing in allerlei gehuchtjes rond een gemeenschappelijk gebied. Komt vooral voor in het zandlandschap van het door riviertjes gescheiden Zuid-Nederland.



Tekst 36 Veranderingen na 1900

1900 jr. na Christus Door weer een enorme bevolkingsgroei verdween het gemengd bedrijf oude stijl. Jonge mensen vestigden aan de rand van de markengronden.



DUINLANDSCHAP



Tekst 37 Cultuurlandschap

Wind Belangrijke factor bij vorming van de duinen



Tekst 38 Oude duinen

Binnenduinen hier werden voor het eerst nederzettingen gevestigd., die de vorm hadden van de langgerekte strandwallen

Geestgronden de afgegraven duinen om wegen te verharden en de grond in de steden te verstevigen



Tekst 39 Jonge duinen

Functies duinen - bescherming tegen de zee

- drinkwaterwinning (zoetwaterbel van o.a. neerslag), waardoor de duinen vervuild raken – zowel voedingsstotffen al schadelijke stoffen uit het water blijven achter, dit zorgt voor een verandering van de plantengroei.

KRIJT -LÖSSLANDSCHAP



Tekst 40 Cultuurlandschap

4000 jr. voor Christus Het Krijt -lösslandschap herbergt het oudste Nederlandse cultuurlandschap. De eerste bewoners vestigen zich in de beekdalen. Vruchtbare lössbodem maakte akkerbouw mogelijk, waardoor veel bosgrond verdween



Tekst 41 Bodemerosie

Löss bedekte een groot deel van Zuid Limburg. Het is erg erosiegevoelig

Colluvium samengespoelde löss in het dal van een rivier

1200 na Christus Door nederzettingsvorming verdween er veel bos.

Graften steilrandjes in heuvels begroeid met bos of struikgewas

Holle wegen door erosie sterk verdiepte wegen in löss



Tekst 42 Grondgebruik

Plateaus open karakter, akkerbouw domineerde er, vooral graanteelt. Akkers werden bemest met kalk of organische mest.

Dal graslanden voor het vee en natuurlijk de dorpen en nederzettingen. Ook kwamen hier boomgaarden voor.



ZEEKLEILANDSCHAP



Tekst 43 Cultuurlandschap

Zeekleilandschap gevormd door de zee in het Holoceen, de vorming blijft plaatsvinden. Het heeft vooral een agrarische productiefunctie en een draagfunctie voor zeeweringen.

3 gebieden: - noordelijke zeekleigebied

- zuidwestelijk zeekleigebied

- de droogmakerijen

zeepolders liggen in het noordelijk en zuidwestelijk zeekleigebied, ontstaan door indijking van de kwelders

natuurlijke lozing lozing door gebruik te maken van de zwaartekracht

kunstmatige lozing lozing met behulp van spier en windkracht en tegenwoordig ook met behulp van elektrische gemalen

droogmakerij polder die is ontstaan door het leegpompen van een meer of een deel van een zee.

veenpolder ontstaan uit veengebieden die onder het zeeniveau lagen door inklinking en door stijging van de zeespiegel. Ze bevinden zich vooral in laagveenlandschap



Tekst 44 Noordelijk Zeekleigebied

Kwelderwallen oude kwelders die extra hoog zijn opgeslibt door stormvloeden.

Terpen verhoogde levensgebieden van mensen die vanaf 600 v. Christus zich vestigden op de kwelderwallen. De verhogingen waren gemaakt van afval en klei.

1000 na Christus bedijking zorgt er steeds meer voor dat grotere stukken land van de zee werden afgescheiden.

Recht van opstrek mensen die gebieden binnen de dijken bezaten kregen ook eigendom over de buiten de dijken liggen aangeslibde kwelders.

Knipklei klei van zeer fijn materiaal met een slechte vruchtbaarheid



Tekst 45 Zuidwestelijk Zeekleigebied

Tot middeleeuwen de zee kreeg meer invloed, was wild en overmeesterde veel landelijke gebieden

Poelgronden kleiopveengronden

Oudland het geheel van poelgronden en kreekruggen

Nieuwland geheel van bedijkte opwas en aanwas



Tekst 46 Droogmakerijen op oude en jonge zeeklei

Droogmakerij begint met een ringdijk rondom het meer. Er wordt een ringdijk gegraven aan de buitenkant van de dijk. Watermolens werden voornamelijk gebruikt voor het wegpompen van het water

