ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Aardrijkskunde Module 3: Migratie en Mobiliteit



Hoofdstuk 1: Patronen van Migratie en Mobiliteit



MIGRATIE




Tekst 1 Wat is migratie?

Voorwaarden migratie: - er moet sprake zijn van verhuizen

- de grens van het woongebied moet worden overschreden

- er moet een permanente keus zijn voor de nieuwe woonplaats



Tekst 2 Migratie op verschillende schaalniveaus

Intraregionale migratie migratie binnen de grenzen van de regio

Interregionale migratie migratie tussen verschillende regio’s



Buitenlandse migratie migratie tussen landen



SOORTEN MIGRATIE



Tekst 3 Migratiestromen en migratiemotieven

Migratie naar richting - urbanisatie (stedentrek)

- suburbanisatie (migratie vanuit de stad)

- desurbanisatie (migratie vanuit de agglomeratie)

- re-urbanisatie (reactie op suburbanisatie)

Migratie naar motieven - arbeidsmotieven - vluchtmotieven

- volgmotieven - woonmotieven



Tekst 4 Arbeidsmotieven

Arbeidsmigratie migratie gebaseerd op economische situatie



Tekst 5 Volgmotieven

Volgmigratie een nieuwe migratiegolf komt achter eerdere migranten aan

Kettingmigratie kan bij excessieve migratie een gevolg zijn van volgmigratie



Gezinshereniging een reden voor volgmigratie; moeder en kinderen zoeken vader op



Tekst 6 Vluchtmotieven

Politiek motief vluchten omdat je in je eigen land vervolgd wordt.



Tekst 7 Woonmotieven

Woonmotief Mensen kiezen ervoor om in een prettige leefomgeving te wonen, die toch dicht bij het werk en de recreatiemogelijkheden is.



Tekst 8 Problemen voor migranten in het land van aankomst

Problemen bij migratie - huisvesting; een huis kan niet direct gevonden worden

- sociaal probleem; men spreekt niet direct de taal etc.

- economisch probleem; men beschikt nog niet over veel geld

segregatie migranten scheiden zich af en blijven dus apart van de samenleving, óf omdat ze hiervoor kiezen door in groepen bij elkaar te gaan wonen, óf omdat ze buitengesloten worden



MOBILITEIT



Tekst 9 Soorten mobiliteit

Mobiliteit in ruime zin (migratie) de som van alle vestigers en vertrekkers in een gebied

Mobiliteit in enge zin (mobiliteit) het frequent bewegen van mensen tussen plaatsen



Tekst 10 Forensisme

Forensisme het verschijnsel dat men steeds heen en weer reist tussen de woon- en werkplaats

Congestie opeenhoping of verstopping van verkeer

Toerisme het maken van reizen uitsluitend voor het genoegen (kan leiden tot een congestie in het piekseizoen)



Tekst 11 Toename van mobiliteit

Oorzaken mobiliteitstoename:

1 ontwikkeling van de komst van vervoermiddelen als de auto, trein en vliegtuig geven mensen de

technologie mogelijkheid zich te verplaatsen over grotere afstanden

2 ontwikkeling van de sinds de Tweede Wereldoorlog is de infrastructuur sterk ontwikkeld, wat een betere

infrastructuur verplaatsbaarheid over de weg voor goederen en mensen met zich meebrengt

3 groei van de welvaart door de groei van de welvaart in de jaren ’60 kregen de mensen meer geld te besteden waardoor ze eerder op vakantie gaan, een auto kopen, etc.

Oorzaken mobiliteitsafname:

1 congestie de congestie ontstaat als gevolg van een opeenhoping van economische activiteit

2 restrictief beleid mensen stoppen de ontwikkeling van bijvoorbeeld een wegennet of spoorbaan vanwege het milieu.



