Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Hoofdstuk 4, paragraaf 13 t/m 15

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas havo | 667 woorden
  • 20 mei 2003
  • 81 keer beoordeeld
Cijfer 5.8
81 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Durf jij de uitdaging aan?

Ben jij tussen de 17-30 jaar en wil je kennismaken met Defensie en een bijdrage leveren aan de samenleving? Tijdens de MDT Missie van het Ministerie van Defensie en Stichting TijdVoorActie zet je jezelf 80 uur in voor zelfontwikkeling, maatschappelijke impact én teamwork. Meer weten? 

Check de video
Paragraaf 13 Van nature is alleen maar een deel van Nederland boven water. Dankzij polders en dijken is nu ook laag Nederland veilig. Het overtollige water in de polders kan zo in zee gestort worden. Voor hoogte ligging wordt de term N.A.P. gebruikt. Je hebt zee polders en veenpolders. Zeepolders vind je in het noorden en zuidwesten. Veenpolders in West Nederland. De strijd tegen het water begon 1000en jaren geleden. In de 20ste eeuw zijn 2 gigantische waterwerken gebouwd. De Zuiderzeewerken en de Delta werken. In het voormalige Zuiderzeegebied heeft men veel nieuw land drooggelegd. De Zuiderzeewerken zijn ook belangrijk geweest voor de verbetering van de zoet water huishouding. Bij de Delta werken speelden landwinning geen enkele rol, de veiligheid stond voorop. Dearnaast zorgden de vele dammen en sluizen voor de noodzakelijke ontsluiting. Paragraaf 14 De geologische geschiedenis van Nederland is begonnen in he Pleistoceen. Het pleistoceen is een uniek tijdvak want warme en koude perioden elkaar af wisselen. Daar om word het ook wel het ijstijd vak genoemd. De meest barre ijstijd was de laatste namelijk 130.000 jaar geleden. Het ijs was op het Scandinavische hoogland maar liefst 2000 tot 3000 m. dik. In het begin van het pleistoceen lag Nederland in zee maar tijdens de ijstijden daalde de zeespiegen en kwam de Noorzee droog te liggen. Toen het ijs in Nederland aan kwam was het wel aanzienlijk dunner maar toch altijd nog een paar honderd meter dik. Het ijs nam grote keien mee. Sommigen kwamen tijdens de reis onder het ijs terecht en werden fijngewreven tot keileem. Het landijs heeft dus in Noord Nederland gezord voor keileem en zwerfkeien, en in Midden Nederland ook nog voor stuwwallen. Tijdens de laatste ijstijd bereikte het Scandinavische ijs Nederland niet. Maar het werd hier wel zo koud dat er bijna niets meer groeide. De wind kreeg vrij spel. Zo werden grote delen van Nederland bedekt met stuifzand. Het allerfijnste stof löss kam aan in het zuiden. Nadat de laatste ijstijd z’n 10.000 jaar geleden eindigde begon weer een nieuw tijdper. Het Holoceen. Het kwam door de temperatuurstijging. Zo steeg de zee spiegel tot 125m. Het zeezand vormde op de kustlijn daardoor brede zandbanken. Die heten strandwallen. Aan de zeekant van de strandwal ging de zandaanvoer door. Toen die zo hoog werden dat ze ook bij tijdens een gewone gloed droog bleven, begon het zand op te stuiven tot duinen. Ongerveer 5000 jaar geleden nam de zeespiegel stijging af. Daardoor konder er oeverplanten groeinen. Uit de resten van die planten ontstond veen. Veel laagveen is inmiddels weer verdwenen. Dus er zijn in Nederland 2 grote grond landschappen. Hoog en laag Nederland. Hoog Nederland bestaat de bodem voornamelijk uit dekzand en laag Nederland uit klei. Doordat het landijs keileem heeft mee genomen ontstaan er rond de wat hoger gelegen gebieden drassige stukken land doordat het regenwater moeilijk kan weg zakken. Doordat er in het Holoceen de stroomsnelheid van de Rijn en de Maas minder werd kon er geen grind meer mee. Het gevolg daarvan was dat in Nederland alleen nog maar licht materiaal werd afgezet. Zo werd in het midden van Nederland over de ondergrond van dekaznad een brede strook rivierklei afgezet.
Paragraaf 16 De manier waarop de mens het landschap veranderd is het belangrijkste de factor het werk. De helft van ons land wordt agrarisch gebruikt. Tot voor kort vondden de mensen dat je een landschap best kon op offeren voor bijvoorbeeld de landbouw. Rond 1960 is er een forse verandering gekomen in de waardering van het landschap. Men ging inzien dat bepaalde landschappen best wel mooi waren. Het gevolg was dat de vereninging Natuur monumenten veel nieuwe leden kreeg. Een land schap is voortdurend in ontwikkeling. Er zijn zelfs mensen die het landschap uit het verleden willen terug halen. Er zijn tegenstrijdige belangen tussen de gebruikers en de millieuverenigingen. Daarvoor wordt een bepaald beleid gevoerd. De overheid moet zoiets in wetten stellen. Zij worden gecontroleerd door de volksvertegenwoordigers en die weer door de provinciale staten en gemeente raden die weer gecontroleerd worden door de maatschappij.

REACTIES

K.

K.

paragraaf 15 zit er niet bi,, die heb ik juist nodig~!!

12 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.