Problemen ligging door de lage ligging hebben de droogmakerijen last van kwel

Jonge droogmakerijen liggen op jonge zeeklei. (flevopolders, noordoostpolder). Door goede afwatering hebben deze jonge polders geen last van kwel



RIVIERKLEILANDSCHAP



Tekst 47 Cultuurlandschap

Stroomruggronden bestaan uit oeverwallen en drooggevallen, met sediment opgevulde (oude) rivierbedding

Komgronden bestaan uit klei, soms afgewisseld met lagen veen. Het is nat door de lage ligging



Tekst 48 Gevolgen van de aanleg van rivierdijken

Overslaggronden gebied achter een dijk dat, na een dijkdoorbraak, diep uitgesleten wordt.

Winterdijken dienden om het waterbergend vermogen van rivieren te vergroten. Hierdoor werd een overstroming van de zomerdijken tijdig gestopt.



VEENLANDSCHAP



Tekst 49 Cultuurlandschap

Holoceen tijdens deze periode waren de voorwaarden voor veengroei ruimschoots aanwezig: een vochtig klimaat waarin veel plantengroei aanwezig was zorgde voor de vorming van enorme pakken veen in bijvoorbeeld Nederland



Tekst 50 Laagveenlandschap

Laagveen Holland Dit laagveen gebied in Noord- en Zuidholland en Utrecht is van oorsprong hoogveen. Omstreeks ca. 1000 begon de mens dit gebied te ontginnen.

Cope-ontginning het systeem waarmee het veenlandschap tussen de duinstreek en de hogere zandgronden is ontgonnen. Een groep ontginners kreeg het recht een cope (gebied) te ontginnen



Tekst 51 Veenwinning in Laag-Nederland

Droge vervening het afsteken van veen vanaf de oppervlakte

Natte vervening het winnen van veen met behulp van een baggerbeugel die onder water veen wegschepte



Tekst 52 Hoogveenlandschap

Droge vervening het bolster (veenmosveen) is zo droog dat het na ontwatering afgestoken kan worden. Dit is prima te gebruiken als bemesting, echter niet als turf

Dalgrond (veenkoloniale grond) Een afgegraven veengebied waarin het zand werd vermengd met de opzij gelegde bolster, zodat er een betere waterhuishouding ontstond (organisch materiaal kan water vast houden.



Tekst 53 Ontwikkeling van de steden

Steden Ontwikkelden zich langzamerhand als handeltechnisch gunstig gelegen gebieden.



Module 6b: Mens en Milieu; Milieu



Hoofdstuk 1: Natuurlijk milieu en de mens



ECOSYSTEMEN



Tekst 1 Het natuurlijk milieu

Natuurlijke milieu natuurlijke omgeving zoals die door natuurlijke processen is gevormd, zonder invloed van de mens.

Ecosysteem ruimtelijke eenheid waarbinnen een wisselwerking plaatsvindt tussen het biotische (planten en dieren) milieu en abiotische (niet-levende) milieu. Ieder ecosysteem herbergt een karakteristieke groep planten en dieren, afhankelijk van de milieuomstandigheden die er in het ecosysteem heersen, bijvoorbeeld de Waddenzee of een tropisch regenwoud.



Tekst 2 Werking van een ecosysteem

Evenwicht ecosysteem een ecosysteem is een open systeem, waar energie voortdurend in- en uitgaat. Deze in- en uitstroom moet in de loop van de tijd ongeveer gelijk blijven voor een stabiel ecosysteem.

Dynamisch evenwicht evenwicht tussen de hoeveelheid energie en materie die erin (input) en eruit (output) gaat.

Terugkoppelings- mechanisme in het ecosysteem dat ervoor zorgt dat het ecosysteem in een dynamisch

mechanisme evenwicht blijft (stabiel ecosysteem)

instabiel ecosysteem wanneer de verstoring te lang duurt of te heftig is, raakt het ecosysteem instabiel en verandert drastisch, bijvoorbeeld bij het kappen van bomen in een tropisch regenwoud



Tekst 3 Successie en climaxecosysteem

Successie de ontwikkelingen in een ecosysteem tijdens de vorming van een dynamisch evenwicht.

Bodemvorming korstmossen en micro-organismen zullen proberen voedingsstoffen aan het organisme te onttrekken. Steeds grotere planten kunnen zich gaan vestigen op de grond en de soortenrijkdom neemt toe en de aanwezige soorten gaan steeds meer samenhang vertonen. Deze groei gaat door tot invloed van buitenaf is verdwenen. Een microklimaat, een klimaat in een klein gebied, vormt zich. Er is een climaxecosysteem ontstaan.