BEVOLKINGSGROEI



Tekst 12 Sociale en natuurlijke bevolkingsgroei

Sociale bevolkingsgroei toename en afname van de bevolking door migratie

Vestigingsoverschot toename van de bevolking (positief)

Vertrekoverschot afname van de bevolking (negatief)

Sterfteoverschot afname van de bevolking (negatief)



Tekst 13 Bevolkingsopbouw

Bevolkingsdiagram geeft de opbouw van de bevolking grafisch weer

Piramidevorm elke leeftijdsgroep is kleiner dan de vorige. Er is sprake van een jonge, toenemende bevolking

Urnvorm er is sprake van steeds kleinere cohorten in de jongere leeftijdsgroepen

Granaatvorm er is sprake van een zeer geleidelijke afname van jong naar oud. De bevolking neemt niet toe of af.

Veranderingen in 1 sociaal culturele factoren – veranderingen in de samenleving kunnen leiden tot een toe-

levensopbouw of afname van de bevolkingsgroei

2 economische factoren – kinderen zijn er omdat ouders ze graag willen en niet omdat ze broodnodig zijn voor inkomsten

3 politieke factoren – overheden proberen bijvoorbeeld explosieve bevolkingsgroei af te remmen

vergrijzing procentuele toename van het aantal personen van 65 jaar en ouder

demografische druk de verhouding tussen economisch productieve en economisch niet productieve leden van een bevolkingsgroep

afhankelijkheidsgraad het werkelijke aantal productieve mensen / niet productieve mensen in een bevolkingsgroep



MIGRATIETHEORIËN



Tekst 14 Theorie van push en pullfactoren

Pushfactoren factoren die een gebied onaantrekkelijk maken om te blijven/vestigen

Pullfactoren factoren die een gebied aantrekkelijk maken voor migranten etc.



Tekst 15 Push- en pullfactoren op verschillende schaalniveaus

Niveau migratie ook tussen lokale gebieden (stad-platteland) of tussen internationale (irak-nederland) bestaan push en pullfactoren



Tekst 16 De centrum-periferie theorie

Centrum-periferie theorie gaat uit van een aantal deelgebieden die samen één geheel vormen: een systeem. Delen die politiek, sociaal en cultureel dominant zijn, worden het centrum genoemd.

Centrum gebied waar zich veel pullfactoren bevinden

Spiraaltheorie de periferie verzwakt enorm als gevolg van de vele pullfactoren die het centrum heeft



Tekst 17 De centrum-periferie theorie op verschillende schaalniveaus

Schaalniveau centrum het centrum kan zich op allerlei plaatsen bevinden, bijvoorbeeld irak-nederland (internationaal) of bijvoorbeeld randstad – veluwe (regionaal)



Tekst 18 Migratie en de interactietheorie van Ullman op alle schaalniveaus

Begrippen Ullman 1 complementary (complementariteit): migratiestromen ontstaan als er tussen twee gebieden een systeem van vraag en aanbod (bijv in arbeid) aanwezig is.

2 transferability (ruimtelijke verplaatsbaarheid): de mogelijkheid om daadwerkelijk te kunnen migreren moet aanwezig zijn (kosten van de reis etc.)

3 intervening oppertunities (tussenliggende mogelijkheden): zodra het systeem van vraag en aanbod wordt verstoord door een tussenliggende factor, bijvoorbeeld dichterbij liggende haven (waar arbeid gevraagd is), dan stopt de migratie of vindt niet plaats



Hoofdstuk 2: Migratie en mobiliteit in een welvarend land: Nederland



MIGRATIE IN WELVARENDE LANDEN



Tekst 19 De richting van migratiestromen

Urbanisatie trek van het platteland naar de stad

Suburbanisatie trek van de stad naar de randgemeenten

Desurbanisatie trek van de stad naar landelijke, verder gelegen gebieden

Re-urbanisatie nieuwe trek van de sub- en desurbane gebieden naar de stad



URBANISATIE



Tekst 20 De binnenlandse migratie tot 1945

Agrarische crisis 1900 Goedkoop importgraan uit de VS zorgde ervoor dat de Nederlandse landbouw moest reorganiseren om rendabel te blijven. Hierbij gingen enorm veel banen verloren

Industriële Revolutie begon in Nederland pas laat rond 1870. Het accent lag op de steden Amsterdam en Rotterdam bij deze ontwikkeling. Deze plaatsen ontwikkelden zich hierdoor tot centrum

Arbeiderswijken wijken gebouwd omstreeks 1900 waar vele arbeiders woonden. Vanwege de graancrisis en de vraag naar werk in de steden dankzij de Industriële Revolutie trokken veel mensen naar de stad en waren huizen dus nodig.



