Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Module 4 regionale beeldvorming

Beoordeling 4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1469 woorden
  • 11 augustus 2008
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 4
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Hoofdstuk1

Paragraaf 1

Mensen hebben een beeld van een gebied en op basis daarvan nemen ze besluiten en handelen ze. Dit beeld hebben ze gekregen door eigen ervaringen. Zo’n beeld wat mensen van een gebied hebben noem je een regionaal beeld. Het is de indruk die mensen hebben van de ligging en de grootte van een gebied en de kenmerkende verschijnselen die er voorkomen.
Elk regionaal beeld komt tot stand op basis van twee soorten informatie:
• objectieve informatie: is een controleerbaar feit. Als je boeken, kaarten, statistieken en andere bronnen raadpleegt zijn deze feiten objectief. Geografisch beeld:

o de ligging van een gebied
o de ruimtelijke kenmerken
o de samenhang tussen de kenmerken.
• subjectieve informatie: is gebonden aan personen of bedrijven en instellingen. Het gaat om informatie die met een bepaald doel wordt gegeven of vanuit een bepaalde opvatting. De zender van zulke informatie streven belangen na die bijvoorbeeld economisch, politiek of door geloof bepaald zijn. Ze kleuren op een bepaalde manier het gebied, en late negatieve informatie weg. De ontvanger krijgt door verschillende soorten gekleurde informatie een mentaal beeld van een gebied. Als informatie van een gebied sterk en uitgesproken is, spreek je van een imago.
Regio= en aaneengesloten en vast omgrensd gebied. Dit kan worden toegepast voor ruimtelijke organisatie of ruimtelijke inrichting.
Mentaal beeld= Beeld wat mensen in werkelijkheid hebben.
Neigbourhood effect= Hoe verder van huis hoe vertekend beeld wordt. Komt doordat je je eigen omgeving ( centrale staat ) het beste kan dit waardeer je het meest omdat je er immers veel van weet.
Distance decay: naarmate een regio verder weg lijkt is de info veel minder (decay) + de waardering minder. Hoe verder van je woonplaats hoe minder de verhuisomgeving.
Regionaal beeld = mentaal beeld + geografisch beeld

Het gaat hierbij om eigen waarnemingen (primaire waarnemingen) en waarnemingen van andere (secundaire waarnemingen). In elk hoofd van een ontvanger voegen alle beelden van een gebied zich samen tot een regionaal beeld. Dit beeld verschilt per persoon, het ligt aan de leeftijd, de opleiding, het inkomen en de culturele achtergrond.

Paragraaf 2

Ruimtelijk gedrag: omvat alle dingen die mensen doen en waarvoor ruimte nodig is. Het gaat om allerlei activiteiten voor wonen, werken, recreatie en cultuur. Bij inrichting van de ruimte spelen drie factoren een rol:
• de wensen van de mensen = Ondernemers-> bedrijven en
infrastructuur
= Bewoners-> rust en ruimte • het regionaal beeld dat mensen hebben van een gebied = vakantie gebied = woongebied
• beperkingen die het ruimtelijk gedrag beïnvloeden = Regels en wetten = waarden en normen = Discriminatie

Paragraaf 3

Op veel plaatsen in de wereld is het natuurlijk milieu niet zonder gevaar. Toch wonen er mensen die op hun eigen manier omgaan met de situatie.
• Gevaar op de loer in Nepal: in Nepal smelten er op dit moment steeds meer gletsjers, hierdoor ontstaan er grote gletsjer meren. Een dam van los puin is niet betrouwbaar, het vervelende is bij het doorbreken van deze dam ontstaat er een grote stroom naar het dal. Daar wonen juist veel mensen vanwege de vruchtbare grond.
• Gevaar op de loer in Nederland: buitenlanders kijken op een vreemde manier naar Nederlanders, omdat die naar hun idee onder het zeeniveau wonen.
Mensen hebben de neiging het gevaar van natuurrampen te negeren, te minimaliseren of zijn niet in de positie iets aan de toestand te veranderen. Het mentale beeld is Dit overkomt mij niet. Beleving van het gevaar komt niet altijd over met de werkelijkheid.
Het overkomen ligt aan:
• de frequentie van het voorkomen van natuurrampen: naarmate een natuurramp minder vaak voor komt, worden er ook minder maatregelen getroffen. Mensen denken vaak dat het gevaar zich op andere plaatsten voordoet, dan waar zij zichzelf begeven.
• Het kennis en ontwikkelingsniveau van de mensen. Kennis en ontwikkeling zijn altijd van invloed op gedrag.