Diversiteit aanwezigheid van veel soorten planten en dieren.



Tekst 4 Grensmilieus

Gradiënt een geleidelijke verandering van een verschijnsel tussen ecosystemen. Een gradiënt tussen twee ecosystemen vormt een grensmilieu

Grensmilieu beschermen ecosystemen voor invloeden van buitenaf



Tekst 5 Ecosystemen en schaal

Schaalniveaus van lokale schaal (= processen die plaatsvinden en samen een ecosysteem vormen)

ecosystemen regionale schaal (= verschillende ecosystemen op lokale schaal samen)

continentale schaal (= verschillende regionale schalen samen)

mondiale schaal (= omvat alle ecosystemen en vormt er zelf ook één

fluviale schaal (= schaalniveau die te maken heeft met ecosystemen die een stroomkarakter hebben)



VERPLAATSINGEN, ECOLOGISCHE INFRASTRUCTUUR EN HOOFDSTRUCTUUR



Tekst 6 Verplaatsing van planten en dieren tussen ecosystemen

Ecologie wetenschap die de relaties tussen planten, dieren en de omgeving waarin zij leven bestudeert.

Verplaatsingen met een verplaatsingen over korte afstanden als onderdeel van dagelijkse handelingen

pendelkarakter

trek verplaatsingen over lange afstanden, vaak met een vast periodiek patroon

verbreiding verplaatsing van jonge dieren die op zoek gaan naar een eigen territorium



Tekst 7 Verbreiding

Redenen verbreiding - ontsnapping aan ongunstige omstandigheden

- ontstaan van nieuwe groepen van dieren in nieuwe gebieden -> verkleining van het risico voor uitsterving



Tekst 8 Verbindingswegen en barrières

Wissels paden en verbindingswegen tussen leefgebieden die generaties lang worden gebruikt

Barrières obstakels in het landschap zoals rivieren, zee e.d.

Geïsoleerd gebied ligt volledig omringd door barrières



Tekst 9 Eilandtheorie

Eilandtheorie Er ontstaat altijd een constante populatie op een eiland, mede door een evenwicht tussen aankomende en vertrekkende diersoorten.

Verklaring eilandtheorie - Hoe voller het eiland is, hoe minder aantrekkelijk om te vestigen (weinig voedsel etc)

- Hoe voller het eiland is, hoe groter de kans op wegtrekken of uitsterven v.e. soort

- Op kleine eilanden is geen ruimte voor grote populaties dus zullen ze er snel uitsterven

- Nieuwe soorten kunnen afgelegen eilanden lastig bereiken



Tekst 10 Ecologische infrastructuur

functiegebieden verzameling van landschapselementen

1. verblijfplaatsen broedplekken, ruiplekken, rustplekken etc.

2. refugia standplaatsen waartoe een soort is teruggedrongen, maar van waaruit herkolonisatie kan

3. stepping stones / gebieden waarin of waarlangs dieren zich verplaatsten; bij stepping-stones grondgewijs,

corridors bij corridors gaat het om een beweging langs of door het gebied.

4. verbreidingskernen kwalitatief hoogwaardige leefgebieden waarin de soort tot voortplanting komt en van waaruit kolonisatie naar andere gebieden plaatsvindt.



Tekst 11 Een ruimtelijke en ecologische hoofdstructuur

Ruimtelijke ecologische ecologische hoofdstructuur van het land: een divers landschap met een rijke flora en

structuur van Nederland fauna. In Nederland zijn dit vooral grote natuurgebieden met water. Houtsingels etc. vormen een verfijning van deze hoofdstructuur. Op het laagste niveau vormen sloten, wegbermen etc. de kleinste details



INVLOED VAN DE MENS OP ECOSYSTEMEN



Tekst 12 Gevolgen van menselijk ingrijpen

Aanpassing ecosystemen De mens heeft veel ingewikkelde climaxecosystemen versimpeld door bijvoorbeeld bestrijding van onze concurrenten of zelfs bestrijding van nutteloze planten, zoals in de landbouw gebeurt.

Conflict tussen mens en de natuur probeert stabiliteit in ecosystemen op te bouwen door een enorme diversiteit,

natuur de mens probeert deze stabiliteit te verkrijgen door een zo simpel mogelijk ecosysteem.