Tekst 21 De binnenlandse migratie van 1945 tot 1960

Vestigingsoverschot ’60 Tot ongeveer 1960 trokken vele mensen naar de Randstad. In de provincies Noord- en Zuidholland en Utrecht ontstond hierdoor een enorm vestigingsoverschot. De vraag naar arbeiderskrachten om Nederland weer op te bouwen na de Tweede Wereldoorlog was groot in de steden



SUBURBANISATIE, DESURBANISATIE EN RE-URBANISATIE



Tekst 22 De binnenlandse migratie van 1960 tot 1975: suburbanisatie

Migratiemotief Langzamerhand begon men de steden weer uit te trekken; de migratie kreeg nu een woonmotief in plaats van een economisch motief. Mensen vluchtten de drukke stad uit

Welvaartstoename dankzij de toename van welvaart en mobiliteit ontstond een rijkere goed opgeleide generatie, die zich bijvoorbeeld een auto kon permitteren.

Agglomeratie een stad met een daaraan vastgegroeide randgemeente



Tekst 23 Desurbanisatie

Welvaartsgroei jaren ‘80 Mensen kregen steeds meer geld tot hun beschikking en kregen dus ook meer wensen. Er vindt een trek van mensen vanuit de stad terug naar het platteland plaats; het landelijke Groningen etc. wordt ingeruild voor de stad



Tekst 24 Segregatie

Segregatie proces waarbij een ruimtelijke scheiding ontstaat van groepen

Segregatie naar leeftijd omdat gezinnen met kinderen wegtrekken uit de autovolle stad, wonen er weinig kinderen, terwijl buiten de steden weer meer kinderen voorkomen

Sociale segregatie segregatie naar inkomen. De mensen met meer geld trekken weg uit de stad; een boerderij op het platteland is tenslotte niet alleen mooi, maar ook duur.



Tekst 25 Re-urbanisatie in Nederland

Economische stagnatie Na de jaren ’80 stagneert de economie en hoge brandstofprijzen zorgen ervoor dat reizen tussen woon en werkplaats te duur wordt. Mede vanwege het lage voorzieningsniveau op het platteland keren de mensen langzaam maar zeker terug naar de stad

Urbaniserende groepen 1 de jonge huishoudens zonder kinderen. Het zijn vaak mensen met een goede opleiding en baan die na de studie in de stad blijven wonen.

2 oudere 50+ers. Hun kinderen zijn het huis uit en ze hebben een goede positie en behoorlijk inkomen.

Edge City suburbane gebieden waar zich centra van werk en voorzieningen ontwikkelen



Tekst 26 Stadsmodellen

Model van Burgess gaat uit van een aantal concentrische cirkels rondom een stadscentrum, ieder met een eigen karakter. Het centrum is het Central Business District

Model van Hoyt gaat uit van bepaalde delen van een stad met bepaalde kenmerken. Transport en mobiliteit speelt een grote rol bij deze verdeling.

Kritiek op modellen: - er wordt geen rekening gehouden met toename van autogebruik (= dus congestie) in de beide modellen

- stadsvernieuwingen kunnen de status van bepaalde delen van de stad veranderen

- economische motieven spelen een hoofdrol in beide modellen



MOBILITEIT IN NEDERLAND



Tekst 27 Afname van mobiliteit

Groei van het autogebruik zorgt in sterke mate voor congestie

Overheidsmaatregelen - verhoging van de brandstofprijs - inspelen op gevoel van de autorijder

tegen congestie - het weren van de auto uit de binnenstad - tolheffing of rekeningrijden



Tekst 28 Toerisme

Oorzaken groei toerisme 1 mensen hebben meer geld tot hun beschikking om te recreëren en reizen dus verder