Hoofdstuk 2

Paragraaf 1

Er zijn tal van zenders die de regionale beelden van individuen en groepen proberen te beïnvloeden: overheden, politieke partijen, ondernemingen, reclamebureaus, kranten, tijdschriften enz. Iedere zender heeft zijn eigen doelen bij het aanbieden van een bepaald beeld van een gebied.
– Toeristische voorlichting: belangen in het geven van ruimtelijke informatie over een regio. Poging tot opwekken interesse Doel= toeristen naar gebied trekken
-Regio city markteting: vorm van reclame voor bepaald gebied, over 1 gebied / gemeente Doel= bedrijvendheid aantrekken (werk en economische groei) --Nieuws: bepaald mentaal beeld van de mensen Doel= Info geven over een bepaald actueel onderwerp. - -Ruimetelijke voorlichting Beschrijving regio’s Bijv. Verkeerssituaties Doel= Voorlichting
Zender kist ieder zijn eigen medium. Een medium bepaald het bereik van de boodschap, wordt bepaald door zender afhankelijk van de doel en deelgroep, is op verschillende schaal niveau’s te gebruiken.
Het regionale beeld wat je hebt is nooit volledig. Je kunt nooit alle informatie die dagelijks op tv of in de krant verschijnen bijhouden. Een mens selecteert bewust of onbewust welke informatie diegene tot zich neemt. Heel belangrijk bij een regionaal beeld creëren bij een gebied is het leren selecteren.