Tekst 13 De mens heeft invloed op verschillende schaalniveaus

Veranderingen in de in- - processen werken op verschillende ruimtelijke schaalniveaus

vloed van de mens - de schaalniveaus gaan geleidelijk in elkaar over; ze kunnen elkaar beïnvloeden

op het landschap - menselijke invloed groeit steeds meer richting de hoogste schaalniveaus



Tekst 14 Milieuproblemen en grenswaarde

Milieuprobleem wanneer er sprake is van een actuele of potentiële verstoring van de mens-milieu-relatie of van het welzijn van andere organismen (als deze door mensen wordt veroorzaakt)

Milieubelasting(druk) alle verschillende milieuproblemen samen

Milieuverontreiniging milieuvervuiling waarbij stoffen in grotere hoeveelheden dan in de standaardhoeveelheid, met nadelige gevolgen (bodem, water en luchtverontreiniging)

Milieu-uitputting het verbruiken van elementen uit het milieu met zo’n omvang of snelheid dat het niet door natuurlijke aanvulling kan worden gecompenseerd. (wild, hout, olie etc.)

Milieuaantasting kwaliteitsvermindering van het milieu, die niet veroorzaakt is door een milieuverontreiniging of milieu-uitputting. (wegenaanleg etc = landschapswijziging)

Grenswaarde maximale hoeveelheid stoffen die in een natuurlijke situatie voorkomen

Streefwaarde hoeveelheid stoffen in een milieu waarnaar gestreefd wordt.



Tekst 15 Afwenteling

Afwenteling het verschijnsel dat handelingen die ongunstig zijn voor het milieu verplaatst worden naar een andere tijd (afwenteling in tijd) of gebied (afwenteling in ruimte).



Tekst 16 Oorzaken van milieuproblemen

1 demografische ontwik- de excessieve groei van de wereldbevolking zorgt voor een stijging van het grondstof-

kelingen fen- en energie verbruik. De druk op het milieu zal hierdoor toenemen

2 economische ontwik- deze kunnen een factor in het vergroten of verkleinen van de milieubelasting zijn, bijv.

kelingen door hogere milieubelasting.

3 politieke ontwikkelingen overheidsmaatregelen kunnen de milieubelasting verminderen of vermeerderen

4 technologische ontwikk. Ontwikkeling van producten als kunstmest, pesticiden, kunstvezels etc zorgen voor verhoging milieubelasting.

5. Sociaal-culturele ontwik. Iedere maatschappij gaat op zijn eigen manier om met het milieu.



Tekst 17 Activiteiten die tot milieuproblemen leiden

Industrie zorgt voor bijna de helft van de milieuverontreiniging, zowel lucht, bodem als watervervuiling.

Landbouw uitbreiding van de intensieve veehouderij heeft geleid tot een mestoverschot. Vermesting en hiermee verzuring is een groot probleem.

Verkeer en transport het rijden op diesel is erg schadelijk voor het milieu; toch gebeurt dit op grote schaal. Tevens neemt het autobezit sterk toe.

Wijzelf huishoudens etc belasten het milieu door waterverbruik, afval en energieverbruik. Levensruimte die groter wordt resulteert ook in een hogere milieudruk.



MILIEUPROBLEMEN OP VERSCHILLENDE SCHAALNIVEAUS



Tekst 18 Verschillende schaalniveaus

Milieuproblemen hebben effect op verschillende schaalniveaus



Tekst 19 Een milieuprobleem op lokale schaal: smog

Menselijke invloed de lucht boven een groot deel van Nederland bevindt zich in een stadsklimaat. Smog zorgt hiervoor. Door opwarming van stedelijk materiaal kan het er wel 3-5 C warmer zijn dan op het platteland in de winter.

Smog de warme lucht boven de stad kan niet weg omdat deze omringd is door een koude lucht. Hierdoor ontstaat smog, wat schadelijk kan zijn voor de gezondheid

Fotochemische smog Bestaat uit uitlaatgassen etc die omgezet worden in schadelijke stoffen na contact met zonlicht.



Tekst 20 Een probleem op regionale schaal: verdroging

Oorzaken verdroging in - nieuwe landbouwtechnieken zorgen voor een te goede afwatering

Nederland - drinkwatervoorziening: deze is voor een groot deel afhankelijk van het grondwater



Tekst 21 Een milieuprobleem op fluviale schaal: waterverontreiniging

Waterverontreiniging: daar waar vroeger alleen biologisch afbreekbare producten weggegooid werden, belanden tegenwoordig ook veel pesticiden etc. in het water. Ook worden recentelijk zware metalen in zee gedropt wat ook een nadelig effect heeft op de in rivieren aanwezige slibdeeltjes.