2 technologische ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat mensen goedkoper verder kunnen reizen. Hierdoor ontstaan ook steeds meer kortere tripjes naar verder gelegen bestemmingen, bijvoorbeeld ‘een weekeindje Parijs’



MIGRATIE EN NEDERLANDS OVERHEIDSBELEID



Tekst 29 Ruimtelijke ordening

Ruimtelijke ordening het proces waarbij de overheid de toekomstige bestemming van een gebied bepaalt, rekening houdend met de behoefden en wensen van de bevolking teneinde conflicten te voorkomen of te beperken.

Bestemmingsplannen hierin worden de bestemmingen in een bepaald gebied vastgelegd

Structuurplannen hierin wordt in grote lijnen aangegeven welke ruimtelijke ontwikkeling gemeenten wensen

Streekplannen hierin is veel aandacht voor infrastructuur en milieu



Tekst 30 Eerste Nota Ruimtelijke Ordening

ENRO- streven: - stimulering van het spreidingsbeleid door de concentratie van mensen in gebieden als de Randstad af te remmen

- bevordering van de uitwaartse groei van de Randstad

- behoud van bufferzones als het Groene Hart om te voorkomen dat steden aan elkaar groeien binnen de Randstad



Tekst 31 Tweede Nota Ruimtelijke Ordening

TNRO- streven: gebundelde deconcentratie van de bevolking: de bevolkingsgroei vond plaats op de door het Rijk aangewezen plaatsen. Hierbij hield men vaak onvoldoende rekening met verkeer, wat congestie tot gevolg had

Stimuleringsbeleid herstructureren: de structuur van de bestaansmiddelen moesten worden vernieuwd (achtergeraakte gebieden kwamen zo weer terug)



Tekst 32 Derde Nota Ruimtelijke Ordening

DRNO- streven: de overheid zag in dat zowel de Eerste als de Tweede Nota niet erg succesvol waren. Men besloot de steden Groningen, Breda, Zwolle en Amersfoort definitieve buffers voor de bevolkingsgroei te maken



Tekst 33 Vierde Nota Ruimtelijke Ordening

Overheidsstreven als - tegengaan van suburbanisatie, vooral door middel van stadsvernieuwing

reactie op de eerdere - streven naar een Compacte Stad; wonen, werken en recreëren dicht bij elkaar gelegen

nota’s - spreidingsbeleid werd afgeschaft

- aandacht aan het milieu

- eenpersoonshuishoudens vroegen om eenpersoonswoningen

VNRO-streven: - aanwijzen van stedelijke knooppunten die een sterk buitenlands karakter kregen: Mainport Rotterdam en Mainport Schiphol/Amsterdam

- steden die een knooppunt werden in de buurt van de grens, en zo profiteren van de wegvallende grenzen binnen Europa

- er werden een aantal knooppunten aangewezen met een regionale betekenis



Tekst 34 Vierde Nota Extra 1990: ‘Vinex’

VINEX De geplande woningbouw beschreven in de VNRO bleek lang niet toereikend om de grote bevolkingsgroei onderdak te bieden. In de VINEX wordt dit probleem aangekaart en mogelijke oplossingen aangedragen



BUITENLANDSE MIGRATIE EN NEDERLAND



Tekst 35 Buitenlandse migratie tot 1960

Vertrekoverschot 1960 Tot ongeveer 1960 was er in Nederland sprake van een vertrekoverschot: veel Nederlanders probeerden elders (Australië) een beter bestaan op te bouwen. Wel trokken veel Indische Nederlanders terug naar Nederland. Die trek was echter van korte duur.



Tekst 36 Buitenlandse migratie na 1960: de landen rond de Middellandse Zee

Immigratie vanaf 1960 Omdat er na 1960 door de toegenomen welvaart in Nederland veel werk te vinden was, vond er een stroom van arbeiders uit het gebied rond de Middellandse Zee naar Nederland. In de jaren ’70 bleek dat veel van deze eerst op tijdelijke basis gekomen migranten wilden en mochten blijven. Hun rechten werden beter vastgelegd/



Tekst 37 Spreiding van migranten over Nederland

Migrantenspreiding Doordat de immigranten samen gaan wonen omdat zij zich zo meer thuis voelen, ontstaat het probleem van segregatie: er vindt geen goede integratie plaats.