Paragraaf 2

De zender kan voor het realiseren van zijn doel met bepaalde technieken een regionaal beeld aanbieden om zijn doel te bereiken, dit noem je manipuleren. Ze kunnen info weglaten, verstoppen of overdrijven.
Zender zendt niet alles uit
Bewuste beïnvloeding door: Overheid (gemeente, regio, luchthaven, dijkverzwaring Politieke partijen, bedrijven, reclamebureau, reisbureau, kranten
De ontvanger ontvangt niet alles
Selecteert bewust of onbewust. Selectie afhankelijk van geografische kennis.
Kaarten en grafieken zijn uitstekende middelen om beknopt informatie te geven over een gebied. Kaartprojectie is hierbij van invloed. Er zijn technieken om de aardbol op een platvlak te tekenen. Het kan enigszins met de werkelijkheid verschillen.
Kaart= subjectieve verkleinde vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid
Generaliseren= Kaart beter lees baar maken, info verloren
Weglaten= van niet relevant zaken
Accentueren= Belangrijke zaken benadrukken
Vereenvoudigd= Karakter gebied blijft hetzelfde.
Projectie van Goode: wereld in geknipt, werelddelen niet vervormd maar oceanen wel
1 Azimetale projectie Beelden van de halve aarde, vaak poolkaarten.
Orthografische Natuurgetrouw, paralellen aan randen steeds dichter op elkaar
Geomische Randen van de kaart sterk vervormt, gebieden te groot.
2 Cilinder projectie Meridianen rechtgetrokken, sterke vervorming polen
Mecator: Hoekgetrouw (scheepsvaart), nadelen polen
Peters: Opp. juist maar vormen onjuist, alles is langer geworden.
3 Kegelprojectie: tussen vorm azimentaal en cilinder.Weinig vervorming Opp bijna goed, deel geprojecteerd op een kegel. Winkel: Bijna alle GB atlas kaarten (meestal oost-west projectie)
Elke kaart is opgebouwd uit kaartelementen en kaartkleuren. De keuze en grootte hiervan kunnen het beeld van een gebied beïnvloeden. Een paar voorbeelden:
• Door grenzen op een kaart duidelijk aan te geven, kan een land benadrukken dat bepaalde gebieden erbij horen. Zo kunnen ze ook grenzen weg laten, zodat een land groter lijkt dan deze in werkelijkheid is.
• Ook de vorm en de grootte van symbolen hebben invloed op het beeld. Hoe groter een bepaalde stip om aan te geven hoeveel inwoners een stad heeft, geeft dit ook meer indruk. Als je brede lijnen tekent voor snelwegen in Nederland, lijkt het net of heel Nederland geasfalteerd is.
• Met pijlen worden op kaarten stromingen en bewegingen naar omvang en richting aangegeven. Door de dikte te variëren kan het beeld over de omvang ervan worden beïnvloed.
• Veelgebruikte kaartkleuren leiden tot een gewenning bij de gebruiker. Het gevaar kan zijn dat door “standaard” kleurgebruik er af en toe een foute conclusie getrokken kan worden.
• Een kleur rood word vaak verbonden met gevaar. Hieruit kun je alweer een verkeerde conclusie trekken.
Manipuleren met kaarten en grafieken: klassen en klassengrenzen. De keuze van de klassen en klassengrenzen kunnen een kaartbeeld sterk beïnvloeden. Als je een lage klassen verdeling creëert bij grootte van steden, lijkt het net of je in Nederland heel veel grootte steden hebt.
Classificeren: vergelijken en ordenen gegevens op een kaart, om deelgebieden te onderscheiden.

Hoofdstuk 3

Wat is een geografisch beeld? Als je een Amerikaan vraagt over zijn ervaringen tijdens de Koude Oorlog, zal hij vooral een negatief beeld hebben van de Sovjetunie. Zijn regionaal beeld is in die tijd gebaseerd op de Amerikaanse televisie en kranten. Je zou deze man meer objectieve informatie moeten geven, zodat hij zijn regionaal beeld kan aanpassen. Bij een geografisch beeld let je op:
- Ruimtelijke kenmerken (ligging situatie)
- Bevolkingskenmerken (cultuur, economie, democratie, politiek)
- Relationele kenmerken (relatie gebied met andere gebieden)
- Gebiedskenmerken (fysische kern)

ruimtelijke kenmerken:
Kenmerken over het gebied dat we onderzoeken.
- Ligging regio -absolute ligging :kaart coördinaten -lokale kenmerken :bodem, klimaat enz.
Ligging verandert nooit!
- Situatie regio -ligging ten opzichte van andere regio’s veranderen -> technologische ontwikkelingen economische ontwikkelingen sociaal-culturele ontwikkelingen - Gebiedskenmerken -Fysische cultuur :klimaat, reliëf, bodemgebruik -Ruimtelijke structuur :hoe heeft de mens de regio ingericht? Ligging + situatie= belangrijke oorzaak voor ontstaan / opbloeien nederzettingen
Bevolkingskenmerken:
Kenmerken van de bewoners van de omgeving / regio die we onderzoeken.
- Cultuurpatroon -Geschiedenis,
- Godsdienst
- Taal
- Natie
- Territorium
- Demografie -Omvang + samenstelling van de bevolking van die regio
- Opbouw :geboorte, sterfte, immigratie, emigratie
- Economie -Economische ontwikkelingen
- Type economie
- Bestaansbouw / wens-structuur
- Buitenlandse handel
- Politiek -Grenzen
- Buitenlandse conflicten
- Politieke systeem en samenwerkingsbanden

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.