Tekst 22 Een milieuprobleem op continentale schaal: ontbossing

Oorzaken en gevolgen - commerciële houtkap, gebruik van brandhout door de lokale bevolking en platbranden

van de ontbossing van bos voor landbouwdoeleinden zorgen voor ontbossing op grote schaal. Ook moet aanleg van stuwmeren, mijnen etc. niet vergeten worden.

- hierdoor verdwijnen veel onbekende diersoorten, lopen hele ecosystemen gevaar en ook de structuur van het land is ernstig gewijzigd. De platgebrande bosgronden kunnen regenwater niet meer vasthouden waardoor het alle kanten op stroomt.



Tekst 23 Een milieuprobleem op mondiale schaal: aantasting van de ozonlaag

Ozonafbraak dit is de oorzaak van de ozonlaagaantasting. Cfk’s breken de O3 moleculen hoog in de lucht af, wat resulteert in een ‘dunnere’ ozonlaag.



Hoofdstuk 2: Milieugebruiksruimte, afwentelingsprocessen en duurzame ontwikkeling



MILIEUGEBRUIKSRUIMTE



Tekst 24 Natuurlijke hulpbronnen

Milieuvoorraden - niet vernieuwbare voorraden: deze worden niet of slechts langzaam aangemaakt in de natuur. (fossiele brandstoffen, mineralen)

- Vernieuwbare voorraden: deze worden in een relatief snel tempo aangemaakt. (voedsel)

- Milieuvoorraad ruimte: concurrerende ruimte sluit concurrerend ruimtegebruik uit (door aanleg v.e. nieuwe luchthaven is natuur niet meer mogelijk )



Tekst 25 Milieugebruiksruimte

Milieuvoorraden: Hoe rijker, hoe meer de mens er gebruik van maakt. Televisies, auto’s, telefoons etc. vallen hier allen onder.

Milieugebruiksruimte het geheel van mogelijkheden dat het ecosysteem aarde biedt aan de bevolking in de vorm van de totale voorraad natuurlijke hulpbronnen en de mogelijkheid van de aarde om milieubelasting op te vangen.



Tekst 26 Verschillen in milieugebruiksruimte en globalisering

Landelijke gebruiksruimte Nederland gebruikt bijvoorbeeld bomen uit Afrika; ook dit wordt dan tot de Nederlandse milieugebruiksruimte gerekend. Door een groei van de wereldbevolking zal de milieugebruiksruimte per persoon afnemen.

Globalisering verschijnsel dat contacten steeds meer wereldwijd plaatsvinden



Tekst 27 Begrenzing van milieugebruiksruimte

Factoren v.d. grootte -1 de ons bekende omvang van winbare hulpbronnen: we achten hulpbronnen soms

milieugebruiksruimte groter dan ze in werkelijkheid zijn.

-2 mate van onttrekking van de grondstoffen: steeds meer hulpbronnen worden in steeds grotere hoeveelheden aangesproken, de ontdekking van alternatieven kan de onttrekking van hulpbronnen weer verminderen

-3 tempo van aanwas van de natuurlijke hulpbronnen: vernieuwbare hulpbronnen groeien snel weer aan waardoor we er weer gebruik van kunnen maken.

-4 uitbreiding van kennis en techniek; zorgen voor ontdekking van nieuwe grondstoffen en voor zuiniger gebruik

-5 kwaliteit van het natuurlijk milieu



MILIEUGEBRUIKSRUIMTE VAN NEDERLAND EN ONTWIKKELINGSLANDEN



Tekst 29 Landbouwgrond

Nederlands gebruik doordat wij veel landbouwgrond indirect gebruiken in andere landen, is onze gebruiksruimte veel groter dan dat eigenlijk kan volgens de hoeveelheid grond die Nederland heeft.



Tekst 30 Energie

Groei energiebehoefte mede door de enorme bevolkingsgroei is ook de behoefte aan groei van energie enorm toegenomen. Brandstoffen zijn een steeds belangrijkere rol gaan spelen in onze energiebehoefte.



Tekst 31 Zoet water

Waterschaarste Slechts 2,5 % van het water op aarde is zoet en dus geschikt voor de mens om te drinken. Nederland heeft vrij veel watertoevoer uit de rivieren en neerslag. In veel ontwikkelingslanden is een ernstig watertekort.



Tekst 32 Grondstoffen

Beperking grondstof- - hergebruik van grondstoffen

verbruik - zuinigere (en schonere) productieprocessen.