Integratie een groep migranten wordt opgenomen in de samenleving, waarbij er sprake is van een wederzijdse aanpassing. Dit resulteert in een multiculturele samenleving

Assimilatie de migranten passen zich volledig aan

Segregatie de migranten worden volledig buitengesloten



Tekst 38 Buitenlandse migratie en bevolkingssamenstelling

Samenstelling diagram de jonge Marokkaanse en Turkse migrantengroep is anders samengesteld dan de Nederlandse samenleving of de Turkse/Marokkaanse samenleving. Er is vooral sprake van jonge gezinnen, waarbij al vroeg kinderen aanwezig zijn



Tekst 39 Buitenlandse migratie na 1960: Suriname en de Nederlandse Antillen

Surinaamse migranten hebben vooral economische motieven om naar Nederland af te reizen. Ook het regime van Deci Bouterse zorgde ervoor dat veel Surinamers naar Nederland vluchtten.



Tekst 40 Politieke vluchtelingen

Politieke vluchtelingen Hun pushfactor in het land van herkomst is de politieke situatie.



Tekst 41 Illegale migratie

Illegaal mensen die geen verblijfsvergunning toegewezen krijgen, besluiten soms om illegaal te blijven. Ze kunnen elk moment opgepakt worden en het land uit gezet. Ze kunnen ook geen legaal werk doen. Ook zijn zaken als huisvesting, onderwijs en medische voorzieningen een probleem.



MIGRATIE IN EUROPA



Tekst 42 Spreiding van migranten over Europa

Redenen voor de andere - koloniale verband: de bijzondere band met de vroegere koloniën zorgt dat mensen

samenstelling van graag naar bijv. Nederland gaan

migranten binnen Europa - economische ontwikkeling van de desbetreffende landen



Tekst 43 Europees migratiebeleid

Decompartimentering Europa wordt steeds meer één geheel in plaats van verschillende landen

Verdrag van Schengen hierdoor is vrij vervoer van personen en goederen tussen deze landen mogelijk.



Hoofdstuk 3: Migratie en mobiliteit in ontwikkelingslanden



MIGRATIEPATRONEN IN ONTWIKKELINGSLANDEN



Tekst 44 Urbanisatie

Urbanisatiegraad is vaak erg laag in ontwikkelingslanden

Urbanisatietempo jaarlijkse groei van de stedelijke bevolking



Tekst 45 Centrum-periferie

Centrum-periferie in ontwikkelingslanden is de tegenstelling tussen stad en platteland vaak een centrum-periferietegenstelling



Tekst 46 Afstand, omvang en dynamiek: primate cities

Redenen migrantentrek - de te overbruggen afstand speelt een rol naar welke stad men gaat

naar steden: - de omvang en dynamiek van de stad zijn van belang. Hoe groter de stad, hoe meer werk dus hoe meer migranten eropaf komen

primate city één belangrijke, grote stad in een land waarin het grootste gedeelte van de (economische) activiteit plaatsvindt.

Agglomeratie-effect door een zichzelf versterkende groei worden steden steeds groter



Tekst 47 Buitenlandse migratiestromen

Braindrain hoger opgeleide migranten keren niet meer terug naar het vaderland omdat zij in het gevestigde land een betere toekomst hebben. Zo leveren ze geen bijdrage aan de economie van het vaderland.

Arbeidsmigratie (volgmigratie lager opgeleiden) doordat er een groeiende welvaart was in de rijkere landen, steeg ook de vraag naar ongeschoolde arbeiders.

Vluchtelingenstromen zijn bijna altijd internationaal, in tegenstelling tot migratiestromen.