Tekst 33 wat is de toekomst van de vier componenten van milieugebruiksruimte?

Landbouw - het tegengaan van monocultuur door verbouwing van meer soorten gewassen kan zorgen landbouwgrond te houden.

- gebruik van natuurlijke mest in plaats van kunstmest en natuurlijk biologische bestrijdingsmiddelen

Water - bezuiniging op watergebruik kunnen behoud van zoet water ondersteunen

- regenwater kan hergebruikt worden

Fossiele brandstoffen - het stijgend gebruik moet omgezet worden in een dalend gebruik

Energie - door hergebruik van afvalstoffen



DUURZAME ONTWIKKELING



Tekst 34 Een veranderende maatschappij

Relatie economie-milieu Hoewel men vlak na de Tweede Wereldoorlog deze twee als water en vuur zag, begint dit beeld langzaam te veranderen. Men ziet in dat voor welvaart ook een gezond milieu een vereiste is. Tegenwoordig wordt er veel meer aandacht aan milieuzaken besteedt als gevolg hiervan.



Tekst 35 Een omslag in het denken over het milieu: duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling een ontwikkeling waarbij de milieugebruiksruimte niet in sterke mate en niet onomkeerbaar wordt aangetast, zodat komende generaties ook nog kunnen beschikken over deze milieugebruiksruimte.

Speerpunten duurzame - duurzaam beheren van natuurlijke hulpbronnen

ontwikkeling - voorkomen van afwenteling: milieukosten meenemen bij het berekenen van de prijs van een product.

- voorkomen van aantasting en verontreiniging van het natuurlijk milieu



MILIEUBELEID OP NATIONAAL NIVEAU



Tekst 36 Milieubeleid

Milieubeleid het geheel van maatregelen dat gericht is op het behoud of de verbetering van het milieu

Milieuhygiëne de zorg voor de kwaliteit van water, bodem en lucht en het bestrijden van geluidshinder

Milieubeheer beleid gericht op het beschermen van het leefmilieu van de mens en het hier inpassen van de menselijke gewoonten. Er wordt gestreefd naar een evenwicht tussen mens en milieu

Milieueffectrapportage (m.e.r.) een onderzoek waarin wordt weergegeven wat de gevolgen van bepaalde maatregelen voor het milieu zijn.

Brongericht milieubeleid bestrijding waarbij het voorkomen van milieuschade centraal staat

Effectgericht milieubeleid bestrijding van milieuschade die er al is en moet worden weggenomen



Tekst 37 Het Nederlandse milieubeleid

NMP Natuur Milieubeleids Plan dat tot doel heeft een duurzame relatie te laten ontstaan tussen economie en milieu. Hiervoor zijn de volgende doelstellingen opgesteld:

- omlaagbrengen van het energiegebruik

- beheersen van de productie-consumptieketen

- controleren van de kwaliteit van producten en het hergebruik ervan

prod. consumptieketen 1 het winnen van grondstoffen

2 bewerken van grondstoffen tot basisstoffen

3 maken van eindproducten

4 gebruiken of consumeren van eindproducten

5 afdanken en verwerken van producten

ecologische hoofdstructuur Totaal van de ecologisch belangrijke landschappen in een land

kerngebieden gebieden met bestaande waarden van internationale of nationale betekenis van voldoende omvang

natuurontwikkelingsgebied gebied dat een reëel perspectief biedt voor het ontwikkelen van natuurwaarden

natuurontwikkeling het sturen van processen die de ecologische ontwikkeling van een gebied in een bepaalde richting kan laten gaan



MILIEUBELEID OP MONDIAAL NIVEAU



Tekst 38 Red de Aarde

VN ’92 De conferentie ’92 over milieu en ontwikkeling is belangrijk voor de ecologische toekomst van Nederland. Er worden plannen gemaakt voor de toekomst van het aardse milieu

Joint Implentation Maatregelen van een land om de CO2 uitstoot van een ander land te verminderen. Hierdoor kan zij toch voldoen aan het Klimaatverdrag.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Hallo Koen,

Heel erg bedankt voor je samenvattingen van ak!

Gr. Monique

16 jaar geleden

M.

M.

Super bedankt scheelt zo'n 150 pagina's! KUSS

16 jaar geleden

T.

T.

jij bent echt geweldig :P thnx man zo red ik me PTA wel ;)

14 jaar geleden

M.

M.

lekkere samenvatting gek

3 jaar geleden