MIGRATIEMOTIEVEN IN ONTWIKKELINGSLANDEN



Tekst 48 Soorten migratiemotieven

Arbeidsmigratie mensen trekken vanuit het platteland naar de stad in de hoop op beter werk

Volgmigratie een groep migranten brengt een nieuwe migratiegolf op gang

Kettingmigratie immigranten geven informatie aan achterblijvers en helpen hen bij het zoeken van werk en woonruimte

Vluchtmotieven komen voort uit gegronde vrees voor vervolging in het eigen land om bijv. politieke redenen etc.

Woonmotieven deze spelen een zeer ondergeschikte rol in ontwikkelingslanden; veel meer dan een basiswoning is er niet te wensen



Tekst 49 De periferie: pushfactoren op het platteland en de gevolgen

Ongelijke eigendoms- een kleine groep grootgrondbezitters heeft het grootste deel van de vruchtbare grond in

Verhoudingen handen.

Verborgen werkloosheid mensen die eigenlijk werkloos zijn, gaan een bijdrage leveren aan de landbouwproductie



Tekst 50 Centrum: pullfactoren van de stad

Pullfactoren van de stad - er is veel werkgelegenheid te vinden in de steden

- er zijn veel voorzieningen te vinden die niet op het platteland zijn

problemen urbanisatie - de enorme stroom migranten zorgt voor huizentekort etc

- omdat migranten vooral jong zijn krijgen zij ook veel kinderen.

- zaken als onderwijs, medische zorg, hygiëne en elektriciteit worden onvoldoende aangepast aan het groeiende tempo van de stad



Tekst 51 Overheidsbeleid ten aanzien van migratie in ontwikkelingslanden

Migratiebeleid - oplossingen zoeken voor het probleem van de grootgrondbezitters. Hierdoor hebben weinig mensen kans op een goede toekomst en dus trekt men naar de stad. Omdat de grootgrondbezitters vaak zelf hoge posities hebben in het land, gebeuren deze hervormingen niet al te snel

- de landbouwtechniek moet verbeterd wordt. Hierdoor verkrijgt men een grotere opbrengst per vierkante meter, waarmee men het voedseltekort probeert op te lossen

- oprichten van coöperaties van kleine boeren stimuleren. Samen zijn zij veel beter in staat hun werk te doen; een trekker aanschaffen gaat gezamenlijk bijvoorbeeld makkelijker dan alleen.

- creëren van niet-agrarische werkgelegenheid op het platteland

- verbetering van onderwijs zorgt voor stijging van het opleidingsniveau



MOBILITEIT IN ONTWIKKELINGSLANDEN



Tekst 52 Mobiliteit in steden en in ontwikkelingslanden

Eisen migranten - dichtbij het werk wonen is een pré, omdat men nog geen vervoer kan betalen

- eisen aan de woning volgen zodra men een inkomen heeft, bijvoorbeeld omdat er kinderen op komst zijn

- zodra ze een redelijk inkomen hebben willen de migranten een beter huis en een hoog voorzieningenniveau



Tekst 53 Toerisme in ontwikkelingslanden

Toerisme dit vormt voor veel ontwikkelingslanden een goede bron van inkomsten. De ontwikkelingslanden zijn in trek in het Westen vanwege:

- het verblijf is er relatief goedkoop

- het biedt de mogelijkheid voor een ‘andere’ vakantie (exotische culturen)

- de ontwikkelingslanden zijn vaak vrij zonzeker door hun ligging

- sekstoerisme naar landen als de Filippijnen waar veel prostituees zijn.

Resorts grote hotelcomplexen die alles herbergen wat een toerist zich maar kan wensen

Werkgelegenheid ook dit biedt het toerisme. Er is een verschil tussen directe en indirecte werkgelegenheid

Nadelen van toerisme - het toerisme is geen stabiele zekerheid; het is erg conjunctuur en trend gevoelig. Zodra het politiek of economisch minder gaat, stort het toerisme in.

- het toerisme is vaak seizoengebonden

- de rijke toeristen zorgen voor prijsstijgingen van producten

- de toeristen brengen nieuwe normen en waarden mee

- toerisme neemt ook veel milieuvervuiling met zich mee


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.